
beschikbaar, als aan de volgende voorwaarden
is voldaan:▷Gaspedaal en rempedaal worden niet be‐
diend.▷Keuzehendel in keuzehendelstand D.▷Motor en transmissie op bedrijfstempera‐
tuur.
De rijtoestand uitrollen kan via de schakelpad‐
dels worden beïnvloed.
Weergave Weergave op het instrumentenpaneel De markering in de efficiëntie‐
weergave onder de toerenteller
heeft een blauwe achtergrond
en staat op nul. De toerenteller
geeft ongeveer stationair toe‐
rental aan.
De weergave van het zeilpunt wordt tijdens het
uitrollen verlicht in het nulpunt.
Weergave op het instrumentendisplay De markering in de efficiëntie‐
weergave is blauw gemarkeerd
en bevindt zich op het nulpunt.
De weergave van het zeilpunt
wordt tijdens het uitrollen ver‐
licht in het nulpunt.
Weergaven op het Control Display
In het EfficientDynamics-venster wordt weer‐
gegeven als de uitrol-functie actief is.
Kleur blauw, pijl 1, en symbool, pijl 2: uitrollen.
EfficientDynamics-info weergeven1."Auto-info"2."EfficientDynamics"3. "EfficientDynamics Info"
Systeem handmatig deactiveren
De functie kan in het menu ECO PRO configu‐
reren, zie pagina 227, gedeactiveerd worden,
bijv. om de remwerking van de motor bij afda‐
lingen te gebruiken.
De instelling wordt voor het momenteel ge‐ bruikte profiel opgeslagen.
Seite 231Brandstof besparenRijtips231
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

Sluiten1.Tankdop aanbrengen en rechtsom vast‐
draaien tot duidelijk een klik hoorbaar is.2.Tankdopklep sluiten.
WAARSCHUWING
De bevestigingsband van de tankdop kan
bij het vastdraaien worden ingeklemd en plat‐
gedrukt. De dop kan dan niet correct worden
gesloten en er kunnen brandstofdamp of
brandstof ontsnappen. Er bestaat kans op let‐
sel of schade. Erop letten dat de bevestigings‐
band bij het sluiten van de dop niet word inge‐
klemd of platgedrukt.◀
Tankdopklep handmatig ontgrendelen Bijv. bij een elektrisch defect.
De ontgrendeling bevindt zich in de bagage‐
ruimte.
1.Afdekking van de rechter zijbekleding
openklappen.2.Aan de groene knop met het benzine‐
pompsymbool trekken. Tankdopklep wordt
ontgrendeld.3.Tankdopklep bij de achterste rand aanra‐
ken. Tankdopklep wordt geopend.
Bij het tanken op letten
ATTENTIE
Brandstoffen zijn giftig en agressief. Als
de brandstoftank te ver wordt gevuld, kan het
brandstofsysteem worden beschadigd. Bij
contact met gespoten oppervlakken kunnen
deze worden beschadigd. Schadelijk voor het
milieu. Er bestaat gevaar voor schade. Te ver
vullen vermijden.◀
Bij het tanken het vulpistool in de vulhals plaat‐
sen. Het optillen van het vulpistool tijdens het
tanken leidt tot:
▷Voortijdig afslaan.▷Verminderde terugvoer van brandstofdam‐
pen.
De brandstoftank is vol wanneer het vulpistool
voor de eerste keer afslaat.
De bij tankstations geldende veiligheidsregels
in acht nemen.
Seite 235TankenMobiliteit235
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

Wielen en bandenUitrusting van de autoIn dit hoofdstuk worden alle standaard, lands‐
pecifieke en speciale uitrustingen beschreven
die in de modelserie aangeboden worden. Er
worden daarom ook uitrustingen beschreven
die in een auto, bijv. vanwege de landspeci‐
fieke of gekozen speciale uitrusting niet be‐
schikbaar zijn. Dat geldt ook voor veiligheidsre‐
levante functies en systemen. Bij gebruik van
deze functies en systemen moeten de in het
land geldende voorschriften worden nage‐
leefd.
Bandenspanning Informatie over veiligheid
De conditie van de banden en de bandenspan‐
ning zijn van invloed op:▷Levensduur van de banden.▷Rijveiligheid.▷Rijcomfort.
Bandenspanning controleren
WAARSCHUWING
Een band met een geringe bandenspan‐
ning of spanningsverlies heeft een negatieve
invloed op de rijeigenschappen, bijv. het stuur-
en remgedrag. Er bestaat gevaar voor ongeval‐
len. De bandenspanning regelmatig controle‐
ren en zo nodig corrigeren: minstens tweemaal
per maand en voor een lange rit.◀
Bovendien bandenspanning van reservewiel in
bagageruimte regelmatig controleren en evt.
corrigeren.
Banden vertonen een natuurlijk, gelijkmatig
verlies van bandenspanning.
Banden worden warm tijdens het rijden en
door de stijgende bandtemperatuur stijgt ook
de bandenspanning. De gespecificeerde ban‐
denspanningen hebben betrekking op koude
banden of banden op omgevingstemperatuur.
Bandenspanning alleen met koude banden
controleren. D.w.z. na max. 2 km rijden of wan‐
neer de auto minstens 2 uur heeft stilgestaan.
Vulsystemen kunnen max. 0,1 bar te weinig
aangeven.
Bij indicatie bandenpech: na het op spanning
brengen van de band de indicatie van de ban‐
denpech opnieuw initialiseren.
Bij bandenspanningscontrole: na aanpassing
van de bandenspanning op een nieuwe waarde
een reset van de bandenspanningscontrole
uitvoeren.
Gegevens betreffende de
bandenspanning
De bandenspanningswaarden voor de door de
fabrikant voor het betreffende type auto als ge‐
schikt aangemerkte bandenmaten bevinden
zich op de portierstijl van het bestuurderspor‐
tier.
Als de snelheidsletter van de band niet te vin‐
den is, dan geldt de bandenspanning voor de
betreffende bandenmaat. De aangegeven
spanningswaarden gelden voor banden op
omgevingstemperatuur.
Seite 241Wielen en bandenMobiliteit241
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

SneeuwkettingenSneeuwkettingen met fijne schakels
De fabrikant van uw auto adviseert het gebruik
van sneeuwkettingen met fijne schakels. Be‐
paalde sneeuwkettingen met fijne schakels zijn
door de fabrikant van de auto getest en als ver‐
keersveilig en geschikt aangemerkt.
Informatie over geschikte sneeuwkettingen is
bij een Service Partner van de fabrikant of een
andere gekwalificeerde Service Partner of spe‐
cialist verkrijgbaar.
Gebruik
Het gebruik is uitsluitend paarsgewijs toege‐
staan op de achterwielen voor de volgende
wielmaten:▷255/50 R 19.
Aanwijzingen van de sneeuwkettingfabrikant in
acht nemen.
Controleer of de sneeuwkettingen altijd vol‐
doende aangespannen zijn. Zo nodig de snee‐
uwkettingen naspannen overeenkomstig de
opgaven van de fabrikant.
Met sneeuwkettingen de bandenpechwaar‐
schuwing niet initialiseren, omdat dit tot on‐
juiste weergaven kan leiden.
Met sneeuwkettingen de bandenspannings‐
controle niet initialiseren, omdat dit tot onjuiste
weergaven kan leiden.
Bij het rijden met sneeuwkettingen evt. de dy‐
namische tractiecontrole voor korte tijd active‐
ren.
Maximale snelheid met
sneeuwkettingen
Met sneeuwkettingen niet harder rijden dan
50 km/h.
Seite 248MobiliteitWielen en banden248
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

Overzicht
De vulbuis bevindt zich in de motorruimte, zie
pagina 249.
Olievulpijp openen1.Motorkap openen, zie pagina 2502.Olievulpijp linksom opendraaien.3.Motorolie bijvullen.
Na het bijvullen een uitvoerige meting, zie pa‐
gina 253, uitvoeren.
Soorten motorolie Aanwijzingen ATTENTIE
Olietoevoegingen kunnen de motor be‐
schadigen. Er bestaat gevaar voor schade.
Geen olietoevoegingen gebruiken.◀
ATTENTIE
Onjuiste motorolie kan tot storingen van
de motor leiden of deze beschadigen. Er be‐
staat gevaar voor schade. Bij het kiezen van de
motorolie erop letten dat de motorolie de juiste
viscositeitsklasse heeft.◀
De motoroliekwaliteit is bepalend voor de le‐
vensduur van de motor.
Sommige soorten motorolie zijn mogelijk niet
in alle landen verkrijgbaar.
ViscositeitsklassenBij het kiezen van een motorolie erop letten dat
de motorolie een van de viscositeitsklassen
SAE 0W-40, SAE 0W-30, SAE 5W-40, SAE
5W-30, 0W-20 of 5W-20 heeft.
De viscositeitsklassen 0W-20 en 5W-20 zijn
alleen geschikt voor bepaalde motoren.
Meer informatie over geschikte oliespecifica‐
ties en viscositeiten van motoroliën kan bij een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
worden opgevraagd.
Geschikte motoroliesoorten Voor het bijvullen motorolie met de volgende
motoroliespecificaties gebruiken:BenzinemotorBMW Longlife-01.BMW Longlife-01 FE.BMW Longlife-04.BMW Longlife-12 FE.BMW Longlife-14 FE+.
De oliespecificatie BMW Longlife-14 FE+ is al‐
leen geschikt voor bepaalde benzinemotoren.
DieselmotorBMW Longlife-04.BMW Longlife-12 FE.
De oliespecificatie BMW Longlife-12 FE is al‐
leen geschikt voor bepaalde dieselmotoren.
Meer informatie over geschikte oliespecifica‐
ties en viscositeiten van motoroliën kan bij een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
worden opgevraagd.
Alternatieve motoroliesoorten Indien geschikte motoroliesoorten niet ver‐
krijgbaar zijn, kan tot maximaal 1 liter motorolie
met de volgende oliespecificatie worden bijge‐
vuld:
Seite 254MobiliteitMotorolie254
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

mede tot een vroegtijdige verharding van het
lederoppervlak.
Om verkleuringen door bijv. kleding te vermij‐
den, leder ongeveer om de twee maanden rei‐
nigen en verzorgen.
Lichtgekleurd leder vaker reinigen omdat vuil
daarop duidelijker zichtbaar is.
Lederverzorgingsmiddel gebruiken, omdat vuil
en vet anders langzaam de beschermende laag
van het leder aantasten.
Geschikte verzorgingsmiddelen zijn bij een
Service Partner van de fabrikant of een andere
gekwalificeerde Service Partner of specialist
verkrijgbaar.
Bekledingsstofonderhoud Regelmatig met een stofzuiger afzuigen.
Bij sterke verontreinigingen, bijv. drankvlekken,
een zachte spons of een microvezeldoek met
geschikte interieurreiniger gebruiken.
Grote bekledingsvlakken tot aan de naden rei‐
nigen. Krachtig wrijven vermijden.
ATTENTIE
Geopende klittenbandsluitingen van kle‐
dingstukken kunnen de stoelbekleding be‐
schadigen. Er bestaat gevaar voor schade. Let
op dat alle klittenbandsluitingen gesloten
zijn.◀
Onderhoud van speciale delen
Lichtmetalen velgen
Bij reiniging van de auto alleen neutraal reini‐
gingsmiddel voor velgen met een pH-waarde
van 5 tot 9 gebruiken. Geen bijtende reini‐
gingsmiddelen of stoomreinigers boven 60 ℃
gebruiken. Aanwijzingen van de fabrikant in
acht nemen.
Agressieve, zuurhoudende of alkalische reini‐
gingsmiddelen kunnen de beschermlaag van
naburige onderdelen zoals bijv. remschijven
aantasten.Chroomachtige oppervlakken
Onderdelen zoals bijv. radiatorgrille of portier‐
grepen vooral bij contact met strooizout met
voldoende water en evt. shampoo zorgvuldig
reinigen.
Aluminium treeplank Vliegroest op de aluminium treeplanken kan
met een speciaal reinigingsmiddel verwijderd
worden.
Rubberdelen
Door milieu-invloeden kunnen bij rubberdelen
vervuiling van het oppervlak en verlies van
glans optreden. Voor het reinigen alleen water
en geschikte verzorgingsmiddelen gebruiken.
De fabrikant van uw auto adviseert originele
BMW verzorgingsproducten.
In het bijzonder zwaarbelaste rubberdelen re‐
gelmatig met onderhoudsmiddel voor rubber
behandelen. Voor het onderhoud van afdicht‐
rubbers geen siliconenhoudend onderhouds‐
middel gebruiken, om beschadigingen of wind‐
geruis te voorkomen.
Edelhouten delen Edelhouten panelen en van edelhout vervaar‐
digde delen mogen uitsluitend met een voch‐
tige doek worden gereinigd. Vervolgens met
een zachte doek drogen.
Kunststof onderdelen
Daartoe behoren:▷Oppervlakken van kunstleer.▷Dakhemel.▷Verlichtingsglas.▷Dekglas van het instrumentenpaneel.▷Matzwart gespoten delen.▷Gelakte delen in het interieur.
Gebruik voor de reiniging een microvezeldoek.
De doek evt. licht met water bevochtigen.
Dakhemel niet te nat maken.
Seite 277VerzorgingMobiliteit277
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

Autokrik 265
Autolak 276
Automatic Hold 74
Automatisch dimmen, zie Grootlichtassistent 110
Automatische achterklep 39
Automatische airco ach‐ terin 189
Automatische gewenste rij‐ snelheid met Stop & Go 154
Automatische luchtrecircula‐ tiefunctie AUC 187
Automatische start-stop- functie 71
Automatische verlichtingsre‐ geling 108
Automatische versnellings‐ bak, zie Steptronic versnel‐
lingsbak 80
Automatisch vergrende‐ len 45
Auto-onderhoud 276
AUTO-programma, aircondi‐ tioning 183, 186
AUTO-programma, intensi‐ teit 186
Autosleutel, zie Afstandsbe‐ diening 32
Autowasinstallaties 275
B Bagagedrager, zie Dakdra‐ ger 219
Bagageruimte 202
Bagageruimteafdekking 202
Bagageruimte, opbergvak‐ ken 209
Bagageruimte vergroten 203
Bandbeschadiging 242
Bandenafdichtmiddel 245
Banden, alles over wielen en banden 241
Banden met noodloopeigen‐ schappen 244
Bandenpech verhelpen 244 Bandenpechwaarschuwing
RPA 120
Bandenpech, waarschu‐ wingslampje 118, 121
Bandenprofiel 242
Bandenspanning 241
Bandenspanningbewaking, zie RPA 120
Bandenspanningscontrole RDC 117
Banden voor het gehele jaar, zie Winterbanden 243
Bedieningsorganen 12
Bedieningsprincipe iDrive 16
Beeldscherm, zie Control Dis‐ play 16
Begroetingsverlichting 108
Begroetingsverlichting bij ontgrendelen 36
Bekerhouder 208
Bekerhouder achterin 208
Bekerhouder voorin 208
Belangrijke zaken in de mo‐ torruimte 249
Benodigd onderhoud, Condi‐ tion Based Service
CBS 258
Benodigd onderhoud, weer‐ gave 96
Benzine 236
Benzinekwaliteit 236
Bergafrijhulp 149
Bergen, auto 278
Beschermingssysteem voor voetgangers, actief 116
Besturing, actieve bestu‐ ring 150
Bestuurdersassistentie, zie Intelligent Safety 123
Beveiliging, portieren en rui‐ ten 68
Beveiligingsfunctie, glazen dak 50
Beveiligingsfunctie, ruiten 47
Beveiliging tegen bevriezing, sproeiervloeistof 80 Bevestigingsbanden, bagage
vastzetten 219
Bevestigingsmateriaal, ba‐ gage vastzetten 219
Bevestigingsogen, bagage vastzetten 219
Bevestigingssignalen 44
Binnenspiegel, automatisch dimmend 61
Biodiesel 237
Blikjeshouder, zie Bekerhou‐ der 208
Blokkeerrem, zie Parkeer‐ rem 73
Blokkering, ruitbediening 48
BMW diensten, zie Handlei‐ ding over navigatie-, enter‐
tainment- en communicatie‐
systeem
BMW Diesel met BluePerfor‐ mance 237
BMW Driver's Guide app 6
BMW homepage 6
BMW internetpagina 6
BMW onderhoudssys‐ teem 258
Bochtlijnen, achteruitrijca‐ mera 172
Bochtverlichting 109
Bonusactieradius, ECO PRO 228
Boordcomputer 100
Boordgereedschap 260
Boordmonitor, zie Control Display 16
Botsingswaarschuwing met City-remfunctie 124
Botsingswaarschuwing met remfunctie 127
Bovenbeensteun 53
Brandstof 236
Brandstof besparen 225
Brandstofkwaliteit 236
Brandstofmeter 94
Brandstof, tankinhoud 287
Brandstofverbruiksmeter 96 Seite 291Alles van A tot ZOpzoeken291
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15

Dynamische stabiliteitscon‐trole DSC 147
Dynamische tractiecontrole DTC 148
E
ECO PRO 226
ECO PRO, anticipeer‐ hulp 229
ECO PRO, bonusactiera‐ dius 228
ECO PRO-tip 228
ECO PRO-weergaven 88
Edelhout, verzorging 277
Eenheden, maten 104
Een wasstraat binnenrij‐ den 275
Eerstehulpset 270
EfficientDynamics 229
EHBO-tas 270
Eigen veiligheid 7
Elektrische glazen dak 48
Elektrische ruitbediening 46
Elektronische weergaven, in‐ strumentenpaneel 86
Elektronisch stabiliteitspro‐ gramma ESP, zie DSC 147
Energieterugwinning 96
ESP elektronisch stabiliteits‐ programma, zie DSC 147
Externe start 271
F
File-assistent 161
Flessenhouder, zie Bekerhou‐ der 208
Foutmeldingen, zie "Check- Control" 90
Frontairbags 113
Frontlampen 262
Functiestoring, niveaurege‐ ling 151 G
Garantie 7
Gebruikte symbolen 6
Gedeeld scherm, split‐ screen 22
Gegevens, technische 282
Geheugen, stoel, spiegel, stuurkolom 59
Geïntegreerde gebruiksaan‐ wijzing in de auto 28
Geïntegreerde sleutel 32
Geïntegreerde universele af‐ standsbediening 195
Gemiddelde snelheid 101
Gemiddeld verbruik 101
Geparkeerde auto, condens‐ water 217
Gereedschap 260
Geschikte motoroliesoor‐ ten 254
Gevarendriehoek 270
Gewichten 283
Gladheid, zie buitentempera‐ tuurwaarschuwing 95
Glazen dak, elektrisch 48
Gloeilampen vervangen, zie Vervangen van lampen 261
Gordelherinnering voor be‐ stuurders- en passagiers‐
stoel 57
Gordelherinnering voor de achterbank 57
Gordels, veiligheidsgor‐ dels 55
Grootlicht 77
Grootlichtassistent 110
H
Handbediening, Steptronic versnellingsbak 82
Handmatige bediening, ach‐ teruitrijcamera 171
Handmatige bediening, bui‐ tenspiegel 60 Handmatige bediening, Park
Distance Control PDC 168
Handmatige bediening, par‐ keerrem 76
Handmatige bediening, por‐ tierslot 38
Handmatige bediening, tank‐ dopklep 235
Handmatige bediening, Top View 174
Handmatige luchthoeveel‐ heid 183, 187
Handmatige luchtverde‐ ling 184, 187
Handmatige snelheidsbe‐ grenzer 141
Handrem, zie Parkeerrem 73
Handzender, wisselende code 196
HDC Hill Descent Con‐ trol 149
Head-Up Display 104
Head-Up Display, verzor‐ ging 278
Heet uitlaatsysteem 215
Helderheid, van het Control Display 104
Hellingshoeksensor 46
Hill Descent Control HDC 149
Hoekverlichting 109
Homepage 6
Hoofdairbags 113
Hoofdsteunen 51
Hoofdsteunen, voorin 57
Hoogwater 216
Houder voor dranken 208
Hout, verzorging 277
HUD Head-Up Display 104
Hulp bij het wegrijden 146
Hulp bij pechgeval 269
I
IBA, geïntegreerde gebruiks‐ aanwijzing in de auto 28 Seite 293Alles van A tot ZOpzoeken293
Online Edition for Part no. 01 40 2 966 029 - X/15