
16-09-2002
UW BOXER IN DETAIL
138
In de stand
"OFF"werkt de airbag
aan passagierszijde bij een eventue- le aanrijding niet. Zet de schakelaar weer op "ON"
zodra het kinderzitje van de voor-
stoel wordt verwijderd z odat de airbag
weer is ingeschakeld. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door hetverklikkerlampje in het instrumenten-paneel. Als de airbag aan passagierszijde ingeschakeld is (stand "ON"), gaat
het verklikkerlampje bij het aanzet-ten van het contact gedurende 6seconden branden.
Als de airbag aan passa-gierszijde uitgeschakeld is(stand "OFF"), blijft het
verklikkerlampje branden.
Raadpleeg in alle gevallen dat het
lampje knippert uw PEUGEOT-servi-cepunt. DE ZIJ-AIRBAGS* De zij-airbags zijn aan de zijde van de portieren in de rugleuningen vande voorstoelen aangebracht. Ze worden aan de zijde waar de aan- rijding plaatsvindt opgeblazen. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door eenverklikkerlampje op het instrumen-tenpaneel.
Als dit verklikkerlampje gaatbranden, raadpleeg dan een
PEUGEOT-servicepunt omhet systeem te laten contro-leren.
* Volgens land van bestemming.

UW BOXER IN DETAIL139
Houd u aan de volgende veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
¥
Draag altijd een correct afgestelde veiligheidsgordel.
¥ Maak er een gewoonte van om normaal rechtop in de voorstoelen te zitten.
¥ Zorg dat er zich niets bevindt tussen de airbag en de inzittenden (kinderen, huisdieren, objecten...). Dit kan de goede werking van de airbag belemmeren en/of de inzittende bij het opblazen van de airbag verwonden.
¥ Het is beslist niet toegestaan om werkzaamheden uit te voeren aan airbagsystemen, alleen een PEUGEOT-service- punt heeft hiervoor gekwalificeerd personeel.
¥ Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto de airbagsystemen controleren.
¥ De systemen zijn ontworpen om 10 jaar volledig operationeel te zijn. Laat ze voor uw veiligheid binnen 10 jaar na
aankoop van de auto door een PEUGEOT-servicepunt controleren.
Airbags voor ¥ Houd het stuurwiel niet aan de spaken vast en laat uw handen niet op het stuurwielkussen rusten.
¥ Laat aan passagierszijde uw voeten niet op het dashboard rusten.
¥T racht roken in de auto zoveel mogelijk te vermijden. Als de airbag wordt opgeblazen, kunnen brandende sigaretten
of een pijp brandwonden of ander letsel veroorzaken.
¥V erwijder het stuurwiel nooit, maak geen gaten in de stuurwielbekleding en sla er niet op.
Zij-airbags*¥ Bedek de voorstoelen alleen met goedgekeurde stoelhoezen. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt.
¥ Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de voorstoelen, dit zou bij het afgaan van de airbags kunnen leiden tot ver- wondingen aan armen of middel.
¥ Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel zitten.
* Volgens land van bestemming.
16-09-2002

16-09-2002
PRAKTISCHE INFORMATIE143
NIVEAUS CONTROLEREN Motorolieniveau ☞ Regelmatig controleren en tussen twee verversingen eventueel oliebijvullen. (Maximum olieverbruik:0,5 liter per 1000 km.) De controle dient bij koude motor en horizontaal geplaatste wagente geschieden, met behulp van deoliepeilstok.
Oliepeilstok 2 merktekens op de peil-stok: A= maxi.
Het oliepeil mag nooit boven dit merkteken uit-komen. B = mini.
V oor het behoud van de
bedrijfszekerheid van de motoren en de emissiere-gelsystemen mogen ingeen geval additievenaan de motorolie wordentoegevoegd.
Olie verversen V olgens de aanwijzingen in de
"PEUGEOT ONDERHOUDSCON- TROLES" .
N.B.: Vermijd langdurig huidcontact
met afgewerkte olie.
Keuze van de viscositeitgraad De olie dient in ieder geval aan de voorgeschreven kwaliteitsnormen tevoldoen. Niveau remvloeistof: - Het niveau dient steeds tussen de merktekens MINI en MAXI van hetreservoir te staan.
- Raadpleeg bij een sterke dalingvan het vloeistofniveau onmiddel-
lijk uw PEUGEOT-servicepunt.
V ervangen:
- De vloeistof dient volgens de voor-geschreven intervallen te wordenververst.
- Gebruik remvloeistof die door deconstructeur is goedgekeurd enaan de DOT4-normen voldoet.
N.B.: Remvloeistof is een erg bijtend
middel. Vermijd elk contact met dehuid. Koelvloeistofniveau Gebruik uitsluitend door PEUGEOT goedgekeurde koelvloeistof. Als de motor warm is, wordt de tem- peratuur van de koelvloeistof gere-
geld door de koelventilator. Wachtvoor werkzaamheden aan het koel-systeem tenminste 1 uur nadat demotor gedraaid heeft, omdat de koel-ventilator nog kan (gaan) werken alsde sleutel uit het contactslot is verwi-jderd en het koelsysteem onder drukstaat. Draai de dop eerst 2 omwentelingenlos om de druk te laten dalen en tevoorkomen dat de hete koelvloeistof
uit het koelsysteem spuit. Trek, alsde druk eenmaal gedaald is, de doplos en vul het systeem bij. Opmerking:
De koelvloeistof
behoeft niet te worden ververst. Afgewerkte producten Gooi geen afgewerkte olie, rem- vloeistof of koelvloeistof in het riool,in het water of op de grond. Vloeistofniveau stuurbekrachtiging ☞ Open het reservoir bij koude motor (omgevingstemperatuur),het vloeistofniveau dient bovenhet MINI en dichtbij het MAXImerkteken te staan.
Vloeistofniveau reservoir ruiten- en koplampsproeiers Gebruik voor een optimale reiniging en voor uw eigen veiligheid uitslui-
tend door PEUGEOT goedgekeurdeproducten (7,5 liter met koplamp-sproeiers).

16-09-2002
Gebruik uitsluitend door Automobiles PEUGEOTgoedgekeurde produc-ten. Om de werking van
belangrijke organen als de stuur- bekrachtiging en het remsysteemte optimaliseren, selecteert enbiedt PEUGEOT specifieke pro-ducten aan.
CONTROLES Accu Laat uw accu voor de winter door
een PEUGEOT-servicepunt contro-leren. Luchtfilter en pollenfilter Laat de filters periodiek vervangen. Als de omgeving daartoe aanlei-ding geeft, moeten de filters tweekeer zo vaak worden vervangen. Remblokken De slijtage van de remblokken is sterk afhankelijk van de rijstijl, vooralbij stadsverkeer en veel korte ritten.Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen
twee onderhoudscontroles door, telaten controleren. Handrem Als de handrem een te grote slag heeft of als het systeem minder goedwerkt, moet de handrem, zelfs tus-sen twee onderhoudscontroles wor-den afgesteld. Laat het systeem
controleren door een PEUGEOT-servicepunt. Handgeschakeldeversnellingsbak Niet verversen. Controleer het niveau volgens het onderhoudssche-
ma van de constructeur. Automatische transmissie Niet verversen. Laat het niveau door
een PEUGEOT-servicepunt volgenshet onderhoudsschema van deconstructeur controleren. Oliefilter V
ervang het oliefilterelement regel-
matig, volgens het onderhoudssche- ma. Brandstofafsluiter Bij een zware aanrijding wordt de brandstoftoevoer door de brandstof-afsluiter onderbroken. Druk op de knop van de brandstofaf- sluiter bij de linker veerpoot onder demotorkap om de brandstoftoevoer teherstellen.
PRAKTISCHE INFORMATIE
144

16-09-2002
Wiel demonteren
☞ Blokkeer het wiel kruislings tegen- over het te verwisselen wiel meteen wielblok.
☞ Verwijder de wieldop door de
wielsleutel 4in de opening voor
het ventiel te steken en de wiel-dop los te trekken.
☞ Draai de wielbouten iets los metde wielsleutel 4.
☞ Plaats de kop van de krik 1in
ŽŽn van de vier steunpunten E
aan de onderzijde bij het te ver-wisselen wiel.
☞ Vouw de krik 1uit met de ratel-
sleutel 2tot het voetstuk op de
grond staat. Zorg ervoor dat hetvoetstuk zich loodrecht onder hetsteunpunt Ebevindt. ☞
Krik de auto op.
☞ Verwijder de wielbouten en het
wiel.
T erugplaatsen van het wiel
☞ Plaats het wiel.
☞ Draai de wielbouten met de handvast.
☞ Draai de wielbouten met dewielsleutel 4enigszins vast.
☞ Laat de krik 1zakken en verwij-
der deze vervolgens.
☞ Draai de wielbouten met dewielsleutel 4vast.
☞ Plaats de wieldop, begin bij deopening voor het ventiel en drukde wieldop rondom met de handvast.
☞ Berg het gereedschap en hetwiel op in de bagageruimte. V
erwissel een wiel uit
veiligheidsoverwegingen alleen:
- op een horizontale, stabiele en stroeveondergrond.
- met aangetrokken handrem en contactuitgezet.
- met de eerste versnelling of de achteruitingeschakeld (bij automatische transmis-sie stand P).
- als de auto is geblokkeerd met het wielblok.
Ga nooit onder een auto liggen die alleenop de krik steunt (gebruik bokken).Na het verwisselen van een wiel: - Laat zo snel mogelijk het aanhaalmoment van de wielbouten en de bandenspanning
van het reservewiel door een PEUGEOT-servicepunt controleren.
-L aat de lekke band zo spoedig mogelijk
repareren en verwissel hem met hetreservewiel.
PRAKTISCHE INFORMATIE
146

16-09-2002
Zekeringen in de motorruimte ZekeringkastOpenen van de zekeringkast in de motorruimte: ☞Maak het deksel los.
Sluit na de werkzaamheden het deksel zorgvuldig.
PRAKTISCHE INFORMATIE 153
Bij het ontwerp van het elektrische circuit van uwauto is reeds rekeninggehouden met de monta-ge van zowel de stan-
daarduitrusting als eventueleopties.
Raadpleeg uw PEUGEOT-servi- cepunt voordat u andere elek-trische voorzieningen of acces-soires in de auto monteert of laatmonteren. PEUGEOT is niet aansprakelijk voor kosten die voortvloeien uithet verhelpen van storingenveroorzaakt door het monterenvan extra accessoires die nietdoor PEUGEOT aanbevolen engeleverd worden of door voorzie-ningen die niet volgens de voor-schriften van PEUGEOT zijngemonteerd. Dit geldt met namevoor apparatuur met een stroom-verbruik van meer dan 10 milliam-p * De hoofdzekeringen zorgen voor een extra beveiliging vande elektrische installatie.W erkzaamheden aan de zeke-
ringen dienen door een PEU-
GEOT-servicepunt uitgevoerd teworden.
Zekering Ampère Functies
1* 60 A Zekeringkast interieur met 27 zekeringen.
2* 50 A Elektronische eenheid voorgloeien, verwarmings- weerstand (2,8 liter motor).
3* 30 A Startschakelaar.
4* 50 A Antiblokkeersysteem (ABS).
5* 40 A Airconditioning.
6* 40 A Motorventilateurgroep (lage snelheid).
7* 40/60 A Motorventilateurgroep (hoge snelheid), relaismotorventilateurgroep (hoge snelheid met air-conditioning).

16-09-2002
PRAKTISCHE INFORMATIE155
ACCU Laden met behulp van een acculader: -
maak de accupoolklemmen los,
- volg de aanwijzingen van de fabrikant op de acculader,
- sluit de accukabels weer aan, te beginnen met de (Ð) kabel,
- controleer of de accupolen en de klemmen schoon zijn. Indien ze bedekt zijn met een (witte of groene) oxidatielaag, neem dan de accukabels los en reinigde polen en de klemmen.
Starten met een hulpaccu: - sluit eerst de rode kabel aan op de (+) polen van de beide accu's,
- sluit de groene of zwarte kabel op de (Ð) pool van de hulpaccu aan,
- sluit het andere uiteinde van de groene of zwarte kabel op een zo ver mogelijk van de accu verwijderd massapunt van de te starten auto aan.
Stel de startmotor in werking en start de motor. W acht tot de motor stationair draait en neem dan de kabels los.
-Maak de accupoolklem- men niet los bij draaien-
de motor.
- Laad de accu niet op zonder deaccukabels los te nemen.
- Zet, elke keer nadat de accuka-bels weer zijn aangesloten, het
contact AAN en wacht 1 minuutalvorens de motor te starten,zodat de elektronische syste-men ge•nitialiseerd kunnen wor-
den. Raadpleeg uw PEUGEOT-servicepunt als er zich na dezehandeling toch nog problemenvoordoen.
Het is raadzaam de accu los te koppelen als uw auto langer dan een maand buiten gebruik is.

16-09-2002
PRAKTISCHE INFORMATIE
156
AUTORADIO MONTEREN Uw auto is af fabriek voorzien van een radiovoorbereiding onder hetbergvak met: Ð
dakantenne.
Ð coaxiale antennekabel.
Ð basisontstoring.
Ð bedrading voor luidsprekers v——r (dashboard).
Ð bedrading voor luidsprekers in deportieren.
Ð bedrading voor luidsprekers achter(Minibus).
Ð2 stekkers (8-polig). INBOUWEN VANLUIDSPREKERS Er is ruimte voor het inbouwen van: V
oor:
Ð luidsprekers met een diameter van 165 mm in de voorportieren.
Ð luidsprekers met een diameter van100 mm in het dashboard.
Achter (Minibus): Ð luidsprekers met een diameter van 165 mm in de zijpanelen (2e zitrij).
Ð luidsprekers met een diameter van100 mm in de achterstijlen.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service-punt. A1 : Ð
A2 : Ð
A3 : Ð
A4 : (+) Accessoires
A5 : Ð
A6 : (+) Parkeerlicht
A7 : (+) Constant
A8 : Massa
B1 : Ð
B2 : Ð
B3 : (+) Luidspreker rechts voor
B4 : (-) Luidspreker rechts voor
B5 : (+) Luidspreker links voor
B6 : (Ð) Luidspreker links voor
B7 : Ð
B8 : Ð