
141
Het bandenspanningscontrolesysteem is niet
meer dan een hulpmiddel, hetgeen inhoudt dat
de waakzaamheid van de bestuurder niet door
het systeem kan worden vervangen.
Het systeem onthoudt u niet van de
verantwoordelijkheid om elke maand de
bandenspanning te controleren (ook die
van het reser vewiel). Doe dit ook voordat
u een lange rit gaat maken. Het rijden met
een te lage bandenspanning verslechtert
de wegligging, verlengt de remweg en
veroorzaakt vroegtijdige bandenslijtage, vooral
onder ongunstige omstandigheden (zware
belading, hoge snelheden, lange ritten).
Het rijden met een te lage
bandenspanning leidt bovendien tot een
hoger brandstofverbruik.
De voor uw auto voorgeschreven
bandenspanning vindt u op de sticker
met
de bandenspanningen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de identificatie van
de auto .
Bandenspanning controleren
De bandenspanning moet worden gecontroleerd
als de banden "koud" zijn (de auto staat langer
dan een uur stil of er is minder dan 10 km gereden
met een beperkte snelheid). Onder andere
omstandigheden moet de bandenspanning ten
opzichte van de op de sticker vermelde spanning
met 0,3 bar worden verhoogd.
Sneeuwkettingen
Het systeem hoeft niet gereset te worden
na het aanbrengen of verwijderen van
sneeuwkettingen.
Waarschuwing te lage
bandenspanning
Deze waarschuwing bestaat uit het
permanent branden van dit lampje, een
geluidssignaal en, afhankelijk van de
uitvoering, een melding op het scherm.
F Verminder onmiddellijk uw snelheid en
vermijd plotselinge stuurbewegingen en
krachtig remmen.
F
Z
et de auto zo snel mogelijk stil op een
veilige plaats.
Een te lage bandenspanning is niet altijd
aan de band te zien.
Een visuele controle is dus niet
voldoende. F
C
ontroleer als u een compressor in
de auto hebt (bijvoorbeeld die van de
bandenreparatieset) de spanning van de
vier banden als deze zijn afgekoeld.
F
R
ijd voorzichtig verder als het niet mogelijk
is om deze controle onmiddellijk uit te
voeren.
of
F
G
ebruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(afhankelijk van de uitvoering).
De waarschuwing blijft actief tot het
systeem wordt gereset.
Opnieuw initialiseren
Elke keer nadat u een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het verwisselen
van een of meer wielen, moet u het systeem
resetten.
Controleer voordat u het systeem
gaat resetten of de spanning van
de vier banden overeenkomstig de
gebruiksomstandigheden van de auto
en de voorschriften op de sticker met de
bandenspanningen is.
Het bandenspanningscontrolesysteem
is alleen betrouwbaar als de vier banden
tijdens het resetten de juiste spanning
hebben.
Het bandenspanningscontrolesysteem
geeft geen meldingen als de
bandenspanning bij het resetten onjuist is.
6
Rijden

142
Deze functie kan bij stilstaande
auto worden gereset via het menu
Rijden/Auto van het touchscreen.
F
S
electeer in het menu het tabblad
" Voertuiginstellingen ".
F
S
electeer op deze pagina de functie
" Bandenspan.contr. ".
F
Sel
ecteer " Ja" om te bevestigen.
Er klinkt een geluidssignaal en er wordt een
melding weergegeven om aan te geven dat het
resetten is gelukt.
Storing
In dat geval werkt de bandenspanningscontrole
mogelijk niet goed. Laat het systeem
controleren door het PEUGEOT-netwerk of
door een gekwalificeerde werkplaats.
Na het uitvoeren van werkzaamheden
aan het systeem moet de spanning van de
vier banden worden gecontroleerd en het
systeem worden gereset.
Als het lampje te lage bandenspanning gaat
knipperen en vervolgens blijft branden in
combinatie met het lampje Ser vice, wijst dit op
een storing in het systeem.
Er verschijnt een melding in combinatie met
een geluidssignaal.
-
D
oor de camera gedetecteerde
verkeersborden met een snelheidslimiet.
-
I
nformatie over snelheidslimieten uit de
kaartgegevens van het navigatiesysteem.
Met dit systeem kan de maximaal toegestane
snelheid op het instrumentenpaneel worden
weergegeven, in overeenstemming met de
snelheidslimieten in het land waarin wordt
gereden, op basis van:
Snelheidslimietherkennings
-
systeem
Deze functie is een hulpmiddel voor de
bestuurder die echter te allen tijde zijn
aandacht op het verkeer moet blijven
vestigen en de verkeersregels moet
naleven. De snelheidslimietborden langs
of boven de weg hebben altijd prioriteit
boven de door het systeem voorgestelde
snelheidslimieten. De borden moeten
voldoen aan de regels van het Verdrag
van Wenen betreffende verkeersborden. Herkend bord
Voorgestelde
snelheid (berekend)
Bebouwde kom
Voorbeeld: Zonder PEUGEOT
Connect Nav
50
km/h of 30 mph
(afhankelijk van de
eenheden van het
instrumentenpaneel)
Met PEUGEOT
Connect Nav
Weergave van de
snelheidslimiet die
geldt in het land waar
u
zich bevindt.
Woonerf
Voorbeeld: Zonder PEUGEOT
Connect Nav
20
km/h of 10 mph
(afhankelijk van de
eenheden van het
instrumentenpaneel)
Met PEUGEOT
Connect Nav
Weergave van de
snelheidslimiet die
geldt in het land waar
u
zich bevindt.
Om er zeker van te zijn dat de informatie
over snelheidslimieten afkomstig van het
navigatiesysteem actueel is, dienen de
kaartgegevens geregeld te worden geüpdatet.
- Bepaalde door de camera gedetecteerde verkeersborden (bijv. een kombord).
Rijden

169
Storing
In het geval van een storing in het
systeem wordt u gewaarschuwd door
het continu branden van dit lampje, in
combinatie met de weergave van een
melding en een geluidssignaal.
Vermoeidheidsher-
kenningssysteem
Het is raadzaam om een pauze te nemen wanneer
u zich moe voelt. Pauzeer in elk geval elke twee uur.
De functie omvat het systeem "Signaal rijtijd" en het
systeem "Waarschuwing oplettendheid bestuurder".Deze systemen zijn hulpsystemen; de
bestuurder moet waakzaam blijven en te allen
tijde de controle over zijn auto bewaren. Deze
systemen houden in geen enkel geval de
bestuurder wakker en kunnen niet voorkomen
dat de bestuurder achter het stuur in slaap valt.
Het is de verantwoordelijkheid van de
bestuurder de auto aan de kant te zetten als
hij/zij vermoeid is.
Inschakelen/uitschakelen
Deze functies kunnen geactiveerd
en gedeactiveerd worden via
het menu Rijden /Auto van het
touchscreen.
De status van de functie wordt opgeslagen bij
het afzetten van het contact.
Signaal rijtijd
Het systeem geeft een
waarschuwing zodra het detecteert
dat de bestuurder langer dan twee
uur heeft gereden met een snelheid
van meer dan 65
km/h zonder dat hij
een pauze heeft genomen.
Deze waarschuwing bestaat uit een melding
die de bestuurder adviseert een pauze te
nemen, en een geluidssignaal.
Als de bestuurder dit advies niet opvolgt, wordt
de waarschuwing elk uur herhaald tot de motor
wordt afgezet.
Het systeem wordt gereset als aan een van de
volgende voor waarden is voldaan:
-
d
e auto staat gedurende meer dan
15
minuten stil met draaiende motor,
-
s
inds het afzetten van het contact zijn
enkele minuten verstreken,
-
d
e veiligheidsgordel van de bestuurder is
losgemaakt en het portier is geopend. Zodra de snelheid lager is dan 65
km/h,
gaat het systeem over in de wachtstand.
De rijtijd wordt opnieuw berekend zodra
de snelheid hoger is dan 65 km/h.
Waarschuwing
oplettendheid bestuurder
Dit systeem is vooral geschikt voor auto(snel)
wegen (snelheden van meer dan 65
km/h).
Met behulp van een boven aan
de voorruit geplaatste camera
beoordeelt het systeem de
waakzaamheid van de bestuurder
door afwijkingen in de koers
van de auto ten opzichte van de
wegmarkeringen te signaleren.
Als deze lampjes gaan branden
nadat de motor is afgezet en
weer gestart, raadpleeg dan altijd
een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats om het
systeem te laten controleren.
6
Rijden

219
Als na ongeveer 7 minuten de
bandenspanning lager dan 2 bar
blijft, is de band niet te repareren;
neem voor verdere hulp contact op
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
F
Z
et, zodra de gewenste bandenspanning is
bereikt, de schakelaar in de stand " O".
F
V
er wijder de set en berg deze op. Rijd met een gerepareerde band niet meer
dan 200
km; neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats om de band te laten ver vangen.
Als de spanning van één of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem worden
gereset.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem .
Reservewiel
Scan de QR-code op pagina 3 om
verklarende video's te bekijken.
In het geval van een lekke band kunt u het wiel
met het bij de auto geleverde gereedschap
verwisselen volgens de onderstaande
procedure.
Toegang tot het reservewiel
Het reser vewiel bevindt zich onder de vloer van
de bagageruimte.
Raadpleeg voordat u het reser vewiel gebruikt
de rubriek Boordgereedschap .
F
S
chakel de compressor in door de
schakelaar in de stand " I" te zetten en breng
de band op de spanning die is aangegeven
op de bandenspanningssticker van de
auto. Om de bandenspanning te verlagen:
druk op de zwarte knop op de slang van
de compressor, bij de aansluiting op het
ventiel. Berline
SW
8
In geval van pech

22
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de bassen en hoge tonen
wordt de ingestelde sfeer gedeselecteerd.
Na het wijzigen van de instellingen voor de
sfeer wordt de instelling van de bassen en
hoge tonen gereset. De instelling van de sfeer is gekoppeld aan de
bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de sfeer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast aan
verschillende geluidsbronnen die hoorbare
verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Zet de audiofuncties in de middelste stand.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Zet het contact aan om de laadstroom van de
accu te verhogen.
PEUGEOT Connect Radio

39
Instellingen
VR A AGANTWOORDOPLOSSING
Na het instellen van de bassen en hoge tonen
wordt de ingestelde sfeer gedeselecteerd.
Als u de instelling van de sfeer wijzigt, worden
de instellingen van de bassen en de hoge
tonen gereset. De instelling van de sfeer is gekoppeld aan de
bassen en hoge tonen.
Wijzig de instelling van de bassen en de
hoge tonen of de sfeer om de gewenste
geluidskwaliteit te verkrijgen.
Bij het veranderen van de balans wordt de
geluidsverdeling uitgeschakeld.
Bij het veranderen van de geluidsverdeling
worden de instellingen van de balans
uitgeschakeld. De geluidsverdeling is gekoppeld aan de
balans.
Stel de balans in of kies een geluidsverdeling
naar eigen wens.
Er is een verschil in geluidskwaliteit tussen de
verschillende geluidsbronnen. Voor een optimale geluidskwaliteit kunnen
de audio-instellingen worden aangepast
aan verschillende geluidsbronnen, die
hoorbare verschillen kunnen genereren bij het
veranderen van de bron.Controleer of de audio-instellingen zijn
afgestemd op de geluidsbron die u gebruikt.
Het is raadzaam de audiofuncties (Bass:,
Treble:, Balans) in de middelste stand te zetten,
de geluidssfeer "Geen" te selecteren en de
functie Loudness in de stand "Actief " te zetten
bij gebruik van de CD-speler en in de stand
"Inactief " bij gebruik van de radio.
Na het afzetten van de motor wordt het
systeem na enkele minuten automatisch
uitgeschakeld. Als de motor is afgezet, blijft het audiosysteem
nog werken zolang de laadtoestand van de
accu dat toestaat.
In de normale uitgeschakelde stand, gaat het
systeem na een bepaalde tijd automatisch over
op de eco-mode om de laadtoestand van de
accu op peil te houden.Start de motor om de laadstroom van de accu
te verhogen.
Ik kan de datum en tijd niet instellen. De datum en tijd kunnen alleen worden
ingesteld als u de synchronisatie met de
satellieten deactiveert.Menu instellingen/Opties/Datum en tijd
instellen. Selecteer het tabblad "Tijd" en
deactiveer de "GPS-synchronisatie" (UTC).
.
PEUGEOT Connect Nav

245
12V-aansluiting .......................................... 75, 80, 84
180° zicht naar achteren ......................................182
180° zicht naar voren
........................................... 182
A
Aanhanger .................................... 102-103, 125, 199
Aanhangergewichten ................................... 2
3 8 - 2 41
Aanjager, regeling
............................................. 68 -70
Aansluiten MirrorLink
..................................11 -12 , 1 9
Aansteker
............................................................... 75
ABS
....................................................................... 10
1
Accessoires
............................................ 98, 127, 204
Accu
.............................................................. 202, 208
Achterbank
....................................................... 63-64
Achterklep
.............................................................. 47
Achterklep sluiten ...................................... 36, 39, 48
Achterlichten ......................................................... 210
Achterportieren
.................................................... 12
3
Achterruitverwarming
............................................ 71
Achteruitrijcamera
......................................... 179 -181
Actief dodehoekbewakingssysteem
...................170
Actieradius AdBlue
® .......................................... 24 -25
Actieve motorkap
................................................. 109
Actieve vering
....................................................... 13 6
Active Safety Brake ........................18, 165 -166, 168
Active Suspension Control
.................................. 13 6
Adaptieve LED-technologie
.................................. 36
Ad
aptieve snelheidsregelaar
....................... 15
1, 15 3
Adaptieve snelheidsregelaar
met Stop-functie
................145, 152-15 5, 159, 161
AdBlue® .............................................. 16 , 24 -25, 210
AdBlue® bijvullen .................................................. 2 11
AdBlue®-reservoir ................................................ 2 11
Afmetingen ........................................................... 242
Afstandsbediening
............................... 35 -36, 38 - 40
Afstandsbediening, batterij vervangen
.................42
Airbags .................................... 20, 105 -10 6, 108, 112
Bluetooth (handsfree set) .....................13 -14, 27-2 8
Bluetooth (telefoon) ...............................13 -15 , 27-2 8
Bluetooth-verbinding ..................13 -15, 21-22, 27-28
Boordcomputer
................................................. 27-2 8
Boordgereedschap
................................................ 85
Brandstof
.............................................................. 197
Brandstofadditief
.................................................. 208
Brandstofniveaumeter
......................................... 198
Brandstoftank
............................................... 198 -19 9
Brandstof tanken
........................................... 197-19 9
Brandstofvuldop
................................................... 198
Brandstofvulklep
.......................................... 198 -19 9
Buitenspiegels
............................. 61- 6 2 , 71, 174 -176
C
CD ....................................................................... 9, 25
CD MP3 .............................................................. 9, 25
CD-/MP3-speler
..................................................... 25
Centrale vergrendeling
....................................38, 43
CHECK
................................................................... 26
Claxon
..................................................................... 99
Comfort-stand
...................................................... 13 6
Configuratie van de auto
.................................29
-33
Connectiviteit
.......................................................... 76
Contact
........................................................... 1 2 7, 2 9
Contact aangezet
................................................. 127
Controlelampjes
................................................ 1 0 -11
Controles
.............................................. 20
5, 208-209
D
DAB (Digital Audio Broadcasting) –
Digitale radio .................................................... 8, 24
Dagteller ................................................................. 27
Dagteller resetten ................................................... 27
Dashboardkastje
.................................................... 75
Dashboardverlichting (dimmer)
............................. 27
Airbags vóór ................................................. 10 6 -108
Airconditioning ................................................. 66, 69
Airconditioning met gescheiden regeling
............. 67
A
larmknipperlichten
............................................... 98
A
larmsysteem
.................................................. 4
4, 46
Allesdragers
................................................. 20
3-204
Antiblokkeersysteem (ABS)
.........................10 0 -101
Antidiefstalsysteem/Startblokkering
.............4 0, 125
Antispinregeling (ASR)
.......................... 1
8, 10 0 -102
Apple CarPlay-verbinding
...............................12, 18
Apple
®-speler ..................................................... 9, 26
Armsteun achter ..................................................... 80
Armsteun vóór
........................................................ 78
Audiokabel
.............................................................. 25
Audioversterker
...................................................... 76
A
utomatische airconditioning
................................70
Automatische airconditioning met gescheiden regeling
................................................................ 67
Automatische transmissie
.... 13
1-13 6, 13 8 -13 9, 20 9
Automatisch noodremsysteem
.....18, 165 -166, 168
Autoradio, bedieningen aan stuurkolom .............3, 3
AUX-aansluiting
................................................. 9, 25
B
Bagageafdekking .............................................. 81- 82
Bagagenet voor hoge belading .......................83-84
Bagageruimte
....................................... 4
7- 48, 50, 85
Banden
................................................................. 209
Banden oppompen
............................................. 209
Bandenspanning
.................................................. 20
9
Bandenspanning te laag (detectie)
..................... 14
0
Batterij afstandsbediening
.........................40, 42, 73
Bekerhouder
........................................................... 74
B
eladen ......................................................... 203-204
Benzinemotor
....................................... 197, 205, 239
Bijvullen AdBlue
® ................................................. 2 11
Binnenspiegel ......................................................... 62
BlueHDi
.................................................... 24 -26, 210
.
Trefwoordenregister

248
Remblokken .........................................................20 9
Remmen ................................................... 12, 17, 209
Remschijven
......................................................... 209
Reservewiel
.......................................................... 209
Reservoir ruitensproeiers
....................................207
Resetten
bandenspanningscontrolesysteem
...........141-142
Resetten van het traject ....................................27-2 8
Rijadviezen
.................................................... 12
4 -125
Rijden
............................................................... 56-57
Rijstanden
............................................................ 13 6
Rijstrookcontrolesystemen
........................... 10
0 -101
Roetfilter
........................................................ 20
7-208
Ruitbediening
................................................... 52-53
Ruitenwissers
......................................................... 22
S
Schakelaars stoelverwarming .........................59-60
Schakelindicator ................................................... 13 8
SCR (Selective Catalytic Reduction)
.................. 2
10
SCR-systeem
....................................................... 2
10
Selectiehendel
.............................................. 13
1-13 5
Selectiehendel automatische
transmissie
................................................. 131, 13 3
Serienummer auto ............................................... 243
Service (verklikkerlampje)
..................................... 13
S
feerverlichting
...................................................... 79
S
ignalering onoplettendheid
...............................169
Sjorogen
........................................................... 81, 8 4
Skiluik
...................................................................... 80
Sleutel
......................................................... 3 5 , 4 0 - 41
Sleutel met afstandsbediening
............................ 12
5
Sleutel niet herkend
............................................. 127
SMS
........................................................................\
30
Sneeuwkettingen
......................................... 141, 2 0 2
Snelheidsbegrenzer
..............................145 -148, 151
Snelheidslimietherkenning
..........................142, 14 4
Snelheidsregelaar ................145, 148 -155, 159, 161
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
................................145
Spaarfase
............................................................. 201
Sport-stand
........................................................... 13
6
Spraakcommando's
.................................. 5
- 8 , 10 -12
Startblokkering, elektronische
............................ 12
5
Starten dieselmotor
............................................. 197
Starten van
de auto
................. 13, 16 -17, 19, 124-126, 132-135
Stilzetten van
de auto
................ 13, 16 -17, 19, 124, 126, 132-135
Stoelen verstellen ............................................. 5
7- 5 9
Stoelverwarming
.............................................. 59
-60
Stop & Start
...................
2 1, 29, 67, 70, 138 -139, 198, 204, 208
STOP (verklikkerlampje) ........................................ 11
Streaming audio Bluetooth
..........................9, 25 -26
Stuurkolomschakelaars
................................131-13 5
Stuurwiel (verstellen)
............................................. 61
Stuurwielverstelling
................................................ 61
S
upervergrendeling
......................................... 36, 39
Synchroniseren afstandsbediening
......................42
T
Tankbeveiliging .................................................... 19 9
Technische gegevens ..................................2 3 9 - 2 41
Te laag brandstofniveau
......................................198
Telefoon
........................................... 77, 13 -15, 27-30
Te l l e r
........................................................................\
. 8
T
emperatuurregeling
............................................. 68
Tijd instellen ................................................ 34, 17, 33
TMC (verkeersinformatie)
......................................15
Toegang tot de achterbank ....................................57
Toerenteller ............................................................... 8
Touchscreen
................................. 29, 31-33, 76, 1, 1
Trailer Stability Management (TSM)
............102-103
Trekhaak
....................................... 102-103, 125, 199
U
Uitgebreide verkeersbordherkenning ..........14 5 -14 6
Uitschakelen airbag passagier ............. 10
6 -107, 112
USB-aansluiting
............................... 7
5 -76, 80, 9, 25
V
Veiligheidsgordels ..........................12, 103 -104, 116
Veiligheidsgordels achter ............................103 -104
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
........................ 1 0 6 -1 0 7, 11 0 -112 , 117-12 0
Ventilatie
............................................... 65 - 66, 71, 73
Ventilatieroosters
................................................... 65
V
ergrendelen
.............................................. 36, 39 - 40
Vergrendeling portieren
......................................... 48
V
ergrendeling van binnenuit
.................................43
Vering met variabele demping
............................ 13
6
Verkeersinformatie (TMC)
.....................................15
Verklikkerlampje airbags
.......................................20
Verklikkerlampje handrem
..................................... 12
V
erklikkerlampje laag brandstofniveau
................14
Verklikkerlampje remsysteem
........................1
2 , 17
Verklikkerlampje Service
.......................................13
Verklikkerlampje STOP
......................................... 11
Verklikkerlampje voorgloeien (diesel)
...................14
Verlichting bagageruimte .......................................85
Versnellingsbak,
handgeschakeld
........ 13 1, 13 5 -13 6, 13 8 -13 9, 20 9
Versnellingshendel handgeschakelde versnellingsbak
.................................................. 13
1
Verversen
..................................................... 206-207
Vervoer van lange voorwerpen
.............................80
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
.................... 20
8
Verwarming
................................................. 6 5, 71-73
Visiopark 1
............................................................ 18 0
Visiopark 1 – Visiopark 2
.............................179, 181
Voorgloeien (dieselmotor)
..................................... 14
V
oorruitverwarming
............................................... 71
Voor stoelen
....................................................... 57- 5 9
Voorzieningen achterin
.......................................... 80
Trefwoordenregister