
5
IN EEN OOGOPSLAG
-
COCKPIT
1. Contact-/stuurslot.
2. Stuurkolomschakelaar
autoradio.
3. Schakelaar ruitenwissers/
ruitensproeiers/boordcomputer.
4. Middelste verstelbare en
afsluitbare ventilatieroosters.
5. Schakelaar alarmknipperlichten.
Schakelaar centrale
vergrendeling.
6. Multifunctioneel display.
7. Airbag passagier.
8. Dashboardkastje.
9. Schakelaar elektrisch
bedienbare ruiten achter.
10. Schakelaar stoelverwarming
(volgens land van bestemming).
11. Schakelaar elektrisch
bedienbare ruiten vóór.
12. Schakelaar elektrisch
bedienbare spiegels.
13. Aansteker.
14. Asbak vóór.
15. Bedieningspaneel verwarming/
airconditioning.
16. Autoradio RD3.

MULTIFUNCTIONELE DISPLAYS
26 -
KLOKJEInstellen van de parameters
Houd de knop 1 gedurende twee se-
conden ingedrukt om de gegevens in
te stellen. Zodra een gegeven knip-
pert, kan het worden gewijzigd.
Vervolgens kunnen door het indruk-
ken van de knop 1 in onderstaande
volgorde de verschillende gegevens
geselecteerd worden:
- taal,
- uren (12 of 24 uur),
- minuten,
- jaar,
- maand,
- dag,
- temperatuureenheden (graden Celsius of Fahrenheit).
Door de knop 2 in te drukken kan het
geselecteerde gegeven gewijzigd
worden. Houd de knop ingedrukt om
de instelling in een hoger tempo te
wijzigen (terug naar het begin na de
laatste waarde).
Als de knop gedurende 7 seconden
niet wordt ingedrukt, geeft het dis-
play het basisscherm weer en zijn de
gewijzigde gegevens opgeslagen.
Opmerking: druk kort op de knop 2
om gedurende enkele seconden de
buitentemperatuur weer te geven.
Knop
1: instellen van de uren.
Knop 2: instellen van de minuten.
Houd de knop ingedrukt om de tijd in
een hoger tempo in te stellen.DISPLAY A
Dit display kan de volgende informa-
tie weergeven:
- de tijd,
- de datum,
- de buitentemperatuur (knippert bij kans op gladheid),
- de informatie van de radio,
- de controle op geopende portieren (bijv.: "portier links voor
geopend", ...),
- de waarschuwingsmeldingen (bijv.: "batterij afstandsbediening
leeg") en de status van de
functies van de auto (bijv.:
"spaarstand actief"), kort
weergegeven.

27
MULTIFUNCTIONELE DISPLAYS
-
Instellen van de gegevens
Druk knop 1 in en houd deze ge-
durende 2 seconden ingedrukt. Het
eerste gegeven knippert en kan wor-
den veranderd.
Hierna kunnen door het indrukken
van knop 1 achereenvolgens de ver-
schillende gegevens geselecteerd
worden:
- taal,
- snelheidseenheden (km of mijl),
- temperatuureenheden (graden Celsius of Fahrenheit),
- tijdsaanduiding (in 12 of 24 uur),
- uren,
- minuten,
- jaar,
- maand,
- dag.
Door het indrukken van knop 2 kan
het geselecteerde gegeven worden
gewijzigd. Houd de knop ingedrukt
om de gegevens in een hoger tempo
in te stellen.
Als de knop gedurende 7 seconden
niet wordt ingedrukt, geeft het display
het oorspronkelijke scherm weer en
zijn de wijzigingen opgeslagen. MONOCHROOM DISPLAY B
Dit kan de volgende informatie weer-
geven:
- de tijd,
- de datum,
- de buitentemperatuur (knippert bij kans op gladheid),
- informatie van de autoradio,
- controle op geopende portieren. Het display geeft schematisch
aan of een portier geopend is,
- waarschuwingen (bijv.: "storing laden accu") of berichten (bijv.:
"brandstofniveau laag") die
tijdelijk worden weergegeven,
kunnen worden gewist door op
knop 1 of 2 te drukken,
- de boordcomputer.

AUDIO
28 -
AUTORADIO RD3
Hendel Functie
1 - Indrukken (achterzijde) Volume verhogen
2 - Indrukken (achterzijde) Volume verlagen
1 + 2 - Gelijktijdig indrukken Geluid onderbreken (mute); geluid keert terug door indrukken van een willekeurige toets
3 - Indrukken Automatisch zoeken naar zenders in oplopende frequentie (radio) -
Volgende nummer
selecteren (CD)
4 - Indrukken A u t o m a t i s c h z o e k e n n a a r z e n d e r s i n a l o p e n d e f r e q u e n t i e ( r a d i o ) - V o
r i g e n u m m e r
selecteren (CD)
5 - Op het uiteinde drukken Wijzigen van de geluidsbron (radio/ CD/CD-wisselaar)
6 - Draaien (rechtsom) Selecteren van volgende opgeslagen zender (radi o) - Selecteren van volgende CD
7 - Draaien (linksom) Selecteren van vorige opgeslagen zender (radio) - Selecteren van vorige CD

29
AUDIO
-
Toets Functie
A AAN/UIT-schakelaar radio.
B - Verlagen van volume.
C + Verhogen van volume.
D RDS RDS-functie AAN/UIT.
Langer dan 2 seconden indrukken: aan-/uitzetten van de region
ale functie.
E TA Voorrang voor verkeersinformatie AAN/UIT.
Langer dan 2 seconden indrukken: PTY-functie AAN/UIT.
H ¯Instelling van bassen, hoge tonen, loudness, balans en aut
omatische volumeregeling.
I 5Hoger instellen van de aan de toets
H gekoppelde functies.
J 6Lager instellen van de aan de toets
H gekoppelde functies.
L 8Handmatig en automatisch zoeken van zenders in oplopende frequ
entie.
Volgende nummer (CD) of PTY (radio) selecteren.
M MAN Handmatige/automatische functie van de toetsen L en N.
N 7 H a n d m a t i g e n a u t o m a t i s c h z o e k e n v a n z e n d e r s i n a l o p e n d e f r e q u e n
t i e .
Vorige nummer (CD) of PTY (radio) selecteren.
P CH.CD Selecteren van de CD-wisselaar.
Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afsp
elen.
Q CD Selecteren van de CD-speler.
Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afsp
elen.
R Radio Selecteren van de radiofunctie. Selecteren van het golfbereik
FM1, FM2, FMAST, AM.
Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van voorkeuze zenders (autostore).
S
5 Uitwerpen van de CD.
1 t/m 6 1 2 3 4 5 6 Selectie van een opgeslagen zender.
Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van een zender.
1 t/m 5 1 2 3 4 5 Selecteren van CD's in de CD-wisselaar.

AUDIO
30 -
ALGEMENE FUNCTIES AUDIO-INSTELLINGEN
Loudness-functie
Met deze functie kunnen de bassen
en hoge tonen bij een gering volume
versterkt worden. Druk op de toetsen
I of J om de functie in of uit te scha-
kelen.
Aan/uit
Druk, als het contact
AAN is of in de stand
ACCESSOIRES staat,
op de knop
A om de
radio aan of uit te zet-
ten.
De radio kan gedurende 30 minu-
ten werken zonder dat het contact
aanstaat.
Diefstalbeveiliging
De radio is zodanig gecodeerd dat
deze alleen in uw auto functioneert.
Het heeft geen enkele zin de radio in
een andere auto te monteren.
De diefstalbeveiliging is volledig
automatisch en behoeft daarom
niet te worden ingeschakeld of in-
gesteld.REGELING VAN HET
VOLUME
Druk herhaaldelijk op de toets C om
het volume te verhogen en op de
toets B om het te verlagen.
Door langer op de toetsen C en B te
drukken wordt het volume sneller ge-
regeld. Bassen
Toonregeling
Druk, als er
"TREB" op het display
wordt weergegeven, op de toets I of
J om de hoge tonen in te stellen.
- "TREB -9" minimum instelling
hoge tonen.
- "TREB 0" normale stand.
- "TREB +9" maximum instelling
hoge tonen.
Druk herhaaldelijk op
de toets
H om achter-
eenvolgens de bassen
(BASS) , de hoge to-
nen (TREB) , de loud-
ness-functie (LOUD),
de fader (FAD), de
balans (BAL) en de
automatische aanpassing van het
volume te kiezen.
Deze functie wordt na enkele secon-
den automatisch weer uitgeschakeld
als er geen instellingen gewijzigd
worden of door de toets H na het be-
reiken van de functie voor de auto-
matische aanpassing van het volume
nogmaals in te drukken.
Opmerking: de instellingen voor de
bassen, de hoge tonen en de loud-
ness zijn gekoppeld aan de op dat
moment ingeschakelde geluidsbron.
Zo kan de toonhoogte voor de ra-
dio, CD of CD-wisselaar verschillend
worden ingesteld. Druk, als er
"BASS"
op het display wordt
weergegeven, op de
toets I of J om de bas-
sen in te stellen.
- "BASS -9"
minimum instelling
bassen.
- "BASS 0" normale stand.
- "BASS +9" maximum instelling
bassen.

31
AUDIO
-
RADIOFUNCTIESelecteren van de radiofunctie
Selecteren van het golfbereik
Faderregeling
Druk, als er
"FAD" op het display wordt
weergegeven, op de toets I of J.
Met de toets I wordt het volume vóór
versterkt.
Met de toets J wordt het volume ach-
ter versterkt.
Balansregeling
Druk, als er "BAL" op het display wordt
weergegeven, op de toets I of J.
Met de toets I wordt het volume
rechts versterkt.
Met de toets J wordt het volume links
versterkt.
Automatische volumeregeling
Met deze functie wordt het volume
automatisch aangepast aan het ge-
luidsniveau ten gevolge van de snel-
heid van de auto.
Druk op de toets I of J om de functie
in- of uit te schakelen. Druk op de toets
R.
Druk herhaaldelijk kort
op de toets R om de
g o l l e n g t e F M 1 , F M 2 ,
FMast of AM te kie-
zen.
Opmerkingen over de
radio-ontvangst
De ontvangst van uw autoradio wijkt
af van de ontvangst van uw radio
thuis. De ontvangst van langegolf,
middengolf en FM-zenders (frequen-
tiemodulatie) kan door diverse oorza-
ken worden gestoord. Dit ligt niet aan
de kwaliteit van het apparaat, maar
aan de opbouw van de radiosignalen
en de wijze van verzenden.
Bij AM-zenders kunnen er storingen
optreden als er onder hoogspan-
ningskabels, in tunnels of onder via-
ducten wordt gereden.
Bij FM-zenders kunnen de afstand
v a n d e z e n d e r , d e r e l e c t i e v a n h e t
signaal door grote obstakels (ber-
gen, gebouwen, enz.) en het zender-
bereik oorzaak zijn van een mindere
ontvangst.

31
AUDIO
-
RADIOFUNCTIESelecteren van de radiofunctie
Selecteren van het golfbereik
Faderregeling
Druk, als er
"FAD" op het display wordt
weergegeven, op de toets I of J.
Met de toets I wordt het volume vóór
versterkt.
Met de toets J wordt het volume ach-
ter versterkt.
Balansregeling
Druk, als er "BAL" op het display wordt
weergegeven, op de toets I of J.
Met de toets I wordt het volume
rechts versterkt.
Met de toets J wordt het volume links
versterkt.
Automatische volumeregeling
Met deze functie wordt het volume
automatisch aangepast aan het ge-
luidsniveau ten gevolge van de snel-
heid van de auto.
Druk op de toets I of J om de functie
in- of uit te schakelen. Druk op de toets
R.
Druk herhaaldelijk kort
op de toets R om de
g o l l e n g t e F M 1 , F M 2 ,
FMast of AM te kie-
zen.
Opmerkingen over de
radio-ontvangst
De ontvangst van uw autoradio wijkt
af van de ontvangst van uw radio
thuis. De ontvangst van langegolf,
middengolf en FM-zenders (frequen-
tiemodulatie) kan door diverse oorza-
ken worden gestoord. Dit ligt niet aan
de kwaliteit van het apparaat, maar
aan de opbouw van de radiosignalen
en de wijze van verzenden.
Bij AM-zenders kunnen er storingen
optreden als er onder hoogspan-
ningskabels, in tunnels of onder via-
ducten wordt gereden.
Bij FM-zenders kunnen de afstand
v a n d e z e n d e r , d e r e l e c t i e v a n h e t
signaal door grote obstakels (ber-
gen, gebouwen, enz.) en het zender-
bereik oorzaak zijn van een mindere
ontvangst.