Rijden en bediening181● Geen bediening van het gaspe‐daal of snelheidsverhoging.
● Geen actieve stuurbeweging.
Wanneer de bestuurder deze hande‐
lingen verricht, waarschuwt het sys‐ teem niet.
Inschakelen
U activeert het Lane Departure War‐
ning-systeem door ) in te drukken.
De brandende led in de knop geeft
aan dat het systeem is ingeschakeld.
Wanneer controlelamp ) in de instru‐
mentengroep groen brandt, is het
systeem klaar voor gebruik.
Het systeem werkt alleen bij snelhe‐
den hoger dan 56 km/u en wanneer
wegbelijning aanwezig is.
Wanneer het systeem een onbe‐ doelde verandering van rijstrook her‐
kent, wordt controlelamp ) geel en
knippert deze. Tegelijkertijd hoort u
een geluidssignaal.
Uitschakelen
Het systeem wordt gedeactiveerd
door op ) te drukken, de led in de
toets gaat uit.
Bij snelheden lager dan 56 km/u
werkt het systeem niet.
Storing
Het Lane Departure Warning-sys‐ teem werkt mogelijkerwijs niet goed
wanneer:
● De voorruit niet schoon is.
● De omgevingsomstandigheden ongunstig zijn, bijv. harde regen,
sneeuw, direct zonlicht of scha‐
duwen.
Het systeem kan niet werken als het
geen rijstrookmarkering waarneemt.
270HHalogeenkoplampen .................203
Handbediende ruiten ...................30
Handgeschakelde modus ..........152
Handgeschakelde versnellingsbak ......................149
Handmatige dimfunctie ................29
Handmatige modus ...................147
Handrem ............................. 153, 154
Handschoenenkastje ...................57
Handzender ................................. 21
Hellingrem ................................. 155
Hoofdsteunen .............................. 35
Hoofdsteunverstelling ....................8
I
Inbouwposities kinderveilig‐ heidssystemen ......................... 52
Indicatie afstand tot voorligger ...164
Info-Displays ................................. 97
Inhouden ................................... 258
Inklapbare spiegels .....................29
Inleiding ......................................... 3
Instapverlichting ......................... 125
Instrumentengroep ......................84
Instrumentenverlichting .............211
Interieurverlichting ......................123
ISOFIX- kinderveiligheidssystemen ........55K
Katalysator ................................. 145Kentekenverlichting ...................210
Keuzehendel ..................... 146, 151
Kilometerteller .............................. 84
Kindersloten ................................. 25 Kinderveiligheids-systemen ..........50
Klimaatregeling ............................ 15
Klimaatregelsystemen ................127
Klok .............................................. 81
Koelvloeistof .............................. 198
Koelvloeistof en antivries ............244
Koelvloeistoftemperatuurmeter ...86
Koplampinstelling in het buitenland .............................. 119
Koplampverstelling ....................119
L
Laadsysteem ............................... 92
Lane Departure Warning ......93, 180
Leeslampen ............................... 125
Lekke band ................................. 230
Lichtschakelaar .......................... 117
Lichtsignaal ................................ 118
Luchtinlaat ................................. 136
M Meters........................................... 84
Mistachterlicht ...................... 96, 122
Mistlamp ...................................... 96
Mistlampen ................................ 206Mistlampen voor ........................122
Motorgegevens .......................... 251
Motor-ID...................................... 247
Motorkap .................................... 196
Motorolie .................... 197, 244, 248
Motoroliedruk ............................... 95
Motor starten ..................... 139, 150
Motorvermogen verminderd .........96
N Nieuwe auto inrijden ..................138
O Obstakeldetectiesystemen .........164
Olie, motor .......................... 244, 248
OnStar ........................................ 112
Ontlaadbeveiliging accu ............126
Opbergruimte................................ 57
Opbergruimten.............................. 57
Opbergruimte voor........................ 58
Opbergvakken .............................. 57
Opbergvak onder passagiersstoel 59
Opgeslagen instellingen ...............22
Overzicht instrumentenpaneel .....10
P Panne ......................................... 237
Parkeerhulp ............................... 164
Parkeerlichten ............................ 122
Parkeren .............................. 19, 143
Park pilot met ultrasoonsensoren 164