Page 136 of 249

134Rijden en bedieningAls de keuzehendel uit neutraal is
gehaald voordat u de koppeling hebt bediend, gaat het lampje - branden
of wordt het als symbool weergege‐
ven op het Driver Information Centre.
Controlelamp - 3 90.Auto's met geautomatiseerde
versnellingsbak:
Laat het rempedaal los of haal de keuzehendel uit D om de motor
opnieuw te starten.
Het starten van de motor wordt
aangeduid door de naald van de stati‐
onaire toerentalstand in de toerentel‐
ler.
Herstarten van de motor door het
stop-startsysteem
De keuzehendel moet in neutraal
staan om automatisch herstarten
mogelijk te maken.
Als er zich een van de volgende
omstandigheden voordoet tijdens
een Autostop, dan zal de motor auto‐
matisch door het stop-startsysteem
worden herstart:
● Het stop-startsysteem is manu‐ eel uitgeschakeld.
● De motorkap is open.
● De veiligheidsgordel van de bestuurders is losgemaakt en hetbestuurdersportier is geopend.
● De motortemperatuur is te laag.
● Het oplaadniveau van de accu is onder een bepaald niveau.
● Het remvacuüm is niet voldoende.
● De auto reed minstens stap‐ voets.
● Het klimaatregelsysteem vereist het starten van de motor.
● De airconditioning wordt hand‐ matig ingeschakeld.
Als de motorkap niet volledig geslo‐
ten is, verschijnt een waarschuwings‐
bericht in het Driver Information
Centre.
Als een elektrische accessoire, bvb.
een draagbare CD-speler op de stek‐
kerdoos is aangesloten, merkt u
mogelijk een korte terugval tijdens het
herstarten.Parkeren9 Waarschuwing
● Parkeer de auto niet op een
licht ontvlambaar oppervlak.
Door de hoge temperatuur van
het uitlaatsysteem kan het
oppervlak ontbranden.
● Trek altijd de handrem aan. Schakel de handrem in zonder
de ontgrendelingsknop in te
drukken. Op een aflopende of
oplopende helling zo stevig
mogelijk. Trap tegelijkertijd het
rempedaal in om minder kracht
nodig te hebben.
● Zet de motor af.
● Schakel als de auto op een vlakke ondergrond of een oplo‐
pende helling staat de eerste
versnelling in voordat u de
contactsleutel lostrekt. Op een
oplopende helling bovendien de voorwielen van de stoep‐
rand wegdraaien.
Page 190 of 249
188Verzorging van de autoZekeringenkast
instrumentenpaneel
De zekeringenkast zit achter de licht‐ schakelaar in het instrumentenpa‐
neel.
Pak de handgreep vast en trek de
lichtschakelaar omlaag.
Nr.Stroomkring1–2–3Elektrische ruitbedieningNr.Stroomkring4Spanningsomvormer5Carrosserieregelmodule 16Carrosserieregelmodule 27Carrosserieregelmodule 38Carrosserieregelmodule 49Carrosserieregelmodule 510Carrosserieregelmodule 611Carrosserieregelmodule 712Carrosserieregelmodule 813–14Achterklep15Diagnosestekker16Datalinkverbinding17Ontsteking18Airconditioning19Audioversterker20Parkeerhulp21Remschakelaar22Audiosysteem23Display
Page 232 of 249
230Technische gegevensVoertuiggewicht
Rijklaargewicht, basisuitvoering zonder enige optiesMotorHandgeschakelde versnellingsbakGeautomatiseerde versnellingsbakmet/zonder airconditioning
[kg]B10XFL1141/1156–B10XFT1141/1156–B12XEL1086/1101–B14XEL1120/11351120/1135B14XEL LPG1163/1178–B14XER1120/1135–B14NEH1163/1178–
Extra uitrusting en accessoires verhogen het leeggewicht.
Beladingsinformatie 3 72.
Page 244 of 249

242TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............219, 224
Aanduidingen op banden ..........191
Aansteker .................................... 82
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 168
Accu ........................................... 173
Achterlichten .............................. 180
Achterruitverwarming ................... 32
Achteruitrijlichten .......................115
Afmetingen auto ........................231
Airbag deactiveren ....................... 47 Airbag-deactivering ...................... 89
Airbag en gordelspanners ...........89
Airbaglabel.................................... 42
Airbagsysteem ............................. 42
Airconditioning ........................... 120
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 128
Alarmknipperlichten ...................113
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 129
Andere auto slepen ...................212
Antiblokkeersysteem .................141
Antiblokkeersysteem (ABS) .........91
Asbakken ..................................... 82
Autogegevens ............................ 224
Autokrik....................................... 189
Automatische dimfunctie .............30Automatische verlichting ............ 112
Automatisch vergrendelen ...........25
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 211
Auto stallen ................................. 169
Autostop ..................................... 132
B Bagageruimte ........................ 25, 66
Bagageruimte-afdekking .............67
Bandenreparatieset ...................198
Bandenspanning .......................191
Bandenspanningscontrolesys‐ teem .................................. 92, 192
Bandenspanningswaarden ........233
Batterijspanning .........................103
Bedieningsorganen ......................75
Bekerhouders .............................. 54
Bekleding .................................... 216
Beladingsinformatie .....................72
Beslagen lampglazen ................115
Bestuurdersondersteuningssys‐ temen ...................................... 146
Beveiliging van de auto ................26
Binnenspiegels ............................. 29
Binnenverlichting ...............115, 184
Blindehoeksysteem ....................159
Bolle vorm .................................... 28
Boordgereedschap .....................189
Boordinformatie .........................100