Page 154 of 232

152
Zekeringen in de
motorruimte
F Ver wijder de schroeven en kantel de zekeringkast omlaag om bij de zekeringen te
komen.
Sluit het deksel na de werkzaamheden
zorgvuldig. Zekeringen
A (Ampère)Functie
1 40Voeding ABS-pomp
2 50Elektronische eenheid voorverwarming dieselbrandstof
3 30Contactslot – Startmotor
4 40Voorverwarming dieselbrandstof
5 20/50Ventilatie interieur met programmeerbare standkachel (+ accu)
6 40/60Motor ventilateurgroep interieur hoge snelheid (+ accu)
7 40/50/60 Motor ventilateurgroep interieur lage snelheid (+ accu)
8 40Motorventilateurgroep interieur (+ sleutel)
9 1512
V-aansluiting achter (+ accu)
10 15Claxon
11 -Niet gebruikt
14 1512
V-aansluiting vóór (+ accu)
15 15Aansteker (+ accu)
16 -Niet gebruikt
17 -Niet gebruikt
18 7, 5Elektronische eenheid motor (+ accu)
19 7, 5Aircocompressor
20 30Pomp ruitensproeiers/koplampsproeiers
21 15Voeding brandstofpomp
22 -Niet gebruikt
23 30ABS-solenoïden
24 7, 5Extra schakelaarpaneel – Bediening en inklappen buitenspiegels (+ sleutel)
30 15Buitenspiegelverwarming
In geval van pech
Page 156 of 232

154
Starten van de motor met
een hulpaccu en startkabels
Start de motor nooit door een acculader aan
te sluiten.
Gebruik nooit een startbooster van 24 V of
h o g e r.
Controleer eerst of de hulpaccu een nominale
spanning van 12
V en een capaciteit minimaal
gelijk aan die van de ontladen accu heeft.
De twee auto's mogen elkaar niet raken.
Schakel alle stroomverbruikers (audiosysteem,
ruitenwissers, verlichting enz.) van beide
auto's uit.
Zorg er voor dat de startkabels zich niet in de
buurt van bewegende delen van de motor
(ventilator, aandrijfriemen enz.) bevinden.
Maak de (+) klem niet los bij draaiende motor.
Wacht na het opnieuw aansluiten van de accu en
het aanzetten van het contact 1
minuut voor u
de
auto start, hierdoor kunnen de elektrische systemen
geïnitialiseerd worden. Raadpleeg, wanneer hierna
toch storingen optreden, het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats. De pluspool van de accu A
is bereikbaar via een
klepje aan de zijde van de zekeringkast.
Gebruik voor het aansluiten uitsluitend de
hierboven aangegeven en afgebeelde punten.
Anders bestaat het risico van kortsluiting!
F
S
luit de rode kabel eerst aan op de accupool A
en ver volgens op de (+) pool van de hulpaccu B .
F
S
luit de groene of zwarte kabel aan op de (-)
pool van de hulpaccu B .
F
S
luit het andere uiteinde van de groene of
zwarte kabel aan op het massapunt C van uw
auto.
F
S
tel de startmotor in werking en laat de motor
draaien.
F
W
acht tot de motor stationair draait en neem
dan de kabels los.
A. Pluspool van de accu van uw auto B.
Hulpaccu
C. Massapunt van uw auto
Het is raadzaam de minpool (-) van de accu
los te koppelen als uw auto langer dan een
maand buiten gebruik is.
De beschrijving van de laadprocedure van de
accu dient slechts ter informatie.
Nadat de accu langdurig losgekoppeld is geweest,
moeten de volgende functies geïnitialiseerd worden:
-
d
e display-parameters (datum, tijd, taal,
afstands- en temperatuureenheden),
-
radiozenders,
-
c
entrale vergrendeling.
Raadpleeg, als bepaalde instellingen van de auto
zijn gewist, het PEUGEOT-netwerk om deze
opnieuw in te stellen.
Als uw auto is uitgerust met een tachograaf of een
alarm, adviseren wij u
de minpool van de accu los
te koppelen als u
de auto langer dan 5
dagen niet
gebruikt (de accu bevindt zich links onder de vloer
in het interieur).
In geval van pech
Page 186 of 232

184
Storingsdiagnose
SymptomenElektrischHydraulisch Inspectie/Controle
De elektrohydraulische groep werkt niet. X
Voedingsdraadbundel en relais van de groep.
X Draadbundel bediening (module).
X Circuitonderbreker.
Groep lawaaiig, kiepbak gaat langzaam omhoog.XAanzuigzeef onder in het reser voir verstopt of ver vuild.
Nieuwe groep zeer lawaaiig, kiepbak gaat snel omhoog. X
Uitlijning pomp, ver vang de groep.
De cilinder gaat uit zichzelf naar beneden. XDaalklep vervuild of geblokkeerd.
De cilinder gaat niet naar beneden. X
Ja, controleer de regelschuif en ontlucht het systeem.
Raadpleeg de rubriek "Onderhoud".
X Nee, controleer de spoel en de elektrische aansluitingen van de klep.
X Nee, vervang de solenoïde.
X Nee, controleer de uitlijning van de cilinder.
De groep werkt, maar komt niet op druk. X
Schuif van de klep zit vast indien geen solenoïde op de groep.
Raadpleeg de rubriek "Onderhoud".
X Drukbegrenzer, afstellen, verontreinigd.
X Pomppakking defect.
X Koppeling motor/pomp.
X Pomp losgeraakt van de steun.
De hydraulische groep werkt niet. XSolenoïde geblokkeerd, ver vang deze of draai de moer achter de zeef vast.
De module werkt niet. XControleer de aansluiting en de contacten.
Emulsie in het reser voir. X
Retourslang onjuist aangebracht.
X Te laag olieniveau.
De olie stroomt terug via de olieafscheider. X
Te hoog olieniveau.
X Iets te grote tolerantie van het membraan van de olieafscheider, ver vang dit.
Geldt uitsluitend voor de groepen UD2386.
De zekering brandt door bij het dalen. XVer vang de spoel voor het dalen.
Specifieke kenmerken