
Spraakherkenning63ten minste 20 locaties. Noem voor
andere POI's de naam van een cate‐
gorie, bijv. "Restaurants", "Winkel‐
centra" of "Ziekenhuizen".
Het systeem werkt gemakkelijker met
directe commando's, bijv. "Bel
01234567".
Bij het commando "Telefoon" begrijpt
het systeem dat u wilt bellen en
antwoordt het met relevante vragen
totdat het voldoende details heeft. Is
het telefoonnummer met een naam
en een plaatsnaam opgeslagen, dan
moet het directe commando beide
gegevens bevatten, bijvoorbeeld "Bel
David Smit op het werk".
Let op
Zeg de naam van de persoon die u
wilt bellen in de sorteervolgorde die in de Contacten wordt gebruikt: "Jan Janssen" of "Janssen, Jan".Lijstvermeldingen selecteren
Wanneer er een lijst verschijnt, wordt
u via een gesproken bericht gevraagd om een vermelding uit die lijst te
bevestigen of te selecteren. U kunt
een lijstvermelding handmatig of door het uitspreken van het regelnummer
van de vermelding selecteren.De lijst op een spraakherkennings‐
scherm werkt net als bij een lijst op
andere schermen. Bij het handmatig
scrollen door de lijst op een scherm
tijdens een spraakherkenningssessie
wordt de huidige spraakherkenning
opgeschort en klinkt er een instructie als "Selecteer handmatig een lijstver‐
melding of druk op de knop Terug op
de console om het nogmaals te
proberen".
Als u niet binnen 15 seconden hand‐
matig een lijstvermelding selecteert, wordt de spraakherkenningssessie
beëindigd, volgt er een bericht met
een vraag en verschijnt het eerdere
scherm weer.Het commando "Terug"
Om terug te gaan naar de vorige stap
in de dialoog kunt u ook " Terug"
zeggen of op BACK op het Infotain‐
mentsysteem drukken.Het commando "Help"
Na het commando " Help" wordt de
helpvraag voor de huidige stap in de
dialoog voorgelezen.Druk voor het onderbreken van de
helpvraag nogmaals op w. Er klinkt
een pieptoon. U kunt een commando uitspreken.
Spraakdoorschakel-toepassing
Spraakherkenning
spraakdoorschakeling activeren
Houd w rechts op het stuurwiel inge‐
drukt totdat er een spraakherken‐
ningssessie wordt gestart.
Voor nadere informatie verwijzen wij
u naar de gebruiksaanwijzing van uw
smartphone.
Volume van gesproken vragen
aanpassen
Druk op w of ─ rechts op het stuur‐
wiel.
Spraakherkenning
spraakdoorschakeling deactiveren
Druk op n rechts op het stuurwiel.
De spraakherkenningssessie wordt
beëindigd.

72Telefoonworden gebeld; mogelijkerwijs
kunnen deze oproepen niet
gedaan worden wanneer
bepaalde netwerkdiensten en/of
telefoonfuncties actief zijn. U kunt
hierover uw lokale netwerkexploi‐
tant raadplegen.
Het alarmnummer kan per land en
regio variëren. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor de rele‐
vante regio van tevoren op te
vragen.
Een noodoproep doen
Vorm het noodnummer (bijv. 112).
De telefoonverbinding met de alarm‐
centrale wordt tot stand gebracht.
Antwoord als het dienstdoende
personeel u vragen stelt over het
noodgeval.
9 Waarschuwing
Beëindig het gesprek pas als de
alarmcentrale u daarom vraagt.
Bediening
Zodra er een Bluetooth-verbinding
tussen uw mobiele telefoon en het
infotainmentsysteem tot stand is
gebracht, kunt u tal van functies van
uw mobiele telefoon ook via het info‐
tainmentsysteem bedienen.
Na het tot stand brengen van een verbinding tussen de mobiele tele‐
foon en het Infotainmentsysteem
worden de gegevens van de mobiele
telefoon naar het Infotainmentsys‐
teem verstuurd. Afhankelijk van het
model telefoon kan dit enige tijd
duren. Tijdens deze periode is het
bedienen van de mobiele telefoon via het Infotainmentsysteem slechts
beperkt mogelijk.
Niet elke telefoon ondersteunt alle
functies van de telefoonapplicatie.
Daarom kan het bereik aan beschre‐ ven functies afwijken.
Hoofdmenu Telefoon Druk op PHONE om het telefoon‐
hoofdmenu weer te geven. Het
volgende scherm verschijnt (als een
mobiele telefoon aangesloten is).
Telefoongesprek initiëren
Een nummer invoeren
Druk op PHONE en selecteer dan
Nummer invoeren . Er verschijnt een
toetsenblok.

Telefoon73
Voer het gewenste nummer in.
Selecteer Del op het scherm of druk
op BACK op het instrumentenpaneel
om het laatste ingevoerde cijfer te
wissen.
Selecteer l of k op het scherm om
de cursor in het reeds ingevoerde
nummer te verplaatsen.
Selecteer OK om het bellen te star‐
ten.
Let op
U hebt vanuit het toetsenblok
toegang tot het telefoonboek door
op Telefoonboek te drukken.
Telefoonboek
Druk op PHONE en selecteer dan
Telefoonboek . Het menu Zoeken in
telefoonboek wordt weergegeven.
Selecteer de gewenste eerste letter‐
groep om een voorselectie weer te
geven van de telefoonboekvermel‐
dingen die u wilt zien. Het telefoon‐
boek springt naar de positie van de
geselecteerde lettergroep.
Selecteer de gewenste vermelding in het telefoonboek om de nummers tetonen die hieronder zijn opgeslagen.
Selecteer het gewenste nummer om
het bellen te starten.
Telefoonboek sorteren
U kunt het telefoonboek op achter‐
naam of op voornaam sorteren.
Selecteer PHONE en dan Telefoon‐
instelling om de sorteervolgorde te
wijzigen.
Selecteer Sorteervolgorde om het
betreffende submenu weer te geven.
Activeer de gewenste optie.

74TelefoonLet op
Hanteer bij gebruik van de spraak‐
herkenningsfunctie de betreffende
sorteervolgorde, bijv, "Bel Jan Jans‐ sen" of "Bel Janssen, Jan".
Gesprekkenlijsten
Druk op PHONE en selecteer dan
Gesprekslijsten . Het menu
Gesprekslijsten wordt weergegeven.
Selecteer de gewenste oproeplijst.
Afhankelijk van de geselecteerde lijst worden de laatste ontvangen,
uitgaande of gemiste oproepen weer‐
gegeven.
Selecteer de gewenste vermelding in de oproeplijst om het bellen te star‐
ten.
Binnenkomend gesprek Bij een binnenkomende oproep
verschijnt er een bericht op het
scherm.
Selecteer Aannemen om het gesprek
aan te nemen.
Selecteer Weigeren om het gesprek
te weigeren.
Functies tijdens een
telefoongesprek
Bij een actieve oproep verschijnt het
in-gesprekscherm.
Telefoongesprek beëindigen
Selecteer Ophangen om het gesprek
te beëindigen.
Geluid van een gesprek
onderdrukken
Activeer Microfoon uit om de micro‐
foon tijdelijk uit te schakelen.
Deactiveer Microfoon uit om de
microfoon weer in te schakelen.

84O
Overzicht bedieningselementen .....8
Overzicht spraakcommando's ......64
R Radio Autostorelijsten.......................... 27
Categorielijst ............................. 25
DAB ........................................... 30
DAB-berichten ........................... 30
Digital Audio Broadcasting ........30
Favoriete lijsten ......................... 27
Menu RDS-opties ......................28
Radio Data System ...................28
RDS........................................... 28
Regionaal .................................. 28
Selectie van frequentiebereik ....25
TP.............................................. 28 Verkeersinformatie ....................28
Zender zoeken .......................... 25
Zenderlijst.................................. 25
Zenders oproepen .....................27
Zenders opslaan .......................27
Radio activeren............................. 25
Radio Data System (RDS) ........... 28
Regio-instelling ............................. 28
Reis met viapunten .......................46
Routebegeleiding .........................55
Route simuleren ........................... 42S
Selectie van frequentiebereik .......25
Smartphone .................................. 39
Software-update ........................... 22
Spraakherkenning ........................60
Startpagina ............................. 17, 22
Stemherkenning ........................... 60
Streaming audio via Bluetooth activeren.................................... 37
Systeeminstellingen...................... 22 Beeldscherm ............................. 22
Software .................................... 22
Startpagina ................................ 22
Taal ........................................... 22
Tijd en datum ............................ 22
T
TA ................................................. 28
Taal............................................... 22
TA-volume .................................... 21
Tekstberichten .............................. 75
Telefoon Bluetooth ................................... 69
Bluetooth-verbinding .................70
Conferentiegesprek ...................72
Functies tijdens het gesprek .....72
Noodoproepen .......................... 71
Recente oproepen ....................72
Tekstberichten........................... 75
Telefoonboek ............................ 72Telefoonboek.......................... 46, 72
Telefoongesprek Initiëren ..................................... 72
Opnemen .................................. 72
Telefoonportal activeren ...............72
Thuisadres .................................... 46
TMC .............................................. 55
Toetsenbord ................................. 46
TP ................................................. 28
Treble ........................................... 20
Tijd ................................................ 22
Tijdsindeling.................................. 22
U
USB .............................................. 35
V
Veelgestelde vragen .....................78
Verkeersincidenten .......................55
Verkeersinformatie .......................28
Volume Automatisch volume ..................21
Maximaal inschakelvolume .......21
Navigatievolume........................ 21
Stiltefunctie................................ 14
Volume van geluidsindicaties ....21
Volume van geluidssignaal .......21
Volume van verkeersinformatie. 21
Volume-instellingen ......................21
Volume van geluidsindicaties .......21
Volume van geluidssignaal ...........21

92Inleiding16 BACKMenu: een niveau terug ........94
Invoer: wissen laatste
teken of gehele invoer ..........94
17 Mp3: map hoger niveau ......105
18 TONE
Geluidsinstellingen ................96
19 PHONE
Mute activeren ......................93
20 AUX
Wijzigen audiobron .............107Audiobedieningsknoppen aan
stuurwiel
1 qw
Geen functie.
2 SRC (bron)............................ 93
Drukken: selecteren
audiobron .............................. 93
Bij actieve radio: omhoog/
omlaag zetten om
volgende/vorige
voorkeurszender te
selecteren ............................. 97
Bij actieve cd-speler:
omhoog/omlaag zetten
om volgende/vorige cd/
mp3/wma-track te
selecteren ........................... 105
3 w
Volume verhogen ..................93
4 ─
Volume verlagen ...................93
5 xn
Indrukken: geluidsonder‐
drukking activeren/
deactiveren ........................... 93

Inleiding93GebruikBedieningselementen
Het Infotainmentsysteem wordt
bediend met behulp van functietoet‐
sen, multifunctieknoppen en op het
display weergegeven menu's.
Invoer kan plaatsvinden via: ● de centrale bedieningseenheid op het instrumentenpaneel 3 90
● bedieningsknoppen op het stuur 3 90
Het Infotainmentsysteem in- of
uitschakelen
Druk kortstondig op X. Na het inscha‐
kelen is de laatst geselecteerde Info‐ tainmentbron actief.
Automatisch uitschakelen
Als het Infotainmentsysteem is inge‐
schakeld met X terwijl het contact
was uitgeschakeld, schakelt het na
10 minuten automatisch weer uit.
Volume instellen
Draai X. De actuele instelling
verschijnt op het display.Bij het inschakelen van het Infotain‐ mentsysteem wordt automatisch het
laatst geselecteerde volume inge‐
steld, mits dit het maximale inscha‐
kelvolume niet overschrijdt.
Het volgende kan afzonderlijk worden ingesteld:
● het maximale inschakelvolume 3 96
● het volume voor verkeersberich‐ ten 3 96
Voor snelheid gecompenseerd
volume
Is de automatische volumeregeling
geactiveerd 3 96 wordt het volume
tijdens het rijden automatisch aange‐
past voor het compenseren van weg- en windgeluiden.
Mute
Druk op PHONE voor het dempen
van de audiobronnen.
Om het dempen weer te annuleren:
draai aan X of druk weer op
PHONE .Volumebeperking bij hoge
temperaturen
Bij erg hoge temperaturen binnen de
auto beperkt het infotainmentsys‐
teem het maximaal instelbare
volume. Indien nodig wordt het maxi‐
male volume automatisch verlaagd.
Bedieningsstanden
Radio
Druk op RADIO om het radiohoofd‐
menu te openen of te wisselen tussen
de verschillende frequentiebereiken.
Druk op de multifunctionele knop om een submenu met zenderkeuzeop‐
ties te openen.
Gedetailleerde beschrijving van de
radiofuncties 3 97.
Audiospelers
Druk op CD of AUX om naar de
menu's CD, USB, iPod ®
of AUX te
gaan of om tussen deze menu's te
wisselen.
Druk op de multifunctionele knop om
een submenu met trackkeuzeopties
te openen.