781-3. Antidiefstalsysteem
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
Startblokkering
Auto's zonder Smart entry-systeem en startknop
Het controlelampje gaat knippe-
ren als de sleutel uit het contact-
slot is verwijderd, om aan te
geven dat het systeem is inge-
schakeld.
Het controlelampje stopt met knip-
peren als de geregistreerde sleu-
tel in het contactslot is gestoken
om aan te geven dat het systeem
is uitgeschakeld.
Auto's met Smart entry-systeem en startknop
Het controlelampje knippert nadat het contact UIT is gezet om aan te
geven dat het systeem in werking is.
Het controlelampje houdt op met knipperen als het contact in stand
ACC of AAN is gezet om aan te geven dat het systeem is uitgescha-
keld.
De sleutels van de auto zijn uitgerust met ingebouwde
transponderchips die voorkomen dat de motor gestart kan wor-
den met een sleutel die niet in een eerder stadium geregistreerd
is in de boordcomputer van de auto.
Dit systeem is ontworpen om autodiefstal te voorkomen, maar abso-
lute beveiliging tegen elke vorm van diefstal kan niet worden gega-
randeerd.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 78 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
992. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
Waarschuwingslampjes informeren de bestuurder over storingen in
de systemen van de auto.
Waarschuwingslampjes
*1
(rood)
Waarschuwingslampje
remsysteem (
Blz. 520)
*1, 2
(Diesel-motor)
Controlelampje uitge-
schakeld Stop & Start-
systeem ( Blz. 522)
*1Motorcontrolelampje
(Blz. 520)*1Waarschuwingslampje
elektrische stuurbe-
krachtiging ( Blz. 521)
*1Waarschuwingslampje
SRS ( Blz. 520) Waarschuwingslampje
laag brandstofniveau
(
Blz. 522)
*1Waarschuwingslampje
ABS ( Blz. 521) Controlelampje veilig-
heidsgordel (
Blz. 522)
*1
(geel)
Waarschuwingslampje
remsysteem (
Blz. 521)
Controlelampje
achterpassagiersgordel
(in het centrale paneel)
(Blz. 522)
*1, 2
(indien
aanwezig)
Waarschuwingslampje
PCS ( Blz. 521) Waarschuwingslampje
parkeerrem (
Blz. 522)
*1, 2
(indien
aanwezig)
Controlelampje
AFS OFF ( Blz. 522)
*1
Centraal waarschuwings-
lampje (
Blz. 523)
*1
Controlelampje Traction
Control (Blz. 522)
*1
(indien
aanwezig)
Waarschuwingslampje
lage bandenspanning
( Blz. 523)
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 99 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
1032. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
■ECO-controlelampje (indien aanwezig)
●De auto rijdt in de sportmodus ( Blz. 220)
● De paddle shift-schakelaar, indien aanwezig, wordt bediend terwijl de selec-
tiehendel in stand D staat
● De rijsnelheid is ongeveer 130 km/h of hoger.
Tijdens milieuvriendelijk accelereren
(ECO-rijden) gaat het ECO-controle-
lampje branden. Wanneer de acceleratie
buiten het Eco-bereik valt en wanneer de
auto tot stilstand komt, gaat het lampje
uit.
In de volgende gevallen werkt het ECO-
controlelampje niet:
●
De selectiehendel staat in een andere
stand dan D.
WAARSCHUWING
■Als een waarschuwingslampje van een veiligheidssysteem niet gaat
branden
Als een lampje van een veiligheidssysteem zoals de waarschuwingslamp-
jes ABS en SRS niet gaan branden als u de motor start, kan dat betekenen
dat deze systemen niet beschikbaar zijn om u te beschermen in geval van
een ongeval, waardoor ernstig letsel zou kunnen ontstaan. Laat de auto
onmiddellijk nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
als dit gebeurt.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 10 3 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
297
4
4-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
Ondersteunende systemen
◆ABS (antiblokkeersysteem)
Dit systeem helpt het blokkeren van de wielen te voorkomen tijdens
hard remmen en bij remmen op een glad wegdek.
◆Brake Assist
Zorgt voor een grotere remkracht nadat het rempedaal is ingetrapt
als het systeem oordeelt dat er sprake is een noodstop.
◆VSC (Vehicle Stability Control)
Helpt de bestuurder de auto onder controle te houden bij uitwijkma-
noeuvres en het nemen van boc hten op een glad wegdek.
◆VSC+ (Vehicle Stability Control+)
Coördineert de werking van ABS-, TRC-, VSC- en EPS-systemen.
Zorgt ervoor dat de voertuigstabiliteit behouden blijft bij uitwijkma-
noeuvres op een glad wegdek door de stuurcommando's aan te
passen.
◆TRC (Traction Control)
Zorgt ervoor dat de aandrijfkracht behouden blijft en voorkomt dat
de voorwielen gaan doorslippen bij het wegrijden met de auto of bij
het accelereren op een glad wegdek.
◆Hill Start Assist Control
Voorkomt dat de auto achteruitrolt bij het wegrijden op een steile of
gladde helling.
◆EPS (elektrische stuurbekrachtiging)
Maakt gebruik van een elektromotor om de benodigde kracht voor
het ronddraaien van het stuurwiel te verminderen.
Om de veiligheid en de prestaties tijdens het rijden te verbeteren
is uw auto uitgerust met de volgende systemen die automatisch
in werking treden als de omstandigheden daar om vragen. Houd
er echter rekening mee dat dit aanvullende systemen zijn en ver-
trouw niet in al te sterke mate op deze systemen.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 29 7 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
2994-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
4
Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
■Zowel TRC als VSC uitschakelen
Houd meer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de auto stilstaat om TRC en
VSC uit te schakelen.
Het controlelampje VSC OFF gaat branden en TRC OFF wordt op het multi-
informatiedisplay weergegeven.
*
Druk nogmaals op om de systemen weer in te schakelen.
*: Bij auto's met PCS (Pre-Crash Safe ty-systeem) worden ook het Pre-Crash
Brake Assist en het Pre-Crash Brake-systeem uitgeschakeld. ( Blz. 260)
■ Wanneer de melding wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
dat de TRC is uitgeschakeld, zelfs al is de schakelaar VSC OFF niet inge-
drukt
De TRC en Hill Start Assist Control kunnen niet worden bediend. Neem con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
■ Bijgeluiden en trillingen die ver oorzaakt worden door de ABS, Brake
Assist, TRC, VSC en Hill Start Assist Control
● Het is mogelijk dat u tijdens het starten van de motor of bij het wegrijden een
geluid in de motorruimte hoort wanneer het rempedaal herhaaldelijk wordt
ingetrapt. Dit duidt niet op een storing in een van deze systemen.
● De volgende verschijnselen kunnen zich voordoen als bovenstaande syste-
men in werking zijn. Geen van deze verschijnselen duidt op een storing.
• Er kunnen trillingen gevoeld worden in de carrosserie en de stuurinrich-
ting.
• Nadat de auto tot stilstand is gekomen, kan het geluid van een elektro-
motor hoorbaar zijn.
• Er kan een lichte trilling in het rempedaal voelbaar zijn als het antiblok- keersysteem geactiveerd is.
• Het rempedaal kan iets verder naar beneden bewegen als het antiblok- keersysteem geactiveerd is.
■ Geluid EPS
Wanneer het stuurwiel bediend wordt, kan het geluid van een elektromotor
(zoemend geluid) hoorbaar zijn. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
■ Automatisch opnieuw inschakelen van de TRC- en VSC-systemen
Als de TRC- en VSC-systemen zijn uitgeschakeld, worden deze automatisch
opnieuw ingeschakeld in de volgende situaties:
●Als het contact UIT wordt gezet.
● Als alleen het TRC-systeem wordt uitgeschakeld, wordt de TRC weer inge-
schakeld zodra de rijsnelheid toeneemt.
Als zowel het TRC- als het VSC-systeem is uitgeschakeld, worden deze niet
automatisch weer ingeschakeld als de rijsnelheid toeneemt.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 29 9 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
3014-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
4
Rijden
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
WAARSCHUWING
De volgende omstandigheden kunnen leiden tot een ongeval waarbij ernstig
letsel kan ontstaan.
■Het antiblokkeersysteem werkt niet effectief als
● De maximale grip van de banden overschreden wordt (bijvoorbeeld ver-
sleten banden op een weg die bedekt is met sneeuw).
● Er sprake is van aquaplaning bij hoge snelheid op een nat of glad wegdek.
■ De remweg met ABS in werking kan langer zijn dan onder normale
omstandigheden
Het ABS is niet ontworpen om de remweg van de auto te verkorten. Houd
altijd voldoende afstand tot uw voorligger, met name in de volgende geval-
len:
● Als wordt gereden op wegen met grind, zand en dergelijke, of op
besneeuwde wegen
● Als wordt gereden met sneeuwkettingen
● Als wordt gereden op slechte wegen
● Als wordt gereden over wegen met diepe gaten of andere grote oneffen-
heden
■ De Traction Control werkt niet effectief als
Het insturen van de juiste richting en het overbrengen van de aandrijfkracht
op de weg niet onder alle omstandigheden gerealiseerd kan worden, zelfs
niet als de TRC in werking is.
Rijd voorzichtig met de auto onder omstandigheden waarbij de stabiliteit en
de aandrijfkracht verloren kunnen gaan.
■ Hill Start Assist Control werkt niet effectief als
● Ga er niet vanuit dat de Hill Start Assist Control de auto altijd op zijn plaats
kan houden. De Hill Start Assist Control werkt niet altijd effectief op steile
hellingen en op met ijs bedekte wegen.
● In tegenstelling tot de parkeerrem is de Hill Start Assist Control niet
bedoeld om de auto gedurende langere tijd op zijn plaats te houden.
Gebruik de Hill Start Assist Control niet om de auto op een helling op zijn
plaats te houden omdat dat kan leiden tot een ongeval.
■ Als het Vehicle Stability Cont rol-systeem (VSC) geactiveerd is
Het controlelampje Traction Control knippert. Rijd altijd voorzichtig.
Roekeloos rijgedrag kan leiden tot ongevallen. Wees bijzonder voorzichtig
als het controlelampje knippert.
■ Als het TRC/VSC-systeem is uitgeschakeld
Wees zeer voorzichtig en pas uw snelheid aan de conditie van het wegdek
aan. Schakel de TRC en de VSC alleen in geval van nood uit, aangezien
deze systemen zorgdragen voor de voertuigstabiliteit en de aandrijfkracht.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 30 1 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
3024-6. Gebruik van de onder- steunende systemen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
WAARSCHUWING
■Vervangen van banden
Controleer of alle banden dezelfde maat hebben, van hetzelfde merk zijn en
hetzelfde profiel en draagvermogen hebben. Controleer verder of alle ban-
den de aanbevolen spanning hebben.
Het ABS-, TRC- en VSC-systeem werken niet goed als er verschillende
banden onder de auto gemonteerd zijn.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor
meer informatie over het vervangen van de wielen of banden.
■ Omgaan met banden en wielophanging
Probleem met de banden of wijzigingen aan de wielophanging hebben een
negatief effect op de ondersteunende systemen en kunnen een storing ver-
oorzaken.
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 30 2 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM
5218-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE)
8
Bij problemen
Waarschuwingslampje ABSGeeft aan dat er een storing is in:
• Het ABS; of
• Het Brake Assist-systeem
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje remsysteem (geel)
Geeft aan dat er een storing is in de elektrisch bedienbare
parkeerrem
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische
stuurbekrachtiging
Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachti-
ging.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje PCS (indien aanwezig)
Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en een zoemer
klinkt):
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het PCS-systeem
(Pre-Crash Safety-systeem).
Laat uw auto direct controleren door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer het waarschuwingslampje knippert (en er geen zoe-
mer klinkt):
Geeft aan dat het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) tijdelijk niet
beschikbaar is, mogelijk als gevolg van een van de onder-
staande zaken:
• Het deel van de voorruit rondom de sensor voor is vuil, besla- gen of bedekt door damp, ijs, stickers, e.d.
Verwijder het vuil, de damp, het ijs, de stickers, e.d.
( Blz. 253)
• De temperatuur van de sensor voor is buiten het werkingsbe-
reik
Wacht een tijdje totdat het gebied rondom de sensor voor
voldoende is afgekoeld.
Wanneer het waarschuwingslampje brandt:
Het VSC (Vehicle Stability Control-systeem) of het PCS (Pre-
Crash Safety-systeem) is uitgeschakeld of beide systemen zijn
uitgeschakeld.
Schakel zowel het VSC-systeem als het PCS in om het
PCS in te schakelen. ( Blz. 256, 299)
Waarschuwings
lampjeWaarschuwingslampje/details/handelingen
AVENSIS_OM_OM20C20E_(EE).book Page 52 1 Tuesday, March 3, 2015 4:14 PM