
226
In geval van pech
Algemene aanwijzingen
Houd u aan de ter plaatse geldende regelgeving.
Controleer of het gewicht van de trekkende auto hoger is dan dat van de \
auto die wordt gesleept.
Er moet iemand achter het stuur van de gesleepte auto blijven zitten. De\
ze persoon moet beschikken over een geldig rijbewijs.
Gebruik bij het slepen met 4 wielen op de grond altijd een goedgekeurde \
sleepstang; touwen en riemen zijn verboden.
De bestuurder van de slepende auto moet voorzichtig wegrijden.
Als de auto wordt gesleept met uitgeschakelde motor, werken ook de rem- en stuurbekrachtiging niet.
Neem in de volgende gevallen contact op met een professioneel bergbedrijf:
– Uw auto staat met pech langs de autosnelweg of snelweg;
– Het is niet meer mogelijk om de versnellingsbak in de neutraalstand te z\
etten, het stuurslot te ontgrendelen of de parkeerrem uit te schakelen;
– Het is niet meer mogelijk om een auto met een automatische transmissie t\
e slepen, met draaiende motor;
– Bij takelen met slechts twee wielen op de grond;
– Bij auto's met vierwielaandrijving;
– Er is geen goedgekeurde sleepstang beschikbaar.
Plug-in hybrides
Trap eerst het rempedaal in terwijl
het contact aan is en selecteer stand N.
Schakel vervolgens het hybridesysteem uit
(controlelampje READY uit).
► Open het bestuurdersportier en de
achterklep.
►
Sluit alle andere portieren/deuren.
►
Schakel alle stroomverbruikers uit (zoals
audiosysteem, ruitenwissers en verlichting).
►
Zet het contact uit en wacht totdat het
controlelampje READY
uitgaat.
►
W
acht 4 minuten.
Voer het loskoppelen en aansluiten van
de accu's nooit in een andere dan de
aangegeven volgorde uit - kans op
onherstelbare schade!
Loskoppelen
► Koppel de minpool (-) van de achterste accu
los met de zwarte aansluiting met snelkoppeling.
► Koppel de pluspool (+) van de voorste accu
los door de rode klem met snelkoppeling los te
maken: •
T
rek de hendel A zo ver mogelijk omhoog
om de accupoolklem B te ontgrendelen.
•
Beweeg de accupoolklem B
omhoog om
hem te verwijderen.
Aansluiten
► Sluit de pluspool (+) van de voorste accu aan
door de rode klem aan te sluiten:
• Trek de hendel ( A) zo ver mogelijk omhoog.
• Plaats de geopende accupoolklem ( B
) op de
pluspool (+).
•
Druk de accupoolklem B
volledig omlaag.
•
Beweeg de hendel A
omlaag om de
accupoolklem B vast te zetten.
►
Sluit de minpool (-)
van de achterste
accu aan met de zwarte aansluiting met
snelkoppeling.
Na het opnieuw aansluiten van de
accu
Als de accukabels weer zijn aangesloten,
moet u het contact aanzetten en vervolgens 1
minuut wachten voordat u de motor start, zodat
de elektronische systemen kunnen worden
geïnitialiseerd.
Bij een auto met rechtse besturing die in
totaal 100 km heeft afgelegd, moet u
ongeveer 15 minuten wachten voordat u de
motor start.
Wanneer er zich na deze handeling kleine
storingen blijven voordoen, neem dan
contact op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Aan de hand van het betreffende hoofdstuk moet
u bepaalde uitrustingselementen resetten:
–
Afstandsbediening of elektronische sleutel
(afhankelijk van de uitvoering).
–
Schuif-/kanteldak en elektrisch zonnescherm.
–
Elektrische ruitbediening.

236
Technische gegevens
Afmetingen (mm)
Deze afmetingen zijn gemeten bij een onbeladen
auto.
3008
Motoren en aanhangergewichten - plug-in hybride
HYBRID 225 e-EAT8HYBRID4 300 e-EAT8
Codes EP6FADTXDHP ATN8 FWDEP6FADTXHP ATN8 AWD
Modelcodes
M4... 5GQU/C
5GBU/C
Aanhanger geremd (binnen max. toelaatbaar
treingewicht) (kg)
op een helling van max. 10 % of 12 % 1.310
1.250
Aanhanger ongeremd (kg) 745750
Maximale kogeldruk (kg) -64
Benzinemotoren PureTech 180PureTech 200
Versnellingsbak/transmissie Elektrische automatische transmissie, 8
versnellingen Elektrische automatische transmissie, 8
versnellingen
Cilinderinhoud (cc) 1.5981.598
Max. vermogen: EC-standaard (kW) 132147
Brandstof LoodvrijLoodvrij
Elektromotor(en)
Technologie Synchroon met permanente magneten
Max. vermogen: EC-standaard (kW) 80Voor: 80
Achter: 80
Batterij
Technologie Lithium-ion
Voltage (AC) 240-400240-400
Max. verbruik (kWh) 13,213,2

250
PEUGEOT Connect Radio
Het kan zijn dat het systeem niet
automatisch overschakelt naar zomertijd/
wintertijd (afhankelijk van het land van
verkoop).
De datum instellen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Configuratie" om het
vervolgscherm weer te geven.
Druk op "Datum en tijd".
Selecteer "Datum:".
Druk op deze toets om de datum in te
stellen.
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.
Selecteer hoe de datum wordt
weergegeven.
Druk nogmaals op de pijl Terug om te
bevestigen.
U kunt alleen de tijd en de datum
instellen wanneer "GPS-synchronisatie"
is uitgeschakeld.
Veelgestelde vragen
Hieronder vindt u de antwoorden op de meest
gestelde vragen over het systeem.
Verplaats de schuifbalk om de helderheid
van het scherm en/of het
instrumentenpaneel (afhankelijk van de
uitvoering) in te stellen.
Druk op het gearceerde gedeelte om te
bevestigen.
Systeeminstellingen
wijzigen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Configuratie" om het
vervolgscherm weer te geven.
Druk op "Systeemconfiguratie".
Druk op het tabblad " Eenheden" om de
eenheden voor afstand, brandstofverbruik en
temperatuur te wijzigen.
Druk op het tabblad " Fabrieksparameters " om
de begininstellingen te herstellen.
Als het systeem wordt teruggezet op de fabrieksinstellingen, wordt Engels als taal
ingesteld (afhankelijk van de uitvoering).
Druk op het tabblad " Systeeminfo" om de
versie van de verschillende in het systeem
geïnstalleerde modules te controleren.
Druk op het tabblad " Privacy",
of
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Privacy " om de
privégegevensmodus in of uit te
schakelen.
Schakel het volgende in of uit:
–
"Niet delen (gegevens, locatie van de
auto)".
–
"Alleen gegevens delen"
–
"Gegevens en locatie van de auto delen "
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Configuratie" om het
vervolgscherm weer te geven.
Druk op "Schermconfig.".
Druk op "Lichtsterkte".
Verplaats de schuifbalk om de helderheid
van het scherm en/of het
instrumentenpaneel (afhankelijk van de
uitvoering) in te stellen.
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.
Druk op "Animatie".
Schakel "Automatische tekstweergave "
in of uit.
Selecteer "Overgangen met animaties".
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.
De taal selecteren
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Configuratie" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Taal" om de taal te wijzigen.
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.
De tijd instellen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op "Configuratie" om het
vervolgscherm weer te geven.
Druk op "Datum en tijd".
Selecteer "Tijd:".
Druk op deze toets om de tijd in te stellen
via het virtuele toetsenbord.
Druk op "OK" om de tijd op te slaan.
Druk op deze toets om de tijdzone in te
stellen.
Selecteer hoe de tijd (12h/24h) moet
worden weergegeven.
Schakel de zomertijd in of uit (+1 uur).
Schakel GPS-synchronisatie (UTC) in of
uit.
Druk op de pijl Terug om te bevestigen.

274
PEUGEOT Connect Nav
Selecteer "Animatie".Schakel Automatische tekstweergave
in of uit.
Selecteer "Lichtsterkte".
Verplaats de schuifbalk om de helderheid
van het scherm en/of het
instrumentenpaneel in te stellen.
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Systeemparameters".
Selecteer "Eenheden" om de eenheden voor
afstand, brandstofverbruik en temperatuur te
wijzigen.
Selecteer "Fabrieksparameters " om de
begininstellingen te herstellen.
Wanneer de "Fabrieksparameters" van
het systeem worden hersteld, worden
Engels en graden Fahrenheit ingesteld en
wordt zomertijd uitgeschakeld.
Selecteer "Systeeminfo" om de versie van de in
het systeem geïnstalleerde modules te bekijken.
De taal selecteren
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Talen" om de taal te wijzigen.
Selecteer het tabblad "Ontvangen",
"Verzonden", of " Ongelezen".
Selecteer het bericht dat u in een van deze
lijsten hebt geselecteerd.
Druk op "Beluisteren" om het bericht af
te spelen.
De toegang tot e-mailberichten is
afhankelijk van de compatibiliteit van de
smartphone met het systeem in de auto.
Configuratie
Audio-instellingen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Selecteer "Audio-instellingen ".
Selecteer vervolgens " Equalizer", "Verdeling";
"Geluid ", "Spraak", of "Beltonen".
Druk op "OK" om de instellingen op te
slaan.
De balans/verdeling (of spatialisatie met
het Arkamys©-systeem) verwerkt audio
zodanig dat de geluidskwaliteit wordt
afgestemd op het aantal personen in de auto.
Uitsluitend beschikbaar in de configuratie met
luidsprekers voor en achter.
De instelling Equalizer (keuze uit 6
sferen), en de geluidsinstellingen Bass,
Medium, en Treble zijn voor elke geluidsbron
verschillend en onafhankelijk van elkaar.
Schakel "Loudness" in of uit.
De instellingen " Verdeling" (Alle passagiers,
Bestuurder en Alleen vóór) zijn gelijk voor alle
bronnen.
Schakel "Geluiden touchscreen",
"Snelheidsafhankelijke volumeregeling ",
en "Extra ingang" in of uit.
Audio in de auto: Arkamys Sound Staging© optimaliseert de verdeling van
geluid in het passagiersgedeelte.
Profielen configureren
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Configuratie van de
profielen".
Selecteer "Profiel 1", "Profiel 2", "Profiel 3", of
"Gemeenschappelijk profiel".
Druk op deze toets om een profielnaam in
te voeren via het virtuele toetsenbord.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Druk op deze toets om een profielfoto toe
te voegen.
Steek een USB-geheugenstick met
daarop de foto in de USB-poort.
Selecteer de foto.
Druk op "OK" om toestemming te geven
voor de overdracht van de foto.
Druk nogmaals op "OK" om de
instellingen op te slaan.
Het kader voor de foto heeft een
vierkante vorm, het systeem past de
oorspronkelijke vorm van de foto aan dit
vierkant aan.
Druk op deze toets om het geselecteerde
profiel te resetten.
Wanneer het geselecteerde profiel wordt
gereset, wordt standaard het Engels
geactiveerd.
Selecteer een " Profiel" (1, 2 of 3) om " Audio-
instellingen " hieraan te koppelen.
Selecteer "Audio-instellingen ".
Selecteer vervolgens " Equalizer", "Verdeling";
"Geluid ", "Spraak", of "Beltonen".
Druk op "OK" om de instellingen van het
geselecteerde profiel op te slaan.
Systeeminstellingen
wijzigen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Schermconfiguratie".

275
PEUGEOT Connect Nav
11Selecteer "Animatie".Schakel Automatische tekstweergave
in of uit.
Selecteer "Lichtsterkte".
Verplaats de schuifbalk om de helderheid
van het scherm en/of het
instrumentenpaneel in te stellen.
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Systeemparameters".
Selecteer "Eenheden" om de eenheden voor
afstand, brandstofverbruik en temperatuur te
wijzigen.
Selecteer "Fabrieksparameters " om de
begininstellingen te herstellen.
Wanneer de "Fabrieksparameters" van
het systeem worden hersteld, worden
Engels en graden Fahrenheit ingesteld en
wordt zomertijd uitgeschakeld.
Selecteer "Systeeminfo" om de versie van de in
het systeem geïnstalleerde modules te bekijken.
De taal selecteren
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Talen" om de taal te wijzigen.
De datum instellen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Instellen tijd-datum ".
Selecteer "Datum".
Druk op deze toets om de datum in te
stellen.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Selecteer hoe de datum wordt
weergegeven.
U kunt alleen de tijd en de datum
instellen wanneer "GPS-synchronisatie"
is uitgeschakeld.
De tijd instellen
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Druk op de toets "OPTIES" om het
vervolgscherm weer te geven.
Selecteer "Instellen tijd-datum ".
Selecteer "Tijd".
Druk op deze toets om de tijd in te stellen
via het virtuele toetsenbord.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Druk op deze toets om de tijdzone in te
stellen.
Selecteer hoe de tijd (12h/24h) moet
worden weergegeven.
Schakel de zomertijd in of uit (+1 uur).
Schakel GPS-synchronisatie (UTC) in of
uit.
Druk op "OK" om te bevestigen.
Het kan zijn dat het systeem niet
automatisch overschakelt naar zomertijd/
wintertijd (afhankelijk van het land van
verkoop).
Thema's
Afhankelijk van de uitrusting/afhankelijk van de
uitvoering.
Om veiligheidsredenen kan de procedure
voor het wijzigen van het grafische
thema uitsluitend worden uitgevoerd wanneer
de auto stilstaat.
Druk op Instellingen om het beginscherm
weer te geven.
Selecteer "Thema's".
Selecteer het thema in de lijst en druk
vervolgens op " OK" om te bevestigen.

281
Trefwoordenregister
Boordcomputer 23–24
Boordgereedschap
78, 204–206
Brandstof
7, 175
Brandstofadditief
195–196
Brandstofniveaumeter
175
Brandstoftank
175–176, 175–177
Brandstof tanken
176
Brandstoftank leeg (diesel)
203
Brandstofverbruik
7, 21
Brandstofvulklep ~ Brandstoftankklep
176
Buitenspiegels
50–51, 66, 162
Buitenverlichting
82
C
Carrosserie 201
Carrosserie-onderhoud
201
Centrale vergrendeling
31
CHECK
22
Claxon
90
Configuratie van de auto
24, 26
Connectiviteit
265
Contact
120, 273
Contact aangezet
120
Controlelampjes
11–12
Controle motorolieniveau ~ Motorolieniveau,
controle
18
Controlepaneel
179–180, 184
Controles
194, 196–198
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) -
Digitale radio
244, 269
Dagteller
22
Dashboardkastje
67
Datum (instellen)
251, 275
Datum instellen
251, 275
Detectie obstakels
164
Detectie te lage bandenspanning ~
Bandenspanning, detectie
133, 207
De tractiebatterij laden
180
Dieselmotor
175, 194, 203, 234
Digitaal instrumentenpaneel
9–10
Digitale radio - DAB (Digital Audio
Broadcasting)
244, 269
Dimlicht
215
Dimmer dashboardverlichting ~
Dashboardverlichting (dimmer)
22
Dodehoekbewaking
162, 164
Draadloze lader
69
Drive Assist Plus
145
Dynamische noodrem
122–123
E
Eco-mode ~ Eco-modus 191
Eco-rijden (adviezen)
7
ECO-stand
130
Electronic Stability Program (ESC)
93, 95
Elektrisch bedienbare achterklep
35–36, 38
Elektrisch bediende handrem ~ Handrem,
elektrisch bediend
121–123, 197
Elektrische automatische transmissie
(hybride)
127
Elektrische ruitbediening
41
Elektrisch verstelbare stoelen
49
Elektromotor
130–131, 177, 236
Elektronische remdrukregelaar (REF)
92
Elektronische remdrukregelaar (REF) ~
Electronic Brake Force Distribution (EBD)
92
Elektronische sleutel
29–31
Elektronische startblokkering ~
Startblokkering, elektronische
11 8
Elektronisch Stabiliteits Programma
(ESP)
92, 94–95
Energiestromen
25
e-Save-functie (energiereserve)
26
ESP (Elektronisch Stabiliteits Programma)
92
F
Flacon AdBlue® 199
Follow me home-verlichting
28, 82
Follow me home verlichting ~
Follow-me-home-verlichting
28, 82
Frequentie (radio)
268–269
Functie i-Cockpit® Amplify
50

284
Trefwoordenregister
Noodoproep ~ Urgence-oproep 90–91
Noodprocedure afzetten van
de motor
120–121
Noodprocedure starten
120, 221
Noodremassistentie ~ Brake Assist System
(BAS)
93, 160
Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist
System (BAS)
93
Nulstelling dagteller ~ Dagteller resetten
22
O
Oliefilter 196
Oliefilter (vervangen)
196
Olieniveau
18, 194
Oliepeilstok
18, 194
Olieverbruik
194
Onder de motorkap ~ Motorruimte
192–193
Onderhoud (adviezen)
177, 201
Onderhoudsadviezen
177, 201
Onderhoudscontroles
17, 196, 198
Onderhoudsindicator ~
Onderhoudsintervalindicator
17, 22
Ontdooien
51, 65
Ontgrendelen
27, 29
Ontgrendelen achterklep
28, 30
Ontgrendelen bagageruimte ~ Bagageruimte
ontgrendelen
28, 30
Ontgrendelen portieren ~ Portieren
ontgrendelen
31–32
Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur
ontgrendelen
31
Ontluchten brandstofsysteem ~
Brandstofsysteem ontluchten
203
Ontwasemen
51, 65
Ontwasemen achter
65
Ontwasemen achter ~
Achterruitverwarming
66
Ontwasemen voor
65
Op afstand bedienbare functies
26, 185
Op afstand bedienbare functies
(plug-in hybride)
26, 66
Opbergvak
67, 78
Opbergvakken
67, 70, 72, 74, 78
Opbergvakken portieren
67
Openen bagageruimte ~ Bagageruimte
openen
29, 34
Openen motorkap ~ Motorkap,
openen
192–193
Openen portieren ~ Portieren openen
29, 34
Openen ruiten ~ Ruiten openen
27
Oplaadbaar hybridesysteem
5, 8, 25,
119, 131, 177
Opladen via normaal stopcontact (plug-in
hybride)
184–185
Opschakelindicator
131
Overzicht motoren ~ Motorenoverzicht
236
Overzicht van het verbruik
25–26
Overzicht zekeringen ~
Zekeringentabel
216, 219P
Panoramisch schuifdak 42–44
Park Assist
170–172
Parkeerhulp achter
164
Parkeerhulp achter met grafische
weergave en geluidssignalen
164
Parkeerhulpsystemen (algemene
adviezen)
135
Parkeerhulp vóór
165
Parkeerlichten
80, 215
Persoonlijke instellingen
10
Plafonniers
71
Portieren
34
Portieren sluiten
30–31, 34
Profielen
249, 274
Programmeerbare verwarming
26, 66
Pyrotechnische gordelspanners
100
R
Radar (waarschuwingen) 135
Radio
243, 268
Radiozender
243, 268–269
RDS
243, 268
READY (verklikkerlampje)
192
Recuperatief remmen (vertragen
door remmen op de motor)
128
Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager,
regeling
63, 65

286
Trefwoordenregister
T
Tafeltje 47
Tafeltjes
73
Tankbeveiliging
176–177
Technische gegevens
232, 234, 236
Te laag brandstofniveau ~
Brandstofniveau
175–176
Telefoon
247–249, 271–273
Teller
9, 136
Temperatuurregeling
62
Terugwinnen van energie
21, 128
Textuurlak
201–202
Tijdelijke bandenspanning (met set) ~
Banden, noodreparatie
207, 209
Tijd instellen
250, 275
TMC (verkeersinformatie)
262
Toerenteller
9
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer
(bediening)
63, 65
Top Tether (bevestiging)
109
Touchscreen
22, 24–25, 66
Tractiebatterij opladen
(plug-in hybride)
21, 177, 183–185
Tractiebatterij (plug-in
hybride)
21, 177–178, 183
Trailer Stability Management (TSM)
94
Trekhaak
94, 186
Trekhaak met afneembare kogel
186–189
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning 141
Uitschakelen airbag passagier ~
Passagiersairbag uitschakelen
102, 105–106
USB
245–246, 265, 269
USB-aansluiting
68, 72, 245–246, 265, 269
USB-poort
245, 269
V
Veiligheidsgordels 97–98, 100, 107
Veiligheidsgordels achter
98–99
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
102,
104–106, 108–109, 112–113, 114
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~
Kinderen (veiligheidsvoorzieningen)
102,
104–106, 108–109, 112–113, 114
Ventilatie
60–61
Ventilatieroosters
60
Verbonden apps
266
Verbruikscijfers
25
Vergrendelen
28–30
Vergrendeling portieren ~ Portieren
vergrendelen
31–32
Vergrendeling van binnenuit
31
Verkeersinformatie (TMC)
262
Verklikkerlampje READY
192
Verklikkerlampjes ~ Controlelampjes
11
Verklikkerlampjes ~
Waarschuwingslampjes
11, 22
Verklikkerlampje veiligheidsgordel bestuurder
niet vastgemaakt ~ Gordellampje
100
Verklikkerlampje veiligheidsgordels ~
Gordel (lampje)
100
Verlichting bagageruimte ~
Bagageruimteverlichting
78
Verlichting met Full LED-technologie
81, 84
Verlichting overdag ~ Dagrijverlichting
80, 215
Vermogen
21
Vermogensmeter (plug-in hybride)
8, 21
Verversen
194
Vervoer van lange voorwerpen ~ Lange
voorwerpen vervoeren
72
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
196
Verwarming
60
Verwijderbare koffervloer
77
Video
270
Vierwielaandrijving (4WD)
131, 191
Visiopark 1
167
Visiopark 1 - Visiopark 2
165, 168
Voorruitverwarming
65–66
Voorstoelen
46, 49
Voorverwarming/-koeling interieur (plug-in
hybride)
26, 66
Voorverwarming van het interieur
26
W
Waarschuwing kans op aanrijding 158–159
Waarschuwing oplettendheid
bestuurder
161–162
Waarschuwing vergeten verlichting
79–80
Wallbox (plug-in hybride)
179, 184
Wassen
136
Wassen (adviezen)
177, 201–202
Webbrowser
262, 266