
87
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN ........................................... 88
TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU ............................... 88
AANGETROKKEN HANDREM ...................................... 88
STORING AIRBAGSYSTEEM ............................................ 88
AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD ......... 89
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR.............. 89
ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN 90
STORING ABS ..................................................................... 90
STORING EBD ..................................................................... 90
TE LAGE MOTOROLIEDRUK ......................................... 90
STORING ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” ................... 91
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN .......................... 91
STORING INSPUITSYSTEEM
(MULTIJET-UITVOERINGEN) .......................................... 91
STORING MOTORMANAGEMENTSYSTEEM
(EOBD / INSPUITSYSTEEM) ............................................. 91
BRANDSTOFRESERVE ....................................................... 92
STORING ELEKTRONISCHE
STARTBLOKKERING - CODE ........................................ 93
MISTACHTERLICHTEN ..................................................... 92
ALGEMENE STORINGSMELDING ................................. 92
STORING MOTOROLIEDRUKSENSOR ....................... 93
INSCHAKELING BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR 93STORING BUITENVERLICHTING ................................. 93
STORING ESP ....................................................................... 93
STORING HILL HOLDER ................................................. 93
BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN ................... 93
FOLLOW ME HOME .......................................................... 93
MISTLAMPEN VOOR ......................................................... 94
RICHTINGAANWIJZER LINKS ....................................... 94
RICHTINGAANWIJZER RECHTS ................................... 94
INSCHAKELING SPORT-FUNCTIE ............................... 94
GROOTLICHT ..................................................................... 94
KANS OP GLADHEID ....................................................... 94
SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN ........................... 94
BEPERKTE ACTIERADIUS ................................................ 94
VERSLETEN REMBLOKKEN ............................................. 94
NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS................ 94
L L
A A
M M
P P
J J
E E
S S
E E
N N
B B
E E
R R
I I
C C
H H
T T
E E
N N

90
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
❒als de auto onder zware bedrijfs-
omstandigheden wordt gebruikt
(bijvoorbeeld het bergopwaarts
trekken van een aanhanger of rijden
met volbeladen auto): verlaag de
snelheid en breng, als het lampje blijft
branden, de auto tot stilstand. Wacht
2 tot 3 minuten met draaiende motor
en geef iets gas voor een snellere
circulatie van de koelvloeistof. Zet
vervolgens de motor uit. Controleer
het vloeistofniveau zoals hiervoor
beschreven.
BELANGRIJKBij zware bedrijfsomstan-
digheden is het raadzaam de motor enkele
minuten te laten draaien met iets ingetrapt
gaspedaal voordat u de motor uitzet.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
ACCU WORDT NIET
VOLDOENDE
OPGELADEN (rood)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Het
moet doven nadat de motor is gestart (als
de motor stationair draait, kan het voor-
komen dat het lampje iets later dooft).
Als het lampje blijft branden, wendt u dan
onmiddellijk tot het Abarth Servicenet-
werk.
w
STORING ABS (geel)
Als u de contactsleutel
in stand MARdraait, gaat het
lampje branden. Na enkele se-
conden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als het systeem
defect of niet beschikbaar is. In dat geval
blijft het remsysteem normaal werken,
maar zonder de mogelijkheden van het
ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u
zo snel mogelijk tot het Abarth Service-
netwerk.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
>
STORING EBD
(rood)
(geel)
Als bij een draaiende motor tegelijkertijd
de waarschuwingslampjes
xen >gaan
branden, dan is er een storing in het EBD-
systeem of is het systeem niet beschikbaar;
in dat geval kunnen bij hard remmen de
achterwielen vroegtijdig blokkeren waar-
door de auto kan slippen. Rijd direct zeer
voorzichtig naar de dichtstbijzijnde werk-
plaats van het Abarth Servicenetwerk om
het systeem te laten controleren.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
x>
TE LAGE
MOTOROLIEDRUK
(rood)
Als u de contactsleutel in stand
MARdraait, gaat het lampje branden. Het
moet doven nadat de motor is gestart.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
v
Als het lampje vtijdens
het rijden gaat branden (op
enkele uitvoeringen verschijnt ook
een melding op het display), zet dan
onmiddellijk de motor uit en wendt
u tot het Abarth Servicenetwerk.
ATTENTIE

105
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
❒als een spanning van ten minste 1,8 bar
wordt gemeten, herstel dan de correc-
te bandenspanning (met draaiende mo-
tor en aangetrokken handrem) en rijdt
verder;
❒rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbij-
zijnde werkplaats van het Abarth Ser-
vicenetwerk.
U moet absoluut aangeven
dat de band is gerepareerd
met de snelle bandenreparatieset.
Overhandig de informatiefolder aan
het personeel dat de band moet re-
pareren die behandeld is met de ban-
denreparatieset.
ATTENTIE
fig. 17F0S090Ab
ALLEEN VOOR HET
CONTROLEREN EN
HERSTELLEN VAN DE
SPANNING
De compressor kan ook worden gebruikt
voor het herstellen van de bandenspan-
ning. Maak de snelkoppeling los en verbind
de koppeling direct met het ventiel van de
band fig. 17; op deze manier wordt de
spuitbus niet met de compressor verbon-
den en wordt de afdichtvloeistof niet in de
band gespoten.

130
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
RUITENSPROEIERVLOEISTOF
fig. 1
Verwijder voor het bijvullen de dop D
m.b.v. het lipje.
Gebruik een mengsel van water en TU-
TELA PROFESSIONAL SC35 in de vol-
gende mengverhouding:
30% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en
70% water in de zomer.
50% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en
50% water in de winter.
Bij temperaturen onder –20°C, TUTELA
PROFESSIONAL SC 35 onverdund ge-
bruiken.
Controleer visueel het niveau van de vloei-
stof in het reservoir.
Sluit de dop Ddoor op het midden van de
dop te drukken. MOTORKOELVLOEISTOF
fig. 1
Het niveau van de koelvloeistof moet ge-
controleerd worden bij een koude motor
en moet tussen het MIN- en MAX-merk-
teken op het expansiereservoir staan.
Een te laag niveau bijvullen door een
mengsel van gedemineraliseerd water en
50% PARAFLU UP van FL Selenia lang-
zaam via vulopening Cvan het expansie-
reservoir te gieten, totdat het niveau dicht
bij het MAX-merkteken staat.
Een mengsel van PARAFLU UP en gede-
mineraliseerd water in een mengverhou-
ding van 50% beveiligt tot een tempera-
tuur van –35°C.
Onder extreem koude klimatologische
omstandigheden raden wij een mengsel
aan van 60% PARAFLU UP en 40% gede-
mineraliseerd water.Het motorkoelsysteem ge-
bruikt PARAFLU UP-koel-
vloeistof. Gebruik voor het
eventueel bijvullen vloeistof
met dezelfde specificaties als waarmee
het motorkoelsysteem is gevuld. PA-
RAFLU UP-koelvloeistof kan niet wor-
den gemengd met welke andere koel-
vloeistof dan ook. Als dit toch gebeurt,
mag de motor absoluut niet worden ge-
start en moet u zich tot het Abarth Ser-
vicenetwerk wenden.
Het koelsysteem staat onder
druk. Vervang de dop zo no-
dig alleen door een exemplaar van
hetzelfde type, anders kan de werking
van het systeem in gevaar worden ge-
bracht. Draai bij een warme motor de
dop van het expansiereservoir nooit
los: gevaar voor verbranding.
ATTENTIE
Rijd niet met een leeg rui-
tensproeierreservoir: de rui-
tensproeiers zijn van fundamenteel
belang voor een optimaal zicht.
Enkele in de handel verkrijgbare rui-
tensproeiervloeistoffen zijn licht ont-
vlambaar. In de motorruimte bevin-
den zich warme onderdelen die bij
contact de vloeistof kunnen doen ont-
branden.
ATTENTIE

131
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
REMVLOEISTOF fig. 1
Draai de dop Elos:controleer of het rem-
vloeistofniveau nog op het maximum ni-
veau staat.
Het niveau mag nooit het MAX-merkte-
ken overschrijden.
Als vloeistof moet worden bijgevuld, dan
raden wij u aan de remvloeistof te ge-
bruiken die staat vermeld in de tabel
“Vloeistoffen en smeermiddelen” (zie het
hoofdstuk “Technische gegevens”).
OPMERKING Maak de dop van het re-
servoir Een het omringende oppervlak
zorgvuldig schoon.
Wees bij het openen van de dop bijzon-
der voorzichtig zodat er geen vuil in het
reservoir komt.
Gebruik voor het bijvullen altijd een trech-
ter met een ingebouwde filterzeef van
maximaal 0,12 mm.
BELANGRIJK De remvloeistof is hygro-
scopisch (trekt water aan). Daarom ver-
dient het aanbeveling, als de auto over-
wegend wordt gebruikt in gebieden met
een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof va-
ker te vervangen dan in het “Onder-
houdsschema” staat aangegeven.Voorkom contact tussen de
zeer corrosieve vloeistof en de
lak. Als remvloeistof wordt ge-
morst, moet de lak onmiddel-
lijk met water worden afgespoeld.
De remvloeistof is giftig en
zeer corrosief. Als per onge-
luk remvloeistof wordt gemorst, moe-
ten de betreffende delen onmiddellijk
worden gewassen met water en neu-
trale zeep en daarna met veel water
worden afgespoeld. Bij inslikken dient
onmiddellijk een arts te worden ge-
raadpleegd.
ATTENTIE
Het symbool πop het re-
servoir geeft aan dat synthe-
tische remvloeistof en geen minerale
vloeistof moet worden gebruikt. Het
gebruik van minerale vloeistoffen
moet absoluut worden vermeden,
omdat de rubbers in het remsysteem
door deze vloeistoffen worden be-
schadigd.
ATTENTIE

- frontairbag aan bestuurderszijde......74
- frontairbag passagierszijde .................74
- knie-airbag bestuurderszijde.............75
- zij-airbags (sidebags - headbags) .75-76
Airconditioning, handbediend..............29
ASR ...........................................................56
Auto langere tijd stallen........................85
Autoradio................................................59
Bagageruimte.........................................46
- openen...................................................46
- sluiten.....................................................47
- vergroten..............................................48
Bagageruimteverlichting........................46
- gloeilamp vervangen.........................115
Banden...................................................148
- bandenspanning.................................150
- onderhoud..........................................134
- standaard.............................................150
- verklaring van bandencodering ......148
- winterband....................................84-150
Bandenspanning....................................150
Bedieningscommando's.........................13
- menu ESC .............................................13
- Setup-menu...........................................13
Bedieningsorganen.................................37Bekerhouders.........................................40
Bescherming van het milieu.................62
Bougies...................................................145
Brandstof...............................................154
- brandstofmeter ....................................11
- brandstoftoevoeronderbreking ........38
- brandstofverbruik.............................157
- tankinhoud..........................................154
- vullingstabel........................................154
Brandstofbesparing................................82
Brandstofmeter......................................11
Brandstofnoodschakeling (toevoeron-
derbreking)...........................................38
Brandstofsysteem................................146
Buitenverlichting.....................................34
- gloeilamp achter vervangen............113
Carrosserie..........................................137
- bescherming.......................................137
- codes carrosserie-uitvoeringen......144
- garantie................................................138
- onderhoud..........................................138
Chassisnummer....................................143
CO2-emissie.........................................158
Code Card.................................................5
CODE-startblokkering............................4
Aansteker...............................................39
ABS............................................................53
Accu........................................................132
- accu opladen......................................121
- acculading controleren.....................132
- nuttige tips ..........................................133
- starten met een hulpaccu..................96
- vervangen............................................132
Achterklep...............................................46
Achterklep openen in geval van nood47
Achterklepontgrendeling......................46
Achterruitsproeier.................................36
- bediening...............................................36
- vloeistofniveau...................................130
Achterruitverwarming..............28-29-31
Achterruitwisser....................................36
- bediening...............................................36
- ruitensproeiers..................................137
- wisserbladen.......................................136
Achteruitrijlicht....................................113
Afmetingen............................................151
Afstandsbediening
met radiofrequentie..........................159
- batterij vervangen..................................7
- extra afstandsbedieningen bestellen ..7
Airbag.......................................................73
A A
L L
F F
A A
B B
E E
T T
I I
S S
C C
H H
R R
E E
G G
I I
S S
T T
E E
R R
160
LAMPJES EN
BERICHTEN
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER