
1-3
Uw auto in één oogopslag
OVERZICHT EXTERIEUR (II)
1
1. Portier .................................................... 3-14
2. Tankdopklep............................................3-43
3. Achterlichtunit .........................................7-64
4. Richtingaanwijzer, mistachterlicht, achteruitrijlicht.........................................7-64
5. Achterklep...............................................3-40
6. Derde remlicht ........................................7-66
7. Ontwaseming ........................................3-122
8. Rear View Monitor ................................3-113
9. Antenne ....................................................4-2
OOS017002
De werkelijke vorm kan verschillen van de afbeelding.
■
Achteraanzicht

2-17
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Wanneer u de rugleuning naar
voren klapt terwijl de hoofdsteun
en zitting in een hoge stand staan,
raakt de hoofdsteun mogelijk de
zonneklep of andere onderdelen
van de auto.
Verwijderen/plaatsen
Verwijderen van de hoofdsteun:
1. Zet de rugleuning (2) rechtop metde hendel of de schakelaar voor
de rugleuningverstelling (1). 2. Trek de hoofdsteun zo ver
mogelijk omhoog.
3. Zet de rugleuning (4) rechtop met de knop of de schakelaar voor de
rugleuningverstelling (3).
AANWIJZING
OLF034015OOS037011
■Type A
OOS037012
■Type B
Laat tijdens het rijden NOOIT iemand zitten in een stoel
waarvan de hoofdsteun
verwijderd is.
WAARSCHUWING

Kenmerken van uw auto
Toegang tot uw auto .............................................3-4Afstandsbediening.............................................................3-4
Smart Key ............................................................................3-8
Startblokkeersysteem ....................................................3-13
Sloten .....................................................................3-14 Portiersloten van buitenaf vergrendelen/
ontgrendelen ....................................................................3-14
Portiersloten van binnenuit vergrendelen/
ontgrendelen ...................................................................3-15
Supervergrendeling.........................................................3-18
Kenmerken van de automatische
portiervergrendeling/-ontgrendeling.........................3-18
Kindersloten achterportieren .......................................3-19
Antidiefstalsysteem .............................................3-20
Stuurwiel ...............................................................3-21 Elektrische stuurbekrachtiging (EPS) ........................3-21
In hoogte en lengte verstelbare stuurkolom............3-22
Stuurwielverwarming ......................................................3-23
Claxon ................................................................................3-23
Spiegels .................................................................3-24 Binnenspiegel ...................................................................3-24
Buitenspiegel ....................................................................3-26 Ruiten.....................................................................3-29
Elektrisch bedienbare ruiten ........................................3-29
Schuifdak ..............................................................3-34 Schuifdak openen en sluiten .......................................3-35
Schuifdak open-/dichtschuiven ..................................3-35
Schuifdak kantelen .........................................................3-36
Zonnescherm....................................................................3-37
Schuifdak resetten .........................................................3-37
Waarschuwingslampje open schuif-/kanteldak ......3-38
Exterieur ...............................................................3-39 Motorkap ...........................................................................3-39
Achterklep .........................................................................3-40
Tankdopklep .....................................................................3-43
Instrumentenpaneel .............................................3-46 Bediening instrumentenpaneel ....................................3-47
Meters en tellers .............................................................3-48
Waarschuwingslampje gladheid...................................3-51
Schakelindicator transmissie ........................................3-52
Waarschuwings- en controlelampjes.........................3-53
Meldingen LCD-display..................................................3-69
LCD-display (instrumentenpaneel Type B, C) .3-75 Bediening LCD-display...................................................3-75
Modi LCD-display............................................................3-76
3

Extra voorzieningen verwarmings-
en ventilatiesysteem..........................................3-145Luchtreiniger instrumentenpaneel ..........................3-145
Automatische ventilatie ...............................................3-145
Luchtcirculatie ...............................................................3-145
Opbergvak ...........................................................3-146 Opbergvak middenconsole..........................................3-146
Dashboardkastje ...........................................................3-146
Opbergvak voor zonnebril ..........................................3-147
Multifunctioneel vak ....................................................3-147
Opbergvak bagageruimte ............................................3-148
Overige voorzieningen ......................................3-149 Bekerhouder...................................................................3-149
Zonneklep .......................................................................3-150
12V-aansluiting..............................................................3-151
Draadloos laadsysteem mobiele telefoon...............3-152
Klok ...................................................................................3-153
Jashaak ............................................................................3-154
Bevestigingspunt (EN) vloermat ................................3-155
Bagagenet (houder) .....................................................3-155
Hoedenplank ..................................................................3-156
Exterieur .............................................................3-157 Roof rack ........................................................................3-157
3

3-4
Kenmerken van uw auto
Afstandsbediening
(indien van toepassing)
De afstandsbediening van uw
HYUNDAI kunt u gebruiken om de
portieren (en de achterklep) te
vergrendelen of ontgrendelen en
zelfs om de motor te starten.
1. Portieren vergrendelen
2. Portieren ontgrendelen
3. Achterklep ontgrendelen
Vergrendelen
Vergrendelen :
1. Sluit alle portieren, de motorkapen de achterklep.
2. Druk op de vergrendeltoets voor de portieren (1) op de afstands- bediening.
3. De portieren worden vergrendeld. De alarmknipperlichten knipperen.
Daarnaast zullen de
buitenspiegels worden ingeklapt
als de schakelaar voor de
inklapbare buitenspiegels in stand
AUTO staat.
4. Controleer of de portieren vergrendeld zijn door de stand van
de vergrendelknoppen voor de
portieren in de auto te controleren.
TOEGANG TOT UW AUTO
OPDE046001 Laat kinderen niet zonder
toezicht achter met de sleutels
in de auto. Kinderen die zonder
toezicht achterblijven, kunnende sleutel in het contactslot
steken en de elektrischbedienbare ruiten of andere
bedieningsorganen in werking
stellen. Het is zelfs mogelijk dat
ze de auto in beweging zetten,wat tot ernstig letsel kan leiden.
WAARSCHUWING

3-5
Kenmerken van uw auto
3
Ontgrendelen
Ontgrendelen:
1. Druk op de ontgrendeltoets voorde portieren (2) op de afstands- bediening.
2. De portieren worden ontgrendeld. De alarmknipperlichten knipperen
tweemaal. Daarnaast zullen de
buitenspiegels worden uitgeklapt
als de schakelaar voor de
inklapbare buitenspiegels in stand
AUTO staat.
Informatie
Als 30 seconden na het ontgrendelen
van de portieren niet een van de
portieren is geopend, worden ze
automatisch weer vergrendeld.
Ontgrendelen van de achterklep
Ontgrendelen :
1. Houd de ontgrendeltoets voor de achterklep (3) op de afstandsbediening langer dan 1
seconde ingedrukt.
2. De alarmknipperlichten knipperen tweemaal.
Informatie
Op de schakelaar staat HOLD
(ingedrukt houden) om aan te geven
dat u de schakelaar moet indrukken
en langer dan 1 seconde ingedrukt
moet houden.
Starten
Zie voor meer informatie "Contactslot"in hoofdstuk 5.
Voorkom beschadiging van deafstandsbediening :
• Houd de afstandsbediening uit de buurt van water en andere
vloeistoffen, en van vuur. Als het
binnenste van de Smart Key
vochtig wordt (door vloeistof of
damp) of te heet wordt, kan er
een defect ontstaan in het
interne circuit en kan de
garantie vervallen.
• Zorg ervoor dat u de afstandsbediening niet laat
vallen en gooi er niet mee.
• Bescherm de afstandsbediening tegen extreme temperaturen.
AANWIJZING
i
i

3-8
Kenmerken van uw auto
4. Plaats het afdekkapje van debatterij en de sleutel in
omgekeerde volgorde van
verwijderen.
Als u vermoedt dat deafstandsbediening beschadigd is ofals u denkt dat de afstandsbediening
niet goed werkt, adviseren we ucontact op te nemen met een
officiële HYUNDAI-dealer. InformatieEen onjuist afgevoerdebatterij kan schadelijk zijn
voor het milieu en voor de
gezondheid. Voer de batterij
volgens de wettelijke
voorschriften af.Smart Key
(indien van toepassing)
De Smart Key van uw HYUNDAI
kunt u gebruiken om de portieren (en
de achterklep) te vergrendelen of
ontgrendelen en zelfs om de motor
te starten.
1. Portieren vergrendelen
2. Portieren ontgrendelen
3. Achterklep ontgrendelen
Vergrendelen
Vergrendelen :
1. Sluit alle portieren, de motorkap en de achterklep.
2. Druk op de toets op de portiergreep of druk op de
vergrendeltoets voor de portieren
(1) op de Smart Key.
3. De alarmknipperlichten knipperen. Daarnaast zullen de
buitenspiegels worden ingeklapt
als de schakelaar voor de
inklapbare buitenspiegels in stand
AUTO staat.
i
OPDE046044
OOS047001

Kenmerken van uw auto
3
4. Controleer of de portierenvergrendeld zijn door de stand van
de vergrendelknoppen voor de
portieren in de auto te controleren.
Informatie
De toets op de portiergreep werkt
alleen als de Smart Key zich binnen
een afstand van 0,7 - 1 m van de
buitenportiergreep bevindt.
Als u op de toets op de buiten-
portiergreep drukt, zullen in de
onderstaande gevallen de portieren
niet worden vergrendeld en zal de
waarschuwingszoemer drie secon-
den klinken :
• De Smart Key bevindt zich in de auto.
• Het contact staat in stand ACC of ON.
• Een portier, maar niet de achterklep, is open.Ontgrendelen
Ontgrendelen :
1. Zorg ervoor dat u de Smart Key bij u hebt.
2. Druk op de toets op de portiergreep of druk op de ontgrendeltoets voor
de portieren (2) op de Smart Key.
3. De portieren worden ontgrendeld. De alarmknipperlichten knipperen
tweemaal.
i
Laat kinderen nooit zonder
toezicht achter terwijl de Smart
Key zich in de auto bevindt.
Kinderen die zonder toezicht
achterblijven, kunnen op de
startknop drukken en de
elektrisch bedienbare ruiten of
andere bedieningsorganen in
werking stellen. Het is zelfs
mogelijk dat ze de auto in
beweging zetten, wat tot ernstigletsel kan leiden.
WAARSCHUWING
OOS047001
3-9