
5- 2 ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
ZF020A1-HX ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN Om van de bedrijfszekerheid van uw Hyundai verzekerd te zijn moeten regelmatig verschillende onderhoudswerkzaamheden wordenuitgevoerd. Hoewel deze werkzaamheden door de constructie en de techniek tot een minimum zijnverminderd, blijven echter enkele werkzaamheden uiterst belangrijk. Laat het onderhoud uitvoeren inovereenstemming met de garantiebepalingen die gelden voor uw nieuwe Hyundai. Raadpleeg hetserviceboekje voor meer informatie omtrent de garantie. ZF020B1-AX ONDERHOUD Het nodige onderhoud voor uw Hyundai kan in drie groepen worden gesplitst:
o Periodiek onderhoud
o Dagelijks uit te voeren controles
o Eenvoudige onderhoudswerkzaam- heden die u zelf kunt uitvoeren. ZF020C1-BX Periodiek onderhoud Dit is het onderhoud zoals
inspectiebeurten, afstellingen en het vervangen van onderdelen zoals beschreven in de onderhoudstabellenvanaf bladzijde 5-4. Deze werkzaamheden moeten worden
uitgevoerd op de voorgeschreven termijnen teneinde de garantie te behouden. Wij adviseren met nadrukde onderhoudswerkzaamheden door de getrainde vakmensen van uw Hyundai dealer te laten uitvoeren.
Hierbij worden originele Hyundai
onderdelen gebruikt. Andere merken of equivalente producten kunnen worden gebruikt zonder invloed tehebben op de garantie, maar overtuig u er in een dergelijk geval van dat deze producten gelijkwaardig zijn aande kwaliteit van de originele Hyundai onderdelen. Raadpleeg het serviceboekje voor meer informatie. SF020D1-FX Algemene controles Deze controles moeten worden uitgevoerd voordat met uw Hyundai wordt gereden of bij het tanken. Een lijst met deze controles vindt u op pagina 6-5.
ZF020E1-AXEenvoudige onderhoudswerk- zaamheden Voor deze werkzaamheden is slechts
weinig gereedschap vereist en het kost weinig tijd. Raadpleeg voor meer informatie omtrent dit onderhoudhoofdstuk 6.
ZF020F1-AX Enkele tips Bewaar kopieën van de werkorders
voor de onderhoudswerkzaamheden in het dashboardkastje. Aan de handhiervan bent u in staat te bewijzen dat het voorgeschreven onderhoud op tijd is verricht. Dit is vooral van belangin geval van garantie.

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 23
SG140B1-FX Aandrijfriem van compressor controleren
SG140A1-FX ONDERHOUD AIRCONDITIONINGCondensor schoonhouden De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dode insecten, bladeren enz. Dit kan dekoelcapaciteit nadelig beïnvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bij het verwijderen van vuil voorzichtig tewerk om schade aan de ventilator te voorkomen.
SG140C1-FX Controle van de werking van de
Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moet de installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden. LET OP:
Als het airconditioning systeem
gedurende langere tijd werkt meteen te laag koelmiddelniveau, zal beschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
SG140D1-FX Smering Voor de smering van de compressor
en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke week tenminste 10 minuten draaien. Dit isvooral van belang bij koude weersomstandigheden als het airconditioningsysteem niet wordtgebruikt.
G190A02B
COMP.Krukaspoelie
Stuurbekrachtiging
Autom. spanner
Dynamo G140D01O
Stuurbekrachtiging
Dynamo
KrukaspoelieKoeivloeistof
COMP.
Benzinemotor (2,0L/2,4L)
Benzinemotor(2,7L)

6- 24 EENVOUDIG ONDERHOUD
Bij regelmatig gebruik van de
airconditioning moet de spanning van de aandrijfriem van de compressortenminste één maal per maand worden gecontroleerd.
Controleer de spanning door de riem
in het midden tussen de krukas en de compressorpoelie met een vinger naar beneden te drukken. De speling mag niet meer dan 8 mm bedragen. Als uover het juiste gereedschap beschikt mag de speling onder een druk van 98N niet meer bedragen dan 8 mm. Isde riem niet strak genoeg gespannen, laat hem dan door uw Hyundai dealer afstellen.
B145A03O-GAT VERVANGEN VAN HET INTERIEURFILTER(voor verdamper- enaanjagereenheid)(indien van toepassing) Het interieurfilter bevindt zich vóór de
verdampereenheid achter het dashboardkastje.
Het vermindert de hoeveelheid
luchtverontreiniging die het interieur binnenkomt.
1. Open het dashboardkastje en verwijder de vangband door deopening. HSM412
2. Breng het dashboardkastje volledig
naar beneden door de beide zijwanden naar binnen te drukken.
3. Vouw de beschermfolie van de afdekplaat van het interieurfilteropzij. HSM345
HSM442
G190B01B
Poelie wisselstroom- dynamo
Compressor poelie
Krukaspoelie
Waterpom- ppoelie
Dieselmotor
Crankshaft pulley

6- 28 EENVOUDIG ONDERHOUD
HPG200B1-AX Zekeringen vervangen De zekeringhouder voor de verlichting en de overige elektrische accessoires is onder het dashboard aan de bestuurderszijde aangebracht. In dezekeringhouder zijn het amperage en de beveiligde circuits aangegeven. Als de verlichting of andere elektrischeaccessoires uitvallen, moet de zekering worden gecontroleerd. De zekering is doorgebrand wanneer demetalen strip in de zekering is gesmolten. Ga in dit geval als volgt te werk: HSM4002
G200A01O
ZG200A1-AX ZEKERINGEN CONTROLEREN EN VERVANGENEen zekering vervangen
Goed
Doorge- brand
Een zekering smelt zodra het circuit vanaf de accu overbelast raakt, waardoor schade aan de bedradingwordt voorkomen (dit kan worden veroorzaakt door een kortsluiting in het systeem). In dit geval moet destoring door een Hyundai dealer worden opgespoord, het systeem worden gerepareerd en de zekeringworden vervangen. De zekeringen bevinden zich in een houder naast de accu.
! LET OP:
Gebruik bij het vervangen van een zekering altijd een nieuwe zekeringmet hetzelfde amperage. Gebruik nooit een stuk draad of een zekering met een hoger amperage. Dit kanernstige schade en brand tot gevolg hebben.

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 39
HTB278
3. Vervang de lamp door een nieuwe.
HSM343
HSM344
G270H01O-GXT Interieurverlichting
1. Verwijder de afdekking met een (-) schroevendraaier.
2. Vervang de lamp door een nieuwe.
G270I01O-GXT Verlichting dashboardkastje
1. Open het dashboardkastje.
2. Verwijder de afdekking met een (-) schroevendraaier. HSM366

EENVOUDIG ONDERHOUD 6- 41
Kofferruimteverlichting Derde remlicht Achterlichtunit Knipperlicht Rem-/achterlicht Achteruitrijlamp Kentekenplaatverlichting Mistachterlicht 1016 21
21/5 21
5
21
Onderdeelnaam
Verlichting dashboardkastje Koplamp (Dimlicht / Grootlicht) Knipperlicht, voor Leeslamp Interieurverlichting Mistlampen voor (Indien gemonteerd) Zijknipperlicht Waarschuwingslamp in voorportier (Indien gemonteerd)
G280A03O-GXT VERMOGEN
OnderdeelnaamG280A01O
Moftype
S8.5/8.5
P43t
BAU15s
BA9s BA9s
S8.5/8.5 PG13
W2.1 x 9.5DW2.1 x 4.6D
Nr.
12 3 4 5 6 7 8 Vermogen
5
55/60
21105
10 27 55 Vermogen
Nr.
Moftype
S8.5/8.5
W-2
BAU15s BA15d BA15s
W2.1 x 9.5D
BA15s
9
10 11 12 13
Med schuifdak Zonder schuifdak

8- 4 INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR
!
HA1409
ZI050A1-AX ONDERLING VERWISSELEN
VAN DE WIELEN De wielen moeten elke 10.000 km
onderling worden verwisseld. Als u constateert dat de banden tussentijds ongelijkmatig slijten, laat de wagen dan door uw Hyundai dealer controlerenzodat de oorzaak kan worden verholpen. Controleer na het verwisselen van de wielen debandenspanning en let erop dat de wielmoeren goed vast zitten. Reservewiel
I050A02O-GXTSNEEUWKETTINGEN Breng de sneeuwkettingen aan op de voorwielen. Als uw auto met vierwielaandrijving is uitgerust, breng dan op alle wielen sneeuwkettingenaan. Let erop dat de kettingen van de juiste afmetingen zijn en dat ze worden aangebracht overeenkomstigde instructies van de fabrikant. Vermijd extreme slijtage aan banden en sneeuwkettingen door de sneeuwkettingen niet op sneeuwvrijewegen te gebruiken.
WAARSCHUWING:
o Op wegen die bedekt zijn met sneeuw en ijs niet harder rijdendan 30 km/h (20 mph).
o Gebruik kettingen van klasse
SAE "S" of kettingen van staal/kunststof.
o Wanneer de ketting lawaai
veroorzaakt doordat deze tegende carrosserie komt, de ketting opnieuw spannen.
o Om schade aan de carrosserie te voorkomen de kettingen na 0,5 - 1 km opnieuw spannen.
I040A02A-GXT WINTERBANDEN Winterbanden moeten dezelfde maat en hetzelfde draagvermogen hebben als de originele banden. Winterbanden moeten op alle vier de wielen worden aangebracht, omdat ditanders slechte rijeigenschappen tot gevolg heeft. De bandenspanning voor sneeuwbanden moet 0,3 bar hogerzijn dan de maximum spanning zoals aangegeven op de bandentabel in het dashboardkastje maar niet hoger dande maximale druk zoals aangegeven op de bandwang. Rijd met winterbanden niet sneller dan 120 km/u.

10- 2 INHOUD
A AANBEVOLEN BANDENSPANNING .......................... 8-3
AANDRIJFREGELSYSTEEM (TCS) ..........................2-16
AANJAGERSCHAKELAAR .........................................1-93
ACCU CONTROLEREN .............................................. 6-30
ACHTERBANK ........................................................... 1-19
ACHTERKLEP ............................................................ 1-80
ACHTERRUITVERWARMING ..................................... 1-64
AFTAPPEN VAN WATER IN HET BRANDSTOFFILTER .............................................. 6-32
AIRBAGSYSTEEM ..................................................... 1-36
AIRCONDITIONING .................................................... 1-99
ALGEMENE CONTROLES ...... .................................... 6-5
ALS DE MOTOR NIET AANSLAAT ........................... 3-2
ALS DE MOTOR TE HEET WORDT ......................... 3-4
ANTENNE ................................................................. 1-113
ANTI BLOKKEERSYSTEEM (ABS) ..........................2-15
ANTI VERBLINDINGSSTAND VAN DE ACHTERUITKIJKSPIEGEL ....................................1-79
ARMLEUNING ............................................................ 1-87
ASBAK ....................................................................... 1-70
AUTOMATISCHE SNELHEIDSREGELING ................1-89
AUTOMATISCHE TRANSM ISSIE ..............................2-11
AUTOMATISCHE VERWARMINGS EN KOELINGS SYSTEEM ........................................ 1-101BBAGAGENET
............................................................. 1-82
BANDEN ...................................................................... 8-2
BANDEN VERVANGEN .............................................. 8-5
BEDIENING VERWARMING EN KOELING ..............1-92
BEHANDELING VAN DE CD's ................................1-110
BEKERHOUDER ........................................................ 1-71
BENZINEMETER ........................................................ 1-54
BIJ VERLIES VAN SLEUTELS .................................3-14
BOUGIES ................................................................... 6-14
BRANDSTOFVOORSCHRIFTEN ................................. 1-2
BRILLENVAK ............................................................. 1-76
BUITENSPIEGEL ....................................................... 1-77
BUITENSPIEGEL OMKLAPPEN ...............................1-79
BUITENSPIEGEL VERWARMING .............................1-79
CCENTRALE DEURVERGRENDELING .......................1-11
CLAXON ..................................................................... 1-87
CONSTANTE 4-WIELAANDRIJVING (4WD) ..............2-18
CORROSIE VOORKOMEN . ........................................ 4-2
DDAKRAIL .................................................................... 1-83
DASHBOARDKASTJE ................................................ 1-76
DIEFSTALBEVEILIGINGSINSTALLATI E ...................1-11