
64Regio-instelling............................. 24
Regionaal ..................................... 24
Routebegeleiding .........................46
S Selectie van frequentiebereik .......21
Smartphone .................................. 27
Telefoonweergave ....................33
Smartphone-applicaties gebruiken .................................. 33
Snelkiesnummers .........................55
Spraakherkenning ........................50
Stemherkenning ........................... 50
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................... 29
Systeeminstellingen...................... 18
T
Telefoon Algemene informatie .................51
Beltoon selecteren ....................55
Bluetooth ................................... 51
Bluetooth-verbinding .................52
Een nummer invoeren ...............55
Functies tijdens het gesprek .....55
Hoofdmenu Telefoon ................55
Inkomend gesprek ....................55
Noodoproepen .......................... 54
Oproepenhistorie ......................55
Snelkiesnummer .......................55
Telefoonboek ............................ 55Telefoon activeren ........................55
Telefoonboek ................................ 55
Telefoonweergave ........................33
TMC-zenders ................................ 35
U
USB Afbeeldingenmenu USB ............30
Algemene informatie .................27
Apparaat aansluiten ..................27
Audiomenu USB........................ 29
Filmmenu USB .......................... 32
V Verkeersincidenten .......................46
Volume Automatisch volume ..................17
Beltoonvolume .......................... 17
Maximaal opstartvolume ...........17
Stiltefunctie................................ 11
Volume aanraakpiep .................17
Volume instellen ........................11
Volume TP ................................ 17
Volumebegrenzing bij hoge
temperaturen ............................. 11
Voor snelheid
gecompenseerd volume ............17
Volume aanraakpiep ....................17
Volume-instellingen ......................17
Volume TP .................................... 17Z
Zenders ophalen .......................... 23
Zenders opslaan ........................... 23
Zender zoeken.............................. 21

66InleidingInleiding
Het Infotainmentsysteem biedt u
eersteklas Infotainment voor in uw
auto.
Met behulp van radiotunerfuncties kunnen veel radiozenders worden
opgeslagen als favorieten.
Externe gegevensopslagapparaten
kunnen worden aangesloten op het Infotainmentsysteem als andere
audiobronnen; via USB of via Blue‐
tooth ®
.
Ook biedt het Infotainmentsysteem
de mogelijkheid om een mobiele tele‐
foon comfortabel en veilig in de auto
te gebruiken.
Specifieke smartphone-apps kunnen
ook worden bediend via het Infotain‐
mentsysteem.
Daarnaast kan het Infotainmentsys‐
teem worden bediend met behulp van het aanraakscherm en de toetsen op
het bedieningspaneel of de knoppen op het stuurwiel.Let op
Deze handleiding beschrijft alle voor
de diverse Infotainmentsystemen
beschikbare opties en functies. Bepaalde beschrijvingen, zoals die
voor display- en menufuncties,
gelden vanwege de modelvariant,
landspecifieke uitvoeringen, speci‐
ale uitrusting en toebehoren wellicht niet voor uw auto.
Bezoek ons voor meer informatie,
waaronder enkele video's, online.
Belangrijke informatie over de
bediening en de
verkeersveiligheid9 Waarschuwing
Het Infotainmentsysteem moet
worden gebruikt zodat er te allen
tijde veilig met de auto kan worden gereden. Zet bij twijfel de auto aan de kant en bedien het Infotain‐
mentsysteem terwijl u stilstaat.
Radio-ontvangst
Tijdens de radio-ontvangst kan gesis,
geruis, signaalvervorming of signaal‐
uitval optreden door:
● wijzigingen in de afstand tot de zender
● ontvangst van meerdere signa‐ len tegelijk door reflecties
● obstakels
Bedieningspaneel
; Indrukken om naar het
startscherm te gaan.

Inleiding67tRadio: Indrukken en
loslaten om snel naar de/
het krachtigste vorige
zender of kanaal te zoeken.
USB/muziek: Indrukken
om naar de vorige content
te gaan. Ingedrukt houden voor snel achteruitspoelen.
) Wanneer uit, indrukken
om het systeem aan te
zetten. Ingedrukt houden
om uit te zetten.
Wanneer aan, indrukken
om het geluid van het
systeem te onderdrukken
en een statusdeelscherm
weer te geven. Opnieuw
indrukken om het geluid
van het systeem weer in te
schakelen.
Draaien om het volume
zachter of harder te zetten.v Radio: Indrukken en
loslaten om snel naar de/
het krachtigste volgende
zender of kanaal te zoeken.
USB/muziek: Indrukken
om naar de volgende
content te gaan. Ingedrukt
houden voor snel vooruitspoelen.
g Indrukken en loslaten om
naar het telefoonscherm te gaan, een
binnenkomende oproep te
beantwoorden of naar het
startscherm van het
apparaat te gaan.Stuurbedieningsknoppen
1 qw
Kort indrukken: open
OnStar-menu mits geen
telefoon verbonden
of neem gesprek aan mits
telefoon verbonden
of open telefoonmenu mits
telefoon verbonden

74AudioAudio
OverzichtInstellen:Voorkeuzetoets Vasthou‐
den om actieve radiozen‐
der als favoriet op te
slaan.c:Andere voorkeuzetoetsen
weergeven.b:Geluidsinstellingen
aanpassen.a:Zenderlijst/mappen weer‐
geven.e:Aanraken om naar de
volgende zender/song te
gaan of vinger erop
houden voor snel vooruit‐
spoelen._:Een frequentie invoeren.d:Aanraken om naar de
vorige zender/song te
gaan of vinger erop
houden voor achteruit‐
spoelen.Meer:Audiobron selecteren.Bronnen
Raak Meer aan en selecteer de
gewenste audiobron.
De laatste drie geselecteerde bron‐
nen worden aangegeven boven
Meer op het scherm. Als een van de
laatste drie geselecteerde audiobron‐ nen een extern apparaat is, wordt het
nog steeds aangegeven hoewel het
apparaat niet meer is verbonden.
Bij het verbinden van een extern
apparaat schakelt het Infotainment‐
systeem niet automatisch over naar
het externe apparaat. Het externe
apparaat moet worden geselecteerd als audiobron. Bij het ontkoppelen
van het externe apparaat moet er een andere audiobron worden geselec‐
teerd.
Externe apparaten
Er zit een USB-poort voor het aanslui‐ ten van externe apparaten op de
middenconsole.Wanneer een externe audiobron (via
USB of Bluetooth) wordt verbonden en wordt geselecteerd als audiobron
verschijnen de volgende extra
symbolen op het audioscherm:= of l:Afspelen onderbreken of
hervatten.n:Tracks in willekeurige volg‐
orde afspelen.
Audiobestanden
De afspeelbare audiobestandsinde‐ lingen zijn MPEG-4 (AAC LC, HE
AAC, ALAC), FLAC, MP3, Vorbis,
PCM/WAVE, SBC.
Favorieten opslaan
Er zijn twee manieren om een radio‐
zender op te slaan als favoriet:
● Houd uw vinger op een van de voorkeuzetoetsen totdat er een
bijbehorend bericht verschijnt.
De momenteel actieve radiozen‐
der wordt nu opgeslagen als

Telefoon79Wanneer Als eerste verbinden voor
een mobiele telefoon is geactiveerd, wordt deze telefoon automatisch
verbonden als primaire telefoon.
Verbonden mobiele telefoon
ontkoppelen
1. Selecteer in het telefoonmenu op het Info-Display Telefoons.
2. Raak / naast de gekoppelde
mobiele telefoon aan om het
instellingenmenu te openen.
3. Druk op Verbinding verbreken .
Gekoppelde mobiele telefoon
verwijderen
1. Selecteer in het telefoonmenu op het Info-Display Telefoons.
2. Raak / naast de gekoppelde
mobiele telefoon aan om het
instellingenmenu te openen.
3. Druk op Telefoon verwijderen .Smartphone-applicaties
gebruiken
De smartphone-applicaties Apple
CarPlay en Android Auto geven de
geselecteerde apps van een smart‐
phone weer op het Infotainments‐
cherm. U kunt ze bedienen met de
bedieningsorganen van het Infotain‐
mentsysteem.
Controleer bij de fabrikant van het
apparaat of deze functie op uw smart‐
phone kan worden gebruikt en of de
applicatie beschikbaar is in het land
waar u zich bevindt.
De smartphone voorbereiden Android-telefoon: Download de
Android Auto-app naar de smart‐
phone vanaf de Google Play Store.
iPhone ®
: Controleer of Siri ®
op de
smartphone geactiveerd is.
Telefoonweergave activeren in
het instellingenmenu
Druk op ;, selecteer Instellingen op
het startscherm en ga naar Apps.Blader door de lijst en selecteer Apple
CarPlay of Android Auto .
Zorg ervoor dat de desbetreffende
applicatie is geactiveerd.
Mobiele telefoon verbinden
Verbind de smartphone met de USB- poort via een originele kabel die doorde fabrikant van de smartphone is
geleverd.
Teruggaan naar het
infotainmentscherm
Druk op ;.

80TrefwoordenlijstAAlgemene aanwijzingen ...............77
Android Auto ................................. 79
Apple CarPlay............................... 79
Audio ............................................ 74
Audio beluisteren ..........................74
Audiobestanden ........................... 74
B Basisbediening ............................. 70
Bediening met display ..................70
Bedieningselementen ...................66
Bluetooth-verbinding ....................77
D
DAB-berichten .............................. 74
E Een telefoon koppelen ..................77
Een telefoon verbinden ................77
H
Hoofdscherm ................................ 66
I
Inleiding ....................................... 66
K
Klankinstellingen........................... 74 Koppeling DAB-DAB..................... 74
Koppeling DAB-FM .......................74O
Onderste balk ............................... 66
R
Radio ............................................ 74
S
Smartphone Telefoonweergave ....................79
Smartphone-applicaties gebruiken .................................. 79
Startscherm .................................. 66
Stuurbedieningsknoppen ..............66
Systeeminstellingen...................... 70
T
Telefoon Bluetooth-verbinding .................77
Telefoonweergave ........................79
Telefoonweergave activeren ........79
Tweede telefoon ........................... 77
U Uitgebreid statusscherm ...............66
USB-poort ..................................... 74
V Verkeersinformatie .......................74
W
Wi-Fi Hotspot ................................ 70
Wi-Fi-verbinding ........................... 70

100Externe apparatenExterne apparatenAlgemene informatie..................100
Audio afspelen ........................... 102Algemene informatie
Er zit een USB-poort voor het aanslui‐ ten van externe apparaten op de
middenconsole.
Let op
U moet de USB-poort altijd schoon
en droog houden.
AUX-ingang
U kunt op de AUX-ingang extra appa‐
raten aansluiten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het rand‐
apparaat via de luidsprekers van het
infotainmentsysteem verzonden.
Het volume en de geluidsinstellingen
kunnen via het infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere
bedieningsfuncties werken via het
randapparaat zelf.
Het Infotainmentsysteem kan muziekbestanden op randapparatuur weergeven.Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Gebruik de volgende kabel om hetrandapparaat op de AUX-ingang van
het infotainmentsysteem aan te slui‐
ten:
3-polig voor audiobron.
Ontkoppel het AUX-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het AUX-apparaat te verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het
afspelen niet los. Hierdoor kan het toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een MP3- speler, USB-opslagstation of smart‐
phone aansluiten.
Na het aansluiten op de USB-poort
werken de bovenvermelde apparaten via de knoppen en menu's van het
infotainmentsysteem.

Externe apparaten101Let op
Niet alle aanvullende apparaten
worden ondersteund door het Info‐
tainmentsysteem.
Het Infotainmentsysteem kan
muziekbestanden op USB-opslagap‐ paratuur weergeven.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Sluit het USB-apparaat aan op de
USB-poort.
Let op
Bij het verbinden van een niet-lees‐
baar USB-apparaat verschijnt er een
bijbehorende foutmelding en scha‐
kelt het Infotainmentsysteem auto‐
matisch terug naar de vorige functie.
Ontkoppel het USB-apparaat door
een andere functie te selecteren en
dan het USB-opslagapparaat te
verwijderen.Voorzichtig
Koppel het toestel tijdens het
afspelen niet los. Hierdoor kan het toestel of het Infotainmentsysteem beschadigd raken.
MTP-apparaatinstellingen
In het instellingenmenu kunt u
aanvullende instellingen aanpassen
voor apparaten die via het MTP zijn
aangesloten.
Druk in een actieve audiobron op
MENU , blader door de lijst en selec‐
teer Indstillinger (Settings) . Selecteer
Telefoonverbinding (alleen MTP) .
Als u wilt dat het apparaat alleen via de USB-poort wordt opgeladen, moet u Alleen opladen activeren. Als u naar
de USB-audiobron omschakelt terwijl
deze instelling is geactiveerd, wordt u
gewaarschuwd met een oplaadbe‐
richt.
Als u muziekbestanden wilt afspelen
die op het apparaat zijn opgeslagen,
moet u Alleen mappen met muziek
scannen of Alle mappen scannen
activeren.
Bluetooth
Bluetooth-compatibele audiobronnen
(bijv. mobiele telefoons voor muziek,
mp3-spelers met Bluetooth enz.) die
de Bluetooth-muziekprofielen PBAP,HFP, A2DP en AVRCP ondersteu‐
nen, werken draadloos op het info‐
tainmentsysteem.
Het Infotainmentsysteem kan
muziekbestanden op Bluetooth-
apparatuur weergeven.
Een apparaat aansluiten/loskoppelen
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-verbinding 3 106.
Bluetooth-apparatenlijst
Activeer de Bluetooth-audiobron,
druk op MENU en selecteer vervol‐
gens Bluetooth-apparaten beheren
om naar de Bluetooth-apparatenlijst
te gaan.
Voor een gedetailleerde beschrijving
van de Bluetooth-apparatenlijst
3 106.
Bestandsindelingen
Er worden alleen apparaten onder‐
steund die zijn geformatteerd in de
FAT16/32 bestandssystemen.