Page 198 of 291

197
Ga voor het vervangen van het oliefilter
als volgt te werk:
–V erwijder de beschermplaat.
– Bij de uitvoering 2.5 V6 24V moeten
ook de bevestigingsschroeven van beugel
( B-fig. 18 ) worden losgedraaid en de
slangen van de stuurbekrachtiging iets
worden verplaatst.
– Draai het filterelement ( A) met een
passende sleutel los en verwijder het.
–S meer de afdichtring van het nieuwe
filter in met motorolie.
– Schroef het nieuwe filter met de
hand op het cilinderblok vast.
– Monteer de beschermplaat. BELANGRIJK
Het oliefilter moet bij
elke verversing van de motorolie worden
vervangen.VERSNELLINGSBAK-/
DIFFERENTIEELOLIE
CONTROLEREN EN VERVERSEN
BELANGRIJK De beschrijving van de
procedure voor het controleren van het
oliepeil en het verversen van de versnel-
lingsbak-/differentieelolie dient slechts
ter informatie. Wij raden u aan deze
werkzaamheden door de Alfa Romeo-
dealer te laten uitvoeren.
Het oliepeil moet op een vlakke onder-
grond en bij een auto met stilstaande en
koude motor worden gecontroleerd.
P4U00219
fig. 17 - uitvoering T.SPARK
P4U00220
fig. 18 - uitvoering 2.5 V6 24V
P4U00221
fig. 19 - uitvoering JTD
Page 204 of 291

203
OLIEPEIL VAN DE
STUURBEKRACHTIGING
CONTROLEREN
Fig. 26:uitvoeringen T.SPARK
Fig. 27: uitvoeringen 2.5 V6 24V en
JTD
Controleer of de olie van de stuurbekrach-
tiging nog op het maximale niveau staat.
P4U00227
fig. 27 - uitvoeringen 2.5 V6 24V en JTD
P4U00226
fig. 26 - uitvoeringen T.SPARK De controle moet worden uitgevoerd als
de auto op een vlakke ondergrond staat
en bij een stilstaande koude motor.
Controleer of het niveau nabij het
MAX-merkteken op het reservoir staat
of bij het bovenste merkteken (maxi-
mum niveau) op de peilstok.
OLIE VAN DE STUUR-
BEKRACHTIGING BIJVULLEN
Als het olieniveau lager is dan voor-
geschreven, vul dan bij met het voor-
geschreven product uit de tabel “Spe-
cificaties van de smeermiddelen en
vloeistoffen” in het hoofdstuk “Tech-
nische gegevens”. Vul als volgt bij:
– Start de motor en wacht tot het
olieniveau in het reservoir stabiliseert.
– Draai bij draaiende motor het stuur-
wiel een aantal malen naar uiterst rechts
en uiterst links.
– Vul olie bij, totdat het niveau nabij
het MAX-merkteken staat en monteer de
dop. BELANGRIJK
Wendt u voor onder-
houdswerkzaamheden of eventuele repa-
raties tot een Alfa Romeo-dealer.
REM-/KOPPELINGSVLOEISTOF
CONTROLEREN EN BIJVULLEN
(
fig. 28)
Het olieverbruik van
de stuurbekrachtiging is
zeer laag; als na het bij-
vullen de olie binnen korte tijd
weer moet worden bijgevuld,
moet het systeem door een Alfa
Romeo-dealer op eventuele lek-
kage worden gecontroleerd.
V oorkom dat de olie
van de stuurbekrachti-
ging in contact komt
met warme delen van de motor:
de olie is licht ontvlambaar.
Page 223 of 291

222
Het skiluik kan als optional worden uit-
gerust met een hoes voor het vervoeren
van ski’s.
BELANGRIJK Leg de hoes uit in de
auto en steek dan pas de ski’s in de
hoes. Laat na het vervoeren van ski’s de
hoes drogen (als deze nat is), vouw hem
vervolgens op en plaats hem in het ski-
luik. VEILIGHEIDS-
GORDELS
HOOGTEVERSTELLING
VEILIGHEIDSGORDELS ACHTER
De bovenste bevestigingsbeugel van de
zijveiligheidsgordels achter kan in drie
verschillende standen worden gezet.De
hoogte van de gordel moet altijd zijn af-
gestemd op het postuur van de inzitten-
de. Dankzij deze voorzorgsmaatregel
werkt de gordel beter en is het risico op
verwondingen tijdens een botsing gerin-
ger.
De gordel is goed afgesteld als hij over
de schouder halverwege tussen nek en
uiteinde van de schouder ligt.
Druk om de hoogte te regelen op knop
( A-fig. 10) van de rolautomaat en
schuif gelijktijdig beugel (B-fig. 10) in
de gewenste stand.
P4U00339
fig. 9
P4U00338
fig. 8
P4U00262
fig. 10 Controleer na het af-
stellen altijd of de be-
vestiging in één van de
vaste posities is geblokkeerd.
Laat de knop (A-fig. 10) los en
duw de beugel naar beneden, zo-
dat de bevestigingsbeugel blok-
keert, als dit nog niet was ge-
beurd.
Page 225 of 291

VAN BUITENAF OPENEN MET
DE SLEUTEL
(fig. 16)
Draai het embleem (A ) in de door de
pijl aangegeven richting, steek de sleutel
(B) in het slot en draai de sleutel links-
om.
224
ACHTERRUITSPROEIER (fig. 14)
Als de ruitensproeier niet werkt, contro-
leer dan eerst het niveau in het ruiten-
sproeiertankje: zie de betreffende para-
graaf in het hoofdstuk “Onderhoud van
de auto”. Controleer vervolgens of de
sproeiermonden (A ) niet verstopt zijn.
Deze kunnen zonodig met een speld wor-
den doorgeprikt.BAGAGERUIMTE
De achterklep kan zowel van binnenuit
als van buitenaf worden geopend.
BELANGRIJK Als de achterklep niet
goed gesloten is, gaat het betreffende
waarschuwingslampje van het checkpanel
branden.
V AN BINNENUIT OPENEN
(fig. 15)
Trek aan hendel (A) naast de bestuur-
dersstoel. De achterklep gaat dankzij de gasveren
gemakkelijk open.
P4U00266
fig. 14
P4U00035
fig. 15
P4U00414
fig. 16
Bedien de hendel voor
het ontgrendelen van de
achterklep alleen als de
auto stilstaat.
De gasveren zijn zo
afgesteld dat de achter-
klep op de juiste wijze
wordt geopend als de klep het
oorspronkelijke gewicht heeft.
Achteraf aangebrachte voorwer-
pen (spoiler, enz.) kunnen de
juiste werking en de veiligheid in
gevaar brengen.
Page 242 of 291

241
Op de volgende pagina’s staan de belangrijkste technische gege-
vens van de auto.
Voor de “technici” en de “liefhebbers” zullen deze pagina’\
s waar-
schijnlijk de belangrijkste van het hele boekje zijn.
Het raadplegen van deze pagina’s is noodzakelijk voor de iden-
tificatie van belangrijke en nog niet genoemde eigenschappen
van uw auto.IDENTIFICATIEGEGEVENS.....................................................................pag. ..242
MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN
........................................243
AFMETINGEN
........................................................................\
...............................244
MOTOR
........................................................................\
..........................................246
BRANDSTOFSYSTEEM - ONTSTEKING
...........................................................247
BAGAGERUIMTE
........................................................................\
...........248-249
GEWICHTEN
........................................................................\
..................248-249
VULLINGSTABEL
........................................................................\
..........................250
MOTOROLIEVERBRUIK
........................................................................\
..............251
ELEKTRISCHE INSTALLATIE
........................................................................\
......251
BRANDSTOFVERBRUIK
........................................................................\
.............252
CO
2-EMISSIE VIA DE UITLAAT.........................................................................254
PRESTATIES
........................................................................\
...................................255
REMMEN
........................................................................\
.......................................256
STUURINRICHTING
........................................................................\
....................256
TRANSMISSIE
........................................................................\
...............................257
WIELUITLIJNING
........................................................................\
..........................257
SPECIFICATIES VAN DE SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN
................258
BANDEN (TUBELESS)
........................................................................\
................260
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 249 of 291

248
BAGAGERUIMTE -
SEDAN-UITVOERINGEN
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeed
Q-System
Inhoud (dm3)378 378 378 378 378 378 378 378
GEWICHTEN - SEDAN-UITVOERINGEN
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeed Q-System
Rijklaar gewicht 1265 kg 1265 kg 1285 kg 1285 kg 1355 kg 1385 kg 1305 kg 1385 kg
Max. toelaatbaar
totaalgewicht (*) 1750 kg 1750 kg 1770 kg 1770 kg 1820 kg 1850 kg 1770 kg 1850 kg
Nuttig laadvermogen
inclusief bestuurder (**) 520 kg 520 kg 520 kg 520 kg 500 kg 500 kg 500 kg 500 kg
Gewicht van de aanhanger 1300 kg 1300 kg 1300 kg 1300 kg 1400 kg 1400 kg 1300 kg 1400 kg
Max. gewicht
op de trekhaak60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg
(*)Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de veran\
twoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet
worden overschreden.
(**)Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trekhaak, e\
nz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.
Page 250 of 291

249
BAGAGERUIMTE - SPORTWAGON-UITVOERINGEN
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeedQ-System
Inhoud (dm3)360 360 360 360 360 360 360 360
Inhoud met
neergeklapte
r ugleuning (dm3) 1180 1180 1180 1180 1180 1180 1180 1180
GEWICHTEN - SPORTWAGON-UITVOERINGEN
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeed Q-System
Rijklaar gewicht 1315 kg 1315 kg 1335 kg 1335 kg 1405 kg 1435 kg 1355 kg 1435 kg
Max. toelaatbaar
totaalgewicht (*) 1795 kg 1795 kg 1815 kg 1815 kg 1865 kg 1895 kg 1815 kg 1895 kg
Nuttig laadvermogen
inclusief bestuurder (**) 515 kg 515 kg 515 kg 515 kg 495 kg 495 kg 495 kg 495 kg
Gewicht van de aanhanger 1300 kg 1300 kg 1300 kg 1300 kg 1400 kg 1400 kg 1300 kg 1400 kg
Max. gewicht
op de trekhaak60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg 60 kg
(*)Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de veran\
twoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet
worden overschreden.
(**)Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trekhaak, e\
nz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.
Page 257 of 291
256
REMMEN
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeed
Q-System
V oetrem
voor Schijfremmen Schijfremmen Geventileerde Geventileerde Geventileerde Geventileerde Schijfremmen Geventileerde schijfremmen schijfremmen schijfremmen schijfremmen schijfremmen
achter Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen Schijfremmen
Antiblokkeersysteem (ABS) met elektronische remdrukverdeling (EBD).
Rembekrachtiger. Waarschuwingslampje versleten remblokken. Milieuvriendelijke remvoeringen\
.
Handrem Bediend door handremhefboom en werkend op de achterremmen
STUURINRICHTING
1.6 T.SPARK 1.8 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.0 T.SPARK 2.5 V6 24V 2.5 V6 24V 1.9 JTD 2.4 JTDSelespeedQ-System
T ype Tandheugelstuurhuis.
Hydraulische bekrachtiging met oliereservoir in motorruimte.
Diameter draaicirkel
(tussen stoepranden) 11,1 m 11,1 m 11,1 m 11,1 11,6 m 11,6 11,1 m 11,6 m