Page 108 of 171

22-09-2003
UW 307 CC IN DETAIL
104
Nadat het contact is afgezet met de ruitenwisserschakelaar in eenbepaalde stand, dient deze functieweer geactiveerd teworden:
Ð zet de schakelaar in een willekeu-
rige stand,
Ð zet de schakelaar vervolgens in de gewenste stand.
Speciale stand van de ruitenwissers voor
Als de ruitenwisserschakelaar binnen ŽŽn minuut nadat het contact is afgezetwordt bediend, bewegen de ruitenwis-sers naar het midden van de voorruit. Deze stand kan worden gebruikt voor 'swinters parkeren en het vervangen of hetreinigen van de ruitenwisserbladen (Ziehet hoofdstuk "Praktische informatie - ¤Ruitenwisserblad vervangen").Zet het contact aan en bedien de ruiten-wisserschakelaar om de ruitenwissersna de werkzaamheden weer in de rust-stand te zetten.
Ruitensproeiers enkoplampsproeiers
Trek de ruitenwisserschakelaar naar u toe.De ruitensproeiers treden in werking,waarna enige tijd de ruitenwissers wordeningeschakeld om de ruit schoon te wissen.
De koplampsproeiers treden gelijk,gedurende twee seconden, met de rui-tensproeiers in werking indien de dim-
/grootlichten branden .
RUITENWISSERSCHAKELAAR
Ruitenwissers v——r met intervalstand 2 Hoge snelheid (hevige neerslag).
1 Normale snelheid(matige regenval).
I Interval.
0 Uit.
EŽn keer wissen(omlaag duwen).
In de Intervalstand wordt de snelheid
van de wissers aangepast aan derijsnelheid. Ruitenwissers v——r met automatische stand
2 Hoge snelheid (hevige neerslag).
1 Normale snelheid(matige regenval).
AUTO Automatisch wissen.
0 Uit.
EŽn keer wissen(omlaag duwen).
In de stand AUTO wordt de snelheid
van de wissers aangepast aan dehoeveelheid neerslag.
Page 137 of 171
22-09-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE127
1 -
Reservoir stuurbekrachtiging.
2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers*.
3 - Reservoir koelvloeistof. 4 -
Reservoir remvloeistof.
5 - Accu.
6 - Zekeringenkast.
7 - Luchtfilter. 8 -
Motoroliepeilstok.
9 - Motoroliereservoir.
* Volgens land van bestemming.
1,6 LITER 16V BENZINEMOTOR
Page 138 of 171
22-09-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE
128
1 -
Reservoir stuurbekrachtiging.
2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers*.
3 - Koelvloeistofreservoir. 4
- Remvloeistofreservoir.
5 - Accu.
6 - Zekeringenkast.
7 - Luchtfilter. 8 -
Motoroliepeilstok.
9 - Motoroliereservoir.
* Volgens land van bestemming.
2 LITER 16 V BENZINEMOTOR
Page 139 of 171
22-09-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE129
1 -
Reservoir stuurbekrachtiging.
2 - Reservoir ruiten- en koplampsproeiers*.
3 - Koelvloeistofreservoir. 4 -
Remvloeistofreservoir.
5 - Accu.
6 - Zekeringenkast.
7 - Luchtfilter. 8 -
Motoroliepeilstok.
9 - Motorolie (bij)vullen.
* Volgens land van bestemming.
2 LITER 16 KLEPPEN BENZINEMOTOR (180 pk)
Page 140 of 171

22-09-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE
130
NIVEAUS CONTROLEREN Motorolieniveau
Regelmatig controleren en tus- sen twee verversingen eventueelolie bijvullen. (Maximum oliever-bruik: 0,5 liter per 1 000 km). De controle dient bij koude motor en horizontaal geplaatste wagente geschieden, met behulp vande olieniveaumeter in het instru-mentenpaneel of de oliepeilstok.
Oliepeilstok
2 merktekens op de peilstok:
A = maxi.
Het oliepeil mag nooitboven dit merkteken uit-komen. B = mini.
Voor het behoud van de bedrijfszekerheid van demotoren en de emissiere-gelsystemen mogen ingeen geval additievenaan de motorolie wordentoegevoegd.
Olie verversen
Volgens de aanwijzingen in de "PEUGEOT ONDERHOUDSCON-TROLES" .
Opmerking: Vermijd langdurig huid-
contact met afgewerkte olie. Keuze van de viscositeitgraad De olie dient in ieder geval aan de voorgeschreven kwaliteitsnormen tevoldoen. Niveau remvloeistof:
Ð Het niveau dient steeds tussen de
merktekens DANGER en MAXI van het reservoir te staan.
Ð Raadpleeg bij een sterke daling van het vloeistofniveau onmiddel-
lijk uw PEUGEOT-servicepunt.
Vervangen:
Ð De vloeistof dient volgens de voor- geschreven intervallen te worden ververst.
Ð Gebruik remvloeistof die door de constructeur wordt aanbevolen enaan de DOT4-normen voldoet.
Opmerking: Remvloeistof is een erg
bijtend middel. Vermijd elk contactmet de huid. Koelvloeistofniveau Gebruik uitsluitend door de con- structeur aanbevolen koelvloeistof. Als de motor warm is, wordt de tem- peratuur van de koelvloeistof gere-
geld door de koelventilator. Wachtvoor werkzaamheden aan het koel-systeem tenminste 1 uur nadat demotor gedraaid heeft, omdat de koel-ventilator nog kan (gaan) werken alsde sleutel uit het contactslot is ver-wijderd en het koelsysteem onderdruk staat. Draai de dop eerst 2 omwentelingenlos om de druk te laten dalen en tevoorkomen dat de hete koelvloeistof
uit het koelsysteem spuit. Trek, alsde druk eenmaal gedaald is, de doplos en vul het systeem bij. Opmerking:
De koelvloeistof
behoeft niet te worden ververst. Afgewerkte producten Gooi geen afgewerkte olie, remvloei- stof of koelvloeistof in het riool, in hetwater of op de grond. Vloeistofniveau stuurbekrachtiging Open het reservoir bij koude motor (omgevingstemperatuur),het vloeistofniveau dient bovenhet MINI en dichtbij het MAXImerkteken te staan.
Vloeistofniveau ruiten- en koplampsproeiers* Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid uitslui-
tend door PEUGEOT aanbevolenproducten.
* Volgens land van bestemming
Page 151 of 171

22-09-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE141
Zekering Amp
Functies
1 10 A Achteruitrijlichtschakelaar automatische transmissie, voeding relais startbeveiliging automatische transmissie, achteruitrijlichtschakelaar handgeschakelde versnellingsbak,
snelheidssensor.
2 15 A Elektroklep absorptievat, brandstofpomp.
3 10 A
Elektronische eenheid stuurbekrachtiging - elektronische eenheid ABS of elektronische eenheid ESP.
4 10 A Elektronische eenheid injectie, voeding relais koelventilator, voeding relais extra verwar-ming, elektronische eenheid automatische transmissie, sequenti‘le bediening automatischetransmissie, relais shift lock automatische transmissie.
5Ð Niet gebruikt.
6 15 A Mistlampen v——r.
7 20 A Pomp koplampsproeiers.
8 20 A Voeding relais koelventilator, voeding elektronische eenheid motor.
9 15 A Dimlicht links.
10 15 A Dimlicht rechts.
11 10 A Grootlicht rechts.
12 10 A Grootlicht links.
13 15 A Claxon.
14 10 A Pomp ruitensproeiers.
15 30 A Lambdasondes, elektroklep UGR, bobine, voeding verstuivers.
16 30 A Luchtpomp benzinemotor met automatische transmissie.
17 30 A Lage/hoge wissnelheid ruitenwissers.
18 40 A Aanjager airconditioning.