
23
In het geval van een tijdelijke
storing verdwijnt de waarschuwing
tijdens de volgende rit na controle
van de zelfdiagnose van het SCR-
emissieregelsysteem.
Tijdens de toegestane rijfase (tussen
1.100
en 0 km)
Tijdens het rijden wordt de melding elke
30
seconden weergegeven zolang de storing in
de SCR-emissieregeling niet is verholpen. Starten geblokkeerd
U hebt de limiet van de toegestane rijfase
overschreden: het startblokkerringssysteem
voorkomt dat de motor opnieuw wordt gestart.
Om de motor weer te kunnen starten, is het
noodzakelijk dat u contact opneemt met het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Als een storing in het SCR-
emissieregelsysteem wordt
gedetecteerd
Er wordt automatisch een
startblokkeringssysteem geactiveerd
als meer dan 1.100
km is gereden nadat
de storing in het SCR-regelsysteem is
bevestigd. Laat het systeem controleren
door een CITROËN-dealer of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als een storing wordt gedetecteerd
Deze verklikkerlampjes gaan branden in
combinatie met een geluidssignaal en de
melding "Storing emissieregeling".
De waarschuwing wordt tijdens het rijden
gegeven zodra de storing voor de eerste keer
wordt gedetecteerd en ver volgens steeds bij
het aanzetten van het contact zolang de storing
niet is verholpen.
Als een storing met het SCR-systeem wordt
bevestigd (na 50 km) en de storingsmelding
permanent wordt weergegeven, gaan deze
verklikkerlampjes branden en knippert het
AdBlue-verklikkerlampje in combinatie met een
geluidssignaal. Op het instrumentenpaneel verschijnt
de tijdelijke melding "NO START IN" en een afstand
die aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt
rijden met de resterende hoeveelheid vloeistof
voordat het starten van de motor wordt geblokkeerd
– (bijv.: "NO START IN 600
km" betekent dat na
600
km het starten van de motor wordt geblokkeerd).
De waarschuwing wordt opnieuw weergegeven
zodra het contact wordt aangezet.
Ga zo snel mogelijk naar een CITROËN-dealer
of een gekwalificeerde werkplaats.
Als u dit niet doet, kan de motor niet meer
worden gestart.
Zodra het contact wordt ingeschakeld gaan
deze verklikkerlampjes branden en gaat het
verklikkerlampje AdBlue knipperen, vergezeld
van een geluidssignaal en de tijdelijk op het
instrumentenpaneel weergegeven melding "NO
START IN" en 0
kilometer – ("NO START IN
0
km" betekent dat starten van de motor wordt
geblokkeerd).
1
Instrumentenpaneel

25
Audiosysteem / Bluetooth Met CITROËN Connect Radio
F Selecteer het menu "Instellingen".
F
Sel
ecteer "Datum en tijd ".
F
S
electeer het tabblad " Datum" of "Tijd".
F
K
ies het formaat van de weergave.
F
S
tel de datum en/of tijd in met behulp van
het numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met " OK".
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (volgens land
van bestemming).
Met CITROËN Connect Nav
Het instellen van de datum en tijd is alleen
mogelijk als de GPS-synchronisatie is
uitgeschakeld.
F
S
electeer het menu Instellingen.
F
D
ruk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
F
Sel
ecteer "Instellen tijd-
datum ". F
S
electeer het tabblad "
Datum" of "Tijd".
F
S
tel de datum en/of tijd in met behulp van
het numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met "
OK".
Extra instellingen
U kunt er voor kiezen:
-
H et weergaveformaat voor de datum en tijd
(12h/24h) in te stellen.
-
D
e tijdzone te wijzigen.
-
D
e synchronisatie met het GPS (UTC) in of
uit te schakelen.
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (volgens land
van bestemming).
Overschakelen naar zomer- of wintertijd is
mogelijk door de tijdzone te wijzigen.Voer de volgende handelingen met behulp van de toetsen
van het audiosysteem in onderstaande volgorde uit:
F Druk op de toets " MENU".
F
S
electeer met behulp van de pijlen het menu
" Persoonlijke instellingen – Configuratie "
en bevestig door op de knop te drukken.
F
S
electeer met behulp van de pijlen het menu
" Configuratie display " en bevestig.
F
S
electeer met behulp van de pijlen het menu
" Datum en tijd instellen" en bevestig.
F
Sel
ecteer de parameter en bevestig.
F
W
ijzig de parameter en bevestig opnieuw om
de wijziging op te slaan.
F
S
tel de parameters één voor één in en
bevestig iedere keer.
F
S
electeer het tabblad " OK" op het display
en bevestig om het menu " Datum en tijd
instellen " te verlaten.
1
Instrumentenpaneel

103
AdBlue® (BlueHDi-
motoren)
Systeem SCR
Met behulp van een vloeistof die AdBlue® wordt
genoemd en ureum bevat, kan een katalysator
tot 85% stikstofoxide (NOx) omzetten in stikstof
en water (deze zijn niet schadelijk voor de
gezondheid en het milieu). De AdBlue
® bevindt zich in een specifiek
reservoir van ongeveer 17
liter. Hiermee is een
actieradius van ongeveer 20.000
km mogelijk.
Wanneer u met de resterende hoeveelheid nog
maximaal ongeveer 2.400
km kunt rijden tot het
reservoir helemaal leeg is, wordt automatisch
een waarschuwingssysteem geactiveerd.
Om er voor te zorgen dat het SCR-systeem
goed blijft werken, wordt bij elke periodieke
onderhoudscontrole aan uw auto in het
CITROËN-netwerk of bij een gekwalificeerde
werkplaats het AdBlue
®-reservoir bijgevuld.
Als u ver wacht tussen twee periodieke
onderhoudscontroles meer dan 20.000
km
te rijden, moet tussentijds AdBlue worden
bijgevuld.
Om het milieu zo min mogelijk te belasten en
om aan de nieuwe Euro 6 -norm te voldoen,
heeft CITROËN er voor gekozen zijn auto's
met dieselmotor te voorzien van een systeem
waarbij het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd
met een SCR-systeem (Selective Catalytic
Reduction) voor de behandeling van de
uitlaatgassen. Dit systeem heeft geen negatief
effect op de prestaties of het brandstofverbruik. Als het AdBlue
®-reser voir leeg is, zorgt
een wettelijk verplicht systeem er voor
dat de motor niet opnieuw kan worden
gestart.
Als het SCR-systeem niet goed werkt,
stoot uw auto te veel schadelijke stoffen
uit, waardoor hij niet meer aan de Euro
6-emissienorm voldoet.
Neem bij een storing in het SCR-systeem
zo snel mogelijk contact op met het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats: na 1.100
km wordt een
systeem geactiveerd dat het opnieuw
starten van de motor blokkeert.
In beide gevallen geeft een
actieradiusindicator aan hoever u nog kunt
rijden voordat de motor niet meer gestart
kan worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de verklikkerlampjes en
de bijbehorende waarschuwingsmeldingen.
Het AdBlue®-reser voir wordt bij elke
periodieke onderhoudscontrole gevuld door
het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Bijvullen van AdBlue®
7
Praktische informatie

104
Bevriezing van AdBlue®
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager
dan ongeveer -11 °C.
Het SCR-systeem is voorzien van een
voorverwarmingssysteem voor het
AdBlue
®-reser voir waardoor u onder alle
weersomstandigheden kunt blijven rijden.
Gebruiksvoorschriften
dan met schoon water en drink ver volgens een
ruime hoeveelheid water.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld
bij een hoge omgevingstemperatuur) kan het
risico van het vrijkomen van ammoniakdampen
niet worden uitgesloten: adem deze niet in.
Deze ammoniakdampen werken irriterend op
de slijmvliezen (ogen, neus en keel).
Bewaar AdBlue
® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon of jerrycan.
Als de AdBlue
® niet in de originele flacon
wordt bewaard, verliest het zijn zuiverheid.
Gebruik uitsluitend AdBlue
® die aan de norm
ISO 22241
voldoet.
Verdun de AdBlue
® nooit met water.
Giet nooit AdBlue® in de brandstoftank. Vul nooit AdBlue
® bij vanuit een
vulsysteem dat is bedoeld voor
vrachtwagens.
Voorschriften voor opslag
AdBlue® bevriest bij temperaturen rond -11 °C
e
n verliest zijn kwaliteit bij temperaturen vanaf
25
°C. Het is raadzaam de flacons en jerrycans
koel en buiten direct zonlicht te bewaren.
Onder deze omstandigheden is de vloeistof ten
minste één jaar houdbaar.
Als de vloeistof bevroren is geweest, kan
deze weer worden gebruikt nadat deze bij
kamertemperatuur volledig is ontdooid.
Bewaar de flacons of jerrycans AdBlue
®
niet in uw auto.
Vanwege de inhoud van het reser voir kan
het echter noodzakelijk zijn om het reser voir
tussentijds bij te vullen, zeker als u hier door
een waarschuwing (verklikkerlampjes en
melding) op wordt geattendeerd.
Dit kunt u laten uitvoeren door het CITROËN-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Als u zelf het reser voir wilt bijvullen, lees dan
eerst aandachtig de volgende waarschuwingen.
AdBlue
® is een oplossing op ureumbasis.
Deze vloeistof is onontvlambaar, kleurloos en
geurloos (indien koel bewaard).
Als de vloeistof in contact komt met de huid,
moet u de huid wassen met kraanwater en met
zeep. Als de vloeistof in de ogen komt, spoel de
ogen dan onmiddellijk en grondig gedurende
ten minste 15
minuten met kraanwater of met
een oogspoelmiddel. Raadpleeg een arts bij
een branderig gevoel of blijvende irritatie.
Als de vloeistof wordt ingeslikt, spoel de mond Flacons zijn verkrijgbaar bij het CITROËN-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Praktische informatie

105
Procedure
Controleer voordat u gaat bijvullen of de auto
op een vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger
is dan -11 °C. Als het kouder is, bevriest het
AdBlue
® waardoor u het niet in het reser voir
kunt gieten. Laat uw auto enkele uren op een
warmere plaats staan en vul ver volgens het
reservoir bij.
F
Z
et het contact uit en haal de sleutel uit het
contactslot.
F
M
aak de plastic dop los. F
V
er wijder de dop door hem voorzichtig
omhoog te trekken, zonder hem los te laten.
F
T
oegang tot het AdBlue
®-reservoir: open
het kofferdeksel, til de vloerplaat op en
verwijder hem, en verwijder vervolgens de
opbergkist met het gereedschap.
F
S
teek uw vingers in de opening en draai
de blauwe dop een zesde omwenteling
linksom. F
P
ak een flacon AdBlue
®. Controleer de
houdbaarheidsdatum en lees vervolgens
aandachtig de gebruiksaanwijzing op het
etiket voordat u de inhoud van de flacon in
het AdBlue
®-reser voir van uw auto giet.
Belangrijk: als het AdBlue
®-
reser voir van uw auto helemaal leeg
is – dit wordt aangegeven door de
waarschuwingsmeldingen en u kunt in
dat geval de motor niet meer opnieuw
starten – moet u het reser voir vullen met
minimaal 3,8
liter vloeistof (twee flacons
van 1,89
liter).
F
V
eeg nadat u de flacon leeg hebt gegoten
met behulp van een vochtige doek
eventuele vloeistofsporen van de rand van
de vulopening van het reservoir. Spoel gemorste vloeistof onmiddellijk weg
met koud water of veeg het weg met een
vochtige doek.
Als de vloeistof is gekristalliseerd, verwijder
het dan met een spons en warm water.
F
B
reng de blauwe dop aan op de vulopening
en draai deze een 6
e omwenteling naar
rechts tot de aanslag.
F
B
reng de plastic dop aan door hem op de
opening vast te klikken.
F
P
laats de opbergkist met het gereedschap
weer terug.
F
P
laats de vloerplaat van de bagageruimte
terug en sluit het kofferdeksel.
Voer de lege AdBlue
®-flacons niet als
huisvuil af. Deponeer ze in een daartoe
bestemde container of breng ze naar
uw verkooppunt.
Belangrijk: als u AdBlue hebt bijgevuld
nadat het reser voir leeg is geraakt ,
dient u ongeveer 5
minuten te wachten
voordat u het contact weer aanzet, zonder
het bestuurderspor tier te openen, de
auto te ontgrendelen en de sleutel in
het contactslot te steken .
Zet ver volgens het contact aan en start na
10
seconden wachten de motor.
7
Praktische informatie

118
Brandstoftank leeg
(diesel)
Bij auto's met HDi-motor is het in het geval van
een lege brandstoftank noodzakelijk om het
brandstofsysteem te ontluchten.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de motoren en met name
de plaats van de diverse onderdelen onder de
motorkap.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
dieseltankbeveiliging .
Als de motor niet direct aanslaat, beëindig
dan uw startpoging en herhaal de
procedure.
HDi 92-motor
F Als de motor na meerdere pogingen niet aanslaat, bedien dan de handopvoerpomp
en ver volgens de startmotor opnieuw.
F
S
luit de motorkap.
BlueHDi-motoren
F Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter
diesel.
F
Z
et het contact aan (zonder de motor te
st a r te n).
F
W
acht ongeveer 6 seconden en zet het
contact af.
F
H
erhaal de handelingen 10
keer.
F
B
edien de startmotor om de motor te
starten.
Bandenreparatieset
De bandenreparatieset bestaat uit een
compressor en een flacon met afdichtmiddel.
Hiermee kunt u de band tijdelijk repareren ,
zodat u de dichtstbijzijnde garage kunt
bereiken.
Met deze reparatieset kunnen de meeste lekke
banden worden gerepareerd, als het lek zich in
het loopvlak of de hiel van de band bevindt.
Toegang tot de set
F Vul de brandstoftank met minimaal 5 liter
diesel.
F
O
pen de motorkap.
F
B
edien de handopvoerpomp totdat u
weerstand voelt (de eerste keer indrukken
kan zwaar zijn).
F
B
edien de startmotor tot de motor aanslaat
(als de motor niet gelijk aanslaat, wacht dan
ongeveer 15
seconden en start de motor
opnieuw). Deze set bevindt zich in de opbergbak onder de
vloerplaat van de bagageruimte.
Storingen verhelpen

123
Toegang tot het reservewiel
Verwijderen van het wiel
F Neem de gereedschapskist uit de klemmen (volwaardig reservewiel).
Terugplaatsen van het wiel
Als er geen wiel in de reser vewielbak ligt,
kan het bevestigingssysteem (moer en
bout) niet teruggeplaatst worden.
Het reser vewiel bevindt zich onder de
vloerplaat van de bagageruimte.
Afhankelijk van de motoruitvoering is de auto
voorzien van een volwaardig reser vewiel of een
noodreservewiel (BlueHDi 100). F
D
raai de centrale moer los.
F
V
erwijder de bevestigingsonderdelen (moer
en bout).
F
T
il het reser vewiel aan de achterzijde op en
trek het naar u toe.
F
H
aal het wiel uit de bagageruimte.
F
L
eg het wiel in de reser vewielbak.
F
D
raai de bout een aantal slagen los.
F
P
laats de bevestigingsonderdelen (moer en
bout) op het midden van het wiel.
F
D
raai de centrale moer vast tot deze klikt en
het wiel goed vastzit. F
K
lem de gereedschapskist terug op zijn
plaats (volwaardig reservewiel).
8
Storingen verhelpen

133
Zekeringnr.StroomsterkteFuncties
F02 5
A Koplamphoogteverstelling, diagnoseaansluiting, bedieningspaneel airconditioning.
F09 5
A Alarmsysteem (af fabriek of inbouw achteraf).
F11 5
A Extra verwarming.
F13 5
A Parkeerhulp (af fabriek of inbouw achteraf).
F14 10
A Bedieningspaneel airconditioning.
F16 15
A Aansteker, 12V-aansluiting.
F17 15
A Audiosysteem (af fabriek of inbouw achteraf).
F18 20
A Audiosysteem (af fabriek of inbouw achteraf) / Bluetooth.
F19 5
A Monochroom display C.
F23 5
A Plafonniers, kaartleeslampjes.
F26 15
A Claxon.
F27 15
A Ruitensproeierpomp.
F28 5
A Stuurslot.
8
Storingen verhelpen