
Het noodreservewiel is niet met een
TPM-sensor uitgerust. Daarom kan
de betreffende bandenspanning niet
door het systeem gecontroleerd
worden.
Als het noodreservewiel een band
vervangt met een lagere spanning dan
de limietspanning, zal bij de
eerstvolgende start een geluidssignaal
klinken en zal het waarschuwingslampje
gaan branden.
Wanneer de oorspronkelijke band
gerepareerd of vervangen is en deze
weer op de plaats van het
noodreservewiel wordt gemonteerd, zal
het TPMS zich automatisch bijwerken
en het lampje doven, op voorwaarde
dat de spanning van geen van de
vier banden lager is dan de
limietspanning. Het kan nodig zijn om
20 minuten met een snelheid van meer
dan 20 km/h te rijden om ervoor te
zorgen dat het TPMS deze informatie
ontvangt.
BELANGRIJK
68)Het TPMS is geoptimaliseerd voor de
originele banden en wielen die geleverd
zijn. De spanningen en waarschuwingen
van het TPMS zijn afgestemd op de maat
banden die op het voertuig zijn
gemonteerd. Als een vervangende
uitrusting van verschillende maat, type of
soort wordt gebruikt, kan een
onregelmatige werking van het systeem of
beschadiging van de sensoren optreden.
Niet-originele reservebanden kunnen
de sensor beschadigen. Gebruik geen
bandenafdichtmiddel of balansloodjes als
het voertuig met TPMS is uitgerust,
aangezien deze de sensoren kunnen
beschadigen.
69)Als het systeem een spanningsafname
van een bepaalde band aangeeft, wordt
geadviseerd om de spanning van alle vier
de banden te controleren.
70)Het TPMS ontslaat de bestuurder niet
van de verplichting om de bandenspanning
elke maand te controleren en mag niet
beschouwd worden als een systeem dat
het onderhoud of de veiligheid vervangt.
71)De bandenspanning moet bij koude
banden gecontroleerd worden. Als de
bandenspanning om welke reden dan ook
bij warme banden moet worden
gecontroleerd, dan mag de spanning niet
worden verlaagd, ook wanneer de
gemeten waarde hoger is dan de
voorgeschreven spanningswaarde.
Controleer de bandenspanning nadien
nogmaals bij koude banden.72)Het TPMS-systeem waarschuwt niet bij
plotseling drukverlies (bijvoorbeeld bij een
klapband). Breng in dergelijke gevallen
het voertuig tot stilstand en voorkom
bruuske stuurbewegingen.
73)Het systeem waarschuwt alleen dat de
bandenspanning laag is: het is niet in
staat om de banden op te pompen.
74)Een te lage bandenspanning verhoogt
het brandstofverbruik, verkort de
levensduur van het loopvlak en kan het
vermogen om de auto veilig te besturen
beïnvloeden.
75)Breng altijd de dop op het ventiel aan
nadat de bandenspanning is gecontroleerd
of aangepast. Dit voorkomt binnendringen
van vocht of vuil in het ventiel, wat de
controlesensor van de bandenspanning
zou kunnen beschadigen.
76)De bij het voertuig geleverde
bandenreparatiekit (Fix&Go) (voor bepaalde
versies/markten) is compatibel met de
TPMS-sensoren; het gebruik van
afdichtmiddelen die niet gelijkwaardig zijn
aan het middel uit de oorspronkelijke kit
kan de werking ervan negatief beïnvloeden.
Als andere dan de originele
afdichtmiddelen worden gebruikt, wordt
geadviseerd de TPMS-sensoren te laten
controleren door een gekwalificeerd
reparatiecentrum.
93

NOODGEVALLEN
Een lekke band of een doorgebrand
lampje?
Soms kan een probleem uw reis in
gevaar brengen.
De pagina's over noodsituaties kunnen
u helpen om op zelfstandige en kalme
wijze kritieke situaties op te lossen.
Wij adviseren u om in een noodsituatie
het gratis telefoonnummer te bellen
dat in het garantieboekje is vermeld.
U kunt ook het gratis telefoonnummer
00 800 3428 0000 bellen om de
dichtstbijzijnde Fiat dealer te vinden.EEN LAMP VERVANGEN ................151
LAMP BUITENVERLICHTING
VERVANGEN ..................................154
BINNENLAMPEN VERVANGEN ......159
ZEKERINGEN VERVANGEN ............160
GATEWAY FMS-MODULE ...............173
EEN WIEL VERVANGEN .................178
SNELLE BANDENREPARATIEKIT
FIX & GO AUTOMATIC ....................183
STARTEN MET HULPACCU ............185
DE ACCU OPLADEN.......................186
AFSLUITER
BRANDSTOFTOEVOER .................188
SLEPEN VAN HET VOERTUIG ........189
150
NOODGEVALLEN

SNELLE BANDEN-
REPARATIEKIT
FIX&GO
AUTOMATIC
(voor bepaalde versies/markten)
De snelle bandenreparatiekit Fix & Go
automatic bevindt zich voorin in de
passagiersruimte en bevat fig. 171:
fles A met het afdichtmiddel en
voorzien van:
– een doorzichtige vulleiding B;
– een zwart slangetje voor het
herstellen van de spanning E;
– sticker C met het opschrift "max. 80
km/h”, na de reparatie van de band aan
te brengen op een voor de bestuurder
zichtbare plaats (op het dashboard);
informatiefolder (zie fig. 172), voor
een correct gebruik van de snelle
bandenreparatiekit, die vervolgens
overhandigd moet worden aan
het personeel dat de behandelde band
moet repareren;
een compressor D met drukmeter
en aansluitstukken;
een paar beschermende
handschoenen in het zijvak van de
compressor;
adapters voor het oppompen van
verschillende elementen.
157) 158) 159)
48)
BELANGRIJKE
INFORMATIE:
Het afdichtmiddel van de snelle
reparatiekit werkt bij
buitentemperaturen tussen –20 °C en
+50 °C.
Het afdichtmiddel heeft een
houdbaarheidsdatum.
160) 161)
3)
OPPOMPEN
162) 163) 164) 165) 166)
Trek de handrem aan. Draai de
ventieldop los, neem de vulleiding A fig.
173 uit en draai de ringmoer B op het
ventiel van de band vast;
steek de stekker E fig. 175 in het
dichtstbijzijnde 12V-stopcontact en
start de motor. Draai de schakelaar D
fig. 174 linksom in de reparatiestand.
Schakel de compressor in door op
de aan/uit schakelaar te drukken.
Pomp de band op tot de juiste
bandenspanning, vermeld in de
paragraaf "Bandenspanning" in het
hoofdstuk "Technische gegevens", is
bereikt.
Voor een preciezere aflezing wordt
geadviseerd om bij uitgeschakelde
compressor de druk op de drukmeter F
fig. 174 te controleren, zonder de
schakelaar uit de reparatiestand te
verplaatsen;
171F1A0180
172F1A0181
183

als het na 10 minuten nog steeds
niet mogelijk is om minstens 3 bar
te krijgen, maak dan de doorzichtige
vulleiding van het ventiel los, neem de
12V-stekker uit en verplaats vervolgens
het voertuig ongeveer 10 meter naar
voren, zodat de afdichtvloeistof zich
gelijkmatig in de band kan verdelen;
pomp de band vervolgens weer op;
als het na deze handeling na 10
minuten nog steeds niet mogelijk is om
minstens 3 bar te krijgen, rijd dan niet
verder omdat de band te ernstig
beschadigd is en de bandenreparatiekit
niet de vereiste afdichting kan
garanderen en neem contact op met
het Fiat Servicenetwerk;
als de bandenspanning vermeld in
de paragraaf "Bandenspanning" in
het hoofdstuk "Technische gegevens" is
bereikt, rijd dan onmiddellijk weg;
stop na ongeveer 10 minuten en
controleer de bandenspanning
opnieuw; vergeet niet de handrem aan
te trekken;
als een spanning van minstens 3 bar
wordt gemeten, herstel dan de
correcte bandenspanning (bij draaiende
motor en aangetrokken handrem)
vermeld in de paragraaf
"Bandenspanning" in het hoofdstuk
"Technische gegevens", ga weer rijden
en rijd zeer voorzichtig naar de
dichtstbijzijnde garage van een Fiat
dealer.
BELANGRIJK
157)Overhandig de informatiefolder aan
het personeel dat de met de snelle
reparatiekit behandelde band moet
repareren.
158)Lekken en beschadigingen in de
flanken kunnen niet gerepareerd worden.
Gebruik de reparatiekit niet als de band
beschadigd is geraakt door het rijden met
een lege band.
159)Reparatie is niet mogelijk bij schade
aan de velg (zodanige vervorming van
de groef dat er lucht weglekt). Verwijder
niet het eventueel in de band
binnengedrongen voorwerp (schroef of
spijker).
160)Bedien de compressor nooit langer
dan 20 minuten achter elkaar. Gevaar voor
oververhitting. Banden gerepareerd met
de snelle bandenreparatiekit mogen slechts
tijdelijk gebruikt worden, aangezien de kit
niet geschikt is voor een definitieve
reparatie.
173F1A0182
174F1A0183
175F1A0335
184
NOODGEVALLEN

161)De bus bevat ethyleenglycol. Bevat
latex dat een allergische reactie kan
veroorzaken. Schadelijk bij inslikken.
Irriterend voor de ogen. Kan irritatie
veroorzaken bij inademing of contact.
Vermijd contact met huid, ogen en kleding.
Spoel bij contact onmiddellijk uit met rijkelijk
water. Wek het braken niet op bij inslikken.
Spoel de mond uit, drink veel water en
raadpleeg onmiddellijk een arts. Buiten
bereik van kinderen bewaren. Het product
mag niet gebruikt worden door
astmapatiënten. Adem de dampen niet in
tijdens het inbrengen en oppompen.
Raadpleeg onmiddellijk een arts bij
allergische reacties. Bewaar het busje in
zijn houder, uit de buurt van
warmtebronnen. Het afdichtmiddel heeft
een houdbaarheidsdatum. Vervang het
busje als de houdbaarheidsdatum van het
afdichtmiddel is verstreken.
162)Doe de beschermende
handschoenen aan die bij de snelle
bandenreparatiekit zijn geleverd.
163)Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats aan, om
eraan te herinneren dat de band behandeld
is met de snelle bandenreparatiekit. Rijd
voorzichtig, met name in bochten.
Overschrijd de snelheid van 80 km/h niet.
Vermijd abrupt accelereren of remmen.
164)Rijd niet verder als de
bandenspanning onder 3 bar is gedaald:
de snelle bandenreparatiekit Fix & Go
automatic kan de vereiste afdichting niet
garanderen omdat de band te ernstig
beschadigd is. Neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk.165)Informeer het servicepunt dat de
band gerepareerd is met de snelle
bandenreparatiekit. Overhandig de
informatiefolder aan het personeel dat de
met de snelle reparatiekit behandelde band
moet repareren.
166)Als andere banden worden gebruikt
dan de banden die bij het voertuig geleverd
zijn, kan de reparatie waarschijnlijk niet
mogelijk zijn. Bij vervanging van de banden
is het raadzaam de door de fabrikant
goedgekeurde banden te monteren. Wend
u tot het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK
48)Als de band door vreemde voorwerpen
lek is geraakt, kan de kit gebruikt worden
voor beschadigingen in het loopvlak of
de schouder met een diameter van max. 4
mm.
BELANGRIJK
3)Vervang het busje als de
houdbaarheidsdatum van het
afdichtmiddel is verstreken. Laat het busje
en het afdichtmiddel niet in het milieu
achter. Zorg dat ze worden weggegooid
overeenkomstig de nationale en plaatselijke
voorschriften.
STARTEN MET
HULPACCU
Als het waarschuwingslampje
constant aan blijft op het
instrumentenpaneel, neem onmiddellijk
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
STARTEN MET
HULPACCU
Als de accu leeg is, kan de motor
gestart worden met een hulpaccu met
dezelfde of een iets hogere capaciteit
dan de lege accu.
Het is raadzaam om de accu door het
Fiat Servicenetwerk te laten
controleren/vervangen.
167)
176F1A0351
185