
23
Radio
Een radiozender selecteren
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op " Frequentie ".
Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Of Verplaats de cursor om handmatig
omhoog en omlaag te scrollen door
de frequenties.
Of Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Selecteer " Zenderlijst " op de
tweede pagina.
Druk op " Frequentie ".
Voer de frequentie in met het
virtuele toetsenbord.
Voer eerst de eenheden in en klik
dan op de decimale zone, om de
cijfers achter het decimale punt in
te voeren. Druk op "
OK" om te bevestigen.
De radio-ontvangst kan worden
verstoord door het gebruik van
elektrische apparatuur die niet door het
merk is goedgekeurd, zoals een op de
12V-aansluiting aangesloten lader met
USB-aansluiting.
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Een zender opslaan
Selecteer een zender of een frequentie.
(zie de desbetreffende rubriek)
Druk op " Favorieten ".
Houd de toets waaronder u de
zender wilt opslaan lang ingedrukt.
Veranderen van frequentieband
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op "Band…", rechtsboven van het scherm,
om de band de wijzigen.
RDS inschakelen en uitschakelen
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Selecteer " Radioinstellingen ".
Selecteer " Algemeen".
Activeer/deactiveer " Volgen van
zenders ".
Druk op " OK" om te bevestigen.
Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de
radio steeds naar de sterkste frequentie van
een zender, zodat u ernaar kunt blijven luisteren
zonder dat u zelf de frequentie hoeft te wijzigen.
Sommige RDS-zenders zijn echter niet in het
hele land te ontvangen, omdat de frequenties van
de zender niet het hele land dekken. Dit verklaart
dat de zender tijdens het rijden kan wegvallen.
.
PEUGEOT Connect Nav

25
Druk op "OK".
Als "Automatisch volgen FM-DAB" is
geactiveerd, kan er sprake zijn van een
verschil van enkele seconden als het systeem
overschakelt op de analoge "FM"-zender en
kan het geluidsvolume veranderen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal weer
goed is, schakelt het systeem automatisch
weer over op "DAB".
Als de "DAB"-zender waarnaar wordt
geluisterd niet beschikbaar is als "FM"-
zender (optie " DAB- FM" grijs weergegeven)
of als "Automatisch volgen FM-DAB" niet is
geactiveerd, wordt het geluid onderbroken
als het digitale signaal te zwak wordt.
Media
USB-aansluiting
Steek de USB-stick in de USB-aansluiting
of sluit het USB-apparaat via een kabel (niet
meegeleverd) op de USB-aansluiting aan.
Gebruik geen USB-verdeelstekker, om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Het systeem maakt gebruik van afspeellijsten (in het
tijdelijke geheugen). Het maken van deze lijsten kan
enkele seconden of soms enkele minuten duren nadat
het apparaat voor de eerste keer is aangesloten.
Het ver wijderen van alle andere dan
muziekbestanden en het verminderen van het
aantal afspeellijsten zal het aanmaken van deze
afspeellijsten versnellen.
De afspeellijsten worden telkens na inschakelen
van het contact of het aansluiten van een USB-
geheugenstick vernieuwd. De lijsten worden in
het geheugen opgeslagen: als de lijsten niet zijn
gewijzigd, is de laadtijd korter.
AUX-aansluiting
Afhankelijk van de uitrusting.
Deze geluidsbron is uitsluitend beschikbaar als
"Externe ingang" is aangevinkt in de audio-
instellingen. Sluit het externe apparaat (MP3 -speler, enz.)
met een audiokabel (niet meegeleverd) aan op
de jack-aansluiting.
Stel eerst het volume van het externe apparaat
in (luid). Regel daarna het volume van de
autoradio.
Het externe apparaat moet worden aangestuurd
met de bedieningstoetsen van het apparaat.
CD-speler
Afhankelijk van de uitrusting.
Plaats de CD in de speler.
Geluidsbron kiezen
Druk op Radio Media
om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Bron".
Selecteer de geluidsbron.
Een video bekijken
Om veiligheidsredenen en omdat de
constante aandacht van de bestuurder is
vereist, is het kijken naar een video alleen
mogelijk bij stilstaande auto en aangezet
contact; zodra het rijden wordt her vat,
stopt de video.
.
PEUGEOT Connect Nav

26
Plaats een USB-stick in de USB-aansluiting.De videobedieningscommando's zijn
alleen toegankelijk via het touchscreen. Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Bron".
Selecteer Video om de video te
starten.
Verwijder de USB-geheugenstick,
druk op de pauzetoets om de
video te stoppen en ver wijder de
geheugenstick.
Bluetooth® streaming audio
Streaming audio biedt de mogelijkheid om naar
door de smartphone verzonden audiostreams
te luisteren.
Zorg dat het Bluetooth-profiel is geactiveerd en
stel eerst het volume van het externe apparaat
in (op een hoog volume). Stel ver volgens het
volume van het audiosysteem in.
Als de weergave niet automatisch begint, kan
het zijn dat u de audioweergave moet starten
via de telefoon.
Bediening verloopt via het externe apparaat of
via de aanraaktoetsen van het systeem. Als de streaming audio eenmaal is
gestart, wordt uw telefoon als een
geluidsbron beschouwd.
Apple®-speler aansluiten
Sluit een Apple®-speler met behulp van een
geschikte kabel (niet meegeleverd) aan op de
USB-aansluiting. Het afspelen begint automatisch.
De bediening gebeurt via het audiosysteem in
de auto.
De beschikbare indeling is die van het
aangesloten apparaat (artiesten/albums/
genres/playlists/audiobooks/podcasts).
De standaardindeling is de indeling per
artiest. Om dit te veranderen moet u terug
naar het eerste niveau in de structuur
om vervolgens een andere indeling
te selecteren (bijvoorbeeld playlists).
Bevestig uw keuze voordat u in de
structuur weer afdaalt naar de gewenste
track.
De softwareversie van de autoradio kan
incompatibel zijn met de generatie van uw
Apple
®-speler.
Informatie en tips
Het systeem is geschikt voor externe USB-
geluidsdragers, BlackBerry's® of apparatuur
van Apple® die op de USB-aansluitingen
kunnen worden aangesloten. De kabel is
niet meegeleverd.
Het apparaatbeheer gebeurt via de
bedieningselementen van het audiosysteem.
Andere randapparatuur, die bij het aansluiten
niet door het systeem wordt herkend, moet
met een kabel (niet meegeleverd) op de
jack-aansluiting worden aangesloten of via
Bluetooth streaming worden gekoppeld
(indien compatibel).
Gebruik geen USB-verdeelstekker om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Het audiosysteem speelt bestanden af met de
extensie ".wma, .aac, .flac, .ogg en .mp3" met
een bitrate tussen 32 kbps en 320 kbps.
Ook bestanden met een VBR (Variable Bit
Rate) kunnen worden afgespeeld.
Andere typen audiobestanden (.mp4, enz...)
kunnen niet worden afgespeeld.
Bestanden met de extensie .wma moeten van
het type WMA 9 Standaard zijn.
De bemonsteringsfrequenties (sampling rates)
zijn 32, 44 en 48 kHz.
PEUGEOT Connect Nav

27
Gebruik voor bestandsnamen maximaal 20
karakters en vermijd speciale tekens (bijv.: " "
? . ; ù) om problemen met het afspelen of de
weergave te voorkomen.
Gebruik uitsluitend USB-toetsen met de
bestandsindeling FAT32 (File Allocation Table).Gebruik bij voorkeur de originele
USB-kabels van het externe apparaat.
CD-speler (afhankelijk van de uitrusting).
Om een gebrande CDR of CDRW te kunnen
afspelen moet bij het branden bij voorkeur de
standaard ISO 9660 niveau 1, 2 of Joliet zijn
geselecteerd.
Als de disc met een andere standaard is
gebrand, kan deze mogelijk niet correct worden
afgespeeld.
Gebruik bij één disc altijd dezelfde standaard
voor het branden en selecteer bij het branden
altijd de laagste snelheid (maximaal 4x) voor
een optimale geluidskwaliteit.
Gebruik bij een multisessie- CD altijd de
standaard Joliet.Telefoon
Een Bluetooth®-telefoon
koppelen
Het koppelen van de Bluetooth-telefoon
aan de Bluetooth handsfree set van uw
autoradio mag om veiligheidsredenen
en vanwege het feit dat deze handeling
de volledige aandacht van de bestuurder
vraagt, uitsluitend worden uitgevoerd als
de auto stilstaat en bij aangezet contact.
Activeer de Bluetooth-functie van uw telefoon en
stel deze zo in dat de telefoon "zichtbaar" is voor alle
apparaten in de buurt (instelling van de telefoon).
Procedure via de telefoon
Selecteer de naam van het systeem in
de lijst van gedetecteerde apparaten.
Accepteer op het systeem het verzoek om een
verbinding met de telefoon te maken.
Voltooien van het koppelen, ongeacht of
dit vanaf de telefoon of het systeem wordt
gedaan: controleer of de door het telefoon
en het systeem weergegeven code
identiek zijn.
Procedure via het systeem
Druk op Telefoon om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op " Bluetooth zoeken ".
Of Selecteer " Zoeken".
Er verschijnt een overzicht van de
waargenomen telefoon(s).
Als dit niet is gelukt, wordt geadviseerd de
"Bluetooth"-functie van uw telefoon even
uit te zetten en opnieuw te activeren. Selecteer de naam van de telefoon
in de lijst.
Verbinding delen
Het systeem stelt 3 verbindingsprofielen voor
de telefoon voor:
- "Telefoon " (handsfree set, uitsluitend
telefoon),
-
"Streaming " (streaming: draadloos
afspelen van audiobestanden van de
telefoon),
-
"Gegevens mobiel internet ".
.
PEUGEOT Connect Nav

31
Configuratie
Audio-instellingen
Druk op Instellingen om de
hoofdpagina weer te geven.
Selecteer " Audio- instellingen ".
Selecteer " Sfeer".
Of
" Verdeling ".
Of
" Geluid ".
Of
" Spraak ".
Of
" Beltonen ".
Druk op " OK" om de instellingen op
te slaan. De verdeling van het geluid (of de
ruimtelijke verdeling dankzij het Arkamys
©-
systeem) in de auto is belangrijk voor de
kwaliteit van de weergave en biedt de
mogelijkheid de weergave af te stemmen
op het aantal inzittenden.
Uitsluitend beschikbaar in de configuratie
met luidsprekers voor en achter.
De audio-instellingen Sfeer (6 optionele
geluidsprofielen) en Bass , Medium
en Tr e b l e zijn voor elke geluidsbron
verschillend.
Schakel " Loudness " in of uit.
De instellingen voor " Verdeling" (Alle
passagiers, Bestuurder en Alleen vóór) zijn
voor alle geluidsbronnen gelijk.
Schakel " Geluid touchscreen ",
" Snelheidsafhankelijke volumeregeling "
en " Extra ingang " in of uit.
Geïntegreerd audiosysteem: het Sound
Staging-systeem van Arkamys
© zorgt voor
een betere geluidsverdeling in het interieur.
Configuratie van de profielen
Het configureren van de profielen mag,
om veiligheidsredenen en vanwege het feit
dat deze handeling volledige aandacht van
de bestuurder vraagt, uitsluitend worden
uitgevoerd bij stilstaande auto .
Druk op "
Beluisteren " om het
bericht te beluisteren.
De toegang tot " E-mail" is afhankelijk van
de compatibiliteit van de smartphone met
het systeem van de auto. Druk op Instellingen
om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Selecteer " Configuratie van de
profielen ".
Selecteer " Profiel 1", "Profiel 2 ", "Profiel 3 "
of "
Gemeenschap. prof. ".
Druk op deze toets om een
profielnaam in te voeren met het
virtuele toetsenbord.
Druk op " OK" om te bevestigen.
Druk op deze toets om een
profielfoto toe te voegen.
Plaats een USB-stick met daarop de
foto in de USB-aansluiting.
Selecteer de foto.
Druk op " OK" om toestemming te
geven voor de overdracht van de foto.
Druk nogmaals op " OK" om de
instellingen op te slaan.
.

36
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Het afspelen van de muziek op mijn USB-stick
begint pas na lang wachten (ongeveer 2 tot
3
minuten). Door bepaalde bestanden die standaard op
een USB-stick kunnen staan kan het erg lang
duren tot de muziek op de USB-stick wordt
afgespeeld (tot 10 keer de fabrieksopgave). Wis de bestanden die standaard op de USB-
stick staan en beperk het aantal submappen
in
de mappenstructuur van de USB-stick.
De CD wordt steeds uitgeworpen of wordt niet
afgespeeld. De CD is ondersteboven in de speler
geplaatst, kan niet worden gelezen, bevat geen
audiobestanden of bevat audiobestanden die
niet door het audiosysteem worden herkend.
De CD is opgenomen in een indeling die niet
compatibel is met de speler (udf,...).
De CD is voorzien van een systeem
voor kopieerbeveiliging dat niet door het
audiosysteem wordt herkend.Controleer of de CD op correcte wijze in de
speler is geplaatst. Controleer de staat van de
CD: de CD kan niet worden gelezen als deze
te veel is beschadigd. Controleer de inhoud in
het geval van een opgenomen CD: raadpleeg
het advies in het hoofdstuk "AUDIO". Het CD-
audiosysteem kan geen DVD's afspelen.
Door een te slechte kwaliteit, kunnen bepaalde
gebrande CD's niet door het audiosysteem
worden afgespeeld.
Media
Ik kan sommige opgeslagen zenders uit de lijst
niet ontvangen.
De naam van de zender verandert.
De zender wordt niet meer ontvangen of de
naam van de zender in de lijst is veranderd.
Sommige zenders sturen in plaats van een
naam andere informatie mee (bijv. titel van het
afgespeelde nummer).
Het systeem interpreteert deze informatie als
de naam van de zender.Druk op de toets "Lijst updaten" in het tweede
menu van de "Zenderlijst".
PEUGEOT Connect Nav

37
Na het laden van een CD of het aansluiten van
een USB-stick moet u enige tijd wachten.Na het plaatsen van een nieuw afspeelmedium
kan het systeem een bepaalde hoeveelheid
aan gegevens lezen (directory, titel, artiest,
enz.). Dit kan enkele seconden tot enkele
minuten duren.Dit is volkomen normaal.
Het geluid van de CD is slecht. De gebruikte CD is bekrast of van slechte
kwaliteit.Gebruik alleen CD's van goede kwaliteit en
berg ze zorgvuldig op.
De audio-instellingen (bassen, hoge tonen,
klankkleur) zijn niet op de CD-speler afgestemd. Zet het niveau van de bassen en de hoge tonen
op 0, zonder een geluidseffect te selecteren.
Sommige informatietekens in de huidige
huidige afspeelmedia worden niet correct
weergegeven. Het audiosysteem kan sommige karakters niet
weergeven.
Gebruik standaardkarakters voor de benaming
van nummers en afspeellijsten.
Het afspelen van streaming-bestanden start niet. Het aangesloten apparaat start niet
automatisch het afspelen.Het afspelen van het apparaat starten.
Namen van nummers en de speelduur
worden niet weergegeven op het
audiostreamingscherm. De Bluetooth-verbinding biedt deze
mogelijkheid niet.
.
PEUGEOT Connect Nav

248
Remblokken .........................................................20 9
Remmen ................................................... 12, 17, 209
Remschijven
......................................................... 209
Reservewiel
.......................................................... 209
Reservoir ruitensproeiers
....................................207
Resetten
bandenspanningscontrolesysteem
...........141-142
Resetten van het traject ....................................27-2 8
Rijadviezen
.................................................... 12
4 -125
Rijden
............................................................... 56-57
Rijstanden
............................................................ 13 6
Rijstrookcontrolesystemen
........................... 10
0 -101
Roetfilter
........................................................ 20
7-208
Ruitbediening
................................................... 52-53
Ruitenwissers
......................................................... 22
S
Schakelaars stoelverwarming .........................59-60
Schakelindicator ................................................... 13 8
SCR (Selective Catalytic Reduction)
.................. 2
10
SCR-systeem
....................................................... 2
10
Selectiehendel
.............................................. 13
1-13 5
Selectiehendel automatische
transmissie
................................................. 131, 13 3
Serienummer auto ............................................... 243
Service (verklikkerlampje)
..................................... 13
S
feerverlichting
...................................................... 79
S
ignalering onoplettendheid
...............................169
Sjorogen
........................................................... 81, 8 4
Skiluik
...................................................................... 80
Sleutel
......................................................... 3 5 , 4 0 - 41
Sleutel met afstandsbediening
............................ 12
5
Sleutel niet herkend
............................................. 127
SMS
........................................................................\
30
Sneeuwkettingen
......................................... 141, 2 0 2
Snelheidsbegrenzer
..............................145 -148, 151
Snelheidslimietherkenning
..........................142, 14 4
Snelheidsregelaar ................145, 148 -155, 159, 161
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
................................145
Spaarfase
............................................................. 201
Sport-stand
........................................................... 13
6
Spraakcommando's
.................................. 5
- 8 , 10 -12
Startblokkering, elektronische
............................ 12
5
Starten dieselmotor
............................................. 197
Starten van
de auto
................. 13, 16 -17, 19, 124-126, 132-135
Stilzetten van
de auto
................ 13, 16 -17, 19, 124, 126, 132-135
Stoelen verstellen ............................................. 5
7- 5 9
Stoelverwarming
.............................................. 59
-60
Stop & Start
...................
2 1, 29, 67, 70, 138 -139, 198, 204, 208
STOP (verklikkerlampje) ........................................ 11
Streaming audio Bluetooth
..........................9, 25 -26
Stuurkolomschakelaars
................................131-13 5
Stuurwiel (verstellen)
............................................. 61
Stuurwielverstelling
................................................ 61
S
upervergrendeling
......................................... 36, 39
Synchroniseren afstandsbediening
......................42
T
Tankbeveiliging .................................................... 19 9
Technische gegevens ..................................2 3 9 - 2 41
Te laag brandstofniveau
......................................198
Telefoon
........................................... 77, 13 -15, 27-30
Te l l e r
........................................................................\
. 8
T
emperatuurregeling
............................................. 68
Tijd instellen ................................................ 34, 17, 33
TMC (verkeersinformatie)
......................................15
Toegang tot de achterbank ....................................57
Toerenteller ............................................................... 8
Touchscreen
................................. 29, 31-33, 76, 1, 1
Trailer Stability Management (TSM)
............102-103
Trekhaak
....................................... 102-103, 125, 199
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning ..........14 5 -14 6
Uitschakelen airbag passagier ............. 10
6 -107, 112
USB-aansluiting
............................... 7
5 -76, 80, 9, 25
V
Veiligheidsgordels ..........................12, 103 -104, 116
Veiligheidsgordels achter ............................103 -104
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
........................ 1 0 6 -1 0 7, 11 0 -112 , 117-12 0
Ventilatie
............................................... 65 - 66, 71, 73
Ventilatieroosters
................................................... 65
V
ergrendelen
.............................................. 36, 39 - 40
Vergrendeling portieren
......................................... 48
V
ergrendeling van binnenuit
.................................43
Vering met variabele demping
............................ 13
6
Verkeersinformatie (TMC)
.....................................15
Verklikkerlampje airbags
.......................................20
Verklikkerlampje handrem
..................................... 12
V
erklikkerlampje laag brandstofniveau
................14
Verklikkerlampje remsysteem
........................1
2 , 17
Verklikkerlampje Service
.......................................13
Verklikkerlampje STOP
......................................... 11
Verklikkerlampje voorgloeien (diesel)
...................14
Verlichting bagageruimte .......................................85
Versnellingsbak,
handgeschakeld
........ 13 1, 13 5 -13 6, 13 8 -13 9, 20 9
Versnellingshendel handgeschakelde versnellingsbak
.................................................. 13
1
Verversen
..................................................... 206-207
Vervoer van lange voorwerpen
.............................80
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
.................... 20
8
Verwarming
................................................. 6 5, 71-73
Visiopark 1
............................................................ 18 0
Visiopark 1 – Visiopark 2
.............................179, 181
Voorgloeien (dieselmotor)
..................................... 14
V
oorruitverwarming
............................................... 71
Voor stoelen
....................................................... 57- 5 9
Voorzieningen achterin
.......................................... 80
Trefwoordenregister