
195
Na het ver wisselen van het wiel
Berg het wiel met de lekke band correct
op in de reservewielhouder.
Neem zo snel mogelijk contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Laat de lekke band controleren. Na
nadere inspectie kan de technicus u
vertellen of de band gerepareerd kan
worden of moet worden vervangen.
Bepaalde rijhulpsystemen moeten worden
uitgeschakeld, bijv. Active Safety Brake.Controleer als uw auto is uitgerust met
een bandenspanningscontrolesysteem de
bandenspanning en reset het systeem.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspannings-
controlesysteem
.
Wiel met wieldop
Monteren: plaats de naafdop met de
inkeping tegenover het ventiel en druk de
rand er van ver volgens rondom met de
hand vast.
Een lamp vervangen
De koplampunits zijn voorzien van glas
van polycarbonaat met een speciale
vernislaag:
F
r
einig de koplampen nooit met een
droge of schurende doek en gebruik
geen oplosmiddelen,
F
g
ebruik een spons met zeepwater of
een pH-neutraal product,
F
w
anneer u met een hogedrukreiniger
hardnekkig vuil probeert te
ver wijderen, houd de straal dan
nooit langdurig op de koplampen,
de achterlichten en de randen er van
gericht, om beschadiging van de
vernislaag en de afdichtrubbers te
voorkomen.
Bij het ver vangen van lampen moet de
verlichting minstens enkele minuten
uitgeschakeld zijn (risico van ernstige
verbranding).
F
R
aak de lamp niet met de vingers aan,
maar gebruik een niet-pluizende doek.
Het is van belang dat u uitsluitend
anti-ultravioletlampen (UV) toepast
om beschadiging van de koplamp te
voorkomen.
Ver vang een kapotte lamp altijd door een
nieuwe lamp met dezelfde specificaties.
Bevestiging van het stalen reser vewiel
of het noodreser vewiel
Indien uw auto is voorzien van
lichtmetalen velgen is het normaal dat
bij het monteren van het reser vewiel de
ringen van de bouten de stalen velg of
het noodreser vewiel niet raken. Als de
bouten volledig zijn aangedraaid, zorgt het
conische draagvlak van de bouten dat het
reservewiel stevig vastzit.
Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.
8
In geval van pech

200
Zorg bij het aanbrengen er voor dat de lippen en de
bedrading weer correct worden teruggeplaatst om te
voorkomen dat de bedrading klem komt te zitten.
Nadat de lamp van een richtingaanwijzer
achter vervangen is, duurt het resetten ten
minste ongeveer 2 minuten.
Kentekenplaatverlichting
Ty p e A , W5W -5W
F
V
erwijder de twee bevestigingsbouten met
behulp van de meegeleverde Torx-sleutel.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de gereedschapsset .
F
T
rek vanaf de buitenzijde de lichtunit naar u
toe (bij achterdeuren ) of in de richting van
het midden van de auto (bij achterklep ).
F
B
eweeg de lippen naar buiten en ver wijder
vervolgens de lamphouder.
F
D
ruk de defecte lamp iets in en draai
hem een kwartslag linksom om hem te
verwijderen. F
V
ervang de gloeilamp.
Voer voor de montage dezelfde handelingen in
omgekeerde volgorde uit.
Met achterdeuren
F Maak de binnenbekleding los.
F N eem de stekker los door de lip opzij te
bewegen.
F
D
raai de lamphouder los door hem een
kwartslag linksom te draaien.
F
V
ervang de gloeilamp.
F
P
laats de lamphouder terug en sluit de
stekker weer aan.
F
P
laats de binnenbekleding terug.
Met achterklep
F Ver wijder het kunststof lampglas met behulp van een schroevendraaier.
F
V
ervang de gloeilamp.
F
B
reng het kunststof lampglas aan en druk
het vast.
Derde remlicht
Ty p e A , W16W -16W
F
D
raai de twee moeren los.
F
D
ruk de pennen samen.
F
N
eem indien nodig de stekker los om de
lamp te verwijderen.
F
V
ervang de gloeilamp.
In geval van pech

206
Accupoolklem met snelsluiting
Loskoppelen van de plusklem (+)Weer aansluiten van de plusklem (+)
Forceer de hendel niet door erop te
duwen, aangezien de accupoolklem niet
kan worden vergrendeld als deze niet
correct is geplaatst; herhaal de procedure.
Na het weer aansluiten van de accukabels
Na opnieuw aansluiten van de accu moet u
het contact aanzetten en ver volgens 1 minuut
wachten alvorens de motor te starten, om de
elektronische systemen te initialiseren.
Mochten er zich na deze handeling kleine
storingen blijven voordoen, raadpleeg dan het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. Tijdens de rit die volgt op het de eerste
keer starten van de motor, werkt het Stop
& Start-systeem mogelijk niet.
In dat geval werkt het systeem pas
weer als de auto gedurende een
bepaalde periode, die afhankelijk is
van de omgevingstemperatuur en de
laadtoestand van de accu (maximaal 8
uur), niet is gebruikt.
F
s
chakel alle stroomverbruikers (autoradio,
ruitenwissers, verlichting, enz.) uit,
F
z
et het contact af en wacht vier minuten.
Koppel bij de accu alleen de pluspool (+) los.
F
T
rek de hendel A zo ver mogelijk omhoog
om de accupoolklem B te ontgrendelen.
F
B
eweeg de accupoolklem B omhoog om
hem te verwijderen. F
T
rek de hendel A zo ver mogelijk omhoog.
F
P
laats de geopende accupoolklem B op de
pluspool (+) .
F
D
ruk de accupoolklem B volledig omlaag.
F
B
eweeg hendel A omlaag om accupoolklem
B te vergrendelen. Raadpleeg de volgende rubriek om bepaalde
systemen zelf te resetten, zoals:
-
d
e afstandsbediening of elektronische
sleutel (afhankelijk van de uitvoering),
-
d
e elektrische ruitbediening,
-
de
elektrisch bedienbare schuifdeuren,
-
d
e datum en de tijd,
-
de
voorkeuzezenders.
Slepen
U kunt de auto laten slepen door een andere
auto of een andere auto slepen met behulp van
het afneembare sleepoog.
Toegang tot het sleepoog
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
gereedschapsset
.
In geval van pech

22
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de lage en hoge tonen
wordt de instelling van de equalizer opgeheven.
Na het wijzigen van de instellingen voor de
equalizer wordt de instelling van de bassen en
hoge tonen gereset. De instelling van de geluidssfeer is gekoppeld
aan de bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de equalizer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast aan
verschillende geluidsbronnen die hoorbare
verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Zet de audiofuncties in de middelste stand.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Start de motor om de accu bij te laden.
PEUGEOT Connect Radio

39
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de bassen en hoge tonen
wordt de instelling van de equalizer opgeheven.
Als u de instelling van de equalizer wijzigt,
worden de instellingen van de bassen en de
hoge tonen gereset. De instelling van de equalizer is gekoppeld aan
de bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de equalizer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast
aan verschillende geluidsbronnen, die
hoorbare verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Het is raadzaam de audiofuncties (Bass:,
Treble:, Balans) in de middelste stand te zetten,
de geluidssfeer "Geen" te selecteren en de
functie Loudness in de stand "Actief " te zetten
bij gebruik van de CD-speler en in de stand
"Inactief " bij gebruik van de radio.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Start de motor om de accu bij te laden.
Ik kan de datum en tijd niet instellen. De datum en tijd kunnen alleen worden
ingesteld als u de synchronisatie met de
satellieten deactiveert.Menu instellingen/Opties/Datum en tijd
instellen. Selecteer het tabblad "Tijd" en
deactiveer de "GPS-synchronisatie" (UTC).
.
PEUGEOT Connect Nav

221
KKentekenplaatverlichting ......................................200Keyless entry and start ........3 7- 4 0, 42, 44 , 47- 4 8 , 11 8 -11 9Kilometerteller ......................................................... 29
Kinderbeveiliging ................................................... 114
Kinderen (veiligheid)
.............................................. 114
Kinderen
................................................................. 112
Kinderzitjes (conventioneel)
..................................111
Kinderzitjes
..................................... 105, 109 , 111 -113
Kleurcode lak
..................................
.......................217
Klimaatregeling
.................................................. 7
6 -77
Klokje (instellen)
........................................... 35, 17 , 33
Koelvloeistoftemperatuurmeter
.........................28-30
Koelvloeistoftemperatuur
.............................15, 28-30
Koplampen
...................................................... 197-19 9
Koplampverstelling
................................................. 91
Krik
........................................................................ 191
LLaadschot................................................................ 67
Laadzone .................................. .......38-39 , 48-49 , 68
Laden accu ~ Accu laden
.....................................205
Lampen vervangen
.........................195 -197, 195 -19 9
Lampen (vervangen, referenties)
......................... 19
6
Lampen (vervangen)
..................................
....195 -197
Lampen
..................................
...............................19 6
Lane Departure Warning System
...................20, 15 3
LED-verlichting
....................................................... 87
Lekke band
.................................................... 189, 191
Lendensteun, verstelling
......................................... 60
L
endensteun
........................................................... 60
L
ichtschakelaar
................................................. 85, 87
Lokaliseren van de auto
.......................................... 44
Luchtfilter (vervangen)
........................................... 181
Luchtfilter
............................................................... 181
Luchtrecirculatie ................................................. 75 -77
MMatten ........................................................ 64-65, 11 8
Mat verwijderen ................................................. 64-65
Meldingen ................................................................ 30
Menustructuren display
........................................... 12
Menu's (audio)
................................................ 4-5, 4-5
Menu
........................................................................ 12
Milieu
................................................................. 46, 82
Mistachterlicht
..................................
.........25, 85 , 19 9
Mistlampen vóór ................................... 85, 90 -91 , 19 9
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren .......17 7Motordiagnosesysteem ........................................... 17
Motoren .......................................................... 210 -216
Motorkapsteun
....................................................... 178
Motorkap
......................................................... 17 7-178
Motorolieniveaumeter
............................................. 30
Motorolie
........................................................ 179 -18 0
Motor
............................................................... 211-216
M P3 (CD)
..................................
................................9
Multiflex bank ~ Cabine Extenso
............................70
Multifunctioneel display (met autoradio)
...................4
NNeerklappen stoelen achter .............................. 63 -64
Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau
.............................181-182
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
28-30, 18 0
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau
..........18 0
Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau
..............92, 18 0 -181
Niveaus controleren
....................................... 179 -181
Niveaus en controles
..................................... 178 -181
Noodbediening achterklep
......................................45
Noodbediening portieren
........................................ 44
N
oodoproep ~ Urgence-oproep
.............................96
Noodprocedure starten
......................................... 204
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS)
.......................................... 97- 9 8, 152
Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist
System (BAS) .................................................. 97- 9 8
Nulstelling dagteller ~ Dagteller resetten
...............29
Nulstelling onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator resetten
.................28
OOliefilter (vervangen) ............................................ 182
Oliefilter ................................................................. 182
Olieniveau
................................................ 3
0, 179 -18 0
Oliepeilstok
.............................................. 30, 179 -18 0
Olieverbruik
.................................................... 179 -18 0
Onder de motorkap ~ Motorruimte
........................178
Onderhoudscontroles
............................................. 28
Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator
...............................28
Ontdooien .......................................................... 58, 78
Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur ontgrendelen
................................................... 48-49
Ontgrendelen
..................................
...................37- 41
Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten
............................ 18
7
Ontwasemen achter ~ Achterruitverwarming
...57 , 79
Ontwasemen
........................................................... 78
Opbergvak boven voorruit
......................................65
Opbergvakken
......................................................... 65
Openen bagageruimte ~ Bagageruimte openen
....37
Openen brandstofvulklep ~ Brandstoftanklep openen
....................................171
Openen motorkap ~ Motorkap, openen
.........17
7-178
Openen portieren ~ Portieren openen
................... 37
O
verbelastingsindicator
.......................................... 21
Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel
......201-203
.
Trefwoordenregister

222
PParkeerhulp achter met grafische weergave en geluidssignalen .............................160
Parkeerhulp achter
............................................... 160
Parkeerhulp vóór
................................................... 161
Parkeerhulp zijkant
............................................... 161
Parkeerlichten
........................................... 85, 87 , 198
PEUGEOT Connect Nav
........................................... 1
PEUGEOT Connect Radio
.......................................1
P
lafonnier achter
..................................................... 84
Plafonniers
.............................................................. 84
Plafonnier voor
..................................
......................84
Plafonnier
................................................................ 84
Portieren sluiten
................................................ 38, 42
Profielen
............................................................ 16, 31
Programmeerbare snelheidsregelaar
.................. 13
9
Programmeerbare verwarming
...................53, 79 - 81
Pyrotechnische gordelspanners
...........................105
RRadiozender .................................. ..........4, 6 -7 , 23 -24
Radio ............................................... 4-5, 6 -7 , 9, 23 , 25
RDS
..................................
..............................7, 23 -24
Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager, regeling .......75 -76Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling ......... 7 5 -76
Regelmatige controles ~ Controles ............... 18
1-183
Regeneratie roetfilter
............................................ 18
2
Rembekrachtigingsysteem
................................97- 9 8
Remblokken
................................................... 182-183
Remlichten
............................................................ 19
9
Remmen
................................................... 14, 182-183
Remschijven ................................................... 182-183
Reservewiel
........................... 183, 188 , 191-192 , 195
Reservoir ruitensproeiers ~ Ruitensproeierreservoir
.............................. 18
0 -181
Resetten bandenspanningscontrolesysteem
.......168
Richtingaanwijzers
............................................... 198
Richtingaanwijzers
............................... 86, 86 - 87 , 19 9
Rijadviezen .................................. ...................115 -11 6
Rijden .................................................................... 115
Roetfilter
..................
.................................. 19, 181-182
Ruitensproeier achter
............................................. 92
Ruitensproeiers vóór ............................................... 92
Ruitenwisser achter
................................................ 92
Ruitenwisserbladen vervangen
......................... 9
2-93
Ruitenwisserbladen (vervangen)
.......................92-93
Ruitenwisserschakelaar
............................... 91
-92, 94
Ruitenwissers vóór
..................................
...............26
Ruitenwissers
............................................... 27, 91 , 94
SSchakelaar koplampverstelling ...............................91
Schakelaars stoelverwarming ~ Stoelverwarming, schakelaars
.............................61
Schakel sneeuwketting
.......................................... 173
Schakelindicator
................................................... 13 0
SCR-systeem
..................................
......................183
SCR (Selective Catalytic Reduction)
....................183
Selectiehendel automatische transmissie
~ Schakelen automatische versnellingsbak .....126 -12 9Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak ~ Schakelen
elektronisch bediende versnellingsbak
...... 12
5 -126
Selectieve ontgrendeling
...................................38-40
Serienummer auto
................................................. 217
Set voor tijdelijke bandenreparatie ~ Bandreparatieset
................................. 188 -189, 191
Sierdeel
................................................................. 195
Signalering onoplettendheid
.................................159
Sjorogen
.................................................................. 68
Sleepoog
..................................
.............................206
Slepen van een auto
...................................... 206-207
Sleutel met afstandsbediening
....................37, 42 , 44
Sleutel
.................................................... 37, 39 , 42, 47
SMS
......................................................................... 30
Sneeuwkettingen
..................................
.........167, 173
Snelheidsbegrenzer
........................ 13
6 -13 9, 14 9 -15 0
Snelheidslimietherkenning ............13 3, 13 5 , 13 9, 141
Snelheidsregelaar ...................13 6, 13 9 -14 5 , 14 8 -15 0
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning ......13 6Soort lamp ............................................................. 19 6
Spaarfase .............................................................. 17 7
Sproeiers, verwarmd
......................................... 78 -79
Stabiliteitscontrolesystemen
.............................. 9
7- 9 8
Starten dieselmotor ~ Dieselmotor starten
...........
170
Starten van de auto.................................... 16, 20 , 24-25 , 115, 11 8 , 120 , 126 -129
Starten van de motor
............................................. 11
6
Starten ................................................................... 204
Stilzetten van de auto
................................
16 , 20 , 24-25 , 115, 11 8 -12 0 , 126 -129
Stoelen achter ~ Achterbank
.................58,
61, 63-64
Stoelen verstellen
..................................
.................59
Stoelverwarming
..................................................... 61
St
op & Start
................................................
26 , 35 , 78, 83 , 13 0 -132 , 171, 17 7 , 181 , 203 , 206
STOP (lampje)
.......................................................... 17
Streaming audio Bluetooth
........................9, 9 , 25 -26
Stuurbekrachtiging
.................................................. 15
Stuurwiel (verstellen)
.............................................. 57
S
upervergrendeling
................................................ 43
Surround Rear Vision
........................................... 16
4
Synchroniseren afstandsbediening
...................45-46
Synchroniseren van de afstandsbediening ~ Afstandsbediening
synchroniseren
................................................ 45
-46
TTankbeveiliging ...................................................... 172Te laag brandstofniveau ~ Brandstofniveau .......171-172Telefoon ...................... 66- 67, 1 0 -11 , 13, 13 -15 , 27- 3 0
Temperatuurregeling .......................................... 75 -76
Textuurlak
.............................................................. 18 6
Tijdelijke bandenspanning (met set) ~ Banden, noodreparatie
..............................189, 191
Tijd instellen
................................................. 35, 17 , 33
Trefwoordenregister