
166Rijden en bedieningZodra een wiel dreigt te blokkeren,
regelt het ABS de remdruk af op het
desbetreffende wiel. De auto blijft ook bij een noodstop bestuurbaar.
De ABS-regeling is merkbaar door
het tikken van het rempedaal en door regelgeluiden.
Voor optimale remwerking het rempe‐
daal tijdens het hele remproces volle‐
dig intrappen, ongeacht het tikken
van het pedaal. De druk op het
rempedaal niet verminderen.
Bij noodremmanoeuvres worden de
alarmknipperlichten automatisch
ingeschakeld afhankelijk van de
vertraging. De alarmknipperlichten
worden automatisch uitgeschakeld
zodra u weer accelereert.
Voordat u wegrijdt, voert het systeem een zelftest uit die u misschien kunt
horen.
Controlelamp u 3 108.
Storing9 Waarschuwing
Bij een defect aan het ABS kunnen
de wielen bij krachtig remmen deneiging hebben te blokkeren. De
voordelen van het ABS vallen dan
weg. De auto is bij een noodstop mogelijk niet meer bestuurbaar en kan uitbreken.
Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten verhelpen.
Parkeerrem
9 Waarschuwing
Controleer de handremstatus,
voordat u uit de auto stapt. Waar‐
schuwingslampje m moet continu
branden.
Handbediende parkeerrem9 Waarschuwing
Handrem altijd zonder indrukken
van de ontgrendelingsknop stevig
aantrekken, op op- of aflopende
hellingen altijd zo stevig mogelijk.
Om de handrem los te zetten, de
handremhendel iets optillen, de
ontgrendelingsknop indrukken en
de hendel helemaal omlaagzet‐
ten.

Rijden en bediening199Blindehoeksysteem
Het dodehoeksysteem detecteert en meldt objecten die zich, binnen een
bepaalde dode hoek, aan weerszij‐
den van de auto bevinden. Het
systeem geeft een visueel alarm visu‐
eel in elke buitenspiegel bij het detec‐ teren die in de binnen- en buitenspie‐ gels mogelijk niet zichtbaar zijn.
Het dodehoeksysteem maakt gebruik van sommige sensoren van de
geavanceerde parkeerhulp in de
voor- en achterbumper aan beide
zijden van de auto.9 Waarschuwing
Het blinde-hoeksysteem vervangt
het zicht van de bestuurder niet.
Het systeem detecteert geen:
● auto's die zich buiten de blinde hoeken bevinden, en die moge‐
lijk snel naderen
● voetgangers, fietsers of dieren
Controleer voordat u van rijstrook
verandert altijd alle spiegels, kijk
over uw schouder en gebruik de
richtingaanwijzer.
Inschakelen
Colour-Info-Display: druk op Í.
Selecteer Rijfuncties op het Info-
Display en vervolgens
Dodehoeksensoren . Activeer de
functie.
B brandt continu groen op de instru‐
mentengroep om aan te geven dat
het systeem geactiveerd is.
Werking
Wanneer het systeem tijdens het
vooruitrijden een voertuig in een dode hoek detecteert, gaat een ledje in de
desbetreffende buitenspiegel bran‐
den.
Het led-lampje gaat bij detectie van
het voertuig onmiddellijk branden.
Wanneer u zelf langzaam inhaalt,
gaat het led-lampje met vertraging branden.
Gebruiksvoorwaarden
Voor een juiste werking moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
● alle voertuigen rijden in dezelfde richting en in aangrenzende rijst‐
roken
● uw auto heeft een rijsnelheid tussen 12 en 140 km/h
● u haalt in met een relatief snel‐ heidsverschil kleiner dan
10 km/h
● u wordt ingehaald door een ander voertuig met een relatief
snelheidsverschil kleiner dan
25 km/h
● de verkeersstroom is normaal

Verzorging van de auto221● Auto in een droge en goedgeventileerde ruimte parkeren.
Eerste versnelling of achteruit‐
versnelling inschakelen of scha‐
kelhendel in stand P zetten.
Voorkomen dat auto kan wegrol‐ len.
● Parkeerrem niet inschakelen. ● Motorkap openen, alle portieren sluiten en auto vergrendelen.
● Poolklem van de minpool van de accu loskoppelen. Erop letten datgeen van de systemen werkt,
waaronder het diefstalalarmsys‐
teem.
Weer in gebruik nemen Wanneer u de auto weer in gebruik
neemt:
● Poolklem op de minpool van de accu aansluiten. Elektrisch
bediende ruiten initialiseren
3 43.
● Bandenspanning controleren.
● Sproeiervloeistofreservoir vullen.
● Motoroliepeil controleren.● Koelvloeistofpeil controleren.
● Zo nodig kentekenplaat monte‐ ren.
Verwerking van sloopauto
Eventueel wettelijk verplichte infor‐
matie over autodemontagebedrijven
en de recycling van sloopauto's vindt
u op onze website. Laat dit werk
uitsluitend over aan een erkend auto‐
demontagebedrijf.Controle van de auto
Werkzaamheden uitvoeren9 Waarschuwing
Controles in de motorruimte alleen
met uitgeschakelde ontsteking
uitvoeren.
De koelventilator kan ook bij uitge‐ schakelde ontsteking gaan
draaien.

232Verzorging van de auto2. Druk de lamp iets omlaag, draaideze linksom en neem deze uit defitting.
3. Plaats een nieuwe lamp door deze rechtsom in de fitting te
draaien.
4. Draai de lampfitting rechtsom in de reflector vast.
Achterlichten
Lichtmodule in de carrosserie Auto met achterklep
1. Schroef de twee bouten los en neem ze eruit.
2. Trek de achterlichtmodule uit deuitsparing en verwijder deze. De
kabelgeleider moet op zijn plaats
blijven zitten.
3. Maak de kabel los van de houder.
4. Druk de borgnok naar achteren,
trek aan de lamphouder en klik deoverige borgnokken los.
5. Duw de lamp iets omlaag, verdraai deze en trek deze uit de
lamphouder. Vervang de gloei‐
lamp:
Mistachterlicht ( 1)
Achteruitrijlicht ( 2)
Richtingaanwijzer/alarmknipper‐
licht ( 3)
Achterlicht/remlicht ( 4)
6. Bevestig de lamphouder in de module.

Verzorging van de auto2337.Bevestig de kabel aan de houder.
8. Bevestig de lichtmodule aan de carrosserie en haal beide bouten
aan.
Auto met achterdeuren
1. Schroef de twee bouten los en neem ze eruit.
2. Trek de achterlichtmodule uit deuitsparing en verwijder deze. De
kabelgeleider moet op zijn plaats
blijven zitten.
3. Maak de kabel los van de houder.
4. Klik de borgnokken los om de
lamphouder te verwijderen.
5. Duw de lamp iets omlaag,verdraai deze en trek deze uit de
lamphouder. Vervang de gloei‐
lamp:
Achterlicht/remlicht ( 1)
Richtingaanwijzer/alarmknipper‐
licht ( 2), buitenste lamp
Achteruitrijlicht ( 3), binnenste
lamp
Mistachterlicht ( 4)
6. Bevestig de lamphouder in de module.

Verzorging van de auto237Zekeringenkast
instrumentenpaneel
De zekeringenkast zit achter een klep
in het instrumentenpaneel links.
Trek de klep linksboven en dan rechts
eraf.
Nr.Stroomkring1Inductief opladen, koppelings‐
schakelaar, Selective Ride
Control, stuurbekrachtiging,
dieseluitlaatsysteem, binnen‐
spiegel4Claxon6Voorruitsproeiers7Elektrische aansluiting achterin10Portierslot12Diagnosestekker, voedings‐
transformatorNr.Stroomkring13Head-updisplay, klimaatrege‐
ling, Infotainmentsysteem14Diefstalalarmsysteem, telemati‐
camodule15Automatische versnellingsbak,
instrumentengroep, klimaatre‐
geling16Startmotor, voedingstransfor‐
mator17Instrumentengroep19Aanhangeraansluiting, stuurbe‐
dieningsknoppen21Diefstalalarmsysteem, Aan/Uit-
knop22Achteruitkijkcamera, regen- en
lichtsensor23Gordelverklikker, speciale
boordregelmodule, start-stop,
aanhangeraansluiting24Parkeerhulp, Infotainmentsys‐
teem, achteruitkijkcamera, blin‐
dehoekcamera25Airbag

284TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 150
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............264, 268
Aanduidingen op banden ..........239
Aanhangerkoppeling ..................213
Aanhangerstabilisatie ................217
Aanhanger trekken ....................214
Aansteker .................................... 99
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 220
Accu ........................................... 225
Achterdeuren ............................... 31
Achterklep..................................... 33 Achterlichten .............................. 232
Achterruitverwarming ................... 45
Achterste zijruiten ........................45
Achteruitkijkcamera ...................204
Achteruitkijkscherm ..............42, 118
Achteruitrijlichten .......................131
Actief noodstopsysteem .............112
Actieve noodrem......................... 187
Adaptieve cruise control .....111, 178
AdBlue ................................ 109, 158
Afmetingen auto ........................272
Airbag deactiveren ....................... 65 Airbag-deactivering .................... 106
Airbag en gordelspanners .........105
Airbaglabel.................................... 60
Airbagsysteem ............................. 60Airconditioning ........................... 136
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 147
Alarmknipperlichten ...................129
Algemene informatie .................. 213
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 149
Andere auto slepen ...................255
Antiblokkeersysteem .................165
Antiblokkeersysteem (ABS) .......108
Armsteun ...................................... 52
Asbakken ..................................... 99
Autogegevens ............................ 268
Autokrik....................................... 238
Automatische botsingsmelding (ACN) ...................................... 124
Automatische dimfunctie .............41
Automatische verlichting ............ 127
Automatische versnellingsbak ...161
Automatisch vergrendelen ...........28
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 253
Auto stallen ................................. 220
Autostop ............................. 110, 153
Autozoekverlichting ....................134
B
Bagageruimte ........................ 33, 78
Bagageruimte-afdekking .............79
Bandenreparatieset ...................244

285Bandenspanning .......................240
Bandenspanningswaarden ........274
Bedieningsorganen ......................93
Bekerhouders .............................. 73
Bekleding .................................... 258
Belading ........................... 50, 53, 55
Beladingsinformatie .....................90
Beslagen lampglazen ................131
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 173
Beveiliging van de auto ................36
Binnenspiegels ............................. 41
Binnenverlichting ...............132, 235
Blindehoeksysteem ....................199
BlueInjection ............................... 158
Bochtverlichting .......................... 129
Bolle vorm .................................... 39
Boordgereedschap .....................238
Boordinformatie .........................119
Brandstof .................................... 211
Brandstofmeter .......................... 102
Brandstof voor benzinemotoren 211
Brandstof voor dieselmotoren ...211
Buitenspiegels .............................. 39
Buitentemperatuur .......................96
Buitenverlichting .........................126
C Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 94Colour-Info-Display.....................120
Conformiteitsverklaring ...............276
Contactslotstanden ....................149
Controlelampen ..................101, 104
Controle over de auto ................149
Controles .................................... 221
Cruise control ....................111, 173
D Dagrijlicht ................................... 129
Dagteller .................................... 101
Dak ............................................... 46
Dakbelasting ................................. 90
Dakconsole .................................. 75
Dakdrager .................................... 89
DEF ............................................ 158
Diefstalalarmsysteem ..................36
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 227
Dieseluitlaatvloeistof ...................158
Dimlicht ....................................... 110
Dimlicht of grootlicht ...................126
Dodehoeksysteem ......................111
Doorlaadklep ................................ 78
Driepuntsgordel ........................... 58
Driver Information Center ...........112
Drukverliesdetectiesysteem 109, 241
E Eco-modus ................................. 164
EHBO ........................................... 89Elektrisch bediende ruiten ...........43
Elektrische aansluitingen .............97
Elektrische handrem ...................107
Elektrische handrem defect ........107
Elektrische parkeerrem....... 165, 166
Elektrische verstelling ..................39
Elektrisch systeem...................... 235
Elektronische rijprogramma's ....163
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ..
........................................ 108, 169
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............139
Elektronisch sleutelsysteem .........23
Event Data Recorders (EDR) .....280
F
FlexOrganizer .............................. 82
Frontaal airbagsysteem ...............64
Frontaanrijdingswaarschuwing ...185
G
Geavanceerde parkeerhulp ........194
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..279
Geluidssignalen .........................119
Gereedschap ............................. 238
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................88
Gloeilamp vervangen ................228