
Controleren en bijvullen
Wanneer er geen kwaliteitsbenzine met me-
t aalvrij
e a
dditieven beschikbaar is of er mo-
torstoringen voorkomen, moet u de noodza-
kelijke additieven bij het tanken toevoegen
››› .
Het i
s
gebleken dat niet alle benzine-additie-
ven goed werken. Het gebruik van ongeschik-
te additieven voor de benzine kan aanzienlij-
ke schade veroorzaken aan de motor en de
katalysator beschadigen. Gebruik nooit me-
taalhoudende additieven voor de benzine!
De metaalhoudende additieven kunnen ook
in de benzine-additieven zitten om de klop-
vastheid te verbeteren en het octaangehalte
te verhogen ››› .
S EA
T r
aadt de "Originele additieven van de
groep Volkswagen voor benzinemotoren"
aan. Bij de SEAT-specialisten kan u deze ad-
ditieven kopen en informatie inwinnen be-
treffende het gebruik. VOORZICHTIG
● Tank niet
als op de pomp aangegeven staat
dat de brandstof metaal bevat. LRP-brand-
stoffen (loodvervangende benzine of lead re-
placement petrol ) bevatten metaalhoudende
additieven in hoge concentraties. Het gebruik
hiervan kan de motor beschadigen!
● U mag geen brandstoffen tanken die een
grote hoev
eelheid ethanol (bijv. E50, E85) be-
vatten. Dit leidt tot schade aan het brandstof-
systeem. ●
Eén keer t ank
en van loodhoudende brand-
stof of ander metaaltoevoegingen leidt al tot
een blijvende afname van het rendement van
de katalysator.
● U mag uitsluitend additieven voor benzine
gebruik
en die zijn goedgekeurd door SEAT.
Additieven die het octaangetal verhogen of
de klopvastheid verbeteren, kunnen metaal-
deeltjes bevatten die de motor en katalysator
flink kunnen beschadigen. Dergelijke additie-
ven mogen niet worden gebruikt.
● Bij benzine met een laag octaangehalte
kunnen hog
e toerentallen of een sterke mo-
torbelasting tot schade aan de motor leiden. Let op
● U ku nt
benzine tanken met een hoger oc-
taangehalte dan de motor van uw wagen no-
dig heeft.
● In landen waar geen loodvrije benzine be-
schik
baar is, kunt u benzine met een laag
loodgehalte tanken. Dieselbrandstof
Let op de informatie aan de binnenzijde van
de t
ankk
l
ep.
Geadviseerd wordt om diesel te gebruiken
die voldoet aan de Europese norm EN 590.
Mocht u niet beschikken over diesel die vol-
doet aan de Europese norm EN 590, zorg er
dan voor dat het cetaangetal (CZ) minimaal 51 is. Indien de motor is voorzien van een
deeltjesfi
lter, dan moet verder het zwavelge-
halte van de brandstof lager zijn dan 50 deel-
tjes per miljoen.
Winterdiesel
Zomerdiesel wordt dik in de winter, hetgeen
ertoe leidt dat uw wagen moeilijker start.
Daarom wordt in de winter bij de tankstations
diesel met betere visco-elasticiteit bij kou
(winterdiesel) aangeboden. VOORZICHTIG
● De w ag
en is niet geconstrueerd voor het
gebruik van FAME-brandstof (biodiesel). Het
brandstofsysteem wordt beschadigd, indien
op deze brandstof wordt gereden.
● Brandstoftoevoegingen, zogenaamde
"vloeist
ofverbeteraars", benzine of dergelij-
ke middelen mogen niet aan de dieselolie
worden toegevoegd.
● Bij slechte kwaliteit van de diesel kan het
noodzakelijk
zijn om uit het brandstoffilter
ook tussen de in het Serviceplan vermelde in-
tervallen water af te tappen. Geadviseerd
wordt om dit in een gespecialiseerde werk-
plaats te laten uitvoeren. Een ophoping van
water in het filter kan tot motorstoringen lei-
den. 283
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Aanwijzingen
Selectieve katalytische reduc-
tie* (AdBlue) In l
eidin
g tot themaIn wagens met "Selective Catalytic Reducti-
on" (Selectiev
e K
atalytische Reductie) wordt
een speciale oplossing van ureum (AdBlue)
in het uitlaatgassysteem geïnjecteerd, voor
een katalysator, om de uitstoot van stikstof-
oxiden te verminderen.
Het verbruik van AdBlue hangt af van de indi-
viduele rijstijl, de temperatuur van het sys-
teem en de omgevingstemperatuur.
AdBlue bevindt zich in een aparte tank in de
voertuig en moet bijgevuld worden bij een of-
ficiële dealer. De vulhoeveelheid van de Ad-
Blue-tank is ongeveer 17 liter.
De AdBlue-vulhoeveelheid moet gecontro-
leerd worden wanneer er servicewerkzaam-
heden worden uitgevoerd. ATTENTIE
Als de AdBlue-vulhoeveelheid te laag is, is
het mog elijk
dat de wagen na het uitschake-
len van het contact niet opnieuw gestart kan
worden. De wagen kan ook niet met een
noodstop of starthulp gestart worden!
● Vul voldoende hoeveelheid AdBlue bij, als
er nog 1.000 km (600 mijlen) te g
aan zijn.
● De AdBlue-tank niet leeg rijden. ATTENTIE
AdBlue is een irriterende en corroderende
vloeis t
of die verwondingen veroorzaken kan
als de vloeistof in contact komt met de huid,
de ogen of de ademhalingsorganen.
● Indien AdBlue in contact komt met de ogen
of de huid, moet min
stens 15 minuten ge-
spoeld worden met ruim water en een arts ge-
raadpleegd worden.
● In geval van inname van AdBlue, dient u de
mond gedurende min
stens 15 minuten te
spoelen met ruim water. Probeer niet te bra-
ken tenzij dit op advies van de arts gebeurt.
Roep onmiddellijk medische hulpverlening
in. VOORZICHTIG
AdBlue beschadigt oppervlakken zoals bij-
voorbeel d g
elakte onderdelen van de wagen,
kunststoffen, kleding en vloerbedekkingen.
Verwijder weggelekte AdBlue zo snel moge-
lijk met een natte doek en voldoende koud
water.
● Als de AdBlue gestold is, verwijder de Ad-
Blue dan met l
auw water en een spons. Waarschuwings- en controlelampjes
Gaat rood branden
De motor kan niet
opnieuw worden ge-
start! Het AdBlue-ni-
veau is te laag.Stop de wagen op een geschik-
te, veilige en vlakke plaats en
vul de minimale hoeveelheid
AdBlue bij ››› pag. 285.
Gaat rood brandensamen met
De motor kan niet
opnieuw worden ge-
start! Storing in het
AdBlue-systeem.Raadpleeg een gespecialiseerde
werkplaats. Laat het systeem na-
kijken.
Gaat geel branden
De reservehoeveel-
heid AdBlue is klein.
Vul AdBlue bij binnen het aan-
gegeven aantal kilometer (of
mijl)
››› pag. 285. SEAT raadt
aan om daarvoor een gespeciali-
seerde werkplaats te raadple-
gen. 284

Controleren en bijvullen
Knippert
Motoroliedruk te
laag.
Onmiddellijk stoppen!
Zet de motor uit. Controleer het mo-
toroliepeil.
– Indien het waarschuwingslampje
knippert, mag u niet verder rijden
noch de motor laten draaien, zelfs
wanneer het oliepeil correct is. Doet
u dit toch dan kan de motor bescha-
digd raken. Roep de hulp van vak-
mensen in. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ›››
in Waarschu-
win g
s- en controlelampjes op pag. 110 in
acht nemen. Motoroliespecificaties
De gebruikte motorolie moet strikt voldoen
aan al
l
e s
pecificaties.
Voor een perfecte werking en lange levens-
duur van de motor, moet de juiste olie ge-
bruikt worden. In de fabriek is de motor met
een hoogwaardige multigrade olie gevuld die
in het algemeen geschikt is voor alle jaarge-
tijden.
Gebruik voor zover mogelijk uitsluitend mo-
torolie die geautoriseerde is door SEAT ››› .
Indien u de L on
gLif
e Service wenst te behou-
den, mag u enkel oliën bijvullen die goedge-
keurd zijn voor die service volgens de over- eenkomstige VW-norm (
›››
Tab. op pag.
42). Alle aangegeven oliën zijn multigrade
synthetische oliën.
Motoroliesoorten worden continu verder ont-
wikkeld. De Technische Dienst wordt continu
van elke wijziging op de hoogte gebracht.
SEAT adviseert u daarom om de motorolie bij
een SEAT-garage te laten verversen. VOORZICHTIG
● Vu l
alleen motorolie bij waarvan de specifi-
caties uitdrukkelijk goedgekeurd zijn door
SEAT. Elk ander type olie kan de motor be-
schadigen! Motoroliepeil controleren en motor-
o
lie b
ij
vullen Afb. 242
Peilstok met markeringen voor het
o liepei
l
. Afb. 243
In de motorruimte: dop van de moto-
ro liev
ulopening. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
pag. 41
Voorbereidingen
● Parkeer de wagen op een vlak terrein om
een verk
eerde aanduiding van het oliepeil te
voorkomen.
● Wacht na het uitzetten van de motor een
paar minuten
zodat de olie in de carterpan
kan terugstromen. Wanneer de motor koud
staat, kan onmiddellijk het oliepeil gecontro-
leerd worden en zo nodig worden bijgevuld.
● Open de motorkap ›››
pag. 287.
● De vulopening voor de motorolie is te her-
kennen aan het symboo
l op de dop
››› afb. 243 en de peilstok aan de geverfde
greep. »
291
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Controleren en bijvullen
motorolie en het filter altijd in een gespeciali-
seer de w
erkp
laats te laten vervangen. SEAT
raadt u aan de Technische Dienst te raadple-
gen.
In het Onderhoudsprogramma vindt u gede-
tailleerde informatie over de service-interval-
len. ATTENTIE
Als u in uitzonderlijke gevallen de motorolie
zelf g
aat vervangen, dient u het volgende in
acht te nemen:
● Draag altijd oogbescherming.
● Wacht altijd tot de motor volledig afge-
koeld i
s om brandwonden te voorkomen.
● Houd uw arm altijd horizontaal als u de
olie-af
tapplug met de hand losdraait, zodat
de olie niet langs uw arm naar beneden kan
lopen.
● Gebruik een geschikte houder met voldoen-
de capac
iteit om de gebruikte olie op te van-
gen, minimaal met de inhoud van de hoeveel-
heid die in de motor past.
● Vang de motorolie nooit op in lege blikken,
fles
sen of andere houders. Niet iedereen kan
zien dat het om olie gaat. ●
Olie i s
een giftig product en moet buiten
het bereik van kinderen gehouden worden. VOORZICHTIG
Geen extra smeermiddel aan de motorolie
t oev oe
gen. De motor kan hiervan schade on-
dervinden. Schade die door zulke middelen
ontstaat, valt niet onder de garantie. Milieu-aanwijzing
● Alv or
ens de motorolie te verversen, zoek al-
tijd eerst een goede plaats om het volgens de
milieuvoorschriften te verwijderen.
● Verwijder de olie steeds op milieuvriende-
lijke wijz
e. Giet gebruikte olie nooit weg in de
afvoer, de riolering, de tuin, het bos, de
openbare weg, rivieren enz. Motorkoelvloeistof
In l
eidin
g tot thema ATTENTIE
De motorkoelvloeistof is een giftig product!
● Bewaar de koelvloeistof uitsluitend in de
originele v
erpakking die goed afgesloten op
een veilige plaats bewaard moet worden.
● Bewaar de koelvloeistof nooit in lege blik-
ken, fle
ssen of andere verpakkingen. Anderen
zouden ervan kunnen gaan drinken. ●
Bew aar de mot
orkoelvloeistof altijd buiten
het bereik van kinderen.
● Zorg ervoor dat de verhouding van de juiste
toevoe
ging voor de koelvloeistof overeen-
stemt met de laagste omgevingstemperatuur
waarin de wagen gebruikt zal worden.
● Bij zeer lage buitentemperaturen kan de
koelvloeis
tof bevriezen en de wagen tot stil-
stand komen. Aangezien in dit geval de ver-
warming ook niet werkt, kunnen de inzitten-
den zonder voldoende warme kleding onder-
koeld raken. Milieu-aanwijzing
De koelvloeistoffen en toevoegingen kunnen
het mi lieu
vervuilen. Vang wegstromende
vloeistoffen op in geschikte houders en ver-
wijder deze producten op milieuvriendelijke
wijze. 293
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Aanwijzingen
concentriciteit van het wiel worden gegaran-
deer d. B
e
schadigde velgen dienen hierom
ook vervangen te worden en mogen uitslui-
tend door een gespecialiseerde werkplaats
worden gerepareerd. SEAT raadt u aan om
een Technische Dienst te raadplegen ››› .
V el
g
en met vastgeschroefde sierelementen
De velgen kunnen voorzien zijn van verwis-
selbare wieldoppen die met zelfborgende
bouten op de velg gemonteerd zijn. Laat het
vervangen van beschadigde wieldoppen al-
leen door een gespecialiseerde werkplaats
uitvoeren. SEAT raadt u aan om een Techni-
sche Dienst te raadplegen ››› .
ATTENTIE
Het gebruik van verkeerde of beschadigde
vel g
en kan de veiligheid tijdens het rijden na-
delig beïnvloeden en ongevallen met ernstige
gevolgen veroorzaken.
● Gebruik uitsluitend voor de wagen goedge-
keurde
velgen.
● Controleer regelmatig of de velgen bescha-
digd zijn en
vervang ze in dat geval. ATTENTIE
Als de schroefverbindingen van velgen met
ge s
chroefde velgring verkeerd los- of aange-
draaid worden, kan dit tot ongevallen met
ernstige gevolgen leiden. ●
De s c
hroefverbindingen van velgen met ge-
schroefde velgring nooit losdraaien.
● Besteed alle werkzaamheden die op de ge-
schr
oefde velgring betrekking hebben, uit
aan een gespecialiseerde werkplaats. SEAT
raadt u aan de Technische Dienst te raadple-
gen. Let op
in een Servicecentrum van SEAT moet geke-
k en w or
den of velgen en banden met een an-
dere afmeting dan de oorspronkelijke plaat-
sing bij SEAT gemonteerd kunnen worden, en
welke combinaties zijn toegestaan tussen de
vooras (as 1) en achteras (as 2). Velgen vervangen en nieuwe banden
Nieuwe banden
● Met nieuwe banden dient u de eerste 500
km (310 mijl) e xtr
a
voorzichtig te rijden, om-
dat de banden eerst moeten worden ingere-
den. Niet ingereden banden hebben slechte-
re grip- ››› en remeigenschappen
››
›
.
● Op alle vier de wielen radiaalbanden van
hetz elf
de type, dez
elfde grootte (afrolomtrek)
en met hetzelfde profiel gebruiken.
● Op basis van constructiekenmerken en pro-
fielvormen kan de pr
ofieldiepte van nieuwe
banden afhankelijk van de uitvoering en de
fabrikant verschillend uitvallen. Banden vervangen
●
Indien mogelijk, niet slechts een van de
wielen per a
s vervangen maar ten minste bei-
de (beide wielen van de vooras of beide wie-
len van de achteras) ››› .
● De oude wielen uitsluitend door wielen ver-
v an
g
en die door SEAT vrijgegeven zijn voor
dit betreffende wagenmodel waarbij maat,
diameter, maximaal toelaatbaar draagvermo-
gen en snelheid in acht zijn genomen.
● Zorg bij het wisselen van de banden ervoor
dat de nieu
we banden uitgerust zijn met een
noodloopsysteem (Conti-Seal/Run flat). An-
ders wordt er aangeraden een bandenaf-
dichtkit in de wagen te hebben.
● Gebruik nooit banden met maten die de
door de door SEA
T autoriseerde maten over-
treffen. Als de banden een grotere maat heb-
ben, kunnen deze door wrijving beschadigd
raken en tegen de carrosserie en andere de-
len slaan. ATTENTIE
Nieuwe banden moet u inrijden. In het begin
hebben z
e nog niet de optimale grip en het
optimale remvermogen.
● Om ongevallen en ernstige schade en letsel
te v
oorkomen dient u de eerste 500 km (310
mijl) extra voorzichtig te rijden. 306

Aanwijzingen
max. 150 km/u (93 mph)
m ax. 160 km/u (99 mph)
m ax. 170 km/u (106 mph)
m
ax. 180 km/u (112 mph)
max. 190 km/u (118 mph)
max. 200 km/u (124 mph)
max. 210 km/u (130 mph)
max. 240 km/u (149 mph)
meer dan 240 km/u (149 mpu)
max. 270 km/u (168 mph)
max. 300 km/u (186 mph)
Sommige fabrikanten gebruiken de aandui-
ding "ZR" voor banden met een toegestane
maximale snelheid van meer dan 240 km/u
(149 mph).
Winterservice
Winterb
anden*In de winter worden de rij-eigenschappen van
de w
ag
en door w
interbanden beduidend be-
ter. Zomerbanden hebben wegens hun con-
structie (breedte, rubbersamenstelling, pro-
fielvorming) op ijs en sneeuw minder grip.
Winterbanden verbeteren ook het remgedrag
van de wagen en verminderen de remweg in
winterse omstandigheden. SEAT adviseert bij P
Q
R
S
T
U
H
V
Z
W
Y temperaturen onder de +7°C (+45°F) winter-
banden op de wag
en te monteren.
Winterbanden verliezen grotendeels hun ei-
genschappen wanneer het profiel van de
band tot minder dan 4 mm (1/16 inch) gesle-
ten is. Veroudering is een andere factor die
het verlies van de eigenschappen van winter-
banden met zich meebrengt, onafhankelijk
van de profieldiepte van de band.
Voor het gebruik van winterbanden dient u
met het volgende rekening te houden:
● Houd rekening met de wettelijke voorschrif-
ten v
an elk land.
● Gebruik winterbanden op alle vier de wie-
len.
● Gebruik
alleen winterbanden bij winterse
weersoms
tandigheden.
● Gebruik uitsluitend winterbanden met af-
metingen die
voor de wagen zijn toegestaan.
● Gebruik uitsluitend radiale winterbanden
van hetzelf
de type, maat (omtrek van het
loopvlak) en profiel.
● Beperk uw snelheid in overeenstemming
met de aanduiding (s
nelheidssymbool op de
band) ››› .
Snelheid be gr
en
zen
Winterbanden zijn voorzien van een letter als
snelheidsaanduiding ››› pag. 311. Bij bepaalde uitvoeringen van de wagen kan
in het menu
MFA (multi-functie-indi-
catie) van het
instrumentenpaneel een
snelheidswaarschuwing worden ingesteld
››› pag. 28.
Wanneer u winterbanden met letter V ge-
bruikt, hangen de maximale snelheid en de
bandenspanning van het motortype af.
Wendt u zich tot een technische dienst voor
informatie over de toegestane maximumsnel-
heid en de vereiste bandenspanning.
Vierwielaandrijving*
Dankzij de 4-wielaandrijving heeft uw wagen
zelfs met standaardbanden onder winterse
omstandigheden een goede tractie. Deson-
danks adviseert SEAT u 's winters op alle vier
de wielen winter- of 4-seizoenenbanden te
gebruiken, omdat hierdoor vooral het remge-
drag van de wagen wordt verbeterd.
Als u sneeuwkettingen gebruikt, houd dan
rekening met de volgende aanwijzingen en
waarschuwingen ›››
pag. 52. ATTENTIE
Hoewel winterbanden meer zekerheid bieden
tijdens de w
inter dient u geen onnodige risi-
co's te nemen.
● Pas de snelheid en de rijstijl aan het zicht,
het we
gdek, het verkeer en de weersomstan-
digheden aan. 312

Trefwoordenlijst
Regelapparaten herprogrammering . . . . . . . . . . 264
R e
g
elmatig onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
afdichtrubbers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
airbags (dashboard) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 268
binnenzijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
bodembescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
Buitenzijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
chromen delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
geanodiseerde oppervlakken . . . . . . . . . . . . . 271
houten sierelementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
in het glas ingebouwde antenne . . . . . . . . . . . 278
kunststof delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
portierslotcilinders ontdooien . . . . . . . . . . . . . 272
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
velgen schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
wagenlak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
Regensensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 controle van de functie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Registratie van gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Rem rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Remassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200, 214
Remhulpsysteem ingrijpen van remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 196 elektronische parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . 198
inrijden van de remblokken . . . . . . . . . . . . . . . 200
noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
remassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214 remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
remvloei
stofpeil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
remvloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 197
Remsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214 storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 200
Remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
Reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261, 279 airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
Reparatiewerkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Reserveonderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
Reservoir bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Rijden aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 255
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 205
bodembescherming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
brandstofpeil te laag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Brandstofvoorraadmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
door water rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
opslag van gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
parkeren op een helling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
parkeren op hellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 213
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
terreinrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
veilig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
zuinig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
Rijden in het buitenland koplampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Rijden met een aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . 315 brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
technische voorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Risico's als de veiligheidsgordels niet omge- daan worden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65 Roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
aanbevol en versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Rolgordijn achterruit openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
sluitkrachtbegrenzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
Rugleuning van de bijrijdersstoel naar voren klappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Rugmassagefunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Ruiten ijs verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
Ruitensproeier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Ruitensproeiervloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 298
Ruitenwisser achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 142
Ruitenwisserbladen vervangen . . . . . . . . . . . . 56, 90
Ruitenwissers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 142 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
koplampsproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Regensensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
ruitenwisserhendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
servicestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
verwarmbare sproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
wisserblad neerklappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
wisserblad omhoog zetten . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Ruitenwissersbladen voor en achter . . . . . . . . . . . 90
S SAFE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 122, 196
Schakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36, 201 aanbevolen versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
automatische versnellingsbak . . . . . . . . 36, 202
een versnelling inschakelen (automatischeversnellingsbak) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
331

Trefwoordenlijst
een versnelling inschakelen (schakelbak) . . . 202
noodont gr
endelin
g . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36, 202
tiptronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
waarschuwings- en controlelampjes . . . . . . . . 202
Scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267 Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
kleeffolies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
kussen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
natuurleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
spiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
textiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
wagen wassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
wassen met een hogedrukreiniger . . . . . . . . . 268
Schuifdeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 126 elektrisch openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . 126
handmatig openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . 126
kinderbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
Schuifladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
SEAT informatiesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 structuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Selectieve katalytische reductie . . . . . . . . . . . . . 284
Service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Servicemededeling: raadplegen . . . . . . . . . . . . . 109
Servicestand van de ruitenwisser . . . . . . . . . . . . . 56
Set autosleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Sigarettenaansteker . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Sign Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
Sleepogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53 Slepen
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Sleutel met afstandsbediening ont- en vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Sleutels afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
ont- en vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . 10, 119
reservesleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
synchroniseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Sleutels bij laten maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Slijtagemerktekens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
Slijtage van de banden . . . . . . . . . . . . . . . 308, 309
Slotcilinder van het portier . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Sloten ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Sluit- en startsysteem zonder sleutel Keyless Ac- cess
zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115 Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
panoramadak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Sluitkrachtbegrenzing elektrisch bedienbare schuifdeuren . . . . . . . . 127
panoramadak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
rolgordijn . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Sneeuwkettingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52, 316 vierwielaandrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Snelheidscode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Snelheidsregelsysteem (SRS) . . . . . . . . . . . 34, 232 bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 232
Spanningsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 Sperdifferentieel
zie Remhu lpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
Spraakbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 114
Stabilisatie van het samenstel wagen/aanhan- ger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 256
Stang met kogelkop van de aanhangwagen elektrisch ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Start-stopsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
Startassistent zie Starthulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
pluspool . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
startkabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Startkabels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Statusweergave op het display . . . . . . . . . . . . . . 106 buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
detectie van verkeersborden . . . . . . . . . . . . . . 242
Onderhoudsintervallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Sticker met wagengegevens . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Stickers en plaatjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Stoel aantal zitplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
Achterbank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
achterbank neerklappen . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
elektrisch verstelbare voorstoel . . . . . . . . . . . . 16
handmatige instelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
rugleuning van de bijrijdersstoel neerklappen . . .156
stoel met geheugenfunctie . . . . . . . . . . . . . . . 153
toegangshulp voor de derde zitrij . . . . . . . . . . 154
verkeerde zithouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
verwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
Stoelen instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Stoelverstelling Achterbank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Stoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
332