
3-121
Kenmerken van uw auto
3
• Door afstandsbedieningen ofmobiele telefoons in de buurt van de sensoren.
• Als de sensor is bedekt met sneeuw.
• Als de auto is voorzien van achteraf gemonteerde uitrusting of
accessoires of als de bumper-
hoogte of de inbouwpositie van de
sensoren is gewijzigd.
Het sensorbereik kan in de
volgende gevallen afnemen:
• Bij extreem hoge of lagebuitentemperaturen.
• Bij objecten lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm.
De volgende objecten worden
mogelijk niet opgemerkt door de
sensoren:
• Smalle objecten als touwen,kettingen of paaltjes.
• Objecten die de hoogfrequente signalen van de sensor absorberen,
zoals kleding, sponsachtige
materialen en sneeuw.
Voorzorgsmaatregelen Parking
Distance Warning-systeem(achteruit/vooruit)
• Het waarschuwingssignaal van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit) klinktmogelijk niet consistent als het
voorwerp achter de auto beweegt
of een grillige vorm heeft.
• De correcte werking van het Parking Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit) kan verstoord
raken als de bumperhoogte of de
inbouwpositie van de sensoren is
gewijzigd of als de bumper of een
sensor beschadigd is. Achterafgemonteerde accessoires kunnen
het bereik van de sensoren ook
beïnvloeden. • Voorwerpen die kleiner zijn dan
30 cm worden mogelijk niet of niet
goed geregistreerd. Wees alert.
• Als de sensor bedekt is met sneeuw, vuil of water werkt deze
mogelijk niet goed totdat deze
weer schoon en droog is gemaaktmet een zachte doek.
• Druk of sla niet op de sensor en voorkom dat er krassen op de
sensor komen. De sensor kan
beschadigd raken.
• Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Schokken door waterstralen uit de
hogedrukreiniger kunnen ervoor
zorgen dat het apparaat niet goed
werkt.
Schade aan de auto en
persoonlijk letsel, ontstaan
vanwege het onjuist
functioneren van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit/vooruit), vallen niet
onder de garantie. Rijd altijd
veilig en voorzichtig.
WAARSCHUWING

5
ISG (Idle stop & go) .............................................5-51Activeren van het ISG-systeem...................................5-51
In de volgende gevallen wordt het automatisch
starten tijdelijk uitgeschakeld......................................5-54
Deactiveren van het ISG-systeem .............................5-55
Storing ISG-systeem ......................................................5-55
Deactiveren van accusensor ........................................5-55
In drive-stand geïntegreerd regelsysteem.......5-57
Blind-spot collision warning-systeem (BCW) .5-60 BCW (Blind-Spot Collision Warning-systeem) .........5-61
RCCW (Waarschuwing botsing kruisend
verkeer achterkant)........................................................5-63
Detectiesensor .................................................................5-65
Beperkingen van het system .......................................5-66
Forward collision-avoidance assist (FCA)- type
met sensorfusie (radar voor + camera voor) .5-68 Systeeminstelling en -activering.................................5-68
FCA-waarschuwingsmelding en systeemregeling...5-70
FCA-sensor .......................................................................5-72
Storing in het systeem...................................................5-74
Beperkingen van het systeem .....................................5-75 Lane keeping assist-systeem (LKA) .................5-81
Werking LKA .....................................................................5-82
Waarschuwingslampje en -melding............................5-86
Beperkingen van het systeem .....................................5-87
Wijzigen functie LKA-systeem ....................................5-88
Driver attention warning-systeem (DAW) .......5-89 Systeeminstelling en -
activering Systeeminstelling .........................................5-89
Resetten van het systeem ............................................5-90
Systeem standby .............................................................5-91
Storing in het systeem...................................................5-91
Snelheidsbegrenzingssysteem ...........................5-93 Bediening snelheidsbegrenzer .....................................5-93
Cruise control .......................................................5-95 Werking cruise control ..................................................5-95
Rijden onder speciale rijomstandigheden ......5-101 Rijden onder moeilijke omstandigheden .................5-101
Op eigen kracht lostrekken van de auto ...............5-101
Vloeiend nemen van bochten ....................................5-102
Rijden in het donker ....................................................5-102
Rijden in de regen ........................................................5-103
Doorwaden van water .................................................5-104
Rijden met hoge snelheden........................................5-104
Verkleinen van de kans op over de kop slaan ......5-104
![Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te](/manual-img/35/16237/w960_16237-337.png)
5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te houden en de
bestuurder te waarschuwen wanneer
een voertuig nadert in de dode hoek.
Het systeem bewaakt het gedeelte
achter de auto en levert informatie
aan de bestuurder door middel vaneen geluidssignaal en een
controlelampje in de buitenspiegels.(1) BCW: Dode hoek
Het bereik van de BCW is
afhankelijk van de rijsnelheid.
Onthoud dat als uw auto veel
sneller rijdt dan de voertuigen om u
heen, de waarschuwing niet zal
worden gegeven.
(2) BCW: Nadert met hoge snelheid De Nadert met hoge snelheid
waarschuwt u wanneer een voertuig
met hoge snelheid nadert vanuit een
aangrenzende rijstrook. Als de
bestuurder de richtingaanwijzer
inschakelt wanneer het systeem
een naderend voertuig signaleert,laat het systeem een geluidssignaal
horen. De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
(3) RCCW (Rear Cross-Traffic Collision Warning)
De RCCW houdt verkeer van links
en rechts in de gaten wanneer uw
auto achteruitrijdt. De functie werkt
wanneer de auto achteruitrijdt met
een snelheid lager dan ongeveer10 km/h. Als naderend verkeer van links of
rechts wordt gesignaleerd, klinkt
er een waarschuwingszoemer.De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
BLIND-SPOT COLLISION WARNING-SYSTEEM (BCW) (INDIEN VAN TOEPASSING)
•Houd tijdens het rijden altijd de wegomstandigheden in de
gaten en wees alert op
onverwachte situaties, zelfswanneer het Blind-Spot
Collision Warning (BCW)systeem in werking is.
•Het Blind-Spot Collision
Warning-systeem (BCW) is
geen vervanging voor een
juist en veilig rijgedrag. Rijdaltijd veilig en wees
voorzichtig bij het wisselen
van rijstrook of
achteruitrijden. Het Blind-Spot
Collision Warning-systeem
(BCW) signaleert mogelijk nietalle objecten naast de auto.
WAARSCHUWING
OOS057099L
A
B

5-61
Rijden met uw auto
5
BCW (Blind-Spot Collision
Warning-systeem)
(indien van toepassing)
Werking
Inschakelen:
Druk op de BCW-schakelaar terwijl het contact in stand ON staat.
Het controlelampje in de BCW-
schakelaar gaat branden. Als de
rijsnelheid hoger wordt dan 30 km/h,
wordt het systeem geactiveerd.Uitschakelen:
Druk nogmaals op de BCW-
schakelaar. Het controlelampje in de
schakelaar gaat uit.
Schakel het systeem met behulp van
de schakelaar uit wanneer het
systeem niet in gebruik is.
Informatie
• Als de auto wordt uitgezet en weer wordt gestart, keert het BCW-
systeem terug naar de vorige status.
• Als het systeem wordt ingeschakeld, brandt er gedurende 3 seconden een
waarschuwingslampje in de
buitenspiegel.
De functie wordt geactiveerd als:
1.Het funcite is ingeschakeld.
2.De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 30 km/h.
3.Er wordt een naderende auto gesignaleerd in de dode hoek.
Eerste waarschuwing
Als er een auto wordt gesignaleerd
binnen de grenzen die door hetsysteem zijn gesteld, zal er een
Geel waarschuwingslampje gaan
branden Rin de buitenspiegel.
Zodra de gesignaleerde auto zich niet
langer in de dode hoek bevindt,
verdwijnt de waarschuwing
overeenkomstig de rijomstandigheden
van de auto.
i
OOS057023
OOS057024
■ Links
■ Rechts

5-64
Rijden met uw auto
Informatie
• De waarschuwingszoemer gaat uit als:
- Het gesignaleerde voertuig buitenhet detectiebereik van uw auto
komt of
- De auto zich recht achter uw auto bevindt of
- De auto uw auto niet nadert of
- De andere auto langzamer gaat rijden.
• Het systeem werkt mogelijk niet goed door andere factoren of
omstandigheden. Let altijd op uw
omgeving.
• Als het detectiegebied in de buurt van de achterbumper wordt
geblokkeerd door een muur,
barrière of geparkeerde auto, wordt
het detectiebereik mogelijk
verkleind. • Het systeem werkt mogelijk niet
goed wanneer de achterbumper
beschadigd is of als hij is
vervangen of gerepareerd.
• Het detectiebereik is deels afhankelijk van de breedte van de
weg. Als de weg smal is, kan het
systeem mogelijk andere
voertuigen signaleren op de
naastliggende rijstrook.
Wanneer de weg breed is, kan het
systeem mogelijk andere
voertuigen op de naastliggende
rijstrook niet signaleren.
AANWIJZING
i
•Als BCW is ingeschakeld, zal
er een waarschuwingslampjegaan branden in de
buitenspiegel op het momentdat door het system aan de
achterzijde een voertuig wordt
gedetecteerd.
Vertrouw niet alleen op het
waarschuwingslampje maar
houd ook de omgeving rond
de auto goed in de gaten, om
aanrijdingen te voorkomen.
•Drive safely even though the
vehicle is equipped with a
Blind-spot Collision Warning
(BCW) system and Rear Cross
Traffic Alert (RCTA). Vertrouw
niet blindelings op het
systeem, maar controleer
altijd de omgeving bij het
wisselen van rijstrook of
achteruitrijden.
Het systeem waarschuwt de
bestuurder mogelijk niet in
alle gevallen, dus houd uw
omgeving tijdens het rijdenaltijd goed in de gaten.
WAARSCHUWING •The Blind-spot Collision
Warning (BCW) system and
RCCW (Waarschuwing botsing
kruisend verkeer achterkant)
are not a substitute for proper
and safe driving practices.
Always drive safely and use
caution when changing lanes
or backing up your vehicle. The
Blind-spot Collision Warning
(BCW) system may not detect
every object alongside the
vehicle.

5-69
Rijden met uw auto
5
Het waarschuwings- lampje in het LCD-
display gaat branden alsu het FCA -systeem
uitschakelt. De bestuurder kan de
AAN/UIT-status van de FCA aflezen
op het LCD-display. Het
waarschuwingslampje gaat ook
branden als de ESC (Electronic
Stability Control) is uitgeschakeld.
Als het waarschuwingslampje AAN
blijft terwijl de FCA geactiveerd is,
adviseren we u het systeem te laten
nakijken door een officiële Hyundai-
dealer.
• De bestuurder kan de waarschuwingstijd instellen op het
LCD-display.
Ga naar 'Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp →FCW
(Waarschuwing kop-staartbotsing →
Late waarschuwing/Normaal/Vroege
waarschuwing' Dit zijn de opties voor Forward
Collision Warning:
- Vroeg waarschuwing:
Bij deze keuze wordt Forward
Collision Warning eerder
geactiveerd dan normaal. Deze
instelling hanteert een maximale
afstand tussen het voorgaande
voertuig of een voetganger voordat
de eerste waarschuwing wordt
geactiveerd.
Hoewel 'Vroeg waarschuwing' is
geselecteerd, lijkt de aanvankelijke
waarschuwings-activeringstijd
mogelijk niet snel wanneer uw
voorligger plotseling stopt.
Als u vindt dat de waarschuwing te
vroeg gegeven wordt, stelt u dan de
Forward Collision Warning in op
"Normal".
- Normaal: Bij deze keuze wordt Forward
Collision Warning op de
standaardwijze geactiveerd. Deze
instelling hanteert eenstandaardafstand tussen het
voorgaande voertuig of een
voetganger voordat de eerste
waarschuwing wordt geactiveerd. - Late waarschuwing
Bij deze keuze wordt het Forward
Collision Warning later geactiveerd
dan normaal. Deze instelling
hanteert een geringere afstand
tussen het voorgaande voertuig of
een voetganger voordat de eerste
waarschuwing wordt geactiveerd.
Selecteer 'Late waarschuwing'
wanneer er weinig verkeer is en
wanneer de rijsnelheid laag is.
Voorwaarden voor activeren
De FCA kan worden geactiveerd als FCA is geselecteerd in het LCD-
display en als aan de volgende
voorwaarden is voldaan.
- De ESC (Electronic StabilityControl) is ingeschakeld.
- De rijsnelheid is hoger dan 10 km/h. (De FCA wordt uitsluitend
geactiveerd binnen een bepaaldsnelheidsbereik.)
- Het systeem signaleert een voetganger of een voorligger die u
mogelijk zal raken. (De FCA wordt
mogelijk niet geactiveerd of er klinkt
mogelijk een waarschuwingsgeluid
overeenkomstig de rijsituatie of de
toestand van de auto.)

5-70
Rijden met uw auto
FCA-waarschuwingsmelding
en systeemregeling
De FCA geeft waarschuwings-
meldingen en waarschuwings-
alarmen overeenkomstig het risico
op een aanrijding, zoals bij het
plotseling stoppen van de auto vóór
u, een te korte remafstand of het
signaleren van een voetganger.
Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het
risico op een aanrijding. De bestuurder kan in de
Gebruikersinstellingen op het LCD-
scherm de waarschuwingstijd
instellen. De opties voor de
waarschuwingstijd voor de Forward
Collision Warning zijn Vroeg
waarschuwing, Normaal en Late
waarschuwing.
Botsing waarsch.(Eerste waarschuwing)
Deze waarschuwingsmelding
verschijnt op het LCD-display en er
klinkt een waarschuwingszoemer.
Daarnaast grijpt het
motormanagementsysteem in in
sommige voertuigsystemen om deauto te helpen decelereren.
- Uw rijsnelheid neemt mogelijkenigszins af.
- Het FCA-systeem regelt de remmen in beperkte mate om
preventief de impact van een
aanrijding te beperken.
•Breng de auto op een veilige
plaats volledig tot stilstand
voordat u de schakelaar op hetstuurwiel bedient om het FCA-
systeem in/uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
geactiveerd nadat de
startknop in stand ON is gezet.
De bestuurder kan de FCAdeactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
gedeactiveerd als de ESC
(elektronische stabiliteitsre-
geling) wordt uitgeschakeld.
Als de ESC is uitgeschakeld,
kan de FCA niet worden
geactiveerd in het LCD-display.
Het waarschuwingslampje FCA
gaat branden. Dit is normaal.
WAARSCHUWING
OOS057016L

5-88
Rijden met uw auto
• U rijdt op een steile helling, overeen heuvel of op een bochtige
weg.
• Slechte wegomstandigheden zorgen voor overmatige trillingen
tijdens het rijden.
• De omgevingstemperatuur van de binnenspiegel is hoog als gevolg
van direct zonlicht, enz.
Als het zicht vooruit slecht is
• De voorruit of de cameralens van het LKAS wordt geblokkeerd door
vuil e.d.
• De voorruit is beslagen; een helder zicht op de weg is niet mogelijk.
• Door het plaatsen van objecten op het dashboard, enz.
• De sensor kan de rijstrook niet waarnemen als gevolg van mist,
zware regenval of sneeuw.Wijzigen functie LKA-systeem
De bestuurder kan overschakelen van het LKA-systeem naar het Lane
Departure Warning-systeem (LDW) ofin de modus LKA-systeem wisselen
tussen Standaard LKA en Actieve
LKA op het LCD-display. Ga naar
"Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp →LKA (Hulp bij
rijbaan aanhouden) →LDW
(Waarschuwing bij
rijbaanwissel/Standaard LKA/ActieveLKA)". Het systeem is automatisch ingesteld op Standaard LKA als ergeen functie is geselecteerd.
Lane Departure Warning
Het LDW-systeem waarschuwt debestuurder zichtbaar en hoorbaar als
het systeem signaleert dat de auto
de rijstrook verlaat. Het stuurwiel
wordt niet bediend.
Standaard LKA
De Standaard LKA-modus helpt de
bestuurder de auto op de rijstrook te
houden. Het bedient nagenoeg nooithet stuurwiel als de auto goed op de
rijstrook rijdt. Als de auto de rijstrook
dreigt te verlaten, begint het het
stuurwiel echter wel te bedienen.
Actieve LKA
De modus Actieve LKA biedt een
intensievere bediening van het
stuurwiel in vergelijking met de
modus Standaard LKA. De ActieveLKA-modus kan helpen bij het
tegengaan van vermoeidheid bij debestuurder door te helpen de auto in
het midden van de rijstrook tehouden.