
211
Een lamp vervangen
De koplampunits zijn voorzien van glas
van polycarbonaat met een speciale
vernislaag:
F
r
einig de koplampen nooit met een
droge of schurende doek en gebruik
geen oplosmiddelen,
F
g
ebruik een spons met zeepwater of
een pH-neutraal product,
F
w
anneer u met een hogedrukreiniger
hardnekkig vuil probeert te
ver wijderen, houd de straal dan
nooit langdurig op de koplampen,
de achterlichten en de randen er van
gericht, om beschadiging van de
vernislaag en de afdichtrubbers te
voorkomen.
Bij het ver vangen van lampen moet
het contact en de verlichting minstens
enkele minuten zijn uitgeschakeld - om
brandwonden te voorkomen!
F
R
aak de lamp niet met de vingers aan,
maar gebruik een niet-pluizende doek.
Het is van belang dat u uitsluitend lampen
van het type anti-ultraviolet (UV) toepast
om beschadiging van de koplamp te
voorkomen.
Ver vang een kapotte lamp altijd door een
nieuwe lamp met dezelfde specificaties. Halogeenlampen
Controleer ten behoeve van goede
kwaliteitsverlichting of de lamp op juiste
wijze in de behuizing is geplaatst.
Na het ver wisselen van een lamp
Voer voor de montage de handelingen
voor het ver wijderen in omgekeerde
volgorde uit.
Sluit uiterst zorgvuldig de beschermkap
om er voor te zorgen dat de lampen goed
worden afgedicht. Openen van de motorkap/toegang tot
de lampen
Ga voorzichtig te werk bij een warme
motor - kans op brandwonden!
Wees voorzichtig met voorwerpen
of kleding die in de propeller van de
koelventilator kunnen komen - kans op
beknelling!
Onder bepaalde weersomstandigheden
(lage temperatuur, vochtigheid) kan zich
een laagje condens aan de binnenzijde
van de koplampen en de achterlichten
vormen; dit verdwijnt enkele minuten na
het ontsteken van de koplampen.
Koplampen (halogeen)
Let op het gedeelte achter de rechter
lamp (voertuigrichting), dat zo heet
kan zijn dat u zich eraan kunt branden
(ontluchtingsleidingen).
1.
Parkeerlichten (W5W-5W).
2. Grootlicht (H1-55W).
3. Dimlicht (H7-55W).
4. Dagrijverlichting (W21W LL-21W).
5. Richtingaanwijzers (PY21W-21W oranje).
8
In geval van pech

212
Toegang tot de lampen
Dimlicht
Zorg er bij het monteren voor dat de
stekker en de lamp goed in de lichtunit
worden vastgeklikt.
Dagrijverlichting
ParkeerlichtenGrootlicht
Richtingaanwijzers
Sneller knipperen van een
richtingaanwijzerlamp (links of rechts)
betekent dat één van de lampen aan die
zijde defect is.
F
D
ruk op de bovenste clip van het deksel en
kantel het deksel naar achteren om het te
verwijderen.
F
D
ruk op de onderste clip van de stekker en
ver wijder de stekker samen met de lamp.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de lamp. F
D
ruk op de twee clips aan de zijkant van de
stekker en ver wijder de stekker samen met
de lamp.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de lamp.
F
D
ruk op de twee clips aan de zijkant van de
stekker en ver wijder de stekker samen met
de lamp.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de lamp. F
D
ruk op de onderste clip van de stekker en
ver wijder de stekker samen met de lamp.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de lamp.
F
D
raai de lamphouder los door hem een
kwartslag linksom te draaien.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de defecte lamp.
In geval van pech

213
Koplampen (xenon)
1.Grootlicht (H1-55W).
2. Dimlicht (D8S-25W).
3. Richtingaanwijzers (PY21W-21W oranje).
Let op het gedeelte achter de rechter
lamp (voertuigrichting), dat zo heet
kan zijn dat u zich eraan kunt branden
(ontluchtingsleidingen).
Toegang tot de lampen Dimlicht
Het ver vangen van een xenonlamp van
het type D8S moet door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats
worden uitgevoerd: risico van elektrocutie!
Als een van de D8S-lampen defect is,
is het raadzaam beide lampen te laten
vervangen.
Grootlicht
Zorg er bij het monteren voor dat de
stekker en de lamp goed in de lichtunit
worden vastgeklikt.
F
D
ruk op de bovenste clip van het deksel en
kantel het deksel naar achteren om het te
verwijderen. F
D
ruk op de onderste clip van de stekker en
ver wijder de stekker samen met de lamp.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de lamp.
Richtingaanwijzers
Sneller knipperen van een
richtingaanwijzerlamp (links of rechts)
betekent dat één van de lampen aan die
zijde defect is.
Dagrijverlichting/
parkeerlichten
F Draai de lamphouder los door hem een kwartslag linksom te draaien.
F
T
rek de lamp uit de lamphouder en ver vang
de defecte lamp.
8
In geval van pech

214
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om dit type lampen
te laten vervangen.
Het PEUGEOT-netwerk kan u voor de LED's
een vervangingsset leveren.
Mistlampen vóór
H11- 5 5 W
F Draai de bevestigingsbouten voor het windscherm A onder de voorbumper los en
verwijder dit. F
D
raai de lamphouder een kwartslag linksom
en verwijder hem.
F
V
er vang de defecte lamp.
Voor het ver vangen van dit type lampen
kunt u ook het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats raadplegen.
Zijknipperlicht
- Druk het knipperlicht naar achteren en verwijder het.
-
B
reng het zijknipperlicht vanaf de
achterzijde aan en duw hem ver volgens
naar achteren.
De amberkleurige lampen (richtingaanwijzers
en zijknipperlichten) moeten worden
ver vangen door lampen met dezelfde kleur en
eigenschappen.
Achterlichten
1. Remlichten/parkeerlichten (P21/5W-
21/5W ).
2. Richtingaanwijzers (PY21W-21W oranje).
3. Achteruitrijlichten (P21W-21W).
4. Mistachterlicht/parkeerlichten (P21/5W-
21/4W ).
Raadpleeg voor auto's met
binnenbekleding het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats om de
werkzaamheden te laten uitvoeren.
F
S
poor de defecte gloeilamp op en open de
achterdeuren of de achterklep (afhankelijk
van de uitvoering).
F
D
ruk op de borgklem en maak de stekker
los.
In geval van pech

216
Kentekenplaatverlichting
W5W-W
F Steek een kleine schroevendraaier in een van de buitenste openingen van het
lampglas.
F
D
uw de schroevendraaier naar buiten om
het lampglas los te maken.
F
V
er wijder het lampglas en ver vang de
defecte lamp.
Druk het lampglas vast in de houder.
Plafonniers (voor en achter)
Plafonniers met LED
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om dit type lampen
te laten vervangen.
Het PEUGEOT-netwerk kan u voor de LED's
een vervangingsset leveren.
Plafonniers met gloeilamp
W5W-5W
Bevestig voor het monteren het lampglas
in de behuizing en controleer of het goed is
vastgeklikt.
Plancher Cabine
(achterlichten)
1. Richtingaanwijzers (P21W-21W).
2. Remlichten (P21W-21W).
3. Parkeerlichten (R10W-10W).
4. Achteruitrijlichten (P21W-21W).
5. Mistlampen (P21W-21W ).
F
M
aak het lampglas los door een kleine
schroevendraaier in de uitsparingen aan de
buitenzijde van de plafonnier te steken.
F
V
erwijder de lamp en vervang hem. F
S
poor de defecte gloeilamp op.
F
V
erwijder de vier bevestigingsbouten van de
lens en verwijder deze.
F
D
ruk de defecte lamp iets in en draai
hem een kwartslag rechtsom om hem te
verwijderen.
F
V
ervang de gloeilamp.
In geval van pech

236
Openen portieren ~ Portieren openen ......................................... 31- 32, 43 - 4 4
Opschakelindicator
....................................... 14 6
Overzicht gewichten ~ Gewichten,
overzicht
..................................................... 225
Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel
................................... 21
7-219
PPanoramadak .................................................. 82
Parkeerhulp achter ....................................... 178
Parkeerhulp achter met grafische weergave en geluidssignalen
..... 17
8
Parkeerhulpsystemen (algemene adviezen)
..................................15 6
Parkeerhulp vóór
........................................... 179
Parkeerlichten
.......................... 97, 211-214, 216
Plafonnier
........................................................ 95
Plafonnier achter
............................... 95 - 9 6, 216
Plafonniers
........................................ 95 - 9 6, 216
Plafonnier voor
...............................
...95 - 9 6, 216
Plancher cabine
............................................ 2
16
Portieren sluiten
............................. 31, 37, 49 -50
Programmeerbare verwarming
...........51, 9 2- 9 4
Pyrotechnische gordelspanners
............11 6 -117
RRadar (waarschuwingen) ..............................15 6
Regeling luchtopbrengst ~ Aanjager, regeling
.................................. 88-89
Regeling luchtverdeling ~ Luchtverdeling
........................................ 88-89
Regelmatige controles ~ Controles
...... 19
4 -195
Regelmatig onderhoud
......................... 15
8, 19 4
Regeneratie roetfilter
.................................... 19
5
Rembekrachtigingsysteem
....................109 -110
Remblokken .................................................. 195
Remlichten ............................... ..............214 -216
Remmen
............................................. 11 -12 , 1 9 5
Remschijven .................................................. 195
Remvloeistof
..............................
...................193
Reservewiel
..................155, 196, 206 -207, 210
Reservoir koplampsproeiers
.........................193
Reservoir ruitensproeiers ~ Ruitensproeierreservoir
..............................193
Resetten bandenspanningscontrolesysteem
............15 5
Richtingaanwijzers
...................98, 211-214, 216
Rijadviezen
..............................
..........7, 13 8 -13 9
Rijden
.................................................... 13 8 -13 9
Rijhulpcamera (waarschuwingen)
................ 15
7
Rijhulpsystemen (algemene adviezen) .........15 6
Rijstrookcontrolesystemen
....................109 -110
Roetfilter
...............................
.................193, 195
Ruitensproeier achter
...................................104
Ruitensproeiers
............................................. 104
Ruitenwisser achter
...................................... 104
Ruitenwisserbladen (vervangen)
..........105 -10 6
Ruitenwisserbladen vervangen
............ 10
5 -10 6
Ruitenwissers
.................................. 20, 103 -104
Ruitenwisserschakelaar
........................ 10
3 -104
Ruit van de achterklep
....................................50
SSchakelaar koplampverstelling .....................102
Schakelaars stoelverwarming ~
S
toelverwarming, schakelaars
.....................57
Schakel sneeuwketting
.........................188, 208
Scheidingsnet
........................................... 60-62
SCR (Selective Catalytic Reduction)
......26, 19 6
SCR-systeem
...............................
...........26, 19 6
Selectiehendel
............................... 1
46, 15 0 -152
Selectiehendel automatische transmissie ~ Schakelen
automatische versnellingsbak
............. 1
47-15 0Selectiehendel elektronisch
gestuurde versnellingsbak
......................... 19
5
Selectiehendel handgeschakelde
versnellingsbak ~ Schakelen
elektronisch bediende
versnellingsbak
....................................
145 -14 6
Selectieve ontgrendeling
..........................
33-36
Sensoren (waarschuwingen)
........................
157
Serienummer auto
........................................
231
Set voor tijdelijke bandenreparatie ~
Bandreparatieset
...............................
.
202-205
Sfeerverlichting
............................................. 10
2
Sierdeel
.........................................................
210
Signalering onoplettendheid
.........................
175
Sjorogen
..........................................................
79
Sleepoog
....................................................... 222
S
lepen van een auto .............................
222-223
Sleutel
......................................
31, 33 -36, 38 -39
Sleutel met afstandsbediening
..........
3 6 - 3 7, 1 4 0
Sneeuwkettingen
................... 1
55, 187-188, 208
Snelheidsbegrenzer
....................... 1
59, 161-16 4
Snelheidslimietherkenning
...........
160 -161, 163,
16 6 , 170 -171
Snelheidsregelaar
...........
159, 161-162, 16 4 -167
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
...................
161-162
Spaarfase
......................................................
189
Sproeiers, verwarmd
......................................
91
Starten ........................................................... 220
Starten dieselmotor ~ Dieselmotor starten
....................................185
Starten van de auto........ 141, 143, 145, 147-152
Starten van de motor
....................................14
0
Stilzetten van de auto
............141, 143, 147-152
Stoelen achter ~ Achterbank
............6
4 -70, 12 2
Stoelen verstellen
...............................
......54-56
Stoelverwarming
...............................
..............57
Stop & Start
.........................21, 29, 87, 152-154,
185, 190, 194, 222
Trefwoordenregister