
193
- Her vatten van de manoeuvre nadat de voorwaarden voor de onderbreking zijn
verdwenen:
•
l
aat alle bedieningselementen los
(rempedaal, regelknop voor functie,
stuurwiel, enz.)
•
d
ruk opnieuw op de regelknop voor de
functie.
-
D
efinitief afbreken na onderbreking van
de manoeuvre:
•
t
rap het rempedaal in en schakel een
versnelling in. -
a fslaan van de motor,
- p lotseling verschijnen van een obstakel
in het veld van de manoeuvre dat niet is
gedetecteerd door het systeem voordat de
manoeuvre is begonnen (het obstakel blijft
langer dan 30 seconden aanwezig),
-
n
a tien fileparkeermanoeuvres of tien
manoeuvres om na het fileparkeren de
parkeerplek te verlaten, en na zeven
manoeuvres om haaks in te parkeren,
-
e
en storing in het systeem tijdens het
manoeuvreren.
Bij het afbreken van de manoeuvre worden de
remmen onmiddellijk geactiveerd en wordt de
functie automatisch gedeactiveerd.
Dit symbool wordt weergegeven
in combinatie met de melding
"Manoeuvre afgebroken " op het
touchscreen.
Een melding verzoekt de bestuurder om de
controle over de auto over te nemen. De functie wordt na een paar
seconden uitgeschakeld, dit lampje
gaat uit en op het scherm wordt
de oorspronkelijke weergave weer
getoond.
Het systeem selecteert na 4 seconden
automatisch de stand P van de transmissie.
De manoeuvre wordt in de volgende situaties
afgebroken:
-
g
een actie van de bestuurder gedurende
30 seconden na onderbreking van de
manoeuvre,
-
han
dmatig aantrekken van de parkeerrem,
-
s
electeren van de stand P van de
transmissie door de bestuurder,
-
l
osmaken van de veiligheidsgordel van de
bestuurder,
-
o
penen van een portier of de achterklep,
-
a
ctiveren van de richtingaanwijzers aan
de tegenovergestelde zijde van die van de
manoeuvre,
-
i
n bepaalde gevallen, wanneer een wiel van
de auto een stoeprand of een laag voor werp
raakt,
-
a
ctivering van de antispinregeling op een
glad wegdek,Einde van de inparkeer- of
de uitparkeermanoeuvre
De auto stopt zodra de manoeuvre is voltooid.
Dit symbool wordt weergegeven
in combinatie met de melding
"Manoeuvre voltooid " op het
touchscreen.
De functie wordt na een paar seconden
uitgeschakeld, dit lampje gaat uit en op
het scherm wordt de oorspronkelijke
weergave weer getoond.
- Bij het inparkeren moet de bestuurder mogelijk de manoeuvre zelf voltooien.
De transmissie schakelt 4 seconden na
het
voltooien van de manoeuvre naar de
stand P .
-
B
ij het uitrijden van een parkeerplek
schakelt de transmissie naar de stand N .
De bestuurder wordt met een melding en de
weergave van pictogrammen opgeroepen
om de controle over de auto over te nemen:
houd het stuur wiel vast, selecteer stand D
of R van transmissie en geef gas als het
verkeer dit toelaat.
Na een vertraging van 30 seconden
zonder actie van de bestuurder schakelt de
transmissie automatisch naar de stand P .
6
Rijden

209
Handgeschakelde versnellingsbak
De versnellingsbak is onderhoudsvrij
(olie verversen niet noodzakelijk).
Automatische transmissie
De transmissie is onderhoudsvrij
(olie verversen niet noodzakelijk).
Remblokken
De slijtage van de remblokken is
sterk afhankelijk van de rijstijl, vooral
bij stadsverkeer en veel korte ritten.
Hierdoor kan het noodzakelijk blijken
om de remblokken vaker, tussen
twee onderhoudscontroles door, te
laten controleren.
Als het remsysteem vrij is van lekkages, duidt
een te laag remvloeistofniveau erop dat de
remblokken versleten zijn.
Slijtage remschijven/
remtrommels
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats
voor informatie over het controleren
van de slijtage van de remschijven.
Elektrische parkeerrem
Dit systeem vereist geen specifieke
controle. Laat echter in het geval
van een storing het systeem
controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de elektrische
parkeerrem .
Velgen en banden
De bandenspanning moet
minstens eens per maand en
voorafgaand aan een lange rit bij
alle banden (wanneer ze koud zijn)
gecontroleerd worden. Het rijden met versleten of beschadigde
banden vermindert de remwerking en heeft een
negatieve invloed op het weggedrag. Het wordt
aanbevolen om een regelmatige inspectie van
de staat van de banden (profiel en bandwangen)
en velgen uit te voeren en om te controleren dat
de banden over een ventiel beschikken.
Het gebruik van andere dan de gespecificeerde
velg- en bandmaten kan effect hebben op
de levensduur van de banden, het draaien
van de wielen, de bodemvrijheid en de
snelheidsmeteraanduiding, en kan tevens een
negatieve invloed hebben op het weggedrag van
de auto.
De montage van verschillende banden
op de voor- en op de achteras kan leiden
tot onjuist ingrijpen van het elektronisch
stabiliteitsprogramma (ESP).
Gebruik uitsluitend door PEUGEOT
aanbevolen producten of gelijkwaardige
kwaliteitsproducten.
Om de werking van belangrijke
onderdelen als het remsysteem te
optimaliseren, selecteert en biedt
PEUGEOT specifieke producten aan.
Na het wassen kan er zich een laagje
vocht of onder winterse omstandigheden
ijs vormen op de remschijven en
remblokken: de remwerking kan daardoor
afnemen. Rem een paar keer lichtjes om
de remmen vocht- en ijsvrij te maken.
De op de sticker aangegeven bandenspanningen
gelden voor koude banden. Als u meer langer
dan 10 minuten of meer dan 10 kilometer
hebt gereden met een snelheid van meer dan
50
km/u, moet u de bandenspanning 0,3 bar
(30
kPa) verhogen ten opzichte van de op de
sticker aangegeven waarden.
Een te lage bandenspanning leidt ook tot
een hoger brandstofverbruik. Een onjuiste
bandenspanning veroorzaakt vroegtijdige
slijtage van banden en heeft een negatieve
invloed op het weggedrag van de auto. Kans op
een ongeval!
7
Praktische informatie

248
Remblokken .........................................................20 9
Remmen ................................................... 12, 17, 209
Remschijven
......................................................... 209
Reservewiel
.......................................................... 209
Reservoir ruitensproeiers
....................................207
Resetten
bandenspanningscontrolesysteem
...........141-142
Resetten van het traject ....................................27-2 8
Rijadviezen
.................................................... 12
4 -125
Rijden
............................................................... 56-57
Rijstanden
............................................................ 13 6
Rijstrookcontrolesystemen
........................... 10
0 -101
Roetfilter
........................................................ 20
7-208
Ruitbediening
................................................... 52-53
Ruitenwissers
......................................................... 22
S
Schakelaars stoelverwarming .........................59-60
Schakelindicator ................................................... 13 8
SCR (Selective Catalytic Reduction)
.................. 2
10
SCR-systeem
....................................................... 2
10
Selectiehendel
.............................................. 13
1-13 5
Selectiehendel automatische
transmissie
................................................. 131, 13 3
Serienummer auto ............................................... 243
Service (verklikkerlampje)
..................................... 13
S
feerverlichting
...................................................... 79
S
ignalering onoplettendheid
...............................169
Sjorogen
........................................................... 81, 8 4
Skiluik
...................................................................... 80
Sleutel
......................................................... 3 5 , 4 0 - 41
Sleutel met afstandsbediening
............................ 12
5
Sleutel niet herkend
............................................. 127
SMS
........................................................................\
30
Sneeuwkettingen
......................................... 141, 2 0 2
Snelheidsbegrenzer
..............................145 -148, 151
Snelheidslimietherkenning
..........................142, 14 4
Snelheidsregelaar ................145, 148 -155, 159, 161
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
................................145
Spaarfase
............................................................. 201
Sport-stand
........................................................... 13
6
Spraakcommando's
.................................. 5
- 8 , 10 -12
Startblokkering, elektronische
............................ 12
5
Starten dieselmotor
............................................. 197
Starten van
de auto
................. 13, 16 -17, 19, 124-126, 132-135
Stilzetten van
de auto
................ 13, 16 -17, 19, 124, 126, 132-135
Stoelen verstellen ............................................. 5
7- 5 9
Stoelverwarming
.............................................. 59
-60
Stop & Start
...................
2 1, 29, 67, 70, 138 -139, 198, 204, 208
STOP (verklikkerlampje) ........................................ 11
Streaming audio Bluetooth
..........................9, 25 -26
Stuurkolomschakelaars
................................131-13 5
Stuurwiel (verstellen)
............................................. 61
Stuurwielverstelling
................................................ 61
S
upervergrendeling
......................................... 36, 39
Synchroniseren afstandsbediening
......................42
T
Tankbeveiliging .................................................... 19 9
Technische gegevens ..................................2 3 9 - 2 41
Te laag brandstofniveau
......................................198
Telefoon
........................................... 77, 13 -15, 27-30
Te l l e r
........................................................................\
. 8
T
emperatuurregeling
............................................. 68
Tijd instellen ................................................ 34, 17, 33
TMC (verkeersinformatie)
......................................15
Toegang tot de achterbank ....................................57
Toerenteller ............................................................... 8
Touchscreen
................................. 29, 31-33, 76, 1, 1
Trailer Stability Management (TSM)
............102-103
Trekhaak
....................................... 102-103, 125, 199
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning ..........14 5 -14 6
Uitschakelen airbag passagier ............. 10
6 -107, 112
USB-aansluiting
............................... 7
5 -76, 80, 9, 25
V
Veiligheidsgordels ..........................12, 103 -104, 116
Veiligheidsgordels achter ............................103 -104
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
........................ 1 0 6 -1 0 7, 11 0 -112 , 117-12 0
Ventilatie
............................................... 65 - 66, 71, 73
Ventilatieroosters
................................................... 65
V
ergrendelen
.............................................. 36, 39 - 40
Vergrendeling portieren
......................................... 48
V
ergrendeling van binnenuit
.................................43
Vering met variabele demping
............................ 13
6
Verkeersinformatie (TMC)
.....................................15
Verklikkerlampje airbags
.......................................20
Verklikkerlampje handrem
..................................... 12
V
erklikkerlampje laag brandstofniveau
................14
Verklikkerlampje remsysteem
........................1
2 , 17
Verklikkerlampje Service
.......................................13
Verklikkerlampje STOP
......................................... 11
Verklikkerlampje voorgloeien (diesel)
...................14
Verlichting bagageruimte .......................................85
Versnellingsbak,
handgeschakeld
........ 13 1, 13 5 -13 6, 13 8 -13 9, 20 9
Versnellingshendel handgeschakelde versnellingsbak
.................................................. 13
1
Verversen
..................................................... 206-207
Vervoer van lange voorwerpen
.............................80
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
.................... 20
8
Verwarming
................................................. 6 5, 71-73
Visiopark 1
............................................................ 18 0
Visiopark 1 – Visiopark 2
.............................179, 181
Voorgloeien (dieselmotor)
..................................... 14
V
oorruitverwarming
............................................... 71
Voor stoelen
....................................................... 57- 5 9
Voorzieningen achterin
.......................................... 80
Trefwoordenregister