Page 170 of 217

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 11
Gebruik een hoge kwaliteit koelvloeistof op ethyleen glycolbasis. Het mengsel bestaat uit 50% wateren 50% antivries. De gebruikte koelvloeistof mag geen aluminium aantasten. Aan de koelvloeistofmogen geen anti-corrosiemiddelen worden toegevoegd. Houd de koelvloeistofconcentratie op het juisteniveau teneinde bevriezing en corrosie te voorkomen. Bij een concentratie boven 60% of minder dan 35% kandit schade aan het koelsysteem tot gevolg hebben. Raadpleeg onderstaande tabel voor deconcentratie koelvloeistof:
-15 -25-35 -45
Koelvloeistofsamenstelling
Omgevings- temperatuur °C Water
35% 40%50%60% Antivries
65%60%50%40% G050C01S-GXT Koelvloeistofpeil controleren Het koelvloeistofpeil kan worden
gecontroleerd via de transparante expansietank en moet bij een koude motor tussen de "L" en "F"merktekens op de tank liggen. Als het peil beneden het "L" merkteken staat moet koelvloeistof wordenbijgevuld tot het peil weer tussen "L" en "F" ligt. Controleer in dit geval eveneens op koelvloeistoflekkage encontroleer het peil regelmatig. Als het peil opnieuw daalt, neem dan contact op met uw Hyundai dealer.
!WAARSCHUWING:
De koelventilator reageert op de motortemperatuur en kan in werkingtreden, ook als de contactsleutel is verwijderd. Ga uiterst voorzichtig te werk als in de omgeving van dekoelventilator wordt gewerkt om te voorkomen dat u door de ventilator wordt geraakt. Naarmate demotortemperatuur afneemt, wordt de ventilator automatisch uitgeschakeld. Dit is normaal.
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
11
Page 187 of 217

6- 28 EENVOUDIG ONDERHOUD
!
G220A01TB-AXT WERKING VAN ELEKTRISCHE KOELVENTILATOR CONTROLEREN
WAARSCHUWING:
Het in werking treden van de koelventilator is afhankelijk van dekoelvloeistoftemperatuur, waar- door de ventilator ook bij uitgesc- hakelde ontsteking soms kanblijven draaien. Raak de ventilator niet aan tot hij volledig tot stilstand is gekomen. Zodra de koelvloeistoftemperatuur daalt wordt de ventilator automatischuitgeschakeld. Koelventilator controleren De koelventilator moet automatisch in werking treden zodra een bepaaldekoelvloeistoftemperatuur wordt bereikt. Koelventilator van condensor controleren Als de airconditioning is ingeschakeld, wordt de koelventilator automatischingeschakeld door de ECU.
Als elektrolyt in de ogen komt, de ogen ten minste 15 minuten met schoon water spoelen en directmedische hulp inroepen. Indien mogelijk blijven spoelen met een spons ofeen doek totdat medische hulp is gearriveerd. Als elektrolyt op de huid komt, de betreffende plek grondig spoelen. Als u pijn of een brandend gevoel hebt, direct medische hulp inroepen.Draag oogbescherming bijhet opladen van of hetwerken bij een accu.Zorg altijd voor voldoendeventilatie als in eengesloten ruimte wordt gewerkt. o Als een accu met een
kunststofbehuizing wordt opgetild, dan kan een te grotedruk leiden tot lekkage van accuzuur. Hierdoor kunnen verwondingen ontstaan. Til eenaccu met geschikt gereedschap of met de handen op schuin tegenover elkaar gelegen hoekenop.
o Laad een accu nooit op als de accukabels nog zijn aangesloten.
o De ontsteking werkt met hoge spanningen. Raak de betreffendecomponenten nooit aan bij een draaiende motor of als het contactslot in de stand "ON"staat.
TB holl-6.p65 7/9/2007, 11:57 AM
28
Page 189 of 217

6- 30 EENVOUDIG ONDERHOUD
G290A02FC-GXT KOPLAMPEN AFSTELLEN Bij het afstellen van de koplampen
moet de volgende procedure worden aangehouden.
1. Controleer of de spanning van alle
banden correct is.
2. Plaats de auto op een vlakke vloer
en druk de voorbumper en de achterbumper enkele malen naar beneden. Plaats de auto op een afstand van 3 meter van de muur.
3. Zorg ervoor dat de auto niet is beladen (het peil van dekoelvloeistof en de motorolie moetcorrect zijn en de brandstoftank gevuld; reservewiel, krik en gereedschap moeten zich op hunplaats bevinden).
4. Reinig de koplampglazen en schakel het dimlicht in.
Brandstoffilter ontluchten Als u doorgereden bent totdat de tank
leeg was, of als het brandstoffilter vervangen is, zorg er dan voor dat ervanuit de brandstoftank brandstof in het filter gepompt wordt, omdat de motor anders moeilijk start.
1) Verwijder de ontluchtingsdop van
het brandstoffilter.
2) Pomp op en neer tot er brandstof
uit de opening komt.
N.B.:
o Vang de brandstof bij het ontluchten op met een doekje.
o Verwijder eventuele brandstofresten rondom hetbrandstoffilter en de inspuitpomp vóór het starten van de motor, om brand te voorkomen.
o Controleer ten slotte of er
nergens brandstof lekt.
!WAARSCHUWING:
Verwijder zorgvuldig alle water dat
uit het filter is afgetapt, omdat de brandstof in het water totontbranding zou kunnen komen.
G300A02TB-GXT AFTAPPEN VAN WATER IN HET BRANDSTOFFILTER(DIESELMOTOR) Als de waarschuwingslamp voor het brandstoffilter tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat zich waterin het brandstoffilter heeft verzameld. N.B.: Het wordt aanbevolen water verzameld in het brandstoffilter te laten verwijderen door een Hyundai-dealer.
HTB287
TB holl-6.p65
7/9/2007, 11:57 AM
30
Page 212 of 217

9- 4 TECHNISCHE GEGEVENS
Specificaties
API SJ, SL SAE 5W-20, 5W-30
of HOGER, SAE 10W-30 (BOVEN -18°C)
ILSAC GF-3 SAE 15W-40 (BOVEN -13°C)
of HOGER SAE 20W-50 (BOVEN -7°C)
API klasse: SAE 30 (0°C ~ 40°C)
CH-4 OF HOGER SAE 20W-40 (BOVEN -10°C)
ACEA klasse: SAE 15W-40 (BOVEN -15°C)
B4 OF HOGER SAE 10W-30 (-20°C ~ 40°C)
SAE 5W-30 (-25°C ~ 40°C) SAE 0W-30 (BENEDEN 10°C)* 1
, * 2
*1. Afhankelijk van de rijomstandigheden en het gebied *2. Niet aanbevolen voor het rijden met continu hoge snelheden Normale rijomstandigheden Zware rijomstandigheden HYUNDAI GENUINE PARTS MTF 75W/85 (API GL-4) HYUNDAI GENUINE ATF SP-III, DIAMOND ATF SP-III, SK ATF SP-III of andere door Hyundai goedgekeurde merken PSF-3 DOT 3, DOT 4 of een gelijkwaardig product Op ethyleen-glycol basis voor aluminium
J080A04TB-GXT SMEERMIDDELENOmschrijving
Motorolie Benzine
Diesel
Motorolieverbruik
Transmissie Stuurbekrachtiging Remvloeistof Koelvloeistof Inhoud (liter)
1,1L : 3,0 (met oliefilter) (2,6 Imp.qts.) 1,4L/1,6L : 3,3 (met oliefilter) (2,9 Imp.qts.) 5,3 (met oliefilter) (4,2 Imp.qts.) MAX. 1L / 1.500 km MAX. 1L / 1.000 km Benzinemotor : 2,15 (1,86 Imp. qts.) Dieselmotor : 2,0 (1,75 Imp. qts.) 6,1 (5,3 Imp.qts.) Als benodigd Als benodigd
Benzinemotor : 5,5 (4,8 Imp.qts.) Dieselmotor : 5,7 (5,0 Imp.qts.)
Handgeschakeld Automatisch
TB holl-9.p65 7/9/2007, 11:57 AM
4
Page 215 of 217

INHOUD 10- 3
I INRIJDEN VAN UW NIEUWE HYUNDAI ................... 1-4
INSTRUMENTENPANEEL EN CONTROLELAMPEN .............................................. 1-44
INTERIEURLUCHTFILTER ...............................1-92, 6-21
INTERIEURVERLICHTING ..... ....................................1-69
KKATALYSATOR .......................................................... 7-3
KILOMETERTELLER /DAGTELLER ..........................1-56
KINDERSLOTEN ALLEEN ACHTER
PORTIEREN ............................................................ 1-8
KOELVLOEISTOF CONTROLEREN EN VERVERSEN ................................................... 6-10
KOPLAMPEN AFSTELLEN .......................................6-30
LLUCHTFILTER VERVANGEN ....................................6-12
LUCHTTOEVOERBEDIENING ...................................1-86
LUCHTVERDELING .................................................... 1-86
MMIDDENCONSOLE ..................................................... 1-66
MOTORKAPONTGRENDELING .................................1-74
MOTORRUIMTE .......................................................... 6-2
MULTISCHAKELAAR ................................................. 1-59
EECONOMISCH RIJDEN
............................................. 2-17
ELEKTRISCH AAN SLUITPUNT ................................. 1-65
ELEKTRONISCHE STABILITEITSREGELING
(ESP) ...................................................................... 2-15
GGEBRUIK VAN DE KOFFERRUIMTE ....................... 1-78
GLOEILAMP VAN KOPLAMP ................................... 6-32
GRIP OP HET WEGDEK .......................................... 8-5 H
HAAK AAN RUGLEUNING ........................................ 1-77
HANDELINGEN BIJ EEN LEKKE BAND ................... 3-7
HANDGESCHAKELDE VERSNELLINGSBAK ............. 2-7
HANDREM .................................................................. 1-73
HET GEBRUIK VAN DE VERLICHTING ...................2-21
HET REMSYSTEEM CONTROLEREN ......................6-18
HET RIJDEN MET HOGE SNELHEDEN ..................2-20
HET STARTEN VAN DE MOTOR ............................. 2-5
HOEDENPLANK ......................................................... 1-78
HOOGTEVERSTELLING VAN DE VOORSTE VEILIGHEIDSGORDELS ........................................ 1-22
TB holl-10.p65 7/9/2007, 11:44 AM
3
Page:
< prev 1-8 9-16 17-24