
EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 9
!
De motorolie en het motoroliefilter moeten worden ververst resp. vervangen overeenkomstig hetonderhoudsschema in hoofdstuk 5. Bij zware bedrijfsomstandigheden moeten zowel de motorolie als hetmotoroliefilter vaker worden ververst resp. vervangen. De procedure voor het verversen van de motorolie en het vervangen vanhet oliefilter is als volgt:
1. Plaats de wagen op een vlakke vloer en trek de handrem aan. Startde motor en laat hem warm draaientotdat de naald op de temperatuurmeter boven de eerste merkstreep staat. G040A01B
!
Zet de motor af en zet de
keuzehandel bij automatische transmissie in stand "P" of deversnellingshandel in de achteruit bij een handgeschakelde versnellingsbak.
2. Open de motorkap en verwijder de
olievuldop.
3. Draai de aftapplug linksom los; gebruik een passende sleutel.Plaats een opvangbak onder hetcarter en verwijder de aftapplug.
LET OP:
Vul de voorgeschreven olie m.b.v.een trechter voorzichtig bij. Vul niet teveel olie bij om schade aan de motor te voorkomen.
9. Start de motor. Controleer de omgeving van de aftapplug en het oliefilter op lekkage.
10. Zet de motor af en controleer het oliepeil opnieuw.
6. Breng het nieuwe oliefilter
overeenkomstig de instructie op de verpakking van het filter aan. Zethet filter niet te vast.
Aantrekkoppel : 1,2 ~ 1,6 kgm Let erop dat het pasvlak op de
motor schoon is en dat de oude afdichtring volledig is verwijderd.Smeer de nieuwe afdichtring voor het aanbrengen dun in met olie.
7. Verwijder de oliepeilstaaf.
8. Vul de motor met de aanbevolen motorolie. Raadpleeg despecificatie in hoofdstuk 9 voor de voorgeschreven hoeveelheid.
(2,7L)
Oliefilter
Oilevuldop
WAARSCHUWING:
Let erop: de olie is warm!
4. Breng, nadat de olie is weggestroomd, de aftapplug met een nieuwe afdichtring aan en zet hem rechtsom vast.
Aantrekkoppel olie-aftapplug : 3,5 ~ 4,5 kgm
5. Verwijder het luchtfilter door hem met een geschikte oliefiltersleutel linksom te draaien.
Bij het verwijderen van het filter
lekt een kleine hoeveelheid olie weg. Breng derhalve een opvangbakonder het filter aan.

6- 10 EENVOUDIG ONDERHOUD
!
De motorolie en het motoroliefilter
moeten worden ververst resp. vervangen overeenkomstig hetonderhoudsschema in hoofdstuk 5. Bij zware bedrijfsomstandigheden moeten zowel de motorolie als hetmotoroliefilter vaker worden ververst resp. vervangen.
De procedure voor het verversen van
de motorolie en het vervangen van het oliefilter is als volgt: WAARSCHUWING:
Let erop: de olie is warm!
4. Breng, nadat de olie is weggestroomd, de aftapplug meteen nieuwe afdichtring aan en zethem rechtsom vast.
Aantrekkoppel olie-aftapplug: 3,5 ~ 4,5 kgm
!
N.B.: Ontdoe u altijd op een milieuvriendelijke wijze van afgewerkte olie. Het is aan te bevelende olie in een gesloten container te bewaren en naar een servicestation te brengen. Laat de olie niet in degrond weglopen een voeg het ook niet bij het huishoudelijk afval.
WAARSCHUWING:
Afgewerkte olie kan huidirritatie of- kanker veroorzaken wanneer het langdurig in contact komt met de huid. Hoewel dit onwaarschijnlijk is als u op de voorgeschreven wijze met olie omgaat, is het aan tebevelen uw handen zo snel mogelijk met zeep en warm water te wassen als u met afgewerkte oliein aanraking bent geweest.G040B02O-GXT MOTOROLIE VERVERSEN EN
OLIEFILTER VERVANGEN
(Dieselmotor)
Oliefilter Aftapplug motorolie HJM5015-11. Plaats de wagen op een vlakke
vloer en trek de handrem aan. Start de motor en laat hem warm draaientotdat de naald op de temperatuurmeter boven de eerste merkstreep staat. Zet de motor afen zet de keuzehandel bij automatische transmissie in stand "P" of de versnellingshandel in deachteruit bij een handgeschakelde versnellingsbak.
2. Open de motorkap en verwijder de olievuldop.
3. Draai de aftapplug linksom los; gebruik een passende sleutel.Plaats een opvangbak onder het carter en verwijder de aftapplug.

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 19
G110A01E-AXT VLOEISTOFPEIL AUTOMATISCHETRANSMISSIE CONTROLEREN De vloeistof in de automatische transmissie moet worden ververst overeenkomstig het onderhoud-sschema in hoofdstuk 5. N.B.: Normaal is de automatische transmissie olie rood van kleur . Naar verloop van tijd verandert dekleur rood naar grijs/rood. Dit is normaal, de kleur is geen indicatie voor het verversen van de olie. G110B05A-AAT Aanbevolen vloeistof De automatische transmissie van uw
Hyundai is speciaal ontwikkeld om in combinatie met originele Hyundai ATF SP III, DIAMOND ATF SP-III, SKATF SP-III of andere door Hyundai goedgekeurde merken transmissievloeistof te wordengebruikt. Schade die ontstaat door het gebruik van niet gespecificeerde vloeistoffen valt niet onder debeperkte garantie op uw nieuwe auto.
G110C01O-GXT Inhoud automatische trans-missie De vloeistofinhoud voor de automatische
transmissie bedraagt 8,5 liter.
LET OP:
Het vloeistofpeil moet worden
gecontroleerd als de motor op de normale bedrijfstemperatuur is.
! G110D01O-GXT Vloeistofpeil automatische transmissie controleren Plaats de wagen op een vlakke ondergrond en trek de handrem aan.Bij het controleren van het vloeistofpeil moet de transmissievloeistof opnormale bedrijfstemperatuur zijn enmoet de motor stationair draaien.
HSM3022
2. Houd uw vinger in de opening. De
olie moet tot aan de onderkant vande vulopening reiken. Is dit niet hetgeval, controleer dan of de versnellingsbak lekt voordat u olie bijvult. Vul langzaam devoorgeschreven olie bij tot het juiste peil is bereikt. Vul niet te veel olie bij.
3. Breng de plug met de ring aan en
draai hem met de hand aan. Zetdaarna de plug met een sleutel goed vast. De verversingstermijn van de
transmissieolie is aangegeven in het onderhoudschema in hoofdstuk 5. Dat betekent dat de motor, deradiateur, het uitlaatsysteem enz.warm zijn waardoor er kans op brandwonden bestaat.

6- 24 EENVOUDIG ONDERHOUD
Bij regelmatig gebruik van de
airconditioning moet de spanning van de aandrijfriem van de compressortenminste één maal per maand worden gecontroleerd.
Controleer de spanning door de riem
in het midden tussen de krukas en de compressorpoelie met een vinger naar beneden te drukken. De speling mag niet meer dan 8 mm bedragen. Als uover het juiste gereedschap beschikt mag de speling onder een druk van 98N niet meer bedragen dan 8 mm. Isde riem niet strak genoeg gespannen, laat hem dan door uw Hyundai dealer afstellen.
B145A03O-GAT VERVANGEN VAN HET INTERIEURFILTER(voor verdamper- enaanjagereenheid)(indien van toepassing) Het interieurfilter bevindt zich vóór de
verdampereenheid achter het dashboardkastje.
Het vermindert de hoeveelheid
luchtverontreiniging die het interieur binnenkomt.
1. Open het dashboardkastje en verwijder de vangband door deopening. HSM412
2. Breng het dashboardkastje volledig
naar beneden door de beide zijwanden naar binnen te drukken.
3. Vouw de beschermfolie van de afdekplaat van het interieurfilteropzij. HSM345
HSM442
G190B01B
Poelie wisselstroom- dynamo
Compressor poelie
Krukaspoelie
Waterpom- ppoelie
Dieselmotor
Crankshaft pulley

6- 28 EENVOUDIG ONDERHOUD
HPG200B1-AX Zekeringen vervangen De zekeringhouder voor de verlichting en de overige elektrische accessoires is onder het dashboard aan de bestuurderszijde aangebracht. In dezekeringhouder zijn het amperage en de beveiligde circuits aangegeven. Als de verlichting of andere elektrischeaccessoires uitvallen, moet de zekering worden gecontroleerd. De zekering is doorgebrand wanneer demetalen strip in de zekering is gesmolten. Ga in dit geval als volgt te werk: HSM4002
G200A01O
ZG200A1-AX ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGENEen zekering vervangen
Goed
Doorge- brand
Een zekering smelt zodra het circuit vanaf de accu overbelast raakt, waardoor schade aan de bedradingwordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting in het systeem). In dit geval moet destoring door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeem worden gerepareerd en de zekeringworden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast de accu.
! LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een zekering altijd een nieuwe zekeringmet hetzelfde amperage. Gebruik nooit een stuk draad of een zekering met een hoger amperage. Dit kanernstige schade en brand tot gevolg hebben.

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 29
1. Zet de ontsteking en alle andere
verbruikers uit.
2. Open de zekeringhouder en inspecteer alle zekeringen. Verwijder de zekeringen door zenaar u toe te trekken (een kleine "zekeringtrekker" waarmee dit gemakkelijker kan wordenuitgevoerd, bevindt zich in de relais- en zekeringhouder in de motorruimte).
3. Na het vinden van de doorgebrande zekering moeten ook de overigezekeringen worden gecontroleerd. 4. Druk de nieuwe zekering met
hetzelfde amperage op zijn plaats.De zekering moet goed wordenaangebracht. Als u niet in het bezit bent van een extra zekering, gebruik dan een zekering van hetzelfde ofeen lager amperage van een verbruiker die u tijdelijk buiten werking kunt stellen. Bijvoorbeeldde radio of de sigarettenaansteker. Vergeet niet deze zekering te vervangen.
G200A02O G200B02L
Goed
Doorgebrand
!
LET OP:
Een doorgebrande zekering is een indicatie van een storing in een elektrisch circuit. Als de zekering na het vervangen direct weerdoorbrandt, moet de storing door een Hyundai dealer worden opgespoord en verholpen. Eenzekering mag nooit door een zekering met een hoger amperage worden vervangen. De montage vaneen zwaardere zekering kan beschadigingen of brand tot gevolg hebben.

6- 30 EENVOUDIG ONDERHOUD
!
YG210B2-AX Accu controleren Houd de accu schoon. Verwijder eventuele corrosie bij de accupolen of-klemmen direct met water waaraan soda is toegevoegd. Smeer deaccupolen na het drogen in met wat zuurvrij vet. SG220A1-FX WERKING VAN ELEKTRISCHE KOELVENTILATORCONTROLEREN
WAARSCHUWING:
Het in werking treden van de koelventilator is afhankelijk van dekoelvloeistoftemperatuur, waardoor de ventilator ook bij uitgeschakelde ontsteking soms kan blijvendraaien. Raak de ventilator niet aan tot hij volledig tot stilstand is gekomen. Zodra de koelvloeistoftemperatuur daalt wordt de ventilator automatischuitgeschakeld.
!
ZG210A1-AX ACCU CONTROLEREN
WAARSCHUWING:
Accu's kunnen gevaarlijk zijn! Letbij het omgaan met accu's op onderstaande voorzorgsmaatre-gelen teneinde verwondingen te voorkomen. o Als accuzuur op de huid terecht
komt moet de desbetreffende plaats gedurende tenminste 15 minutenmet water worden afgespoeld. Raadpleeg een arts.
o Als accuzuur in uw ogen mocht komen, moet er direct een arts worden geraadpleegd.
o Als accuzuur wordt ingeslikt moet direct een grote hoeveelheid waterof melk worden gedronken. Neemvervolgens magnesia, een rauw ei of plantaardige olie. Bezoek direct een arts.
Bij het laden van een accu (met een
acculader of in de wagen met een dynamo) produceert de accu een explosief gas. Let op de volgendevoorzorgsmaatregelen:
o Laad de accu alleen in een goed geventileerde ruimte.
o Let erop dat in de desbetreffende ruimte geen open vuur of vonken aanwezig zijn en ook dat er nietwordt gerookt.
o Houd kinderen uit de buurt van een
accu.
De vloeistof in de accu bevat eensterk zwavelzuur dat giftig en in hoge mate corrosief is. Let erop dat accuzuur niet met de huid of met deogen in aanraking komen, handel dan als volgt: D010B01O