
3024-6. Gebruik van de ondersteunende systemen
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)■
Bij herhaaldelijk gebruik van Simple-IPA
Als de Simple-IPA herhaaldelijk wordt gebruikt, kan de stuurbek rachtiging tij-
delijk oververhit worden. Hierdoor kan de Simple-IPA worden gedeactiveerd
of uitgeschakeld. Wacht in dat geval enkele minuten voordat u d e Simple-IPA
opnieuw gebruikt.
■ Werking van Toyota Parking Assist-sensor terwijl Simple-IPA in werking
is
Ook als de Toyota Parking Assist-sensor is uitgeschakeld terwij l Simple-IPA
geactiveerd is, blijft de Toyota Parking Assist-sensor toch in werking. In dit
geval wordt de Parking Assist-sensor gedeactiveerd nadat de pro cedure van
Simple-IPA voltooid of uitgeschakeld is.
■ Als de temperatuur in de auto hoog is
De sensoren werken wellicht niet goed als de temperatuur in de auto hoog is
omdat de auto in de zon heeft gestaan. Gebruik de Simple-IPA al s de tempe-
ratuur in de auto is gedaald.
■ Door Simple-IPA gebruikte sensoren
Blz. 284
■ Initialiseren van Simple-IPA
Draai het stuurwiel binnen 15 seconden nadat u de schakelaar Si mple-IP
hebt aangezet geheel naar links of rechts en daarna geheel naar de tegenge-
stelde eindstand.
Wanneer het scherm voor het signaleren van parkeerruimte wordt weergege-
ven, is de initialisatie voltooid.
Als nog steeds “IPA not available, stop the vehicle, turn wheel from left end to
right end.” (IPA niet beschikbaar, breng de auto tot stilstand, draai het stuur-
wiel geheel naar links en geheel naar rechts) op het multi-informatiedisplay
wordt weergegeven nadat de schakelaar Simple-IPA is ingedrukt, is de initia-
lisatie mislukt. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota- dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde e n uitgeruste
deskundige.
WAARSCHUWING
■ Waarschuwingen met betrekking tot het gebruik van Simple-IPA
● Vertrouw bij het parkeren niet uitsluitend op de Simple-IPA. De bestuurder
is verantwoordelijk voor de veiligheid. Wees voorzichtig, net a ls bij het par-
keren van elke andere auto.
● Rijd langzaam achteruit en regel de snelheid met behulp van het rempe-
daal.
● Als het risico bestaat dat u een auto, obstakel of persoon gaat raken, trap
dan het rempedaal in om de auto tot stilstand te brengen en schakel het
systeem uit.
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 302 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

3034-6. Gebruik van de ondersteunende systemen
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
4
Rijden
WAARSCHUWING
■Omstandigheden waarin het gebruik van Simple-IPA niet is toeges taan
Gebruik de Simple-IPA niet onder de volgende omstandigheden.
Als u dit wel doet, kan het een onjuiste werking tot gevolg heb ben en kan
een ongeval ontstaan.
● In scherpe bochten of op hellingen.
● Op een wegdek dat bedekt is met ijs of sneeuw of anderszins gla d is.
● Op een oneffen ondergrond, zoals grind.
● Onder slechte weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij zware regen val,
mist, sneeuw of een zandstorm.
● Wanneer de banden erg ver versleten zijn of als de bandenspanning te
laag is.
● Wanneer de wielen van de auto niet meer goed zijn uitgelijnd nadat de
banden aan een krachtige schok zijn blootgesteld, bijvoorbeeld doordat
een stoeprand hard is geraakt.
● Wanneer het compacte reservewiel (indien aanwezig) of sneeuwket tingen
gemonteerd zijn.
● Wanneer de wielen wegslippen als u probeert te parkeren.
● Wanneer er gevallen bladeren of sneeuw in de parkeerruimte ligg en.
● Uitvoeringen die een aanhangwagen kunnen trekken: Wanneer zaken als
een trekhaak of fietsendrager op de achterzijde van de auto zij n gemon-
teerd.
● Wanneer een voertuig, zoals een vrachtwagen, bus of auto met trekhaak,
aanhangwagen of fietsendrager, voor of achter de parkeerruimte gepar-
keerd is met de voor- of achterzijde boven het detectiegebied.
● Wanneer de voorbumper beschadigd is.
● Wanneer de sensor afgedekt wordt door het voorbumperpaneel enz.
● Als een voertuig of obstakel zich op een ongeschikte plaats voo r of achter
de parkeerruimte bevindt.
■ Voorzorgsmaatregelen voor aut omatische stuurwielbediening
Let op de volgende punten omdat het stuurwiel in de Parking Ass ist-functie
automatisch gedraaid wordt.
● Houd kleding zoals stropdassen, sjaals en lange mouwen uit de b uurt van
het stuurwiel om te voorkomen dat ze verstrikt raken. Houd ook kinderen
uit de buurt van het stuurwiel.
● Pas op dat u uzelf tijdens het draaien van het stuurwiel niet b ezeert als u
lange vingernagels hebt.
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 303 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

3044-6. Gebruik van de ondersteunende systemen
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
OPMERKING
■Bij gebruik van de Simple-IPA
● Controleer of de parkeerruimte geschikt is. (Breedte van de rui mte, of er
obstakels aanwezig zijn, staat van het wegdek enz.)
● De Simple-IPA werkt niet naar behoren als het voertuig voor of achter de
parkeerruimte beweegt of als er een obstakel in de parkeerruimt e komt
nadat de sensoren de parkeerruimte hebben gesignaleerd. Control eer bij
gebruik van de Parking Assist-functie ook altijd zelf de omgevi ng.
● Het kan gebeuren dat de sensoren stoepranden niet kunnen waarne men.
De auto kan in bepaalde situaties de stoeprand oprijden, bijvoo rbeeld als
een auto voor of achter de parkeerruimte op de stoeprand geparkeerd
staat.
Controleer de omgeving om te voorkomen dat de banden en wielen
beschadigd worden.
● De auto kan mogelijk niet in de beoogde parkeerruimte worden ge par-
keerd als de auto vooruit beweegt terwijl de selectiehendel in stand R
staat of achteruitrijdt als de selectiehendel in een andere sta nd dan R
staat, bijvoorbeeld bij het parkeren op een helling.
● Rijd bij het achteruitrijden altijd lang-
zaam om te voorkomen dat uw auto
een obstakel voor de auto raakt.
● Rijd bij het achteruitrijden altijd lang-
zaam om te voorkomen dat de voorzijde
van uw auto de auto voor de parkeer-
ruimte raakt.
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 304 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

3164-7. Rijtips
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
WAARSCHUWING
■Rijden met winterbanden
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaat-
regelen in acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ern-
stig letsel kan ontstaan.
● Gebruik winterbanden met de voorgeschreven maat.
● Zorg ervoor dat de bandenspanning aan de specificatie voldoet.
● Rijd niet harder dan de toegestane snelheid of harder dan de sn elheidsli-
miet die geldt voor de gebruikte winterbanden.
● Monteer winterbanden op alle wielen.
■ Rijden met sneeuwkettingen
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaat-
regelen in acht.
Anders kunnen een aanrijding en ernstig letsel het gevolg zijn.
● Rijd niet harder dan de maximaal toegestane snelheid voor de gebruikte
sneeuwkettingen of niet harder dan 50 km/h, afhankelijk van wel ke snel-
heid de laagste is.
● Vermijd het rijden over slechte wegdekken en over gaten.
● Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en
schakelhandelingen die een plotselinge motorremwerking veroorza ken.
● Minder uw snelheid alvorens een bocht aan te snijden zodanig, d at u
zeker weet dat de auto bestuurbaar blijft.
OPMERKING
■ Repareren of vervangen van winterbanden (auto's met bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem)
Laat winterbanden repareren of vervangen door een Toyota-dealer of door
een bandenspecialist.
Het verwijderen en plaatsen van winterbanden heeft namelijk invloed op de
werking van de bandenspanningssensoren en -zenders.
■ Monteren van sneeuwkettingen (au to's met bandenspanningswaar-
schuwingssysteem)
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn, werken de bandenspannin gssen-
soren en -zenders mogelijk niet goed.
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 316 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

4147-1. Onderhoud en verzorging
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
WAARSCHUWING
■Bij het schoonmaken van de voorruit (auto's met ruitenwisser me t
regensensor)
• Wanneer het bovenste deel van de voorruit waar de regensensor is
geplaatst met de hand wordt aangeraakt
• Wanneer een natte doek of iets dergelijks in de buurt van de regensen- sor wordt gehouden
• Als iets tegen de voorruit stoot
• Als u het regensensorhuis aanraakt of als iets in aanraking ko mt met de
regensensor
● Montageplaats van de sensor voor op de voorruit: Blz. 251
■ Voorzorgsmaatregelen met be trekking tot de uitlaatpijp
Uitlaatgassen zorgen ervoor dat de uitlaatpijp tamelijk heet wordt.
Raak wanneer u de auto wast de uitlaatpijp niet aan totdat deze voldoende
is afgekoeld, aangezien het aanraken van een hete uitlaatpijp brandwonden
kan veroorzaken.
● Zet de ruitenwisserschakelaar in de
stand OFF.
Als de ruitenwisserschakelaar in de
stand AUTO staat, kunnen de ruitenwis-
sers in de volgende gevallen onver-
wacht in werking treden. Hierdoor
kunnen uw handen bekneld raken en
kunt u ernstig letsel oplopen, en hier-
door kunnen de ruitenwisserbladen
beschadigd raken.
Uit
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 414 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

4407-3. Onderhoud, zelf uit te voeren
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
Uw auto is uitgerust met een bandenspanningswaarschuwingssys-
teem dat gebruikmaakt van bandenspanningssensoren en -zenders
om een lage bandenspanning te signaleren voordat deze tot probl e-
men leidt. ( Blz. 494)
◆Plaatsen van bandenspanni ngssensoren en -zenders
Bij het vervangen van banden of velgen moeten de bandenspan-
ningssensoren en -zenders ook worden geplaatst.
Als er nieuwe bandenspanningss ensoren en -zenders geplaatst
worden, moeten de identificatiecodes van deze componenten wor-
den geregistreerd in de bandensp anningswaarschuwingssysteem-
ECU en moet het bandenspanni ngswaarschuwingssysteem wor-
den geïnitialiseerd. Laat de identificatiecodes van de bandensp an-
ningssensoren en -zenders registreren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekw ali-
ficeerde en uitgeruste deskundige. ( Blz. 441)
◆Initialiseren van het bandens panningswaarschuwingssysteem
■Het bandenspanningswaarschuwingssysteem moet worden
geïnitialiseerd onder de volgende omstandigheden:
● Verwisselen van voor- en achterwielen met een verschillende
bandenspanning.
● Als de bandenmaat wordt aangepast.
● Als de bandenspanning wordt gewijzigd (bijvoorbeeld wanneer
de rijsnelheid of de belading verandert).
Als het bandenspanningswaarschu wingssysteem wordt geïnitiali-
seerd, wordt de actuele bandenspanning als referentiespanning
beschouwd.
Bandenspanningswaarschuwingssysteem (indien aanwezig)
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 440 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

4417-3. Onderhoud, zelf uit te voeren
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
7
Onderhoud en verzorging
■Initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem
Parkeer de auto op een veilige plaats en zet het contact UIT.
Er kan niet worden geïnitialiseerd wanneer de auto rijdt.
Breng de banden op de voorgeschreven spanning bij koude ban-
den. (Blz. 560)
Breng de banden op de voorgeschreven spanning voor de banden in
koude toestand. Deze spanning vormt de referentiespanning voor het
bandenspanningswaarschuwingssysteem.
Zet het contact AAN.
Open het dashboardkastje.
Houd de resetknop van het
bandenspanningswaarschu-
wingssysteem ingedrukt tot
het waarschuwingslampje
lage bandenspanning drie
keer langzaam knippert.
Laat het contact nog enkele minuten AAN staan en zet vervol-
gens het contact UIT.
◆Registreren van identificatiecodes
De bandenspanningssensoren en -z enders zijn voorzien van een
unieke identificatiecode. Bij het vervangen van een bandenspan-
ningssensor en -zender is het noo dzakelijk om de identificatiecode
te registreren. Laat de identific atiecodes registreren door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere na ar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
1
2
3
4
5
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 441 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM

4427-3. Onderhoud, zelf uit te voeren
UK AURIS_HV_HB_EE (OM12M49E)
■Wanneer moeten banden worden vervangen
Banden moeten worden vervangen als:
●De slijtage-indicatoren zijn te zien op een band.
● De banden beschadigingen vertonen, zoals insnijdingen, scheuren of bar-
sten die zo diep zijn dat het binnenmateriaal zichtbaar wordt en bulten die
duiden op een interne beschadiging
● Een band vaak leegloopt of niet goed kan worden gerepareerd van wege de
grootte of plaats van de beschadiging
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/rep arateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundig e als u er
niet zeker van bent.
■ Vervangen van banden en velgen (auto's met bandenspanningswaar-
schuwingssysteem)
Als de identificatiecode van de bandenspanningssensor en -zende r niet is
geregistreerd, werkt het bandenspanningswaarschuwingssysteem ni et cor-
rect. Na ongeveer 20 minuten rijden gaat het waarschuwingslampje lage ban-
denspanning gedurende 1 minuut knipperen en het blijft daarna b randen om
aan te geven dat er een storing in het systeem aanwezig is.
■ Levensduur van de banden
Banden die ouder zijn dan 6 jaar moeten altijd door gekwalifice erd werk-
plaatspersoneel worden gecontroleerd, zelfs als er niet of nauw elijks met de
banden is gereden en de banden niet beschadigd lijken te zijn.
■ Routinecontrole van de bandenspan ning (auto's met bandenspannings-
waarschuwingssysteem)
Het bandenspanningswaarschuwingssysteem vervangt de periodieke con-
trole van de bandenspanning niet. Controleer daarom ook zelf re gelmatig de
bandenspanning.
■ Brede banden (17 inch banden)
In het algemeen slijten brede banden eerder en kan de grip op b esneeuwde
en/of gladde wegen beperkt zijn in vergelijking met standaard b anden. Mon-
teer winterbanden of sneeuwkettingen
* wanneer u op besneeuwde en/of
gladde wegen gaat rijden en pas uw rijsnelheid aan aan de omstandigheden.
*: Sneeuwkettingen kunnen niet worden gemonteerd op 225/45R17 banden.
AURIS_HV_OM_Europe_OM12M49E.book Page 442 Wednesday, October 4, 2017 6:32 PM