Tijdens het rijden
1622
Instellen van het Mazda Radar Cruise Control (MRCC) systeem
Instellen van de afstand tussen voertuigen tijdens volgafstandregeling
De afstand tussen voertuigen wordt korter ingesteld telkens wanneer de
schakelaar wordt ingedrukt. De afstand tussen voertuigen wordt langer ingesteld
door het indrukken van de schakelaar. De afstand-tussen-voertuigen kan ingesteld
worden op 4 niveaus; lang, midden, kort en extreem korte afstand.
Richtlijn voor
afstand-tussen-voertuigen
(bij een rijsnelheid van 80
km/h)
Multi-informatiedisplayLang
(ongeveer 50 m)Midden
(ongeveer 40 m)Kort
(ongeveer 30 m)Buitengewoon kort
(ongeveer 25 m)
Wijzig de ingestelde rijsnelheid
Wijzigen van de ingestelde rijsnelheid met behulp van de SET + / SET - schakelaar
Accelereren met behulp van het gaspedaal
Trap het gaspedaal in en druk de SET + of SET - schakelaar bij de gewenste snelheid
in en laat deze los. Als een schakelaar niet gebruikt kan worden, keert het systeem
terug naar de ingestelde snelheid wanneer u uw voet van het gaspedaal afhaalt.
Active Driving Display
Waarschuwing voor korte volgafstand
Als uw auto het voorliggende voertuig snel nadert omdat het
voertuig plotseling afremt terwijl u met volgafstandregeling
rijdt, wordt het waarschuwingsgeluid geactiveerd en wordt
de remwaarschuwing aangegeven in de display.
Controleer altijd de veiligheid van de omgeving en trap het
rempedaal in terwijl u een veiliger afstand ten opzichte van
het voorliggende voertuig aanhoudt. Houd ook altijd een
veiliger afstand aan ten opzichte van achteropkomende
voertuigen.
Druk op de SET+ schakelaar om snelheid te meerderen. Druk op de SET-
schakelaar om snelheid te minderen. De ingestelde rijsnelheid verandert als volgt
telkens wanneer de SET+/SET- schakelaar wordt ingedrukt.
Korte druk
Lange drukEuropese modellen1 km/h
Behalve Europese modellen
5 km/h
10 km/h
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
Multi-informatiedisplay
Active Driving Display
Tijdens het rijden
24
(Wit)
(Groen)
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
Rijstrookassistent (LAS) en rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)
Controleer dat het OFF indicatielampje van de rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) in de instrumentengroep uit is.
Wanneer het OFF indicatielampje van de rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) gaat branden, de schakelaar
indrukken en controleren dat het indicatielampje uit gaat.
• De rijsnelheid is ongeveer 60 km/h of hoger.
• De bestuurder bedient het stuurwiel.
Gebruik van het systeem
De indicatie (wit) van de rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) wordt weergegeven in de
multi-informatiedisplay en het systeem gaat over op standby.
Rijd met het systeem op standby naar het midden van de rijstrook. Wanneer aan
alle onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt de indicatie (groen) van de
rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS)
weergegeven in de multi-informatiedisplay en wordt het systeem bedrijfsklaar.
• Het systeem bespeurt witte (gele) rijstrookstrepen aan zowel de linker- als de
rechterzijde.
Overige situaties worden beschreven in de betreffende tekst.
Tijdens het rijden
Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)/Stadsverkeer-remassistent
[Vooruit] (SCBS F)/Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)
Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) (Behalve
Indonesië, Maleisië en Taiwan)
De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) is een systeem dat bestemd is schade in het
geval van een botsing te beperken door het in werking stellen van de rembesturing (SCBS rem)
wanneer de ultrasonische sensoren van het systeem een obstakel aan de achterzijde van het voertuig
bespeuren bij een rijsnelheid tussen ongeveer 2 tot 8 km/h en het systeem bepaalt dat een botsing
niet te vermijden is. Wanneer de bestuurder het rempedaal intrapt terwijl het systeem in het
werkingsbereik is bij een rijsnelheid van ongeveer 2 tot 8 km/h, worden de remmen als extra hulp
hard en snel aangetrokken. (Rembekrachtiging (SCBS rembekrachtiging))
Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)
De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) waarschuwt de bestuurder voor een
mogelijke botsing door middel van de display en een waarschuwingsgeluid wanneer de
vooruitrijcamera (FSC) een voorliggend voertuig of voetganger bespeurt en bepaalt dat een botsing
met het object onvermijdelijk is bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 80 km/h als het object een
voorliggend voertuig is en tussen ongeveer 10 tot 80 km/h als het object een voetganger is.
Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) (Indonesië, Maleisië en Taiwan)
Het systeem van de stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) waarschuwt de bestuurder voor
een mogelijke botsing door middel van een indicatie in de display en een waarschuwingsgeluid
wanneer bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 80 km/h de vooruitrijcamera (FSC) een voorliggend
voertuig bespeurt en bepaalt dat een botsing met het voorliggend voertuig onvermijdelijk is.
Bovendien beperkt het systeem in het geval van een botsing schade door het in werking stellen van
de rembesturing (SCBS rem) wanneer bij rijsnelheden tussen ongeveer 4 tot 30 km/h het systeem
bepaalt dat een botsing niet te vermijden is. Een botsing kan mogelijk ook vermeden worden als de
relatieve snelheid tussen uw auto en het voertuig vóór u minder is dan ongeveer 20 km/h.
• Het systeem is enkel bestemd om in het geval van een botsing schade te verminderen.
Wanneer u overmatig op het systeem vertrouwt en daardoor het gaspedaal of
rempedaal per ongeluk intrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken.
• (Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)) Vertrouw niet blindelings op het systeem:
WAARSCHUWING
De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) werkt in
reactie op een voorliggend voertuig of een voetganger. Het systeem werkt
niet in respons op obstakels zoals een muur, 2-wielers of dieren.
• (Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F))
De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) is een
systeem dat in werking treedt in reactie op een voorliggend voertuig. Het
is mogelijk dat het systeem 2-wielige voertuigen of voetgangers niet kan
bespeuren of hier niet op kan reageren.
25Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
Tijdens het rijden
26
OPMERKING
Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)
Geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS)/Stadsverkeer-remassistent
[Vooruit] (SCBS F)/Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)
• De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) is niet
uitgeschakeld. • Wanneer de motor draait.
Bij een rijsnelheid van ongeveer 4 tot 80 km/h.
Stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F)
De stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) functioneert onder de
volgende omstandigheden.
• Wanneer de motor draait.
• Het Smart Brake Support remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent
(SBS/SCBS) waarschuwingslampje (oranje) brandt niet. • “SCBS Niet beschikbaar” wordt niet aangegeven in de
multi-informatiedisplay. (met multi-informatiedisplay)
• (Waarschuwing kop-staartbotsing)
Stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R)
• De versnellingshendel (voertuig met handgeschakelde versnellingsbak) of
keuzehendel (voertuig met automatische transmissie) staat in de stand R
(achteruit).
• “Storing in SCBS achteruit” wordt niet aangegeven in de
multi-informatiedisplay.
• Bij een rijsnelheid van ongeveer 2 tot 8 km/h.
• De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) is niet uitgeschakeld.
• Het DSC systeem is niet defect. De geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS) functioneert
onder de volgende omstandigheden.
• Het stadsverkeer-remassistent (SCBS) waarschuwingslampje (oranje) brandt niet.
• (Object is voorliggend voertuig)
• (Object is een voetganger)
Bij een rijsnelheid van ongeveer 10 tot 80 km/h.
De rijsnelheid is tussen ongeveer 4 en 80 km/h.
• (Rembesturing (SCBS rem))
De rijsnelheid is tussen ongeveer 4 en 30 km/h.
• Het systeem van de stadsverkeer-remassistent [Vooruit] (SCBS F) is niet
uitgeschakeld.
De stadsverkeer-remassistent [Achteruit] (SCBS R) functioneert onder de
volgende omstandigheden.
• Wanneer de motor draait.
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
Tijdens het rijden
Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) waarschuwt de bestuurder voor
een mogelijke botsing door middel van een display en een waarschuwingsgeluid
als bij rijsnelheden van ongeveer 15 km/h of hoger de radarsensor (voor) en de
vooruitrijcamera (FSC) bepalen dat er kans is op een botsing met een voorliggend
voertuig. Bovendien, als de radarsensor (voor) en de vooruitrijcamera (FSC)
bepalen dat een botsing onvermijdelijk is, wordt de automatische remregeling
uitgevoerd om schade in het geval van een botsing te verminderen.
Vertrouw niet volledig op het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
en rijd altijd voorzichtig:
Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) is bestemd om in het geval van een
botsing schade te verminderen, niet om ongelukken te voorkomen. De mogelijkheid
voor het bespeuren van een obstakel is beperkt afhankelijk van het obstakel,
weersomstandigheden of verkeerssituaties. Als dus het gaspedaal of rempedaal per
ongeluk wordt ingetrapt, kan dit een ongeluk veroorzaken. Controleer altijd de
veiligheid van de omgeving en trap het rempedaal of gaspedaal in terwijl u een
veiliger afstand aanhoudt ten opzichte van voorliggende voertuigen of tegenliggers.
WAARSCHUWING
Wanneer de bestuurder het rempedaal intrapt, worden de remmen als extra hulp
hard en snel aangetrokken. (Rembekrachtiging (SBS rembekrachtiging)).
27Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
28
Tijdens het rijden
Multi-informatiedisplay
Active Driving Display
Als er de kans bestaat op een botsing met een
voorliggend voertuig of obstakel, klinkt er
onafgebroken een pieptoon en wordt een
waarschuwing aangegeven op de display.
Waarschuwing voor botsing
Het Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS) functioneert mogelijk niet
onder de volgende omstandigheden:
• Als u uw auto snel laat accelereren en dit een voorliggend voertuig dicht nadert.
Hoewel de objecten waardoor het systeem geactiveerd wordt vierwielige
voertuigen zijn, is het mogelijk dat de radarsensor (voor) de volgende objecten
bespeurt, bepaalt dat deze obstakels zijn en het Smart Brake Support
remhulpsysteem (SBS) activeert.
• Objecten op de weg bij de ingang van een bocht (zoals vangrails en sneeuwbanken).
• De auto met dezelfde snelheid rijdt als het voorliggende voertuig.
• Het gaspedaal ingetrapt wordt.
• Er verschijnt een voertuig in de tegengestelde rijstrook bij het rijden om
een hoek of het maken van een bocht.
• Bij het rijden over een smalle brug.
• Bij het inrijden van een ondergrondse parkeergarage.
• Metalen voorwerpen, oneffenheden of uitstekende voorwerpen op de weg.
OPMERKING
Smart Brake Support remhulpsysteem (SBS)
• Het rempedaal is ingedrukt.
• Het stuurwiel gedraaid wordt.
• De keuzehendel bediend wordt.
• De richtingaanwijzer gebruikt wordt.
• Wanneer het voorliggende voertuig niet uitgerust is met achterlichten of
de achterlichten niet branden.
• Wanneer waarschuwingen en berichten, zoals die voor een vuile voorruit,
verband houdend met de vooruitrijcamera (FSC) in de
multi-informatiedisplay worden getoond.
• Bij het rijden onder een lage poort of door een tunnel of smalle poort.
• Als u plotseling dicht bij een voorliggend voertuig komt.
• Bij het rijden op plaatsen waar hoog gras is of weiland.
• Tweewielige voertuigen zoals motorfietsen of fietsen.
• Voetgangers of niet-metalen objecten zoals bomen.
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ACTIVSENSE”.
30
Tijdens het rijden
i-ELOOP laaddisplay
Als er met de auto wordt gereden terwijl
“i-ELOOP- laad op” wordt getoond, klinkt er een
pieptoon. Let er op dat het bericht niet langer
getoond wordt alvorens te gaan rijden.
De regeneratiestatus van het i-ELOOP systeem wordt getoond op de middendisplay.
Indicatie op display
Bedrijfstoestanddisplay
Bedrijfstoestand
Toont het niveau van de elektriciteit die opgewekt
wordt door regeneratief remmen.
Toont de hoeveelheid elektriciteit die opgeslagen is in
de oplaadbare accu.
Toont de status van de elektriciteit die wordt
opgeslagen in de oplaadbare accu en die wordt
geleverd aan de elektrische apparatuur (op de display
wordt tegelijkertijd de gehele auto verlicht
weergegeven).
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 4, “i-ELOOP” of “Brandstofverbruikmonitor”.
32
Interieurvoorzieningen
Zie voor bijzonderheden Hoofdstuk 5, “Klimaatregelsysteem”.
Klimaatregelsysteem (Volautomatisch type)
Bediening van de automatische airconditioning
1. Druk op de AUTO schakelaar. De keuze van de luchtstroomfunctie, de
luchtinlaatkeuzeschakelaar en het volume van de luchtstroming wordt
automatisch geregeld.
2. Gebruik de temperatuurregelknop voor het kiezen van de gewenste temperatuur.
Druk op de OFF schakelaar om het systeem uit te schakelen.Druk de DUAL schakelaar in of draai de voorpassagierstemperatuurregelknop
voor het individueel regelen van de temperatuurinstelling voor de bestuurder en
voorpassagier.
Luchtstromingdisplay
Bestuurderstemperatuurregelknop
AUTO schakelaar
Functiekeuzeregelknop
Aanjagerregelschakelaar
OFF schakelaar
Voorruitontwasemingsschakelaar
Achterruitverwarmingsschakelaar
DUAL schakelaar A/C schakelaar
Functiekeuzedisplay
Temperatuurinstellingdisplay
(Bestuurderszijde)
Temperatuurinstellingdisplay (Passagierszijde)
Passagierstemperatuurregelknop
Luchtinlaatkeuzeschakelaar
(stand voor aanvoer van
buitenlucht)
Luchtinlaatkeuzeschakelaar
(stand voor recirculerende lucht)
Display van
airconditioningmodus