
208
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over AdBlue (BlueHDi-
motoren), in het bijzonder met betrekking
tot
het bijvullen.
Controles
Controleer, tenzij anders aangegeven,
deze componenten overeenkomstig de
onderhoudsschema van de fabrikant.
Laat de controles eventueel uitvoeren door
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig
te controleren of de accupoolklemmen
goed vastzitten (bij uitvoeringen zonder
snelsluiting voor de accupoolklemmen)
en of de aansluitingen schoon zijn.
Raadpleeg voordat u werkzaamheden
uitvoert aan de 12V-accu de desbetreffende
rubriek voor meer informatie en de te nemen
voorzorgsmaatregelen.
Uitvoeringen met het Stop & Start-
systeem zijn voorzien van een speciale
12V- loodac c u.
Deze accu mag uitsluitend worden
vervangen door het PEUGEOT-netwerk
of
door een gekwalificeerde werkplaats.
Interieurfilter
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moet
dit filter twee keer zo vaak
worden vervangen .
Een verstopt interieur filter kan de
prestaties van de airconditioning verstoren
en onaangename geuren veroorzaken.
Luchtfilter
Als de omgeving (veel stof...) en
het gebruik (veel stadsverkeer...)
daartoe aanleiding geven, moet
dit filter twee keer zo vaak
worden vervangen .
Oliefilter
Laat bij het olie ver versen tevens het
oliefilter vervangen.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter verzadigd begint te
raken, wordt u hierop geattendeerd
door het tijdelijk branden van dit
lampje in combinatie met een
waarschuwingsmelding over het
risico van verstopping van het filter.
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra
de omstandigheden het toelaten, met een
snelheid van minimaal 60 km/h rijden tot
het lampje dooft.
Als het lampje blijft branden, is het
minimale dieseladditiefniveau bereikt.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het controleren van
de niveaus .
Bij een nieuwe auto kunt u de eerste paar
keer dat het roetfilter geregenereerd wordt
een brandlucht ruiken; dit is volkomen
normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid wordt
gereden of de motor langdurig stationair
draait, kan bij gasgeven soms waterdamp
uit de uitlaat komen. Dit heeft geen invloed
op de prestaties en heeft geen gevolgen
voor het milieu.
Praktische informatie

213
Gevarendriehoek
Voordat u uit de auto stapt om de
gevarendriehoek uit te vouwen en te
plaatsen moet u om veiligheidsredenen
de alarmknipperlichten inschakelen en uw
reflecterende veiligheidsvest aantrekken.
Opbergruimte
In de binnenbekleding van de achterklep
bevindt zich een opbergvak voor de
gevarendriehoek.
F
O
pen de achterklep.
F
O
ntgrendel het deksel door de schroef een
kwartslag linksom te draaien.
Uitvouwen van de gevarendriehoek
Uitvoeringen met een originele gevarendriehoek:
F h aal de gevarendriehoek uit het etui;
F
v
ouw de poten uit;
F
d
raai beide zijkanten van de driehoek omhoog;
F
m
aak de zijkanten aan elkaar vast.
Raadpleeg bij andere gevarendriehoeken
de instructies voor het uitvouwen in de
gebruiksaanwijzing van de gevarendriehoek.
Plaatsen van de gevarendriehoek
F Plaats de gevarendriehoek achter de auto, houd u daarbij aan de ter plaatse geldende
regels.
Brandstoftank leeg
(diesel)
Bij auto's met dieselmotor is het in het geval
van een lege brandstoftank noodzakelijk om
het brandstofsysteem te ontluchten.
Als de motor niet direct aanslaat, beëindig dan
uw startpoging en herhaal de procedure.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de tankbeveiliging
(diesel) .
BlueHDi-motoren
F Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter diesel.
F Z
et het contact aan (zonder de motor te starten).
F
W
acht ongeveer 1 minuut en zet het contact af.
F
B
edien de startmotor om de motor te starten.
Als de motor niet wil starten, voer dan de procedure
nogmaals uit.
HDi-motoren
F Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter diesel.
F
O
pen de motorkap.
F
M
aak indien nodig de sierkap los om de
handopvoerpomp te kunnen bereiken.
8
In geval van pech

214
F Draai de ontluchtingsschroef los.
F B edien de handopvoerpomp tot u brandstof
door de transparante slang ziet stromen.
F
D
raai de ontluchtingsschroef weer vast.
F
B
edien de startmotor tot de motor aanslaat
(als de motor niet gelijk aanslaat, wacht dan
ongeveer 15 seconden en start de motor
opnieuw).
F
A
ls de motor na meerdere pogingen niet
aanslaat, bedien dan de handopvoerpomp
en ver volgens de startmotor opnieuw.
F
B
reng de sierkap weer aan en zorg er voor
dat deze goed wordt bevestigd.
F
S
luit de motorkap.
Boordgereedschap
Het boordgereedschap bestaat uit al het
gereedschap waarmee uw auto is geleverd.
De samenstelling er van is afhankelijk van de
uitrusting van uw auto:
-
bandenreparatieset,
-
reservewiel.
Boordgereedschap
Het belangrijkste gereedschap bevindt zich
onder de vloer van de bagageruimte.
Uitvoeringen met een
bandenreparatieset
Berline
Het is als volgt te bereiken:
F
o
pen de achterklep,
F
t
il de vloerplaat op en vouw hem dubbel.
SW
Het is als volgt te bereiken:
F
o
pen de achterklep,
Uitvoeringen met een reservewiel
Al het gereedschap is specifiek bestemd
voor uw auto. Van welk gereedschap uw
auto is voorzien, is afhankelijk van de
uitvoering van de auto. Gebruik het niet
voor andere doeleinden.
F
t
il de vloerplaat op,
F
b
evestig de haak van de vloerplaat aan de
bovenste afdichting van de bagageruimte.
In geval van pech

247
L
Lak ........................................................................\
243
Lane Departure Warning System (LDWS) .................................................. 19, 170 -171
Lane Keeping System
..................151, 161-163, 165
Leder (onderhoud)
............................................... 2
10
Lendensteun ........................................................... 58
Lendensteun, verstelling
.......................................58
Lokaliseren van de auto
........................................36
Luchtfilter (vervangen)
......................................... 208
Luchttoevoer (bediening)
.................................68, 70
Luchtrecirculatie
............................................... 68, 70
Luidsprekers
.......................................................... 76
M
Make-upspiegel ..................................................... 75
Massagefunctie ...................................................... 60
M
atten
..................................................................... 78
Mat verwijderen
...................................................... 78
Meldingen
............................................................... 30
Menu
....................................................................... 12
Menu's (audio)
............................................... 4-5, 4-5
Menustructuren display
......................................... 12
Milieu
................................................................. 40, 73
Mistachterlicht
........................................................ 21
M
onteren allesdragers
................................. 20
3-204
Motoren ......................................................... 2 3 8 - 2 41
Motorkap
............................................................... 204
Motorolie
....................................................... 206-207
Motorolieniveau, controle
......................................24
Motorolieniveaumeter
...................................... 24, 26
Motorruimte
.......................................................... 205
Multipoint-massages
............................................. 60
N
Neerklappen achterbank .................................63-64
Night Vision ....................................................... 21-22
Niveau AdBlue
® .................................................... 2 07
Niveau brandstofadditief diesel ....................207-208
Niveau koelvloeistof
....................................... 24, 207
Niveau remvloeistof
............................................. 207
Niveau ruitensproeiervloeistof
............................ 207
Niveaus controleren
..................................... 20
5-207
Niveaus en controles
................................... 205-207
Noodbediening achterklep
.................................... 48
N
oodbediening portieren
....................................... 41
N
oodoproep
................................................... 9
9 -10 0
Noodprocedure afzetten van de motor
..............12
7
Noodprocedure starten
....................................... 127
Noodremassistentie (BAS)
.................. 10 0 -101, 168
O
Oliefilter (vervangen) ........................................... 208
Olieniveau ............................................... 2
4, 206-207
Oliepeilstok
............................................. 24, 206-207
Olieverbruik
.................................................. 206-207
Onderhoudsadviezen
.......................................... 210
Onderhoudscontroles
............................................ 23
Onderhoudsindicator
....................................... 23, 26
Ontdooien
.......................................................... 70 -71
Ontgrendelen
................................................... 35, 37
Ontgrendelen achterklep
.................................. 3
7- 3 8
Ontgrendelen portieren
......................................... 48
Ontgrendelen van binnenuit
..................................43
Ontwasemen
.......................................................... 70
O
ntwasemen achter
.............................................. 70
Ontwasemen voor .................................................. 70
Opbergvakken
..................... 7
4-75, 78, 80 - 81, 81, 85
Opbergvakken portieren ........................................74
Openen achterklep
.......................................... 3 7, 4 7
Openen brandstofvulklep
.................................... 19
8
Openen motorkap ................................................ 204
Openen portieren ............................................. 3 7, 4 6
Openen ruiten
........................................................ 35
Opslaan van de snelheid
.....................................151
P
Panoramisch schuif-/kanteldak .......................53 -55
Park Assist ............................................................ 18 4
Parkeerhulp achter
.............................................. 17 7
Parkeerhulp achter met grafische
weergave en geluidssignalen
........................... 17 6
Parkeerhulp vóór .................................................. 17 7
Parkeerhulp zijkant
.............................................. 17 7
Persoonlijke instellingen
....................................... 8
-9
PEUGEOT Connect Nav
......................................... 1
PEUGEOT Connect Radio
......................................1
Plafonniers
............................................................. 79
Portieren
................................................................. 46
Portieren sluiten
................................... 36, 38 -39, 46
Profielen
........................................................... 16, 31
Programmeerbare snelheidsregelaar
................148
Programmeerbare verwarming
........................71-73
Pyrotechnische gordelspanners
......................... 10
4
R
Radio ...................................................... 6 -7, 9, 23, 25
Radiozender .............................................. 6 - 7, 2 3 - 2 4
RDS
............................................................... 7,
2 3 - 2 4
Regeling luchtverdeling
....................................68 -70
Regelmatige controles
.................................208-209
Regeneratie roetfilter
........................................... 208
Reinigen (adviezen)
............................................. 210
Rembekrachtigingsysteem
........................... 10
0 -101
.
Trefwoordenregister