Rijden en bediening127In noodgevallen is het mogelijk de
snelheidslimiet te overschrijden door het gaspedaal stevig in te trappen, tot
bijna tegen de aanslag.
Gaspedaal loslaten en de functie
snelheidsbegrenzing wordt na het
bereiken van een lagere snelheid dan
de snelheidslimiet opnieuw geacti‐
veerd.
Uitschakelen
Druk op y: snelheidsbegrenzer is
gedeactiveerd en de snelheid van de auto is niet meer begrensd.
De begrensde snelheid wordt opge‐
slagen en aangeduid tussen vier‐
kante haken op het Driver Information Center. Ook verschijnt een bijbeho‐
rend bericht.
Snelheidslimiet hervatten Draai het stelwiel naar RES/+. De
opgeslagen snelheidslimiet wordt
bereikt.Uitschakelen
Druk op L, de snelheidslimiet in het
Driver Information Center dooft. De
opslagen snelheid wordt gewist.
Door via m de cruise control te acti‐
veren wordt de snelheidsbegrenzer
ook gedeactiveerd en de opgeslagen snelheid gewist.
Door het contact uit te schakelen
wordt de snelheidsbegrenzer ook
gedeactiveerd maar de snelheidsli‐
miet wordt opgeslagen voor de
volgende activering van de snelheids‐ begrenzer.
Parkeerhulp Parkeerhulp achter9 Waarschuwing
De bestuurder is geheel verant‐
woordelijk voor het inparkeren.
Controleer bij het achteruitrijden en het gebruik van de parkeerhulp achter de zone rondom de auto.
De parkeerhulp achter vereenvoudigthet inparkeren door de afstand
tussen de auto en eventuele obsta‐ kels achter te meten. Deze informeert en waarschuwt de bestuurder met
geluidssignalen en een aanduiding
op het display.
Het systeem heeft drie ultrasone
parkeersensoren in de achterbum‐
per.
Inschakelen
Wanneer u de achteruitversnelling inschakelt, is het systeem automa‐
tisch klaar voor gebruik.
201Buitenspiegels.............................. 27
Buitentemperatuur .......................61
C Centrale vergrendeling ................21
Claxon ................................... 13, 60
Code ............................................. 82
Conformiteitsverklaring ...............192
Contactslotstanden ....................109
Controlelampen ............................ 64
Controlelampjes............................ 67
Controle over de auto ................108
Controles .................................... 139
Cruise control ...................... 75, 124
D Dagrijlicht ..................................... 93
Dagteller ...................................... 64
Dak ............................................... 31
Dakbelasting ................................. 56
Derde remlicht ........................... 150
Diefstalalarmsysteem ..................26
Dimlicht of grootlicht .....................92
Driepuntsgordel ........................... 38
Driver Information Center .............75
E Eerste hulp ................................... 56
Elektrisch bediende ruiten ...........29
Elektrische aansluitingen .............63
Elektrische verstelling ..................27Elektrisch systeem...................... 151
Elektronische rijprogramma's ....119
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem .....73
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 122
Elektronische stabiliteitsregeling UIT ...............72
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............101
Erkenning van software ..............194
Event Data Recorders (EDR) .....198
F
Frontaal airbagsysteem ...............42
G
Geautomatiseerde versnellingsbak .......................116
Gebruik van deze handleiding .......3
Gedeponeerde handelsmerken ..197
Geluidssignalen ........................... 83
Gereedschap ............................. 156
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................55
Gloeilamp vervangen ................145
Gordels ......................................... 37
Gordelverklikker ........................... 70
Gordijnairbagsysteem .................. 44
Grootlicht ............................... 74, 92H
Halogeenkoplampen .................145
Handbediende ruiten ...................29
Handgeschakelde modus ..........118
Handgeschakelde versnellingsbak ......................115
Handmatige dimfunctie ................28
Handmatig verstellen ...................27
Handrem ............................. 119, 120
Handschoenenkastje ...................51
Handzender ................................. 20
Hellingrem ................................. 120
Hoofdsteunen .............................. 33
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 47
Info-Display................................... 80
Info-Displays ................................. 75
Inhouden ................................... 190
Inklapbare spiegels .....................27
Inleiding ......................................... 3
Instrumentengroep ......................64
Instrumentenverlichting .............151
Interieurverlichting ........................95
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........50