Page 146 of 393

144
308_nl_Chap05_securite_ed01-2016
IUF Zitplaats geschikt voor de bevestiging van een universeel gehomologeerd
ISOFIX- kinderzitje met het gezicht in
de rijrichting en een bovenste riem.
IL- SU
Z
itplaats geschikt voor de
bevestiging van een semi-universeel
gehomologeerd ISOFIX-kinderzitje:
-
r
ug in de rijrichting voorzien van een
bovenste riem of een steun,
-
g
ezicht in de rijrichting voorzien van een
steun,
-
r
eiswieg voorzien van een bovenste riem of
een steun. Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de ISOFIX-
bevestigingen en -kinderzitjes
, en
met name over de bovenste riem.
X:
Z
itplaats die niet geschikt is voor
een kinderzitje voor de aangegeven
gewichtscategorie.
(a)
S
chuif de voorstoel zonder
hoogteverstelling vanuit de middelste stand
1
positie naar voren. Zet een stoel met
hoogteverstelling in de hoogste stand.
(b)
A
ls een reiswieg op een buitenste zitplaats
is bevestigd, kunnen de andere twee
zitplaatsen achter niet gebruikt worden.
(c)
D
e voorstoel met hoogteverstelling moet
in de hoogste stand zijn gezet. Schuif de
stoel zonder hoogteverstelling vanuit de
middelste stand 1
tot 5 posities naar voren. Ver wijder de hoofdsteun en berg hem
op alvorens een kinderzitje met een
rugleuning op een passagiersstoel te
bevestigen.
Plaats de hoofdsteun terug zodra het
kinderzitje is verwijderd.
Kinderbeveiliging
Beide achterportieren zijn voorzien van een
mechanisch systeem om het openen van
binnenuit te verhinderen.
De knop bevindt zich op de zijkant van beide
achterportieren en de kinderbeveiliging werkt
op elk portier afzonderlijk.
Vergrendelen
F Draai de knop met de geïntegreerde sleutel
tot de aanslag:
-
n
aar links bij het linker achterportier,
-
n
aar rechts bij het rechter achterportier.
Ontgrendelen
F Draai de knop met de geïntegreerde sleutel tot de aanslag:
-
n
aar rechts bij het linker achterportier,
-
n
aar links het rechter achterportier.
Veiligheid
Page 147 of 393

145
308_nl_Chap05_securite_ed01-2016
KinderzitjesPlaatsen van een
zitverhoger
Adviezen
De regelgeving met betrekking tot
het vervoer van kinderen op de
voorpassagiersstoel verschilt per land. Houd
u aan de regels die gelden in het land waar u
zich bevindt.
Schakel de passagiersairbag vóór uit zodra
een kinderzitje "met de rug in de rijrichting"
op de voorpassagiersstoel wordt geplaatst.
Het kind kan anders bij het afgaan van de
airbag levensgevaarlijk gewond raken. Voor een optimale bevestiging van het
kinderzitje met "het gezicht in de rijrichting"
is het noodzakelijk dat de afstand tussen
de rugleuning van het kinderzitje en de
rugleuning van de stoel van de auto zo klein
mogelijk is.
Voordat u een kinderzitje met rugleuning
op een passagiersstoel plaatst, moet u
de hoofdsteun van de desbetreffende
passagiersstoel verwijderen.
Zorg ervoor dat de hoofdsteun goed
is opgeborgen of vastgemaakt om te
voorkomen dat de hoofdsteun bij plotseling
remmen een gevaarlijk projectiel wordt.
Vergeet niet de hoofdsteun weer aan te
brengen nadat u het kinderzitje weer hebt
verwijderd.
De onjuiste bevestiging van een kinderzitje
brengt de veiligheid van het kind in gevaar bij
een aanrijding.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of
gesp van de veiligheidsgordel onder het
kinderzitje zit; dat zou de stabiliteit van het
zitje in gevaar kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het
tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten,
worden vastgemaakt waarbij de speling
ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel
mogelijk moet worden beperkt .
Zorg er bij het bevestigen van het
kinderzitje met de veiligheidsgordel voor
dat de veiligheidsgordel correct tegen het
kinderzitje is gespannen en dat de gordel het
kinderzitje stevig op zijn plaats houdt. Schuif
de passagiersstoel, wanneer deze versteld
kan worden, indien nodig naar voren.
Laat bij de achterzitplaatsen altijd voldoende
ruimte tussen de voorstoel en:
-
h
et kinderzitje "met de rug in de
rijrichting",
-
d
e voeten van het kind in het kinderzitje
"met het gezicht in de rijrichting".
Schuif daartoe de voorstoel naar voren en
zet de rugleuning ervan, indien nodig, meer
rechtop.
Kinderen voorin
Het bovenste gedeelte van de
veiligheidsgordel moet over de schouder van
het kind liggen zonder de hals te raken.
Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
PEUGEOT beveelt aan een zitverhoger met
rugleuning te gebruiken voorzien van een
gordelgeleider ter hoogte van de schouder.
Laat uit veiligheidsoverwegingen:
-
g
een kinderen zonder toezicht achter in
een auto,
-
n
ooit een kind of een dier in een auto
achter wanneer alle ruiten gesloten zijn
en de auto in de zon staat,
-
d
e sleutels nooit binnen bereik van de
kinderen achter in de auto.
Gebruik de kindersloten om te voorkomen
dat de achterportieren per ongeluk geopend
worden.
Zorg er voor dat de achterportierruiten niet
verder dan voor 1/3
deel geopend worden.
Plaats zonneschermen om jonge kinderen
tegen de zon te beschermen.
5
Veiligheid
Page 192 of 393

190
308_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Waarschuwing bij kans op aanrijding en automatisch noodremsysteem
Waarschuwing bij kans op aanrijding
Het waarschuwingssysteem bij kans op
aanrijding kan door de bestuurder worden in-
en uitgeschakeld.
Op de secundaire pagina van het menu
"Rijhulpsystemen ":
F
S
electeer het menu " Configuratie auto ".
F
V
ink de regel " Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan
en bevestig.
Dit systeem is ontworpen om de
veiligheid tijdens het rijden te vergroten.
Het is de taak van de bestuurder
constant alert te zijn op de
verkeerssituatie en de afstand en
snelheid ten opzichte van andere
voertuigen in te schatten.
Het waarschuwingssysteem kans op
aanrijding is een hulpmiddel voor de
bestuurder die echter te allen tijde zijn
aandacht op het verkeer moet blijven
vestigen. Dit systeem werkt vanaf 30
km/h en
alleen bij detectie van een object dat
in dezelfde richting als uw auto rijdt.
Stilstaande objecten worden niet
gedetecteerd. De radar van het systeem
bevindt zich aan de voorzijde van de
auto .
Dit systeem waarschuwt de bestuurder als er
kans is op een aanrijding met de voorligger.
Rijden
Page 193 of 393
191
308_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Op de secundaire pagina van het menu
"Rijhulpsystemen ":
F
S
electeer het menu " Configuratie auto ".
F
V
ink de regel " Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan.
Het moment dat de waarschuwing wordt
geactiveerd, bepaalt de manier waarop u wordt
gewaarschuwd voor een voorligger.
U kunt kiezen uit een van de drie volgende
standen:
-
"
Ver ", wanneer u vroeg voor een
voorligger wilt worden gewaarschuwd
(rustige rijstijl).
-
"
Normaal ".
-
"
Dichtbij ", wanneer u later wilt worden
gewaarschuwd (sportieve rijstijl).
Instellen van de activering van de waarschuwing
F Druk op het vergrootglas. F
W
ijzig het moment dat de waarschuwing
wordt geactiveerd en druk op " Afsluiten "
om deze instelling op te slaan en het menu
te verlaten.
F
D
ruk op " Bevestigen
" om de wijziging op
te slaan.
6
Rijden
Page 195 of 393

193
308_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Het automatisch noodremsysteem is een
functie die beoogt de snelheid van een frontale
aanrijding te verminderen of de aanrijding
te voorkomen wanneer de bestuurder niet
zelf ingrijpt, door gebruik te maken van een
detectiesysteem met radar en in te grijpen op
het remsysteem van de auto.
Automatisch noodremsysteem
Dit verklikkerlampje knippert als de
auto "begint" te remmen, maar de
auto zal nooit automatisch volledig
worden stilgezet.
U zult het rempedaal krachtig moeten
blijven intrappen totdat de auto
volledig stilstaat.Voorwaarden voor activering
Het automatisch noodremsysteem werkt
alleen als aan de volgende voor waarden wordt
voldaan:
●
d
raaiende motor,
●
g
een storingen in het elektronisch
stabiliteitsprogramma,
●
w
agensnelheid minimaal 20 km/h,
●
m
otortoerental voldoende hoog.
Bovendien werkt de radardetectie van het
systeem niet als de auto een scherpe bocht
maakt. F
D
ruk op het vergrootglas.F
W
ijzig het moment dat de waarschuwing
wordt geactiveerd en vink de regel
" Automatisch remmen " aan.
F
D
ruk op " Afsluiten
" om het gekozen
moment op te slaan en het menu te verlaten.
F
D
ruk op " Bevestigen
" om de wijziging op te
slaan.
Via de secundaire pagina van het menu
" Rijhulpsysteem
":
F
S
electeer het menu " Configuratie auto
".
F
V
ink de regel " Waarschuwing kans op
aanrijding en automatisch remmen " aan.
Als de functie "automatisch
noodremsysteem" niet is
geactiveerd, brandt dit
verklikkerlampje permanent.
6
Rijden
Page 298 of 393
296
308_nl_Chap10b_SMEGplus_ed01-2016
Basisfuncties
Gebruik de toetsen aan weerszijden van het
touchscreen om de menu's te openen en
druk vervolgens op de op het touchscreen
weergegeven toetsen.
Elk menu wordt op één pagina of op twee
pagina's (hoofdpagina en secundaire pagina)
weergegeven.Secundaire pagina
Hoofdpagina Als het bijzonder warm is, kan
het systeem gedurende minimaal
5
minuten overgaan in de waakstand
(volledig uitschakelen van het scherm
en het geluid).
Audio en telematica
Page 306 of 393
304
308_nl_Chap10b_SMEGplus_ed01-2016
Niveau 1Niveau 2Niveau 3
Media Foto's
Lijst van FM-zenders
"Media"
Secundaire pagina
Audio en telematica
Page 307 of 393
305
308_nl_Chap10b_SMEGplus_ed01-2016
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Media
Secundaire pagina Lijst zenders Opslaan
Op een zender drukken om deze te selecteren.
Lijst updaten De lijst updaten afhankelijk van de ontvangst.
Frequentie De gewenste radiofrequentie invoeren.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Media
Secundaire pagina Foto's Selecteren pagina
De geselecteerde foto op het volledige scherm weergeven.
Draaien
De foto 90° draaien.
Alles selecteren Alle foto's van de lijst selecteren.
Nogmaals drukken om de selectie ongedaan te
maken.
Diavoorstelling Vorige foto.
De foto's op het volledige scherm weergeven.
Pauzeren/afspelen.
Volgende foto.
Bevestigen De instellingen opslaan.
.
Audio en telematica