
6EENVOUDIG ONDERHOUD
24
!
LET OP:
Een doorgebrande zekering is een indicatie van een storing in een elektrisch circuit. Als de zekeringna het vervangen direct weer doorbrandt, moet de storing door een Hyundai dealer wordenopgespoord en verholpen. Een zekering mag nooit door een zekering met een hoger amperageworden vervangen. De montage van een zwaardere zekering kan beschadigingen of brand totgevolg hebben.
N.B.: Zie bladzijde 6-40 voor de
beschrijving van de zekering- houder. N.B.:
o Als de voedingsverbinding uit de zekeringenkast omhoog wordtgetrokken, dan werken de waarschuwingszoemer, de audio- installatie, de klok en deinterieurverlichting niet. De volgende componenten moeten na terugplaatsing worden gereset.
- Digitale klok
- Tripcomputer
- Automatische verwarming enairconditioning
- Audio-installatie
o Zelfs als de voedingsverbinding
omhoog is getrokken, dan kan de accu nog worden ontladen door ingeschakelde koplampen of andere elektrische systemen.
G200C01CM-GXT
Voedingsverbinding
ONF065008
Uw auto is uitgerust met een
voedingsverbinding, zodat kan worden voorkomen dat de accu wordt ontladenals de auto gedurende een langere periode wordt geparkeerd. Voer de volgende handelingen uit als de autogedurende een langere periode wordt geparkeerd.
1. Schakel de motor uit.
2. Schakel de buitenverlichting uit.
3. Open het deksel aan de
bestuurderszijde en trek devoedingsverbinding omhoog.
4. Plaats de voedingsverbinding terug door de handelingen in omgekeerdevolgorde uit te voeren.

6EENVOUDIG ONDERHOUD
26WERKING VAN ELEKTRISCHE KOELVENTILATOR CONTROLEREN
SG220A1-FX
WAARSCHUWING:
Het in werking treden van de
koelventilator is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, waardoor de ventilator ook bijuitgeschakelde ontsteking soms kan blijven draaien. Raak de venti- lator niet aan tot hij volledig totstilstand is gekomen. Zodra de koelvloeistoftemperatuur
daalt wordt de ventilator automatischuitgeschakeld.
!
G220B01NF-GXT
Koelventilator controleren
De koelventilator moet automatisch
gaan draaien als de koelvloeistoftemperatuur hoog wordtof als de airconditioning werkt.
o Als een accu met een
kunststofbehuizing wordtopgetild, dan kan een te grotedruk leiden tot lekkage van accuzuur. Hierdoor kunnen verwondingen ontstaan. Til eenaccu met geschikt gereedschap of met de handen op schuin tegenover elkaar gelegen hoekenop.
o Laad een accu nooit op als de
accukabels nog zijn aangesloten.
o De ontsteking werkt met hoge
spanningen. Raak de betreffendecomponenten nooit aan bij een draaiende motor of als het contactslot in de stand "ON" staat.
Zorg ervoor dat accuzuur niet in aanraking komt metde huid, ogen, kleding of de lak van de auto. Als elektrolyt in de ogen komt, de ogen ten minste 15 minuten met schoon water spoelen en directmedische hulp inroepen. Indien mogelijk blijven spoelen met een spons ofeen doek totdat medische hulp is gearriveerd. Als elektrolyt op de huid komt, de betreffende plek grondig spoelen.Als u pijn of een brandendgevoel hebt, directmedische hulp inroepen.Draag oogbescherming bijhet opladen van of hetwerken bij een accu.Zorg altijd voor voldoendeventilatie als in een gesloten ruimte wordt gewerkt.

10INHOUD
2
A Aanbevolen bandenspanning ........................................ 8-2
Aansteker ................................................................... 1-84
Airbagsysteem ............................................................ 1-42
Asbak ......................................................................... 1-85
Accu controleren ......................................................... 6-25
Airconditioning .......................................................... 1-119
Achteruitkijkspiegel ..................................................... 1-97
Algemene controles ...................................................... 6-4
Als de motor niet aanslaat ........................................... 3-2
Als de motor te heet wordt ........................................... 3-4Airbagsysteem ............................................................ 1-42
Als uw auto moet worden gesleept ............................ 3-10
Antenne .................................................................... 1-128
Anti-blokkeersysteem (ABS) ....................................... 2-12
Audiosysteem ........................................................... 1-129
Automatische snel heidsregeling................................ 1-109
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Automatische verwarmings en koelings systeem ..... 1-116
BBagagenet ................................................................ 1-101
Banden ......................................................................... 8-2
Banden vervangen ........................................................ 8-5
Bediening verwarming en koeling .............................1-114
Bekerhouder ................................................................ 1-86Benzinemeter
.............................................................. 1-67
Beveiligingsvergrendeling rugleuning achterbank ........1-28
Beschrijving zekeringhouder .......................................6-40
Bij verlies van sleutels ............................................... 3-13
Boordcomputer ............................................................ 1-69
Brandstofvoorschriften .................................................. 1-2
Brillenvak .................................................................... 1-92
Buitenspiegel .............................................................. 1-94
Buitenspiegel verwatming ........................................... 1-95
C
Centrale deurvergrendeling .............. ............................1-10
Claxon ...................................................................... 1-107
Corrosie voorkomen ...................................................... 4-2
DDashboardkastje ......................................................... 1-93
Diefstalbeveil igingsinstallatie .....................................1-12
E Economisch rijden ...................................................... 2-18
Elektrisch aa nsluitpunt ............................................... 1-84
Elektrisch bediende ruiten .......................................... 1-16
Elektrisch verstelbare stoelen voor ............................1-21
Elektronische stabiliteitsregeling ( ESP) ......................2-13

10INHOUD
4
O Oliepeil controleren ....................................................... 6-6
Onderhoud airconditioning ... ........................................6-19
Onderhoud onder zware bedrijfsomstandigheden .......... 5-7
Onderhoud van de carrosserie ...................................... 4-4
Onderhoudsvoorschriften .............................................. 5-2
Onderling verwisselen van de wielen ............................ 8-4
Opbergkastje .............................................................. 1-93
Opbergruimte middenconsole ......................................1-94
Opbergvak .................................................................. 1-93
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ............. 2-17
Opmerkingen met betrekking tot de veiligheidsgordels ................................................... 1-29
PParkeerhulp ................................................................. 2-14
Parkeerrem ........................................................ 1-98, 6-22
Pashouder ................................................................ 1-106
Periodiek onderhoud ..................................................... 5-4
Portiersloten .................................................................. 1-8
RRegelmatig onderhoud .................................................. 5-3
Reinigen van het interieur ............................................. 4-6
Reservewiel en gereedschap ........................................ 8-6
Reservewiel .................................................................. 3-5 Rijden onder winterse omstandigheden
.......................2-19
Rijden met een aanhanger of slepen ..........................2-23
Ruitesproeierreservoir bijvullen ...................................6-15
Ruitewisser-/sproeierschakelaar ..................................1-77
Ruitewssers ruitewisserbladen ....................................6-12
SSchakelaar achterruitverwarming ................................1-82
Schakelaar m istlampen.............................................. 1-76
Schuifdak .................................................................... 1-87
Sigarettenaansteker .................................................... 1-84
Slepen in noodge vallen ............................................... 3-12
Slepen ........................................................................ 3-11
Sleutels ......................................................................... 1-4
Sleutelstanden .............................................................. 2-4
Sneeuwkettingen ........................................................... 8-4
Snelheidsmeter ........................................................... 1-68
Startblokkering .............................................................. 1-4
Start-/contactslot met stuurslot .................................... 2-3
Starten met hulpstartkabels .......................................... 3-3 Stereo geluidsinstallatie ............................................ 1-125
Stoel ........................................................................... 1-20
Stoelvak ..................................................................... 1-87
Stoelverwarming ......................................................... 1-26
Stuurwiel-verstelling in hoogte- en lengterichting ...... 1-108