Page 10 of 241
8Kort en bondigHoofdsteunverstelling
Ontgrendelingsknop indrukken,
hoogte instellen, vastklikken.
Hoofdsteunen 3 32.
Veiligheidsgordel
Veiligheidsgordel afrollen en in
gordelslot vastmaken. De veiligheids‐ gordel mag niet gedraaid zitten en
moet strak tegen het lichaam aanlig‐
gen. De rugleuningen mogen niet te
ver naar achteren hellen (maximaal
ca. 25°).
Om de gordel los te maken, de rode
knop van het gordelslot indrukken.
Stoelpositie 3 33.
Veiligheidsgordels 3 37.
Airbagsysteem 3 40.
Spiegelverstelling
Binnenspiegel
U verstelt de spiegel door het spie‐
gelhuis in de gewenste richting te
verplaatsen.
Spiegel met handmatige dimfunctie
3 28.
Spiegel met automatische dimfunctie
3 29.
Page 11 of 241
Kort en bondig9Buitenspiegels
Selecteer de desbetreffende buiten‐
spiegel met de wipschakelaar en stel
de spiegel bij met de schakelaar :.
Bolronde buitenspiegels 3 27.
Elektrisch verstellen 3 27.
Inklapbare buitenspiegels 3 28.
Buitenspiegelverwarming 3 28.
Stuurwiel verstellen
Ontgrendel de hendel, verstel het
stuurwiel en vergrendel de hendel weer.
Stuurwiel uitsluitend bij stilstaande
auto en ontgrendeld stuurslot verstel‐ len.
Airbagsysteem 3 40.
Contactslotstanden 3 121.
Page 13 of 241

Kort en bondig111Richtingaanwijzers,
lichtsignaal, dimlicht en
groot licht ............................ 105
Uitstapverlichting ................ 108
Parkeerlichten .....................106
Knoppen voor Driver
Information Center ................83
2 Instrumenten ........................ 70
3 Driver Information Centre ...... 83
4 Bedieningselementen van
infotainment ......................... 63
5 Voorruitenwisser, wis-/
wasinstallatie voor,
achterruitenwisser, wis-/
wasinstallatie achter .............. 64
6 Centrale vergrendeling .........21
Stadsmodus ........................ 136
Brandstofkeuzeschakelaar ...72
Eco-knop voor Stop/Start-
systeem ............................... 123
Traction Control-systeem ...135
Elektronische stabiliteits‐
regeling .............................. 135
Parkeerhulp ........................ 143Lane Departure Warning ......63
Stoelverwarming ...................37
Verwarmd stuurwiel ..............63
7 Status-led alarmsysteem .....25
8 Alarmknipperlichten ...........104
Controlelamp airbag-
deactivering .......................... 79
Controlelamp
veiligheidsgordel
voorpassagier ......................78
9 Info-Display .......................... 88
10 Middelste luchtroosters ......118
11 Zijdelingse luchtroosters,
passagierszijde ...................118
12 Airbag deactiveren ...............46
13 Handschoenenkastje ...........53
14 Verwarming en ventilatie ....110
15 Elektrische aansluiting ..........68
16 USB-ingang ........................... 10
17 Keuzehendel ....................... 129
18 Parkeerrem ......................... 134
19 Contactslot met stuurslot ...12120 Claxon .................................. 64
Bestuurdersairbag ...............44
21 Ontgrendelingshandgreep
motorkap ............................ 162
22 Stuurwiel verstellen ..............63
23 Lichtschakelaar ..................101
Koplampverstelling ............103
Mistachterlicht ....................105
Mistlampen voor .................. 105
Helderheid van instrumen‐
tenverlichting ....................... 106
Zekeringhouder ..................180
24 Elektrische ruitbediening .......29
25 Buitenspiegels ......................27
26 Cruisecontrol ...................... 137
Snelheidsbegrenzer ...........139
Frontaanrijdingswaar‐ schuwing ............................ 140
Page 23 of 241

Sleutels, portieren en ruiten21Batterij van de afstandsbedieningvervangen
Zodra de reikwijdte afneemt, de
batterij meteen vervangen.
Batterijen horen niet in het huisvuil
thuis. Ze moeten via speciale inza‐
melpunten gerecycled worden.
Sleutelbaard uitklappen en handzen‐
der zijwaarts openen. Batterij vervan‐ gen (batterijtype CR 2032), let hierbij
op de juiste plaatsing. Afstandsbedie‐
ning sluiten en synchroniseren.
Opgeslagen instellingen Bij uitschakeling van het contact
worden bepaalde functie-instellingen
mogelijk automatisch door de
afstandsbediening opgeslagen:
● verlichting
● elektronische klimaatregeling
● voorinstellingen voor Infotain‐ mentsysteem
● centrale vergrendeling
● comfortinstellingen
De opgeslagen instellingen worden
automatisch toegepast wanneer de
sleutel met het geheugen de
volgende keer in het contactslot wordt
gestoken en naar stand 1 3 121
wordt gedraaid.Voorwaarde is wel dat Pers. inst. voor
bestuurder is geactiveerd in de
persoonlijke instellingen van het
Info-Display. Dit moet worden inge‐
steld voor elke gebruikte sleutel.
Persoonlijke instellingen 3 93.
Centrale vergrendeling Ontgrendelen en vergrendelen van
portieren, bagageruimte en tankvul‐
klep.
Trek vanuit het interieur met vergren‐
delde portieren aan een binnenhand‐ greep om het desbetreffende portier
te ontgrendelen.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags of
gordelspanners in werking treden,
wordt het voertuig automatisch
ontgrendeld.
Let op
Wanneer na ontgrendeling met de
afstandsbediening geen van de
portieren wordt geopend, worden de portieren na drie minuten automa‐tisch opnieuw vergrendeld.
Page 34 of 241

32Stoelen, veiligheidssystemenStoelen,
veiligheidssysteme
nHoofdsteunen .............................. 32
Voorstoelen .................................. 33
Stoelpositie ................................ 33
Stoelverstelling .......................... 34
Rugleuning neerklappen ...........35
Verwarming ............................... 37
Veiligheidsgordels .......................37
Driepuntsgordel ......................... 38
Airbagsysteem ............................. 40
Frontaal airbagsysteem .............44
Zijdelings airbagsysteem ...........45
Gordijnairbagsysteem ...............45
Airbag deactiveren ....................46
Kinderveiligheidssystemen ..........47
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 50Hoofdsteunen
Stand9 Waarschuwing
Alleen met correct ingestelde
hoofdsteunen rijden.
De bovenzijde van de hoofdsteun moet op gelijke hoogte zijn als de
bovenzijde van het hoofd. Is dit bij
zeer lange personen niet mogelijk,
dan de hoofdsteun in de hoogste
stand zetten (bij zeer kleine personen
de hoofdsteun juist in de laagste
stand zetten).
Instellen
Hoofdsteunen voor,
hoogteverstelling
Ontgrendelingsknop indrukken,
hoogte instellen, vastklikken.
Page 35 of 241
Stoelen, veiligheidssystemen33Hoofdsteunen achter,
hoogteverstelling
Trek de hoofdsteun omhoog en laat
deze vastklikken. Omlaag zetten:
druk op de pal om de hoofdsteun los
te zetten en omlaag te drukken.
Hoofdsteun achter wegnemen
Bijv. bij gebruik van een kinderveilig‐
heidssysteem 3 47.
Druk beide pallen in, trek de hoofd‐
steun omhoog en verwijder deze.
Leg de hoofdsteun in een nettas en
bevestig de onderkant van de tas met
klittenbandbevestigingen (Velcro ®
)
aan de vloer van de bagageruimte.
Een geschikte nettas is verkrijgbaar
bij uw werkplaats.
Voorstoelen
Stoelpositie9 Waarschuwing
Alleen met een correct ingestelde
stoel rijden.
9 Gevaar
Altijd op minstens 25 cm afstand
van het stuurwiel zitten zodat de
airbag veilig in werking kan treden.
9 Waarschuwing
Stoelen nooit tijdens het rijden
verstellen, omdat ze ongecontro‐
leerd kunnen bewegen.
Page 42 of 241
40Stoelen, veiligheidssystemenLosmaken
Om de gordel los te maken, de rode
knop van het gordelslot indrukken.
Gebruik van de veiligheidsgordel
tijdens de zwangerschap9 Waarschuwing
De heupgordel moet zo laag
mogelijk over het bekken lopen
om druk op de buik te voorkomen.
Airbagsysteem
Het airbagsysteem bestaat uit meer‐
dere afzonderlijke systemen afhanke‐
lijk van de omvang van de uitrusting.
Bij het activeren worden de airbags
binnen enkele milliseconden gevuld.
Ook het leeglopen van de airbags
verloopt zo snel, dat dit tijdens een
aanrijding vaak niet eens wordt opge‐ merkt.9 Waarschuwing
Het airbagsysteem ontplooit
explosief, laat reparaties alleen
door deskundig personeel verrich‐ ten.
9 Waarschuwing
Bij het aanbouwen van accessoi‐
res die het frame van de auto, het
bumpersysteem, de hoogte, de
voorkant of de zijbeplating veran‐ deren werkt het airbagsysteem
mogelijk niet goed. De werking
van het airbagsysteem kan ook
Page 43 of 241

Stoelen, veiligheidssystemen41nadelig worden beïnvloed door hetwijzigen van onderdelen van de
voorstoelen, de veiligheidsgor‐
dels, de airbagsensor- en diagno‐
semodule, het stuurwiel, het
instrumentenpaneel, de portier‐
rubbers aan de binnenkant, waar‐
onder de luidsprekers, een van de
airbagmodules, de hemel- of stijl‐
bekleding, de frontsensoren, de
zij-impactsensoren of de airbag‐
bedrading.
Let op
Ter hoogte van de middenconsole
zitten de regelelektronica van het
airbagsysteem en de gordelspan‐
ners. In dit gebied geen magneti‐
sche voorwerpen plaatsen.
Bevestig geen voorwerpen op de
afdekkingen van de airbags en
bedek ze niet met andere materia‐
len. Laat beschadigde afdekkingen
vervangen door een werkplaats.
Elke airbag treedt slechts eenmaal
in werking. Geactiveerde airbags
onmiddellijk laten vervangen door
een werkplaats. Ook moeten even‐
tueel het stuurwiel, het instrumen‐
tenbord, plaatwerk, de portierafdich‐ tingen, handgrepen en de stoelen
worden vervangen.
Geen aanpassingen in het airbag‐
systeem aanbrengen, anders
vervalt de typegoedkeuring van de auto.
Storing
Bij een storing in het airbagsysteem
licht het controlelampje v op en
verschijnt er een bericht of een code op het Driver Information Center. Het
systeem is buiten werking.
Laat de oorzaak van de storing
onmiddellijk in een werkplaats verhel‐
pen.
Controlelamp voor airbagsystemen
3 78.Kinderveiligheidssystemen op de
passagiersstoel met
airbagsystemen
EN: NEVER use a rearward-facing
child restraint on a seat protected by
an ACTIVE AIRBAG in front of it;
DEATH or SERIOUS INJURY to the
CHILD can occur.
DE: Nach hinten gerichtete Kinder‐
sitze NIEMALS auf einem Sitz
verwenden, der durch einen davor
befindlichen AKTIVEN AIRBAG
geschützt ist, da dies den TOD oder
SCHWERE VERLETZUNGEN DES
KINDES zur Folge haben kann.