
144VerlichtingLichtsignaal in combinatie met groot‐
lichtassistentie
Als u een lichtsignaal geeft door een
keer aan de richtingaanwijzerhendel te trekken, wordt de grootlichtassis‐
tentie niet gedeactiveerd wanneer het
grootlicht uit is.
Als u een lichtsignaal geeft door een
keer aan de richtingaanwijzerhendel te trekken, wordt de grootlichtassis‐
tentie gedeactiveerd wanneer het
grootlicht aan is.
Dynamische automatische
koplampverstelling
Om te voorkomen dat tegenliggers
worden verblind, worden de koplam‐
pen automatisch versteld op basis
van de hellingshoek, gemeten door
de voor- en achteras, de versnelling
of vertraging en de rijsnelheid.
Koplampen bij rijden in het
buitenland
3 140.Storing in led-koplampsysteem
Wanneer het systeem een storing in
het led-koplichtsysteem opmerkt, se‐
lecteert het een voorkeuze-instelling
om te voorkomen dat tegenliggers
worden verblind. U ziet een waar‐
schuwing op het Driver Information
Centre.
Alarmknipperlichten
Om in te schakelen ¨ indrukken.
De illustraties tonen verschillende
versies.
De alarmknipperlichten worden auto‐
matisch ingeschakeld wanneer de
airbags bij een ongeval in werking tre‐ den.

Verlichting147Draai aan het kartelwiel A en houd dit
vast totdat de gewenste lichtsterkte is bereikt.
Binnenverlichting
De voorste en achterste interieurver‐
lichting worden bij het in- en uitstap‐ pen vanzelf ingeschakeld en doven
met enige vertraging.
Let op
Bij een ongeval waarbij de airbags
geactiveerd worden gaat de vloer‐
verlichting automatisch aan.
Voorste interieurverlichtingBedien de wipschakelaar:w:automatisch in- en uit‐
schakelendruk op u:aandruk op v:uit
Achterste interieurverlichting
Brandt in combinatie met de voorste
interieurverlichting, afhankelijk van
de stand van de wipschakelaar.
Leeslampen
Werken door het indrukken van s en
t in de instapverlichting.
Verlichting zonneklep
Brandt wanneer u het klepje opent.

166Rijden en bedieningAuto's met Aan/Uit-knop
Handgeschakelde versnellingsbak:
koppelings- en rempedaal intrappen.
Automatische versnellingsbak: trap
het rempedaal in en zet de keuzehen‐
del op P of N.
Geautomatiseerde versnellingsbak:
rempedaal intrappen. Als het rempe‐
daal niet wordt ingetrapt, kan N op het
versnellingsbakdisplay gaan knippe‐
ren of kan er een bericht op het Driver
Information Center verschijnen.
Geen gas geven.
Druk op Engine Start/Stop en laat
deze weer los: een automatische re‐
geling bedient de startmotor met een
kort interval totdat de motor draait; zie automatische startmotorregeling.
Voordat u de motor weer start of uit‐
schakelt terwijl de auto stilstaat, drukt
u nog een keer kort op
Engine Start/Stop .
Handgeschakelde versnellingsbak: tijdens een Autostop kunt u de motor
starten door het koppelingspedaal in
te trappen 3 167.
Automatische versnellingsbak of ge‐
automatiseerde versnellingsbak: tij‐
dens een Autostop kunt u de motor starten door het rempedaal op te la‐
ten komen 3 167.
Uitschakelen in noodsituatie
tijdens het rijden
Als de motor tijdens het rijden in een
noodsituatie moet worden uitgescha‐
keld, drukt u langer dan
twee seconden op Engine Start/Stop
of drukt u tweemaal kort binnen
vijf seconden.9 Gevaar
Het uitschakelen van de motor tij‐
dens het rijden kan het verlies van vermogen voor de rem- of stuur‐bekrachtiging veroorzaken. Hulp-
en airbagsystemen zijn uitgescha‐
keld. De verlichting en remlichten
gaan uit. Schakel de motor en het
contact tijdens het rijden alleen uit indien dat in een noodgeval nood‐ zakelijk is.
De auto starten bij lage
temperaturen
Het is mogelijk om de motor zonder
bijkomende verwarming te starten tot
-25 °C voor dieselmotoren en -30 °C
voor benzinemotoren. Motorolie met
de juiste viscositeit, de juiste brand‐
stof, uitgevoerd onderhoud en een
voldoende opgeladen accu zijn ver‐ eist. Bij temperaturen onder -30 °C
moet de automatische versnellings‐
bak gedurende ca. vijf minuten wor‐
den verwarmd. De keuzehendel moet
in stand P staan.

Rijden en bediening171Bij auto's met een elektrische
handrem, trekt u minimaal
een seconde aan schakelaar
m tot het waarschuwings‐
lampje m constant brandt en
de elektrische handrem is inge‐ schakeld 3 113.
● Zet de motor af.
● Als de auto op een vlakke on‐ dergrond of een helling (om‐hoog) staat, schakel dan de
eerste versnelling in of zet de
keuzehendel in stand P, voor‐
dat u de contactsleutel verwij‐
dert of bij auto's met een aan/
uit-knop het contact af zet. Op
een oplopende helling boven‐
dien de voorwielen van de
stoeprand wegdraaien.
Als de auto op een vlakke on‐
dergrond of een helling (om‐ laag) staat, schakel dan de
achteruitversnelling in of zet de
keuzehendel in stand P, voor‐
dat u de contactsleutel verwij‐
dert of bij auto's met een aan/
uit-knop het contact af zet. Bo‐vendien de voorwielen naar de
stoeprand toedraaien.
● Sluit de ramen en het schuif‐ dak.
● Trek de sleutel uit het contact‐ slot of schakel bij auto's met
een aan/uit-knop het contact
uit. Stuurwiel verdraaien totdat
het stuurslot merkbaar ver‐
grendelt.
Bij auto's met automatische
versnellingsbak kan de sleutel
alleen worden verwijderd met de keuzehendel in stand P.
Voor auto's met geautomati‐
seerde versnellingsbak kan de
sleutel alleen uit het contactslot worden verwijderd wanneer dehandrem is aangetrokken.
● Vergrendel de auto.
● Diefstalalarmsysteem inschake‐ len.
● Koelventilatoren kunnen ook na het afzetten van de motor in wer‐
king treden 3 224.
Voorzichtig
Na een rit waarbij met hoge mo‐
tortoerentallen of met hoge motor‐
belasting werd gereden, de motor
vóór het afzetten gedurende een
korte tijd met lage belasting laten
draaien of gedurende ca.
30 seconden stationair laten
draaien om de turbolader te be‐
schermen.
Let op
Bij een ongeval waarbij airbags wor‐
den geactiveerd, wordt de motor au‐ tomatisch uitgeschakeld als de auto
binnen een bepaalde tijd tot stilstand
komt.
Noodfunctie bij extreem lage
temperaturen
9 Waarschuwing
Deze noodhandeling mag alleen
bij extreem lage temperaturen
worden uitgevoerd en als de auto
op een vlakke ondergrond staat.

Verzorging van de auto245Duw de schroevendraaier door de uit‐
sparing in de adapter. Verwijder de
afdekking door aan de schroeven‐
draaier te trekken.Nr.Stroomkring1–2Verwarming en ventilatie, venti‐
lator3Elektrisch bediende stoel
bestuurderskant4Aansteker, elektriciteitsaanslui‐
ting voor5–6Elektrisch bediende ruit, voor7ABS8Verwarmd stuurwiel9Carrosserieregelmodule10Elektrisch bediende ruit, achter11Zonnedak12Carrosserieregelmodule13Stoelverwarming (alleen bij
auto's zonder alarmclaxon)14Buitenspiegel15Carrosserieregelmodule16Carrosserieregelmodule17CarrosserieregelmoduleNr.Stroomkring18Carrosserieregelmodule19Datalinkconnector20Airbagsysteem21Verwarming en ventilatie22Centrale vergrendeling, achter‐
klep23Elektronisch sleutelsysteem24Geheugenfunctie elektrisch
bediende stoel25Airbagsysteem stuurwiel26Contactslot/stuurslot27Carrosserieregelmodule28USB-aansluiting29–30Keuzehendel31Achterruitwisser32Transmissieregelmodule33Diefstalalarmsysteem/alarmsi‐
rene

300TrefwoordenlijstAAan/Uit-knop ............................... 163
Aanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............273, 277
Aanduidingen op banden ..........249
Aanhangerstabilisatie ................220
Aanhanger trekken ....................216
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 223
Accu ........................................... 228
Achterlichten .............................. 233
Achterruitverwarming ................... 44
Achteruitkijkcamera ...................204
Achteruitrijlichten .......................146
Actieve noodrem......................... 193
Afmetingen auto ........................285
Afslagverlichting ......................... 140
Afstand tot voorligger .................114
Airbag deactiveren ....................... 65 Airbag-deactivering .................... 112
Airbag en gordelspanners .........112
Airbaglabel.................................... 61
Airbagsysteem ............................. 61
Airconditioning ........................... 151
Airconditioning regelmatig aanzetten ............................... 160
Alarmknipperlichten ...................144
Algemene informatie .................. 216
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 162Andere auto slepen ...................268
Antiblokkeersysteem .................181
Antiblokkeersysteem (ABS) .......114
Armsteun ................................ 55, 57
Armsteun met opbergruimte ........75
Asbakken ................................... 103
Autogegevens ............................ 277
Automatische dimfunctie .............42
Automatische verlichting ............ 139
Automatische versnellingsbak ...174
Automatisch vergrendelen ...........29
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 267
Auto stallen ................................. 223
Autostop ..................................... 167
B Bagageruimte ........................ 31, 76
Bagageruimte-afdekking .............82
Bandenreparatieset ...................257
Bandenspanning .......................250
Bandenspanningscontrolesys‐ teem ................................ 115, 251
Bandenspanningswaarden ........288
Batterijspanning .........................127
Bedieningsorganen ......................94
Bekerhouders .............................. 74
Bekleding .................................... 271
Beladingsinformatie .....................91
Beslagen lampglazen ................146

301Bestuurdersondersteuningssys‐temen ...................................... 187
Beveiliging van de auto ................36
Binnenspiegels ............................. 41
Binnenverlichting ...............147, 241
Blindehoeksysteem ....................203
Bolle vorm .................................... 40
Boordgereedschap .....................248
Boordinformatie .........................125
Brandstof .................................... 213
Brandstofmeter .......................... 109
Brandstofverbruik - CO 2-uitstoot. 215
Brandstof voor benzinemotoren 213
Brandstof voor dieselmotoren ...213
Buitenspiegels .............................. 40
Buitentemperatuur .......................98
Buitenverlichting .........................138
C Centrale vergrendeling ................24
Claxon ................................... 13, 95
Conformiteitsverklaring ...............292
Contactslotstanden ....................162
Controlelampen ..................107, 111
Controle over de auto ................162
Controles .................................... 224
Cruise control ....................116, 187
D Dagrijlicht ................................... 140
Dagteller .................................... 108Dak............................................... 45
Dakbelasting ................................. 91
Dakdrager .................................... 90
Diefstalalarmsysteem ..................37
Dieselbrandstofsysteem ontluchten .............................. 230
Dimlicht of grootlicht ...................138
Driepuntsgordel ........................... 59
Driver Information Center ...........117
E Elektriciteitsstekker .....................101
Elektrisch bediende ruiten ...........42
Elektrische aansluitingen ...........100
Elektrische handrem ...........113, 181
Elektrische handrem defect ........113
Elektrische stoelverstelling ..........52
Elektrische verstelling ..................40
Elektrisch systeem...................... 241
Elektronische rijprogramma's ...
........................................ 176, 180
Elektronische stabiliteitsregeling en Traction Control-systeem ...114
Elektronische stabiliteitsregeling (ESC) ...................................... 185
Elektronische stabiliteitsregeling UIT .............114
Elektronisch klimaatregelsysteem ..............153
Elektronisch sleutelsysteem .........22Erkenning van software ..............294
Event Data Recorders (EDR) .....298
F FlexOrganizer .............................. 85
Frontaal airbagsysteem ...............64
Frontaanrijdingswaarschuwing ...190
G Geautomatiseerde versnellingsbak .......................178
Gebruik van deze handleiding .......3
Geluidssignalen .........................126
Gereedschap ............................. 248
Geurverspreider.......................... 101
Gevaar, Waarschuwing en Voorzichtig ................................. 4
Gevarendriehoek .........................89
Gloeilamp vervangen ................231
Gordels ......................................... 58
Gordelverklikker ......................... 111
Gordijnairbagsysteem .................. 65
Grootlicht ........................... 116, 139
Grootlichtassistentie ...................116
H
Halogeenkoplampen .................231
Handbediende ruiten ...................42
Handgeschakelde modus ..........180
Handgeschakelde versnellingsbak ......................177

304Verlichting middenconsole ........148
Verlichtingsfuncties..................... 148
Verlichting zonneklep ................147
Versnellingsbak ........................... 16
Versnellingsbakdisplay ......174, 178
Verstelbare luchtroosters ........... 158
Vertraagde uitschakeling stroom 165
Verwarmde spiegels ....................41
Verwarmd stuurwiel .....................95
Verwarming ........................... 56, 58
Verwarmings- en ventilatiesysteem .................... 150
Verwerking van sloopauto .........224
Verzorging .................................. 269
Verzorging exterieur ..................269
Verzorging interieur ...................271
Vloerplaat bagageruimte .............84
Voertuiggewicht .........................284
Voertuigidentificatienummer ......275
Voertuigkrik................................. 248
Voordat u wegrijdt ........................ 17
Voorligger gedetecteerd .............117
Voorruit ......................................... 42
Voorstoelen .................................. 49
Voorverwarming ........................115
W
Waarschuwingslampen ..............107
Werkzaamheden uitvoeren .......224
Wieldoppen ................................ 256Wiel verwisselen ........................260
Winterbanden ............................ 249
Wis-/wasinstallatie .......................13
Wis-/wasinstallatie achterruit .......97
Wis-/wasinstallatie voorruit ..........95
Wisserblad vervangen ...............230
Z
Zekeringen ................................. 241
Zekeringenkast in bagageruimte 246
Zekeringenkast in motorruimte ..242
Zekeringenkast instrumentenpaneel ...............244
Zitplaatsen achterin ......................57
Zonnedak ..................................... 45
Zonnekleppen .............................. 44
Zijdelings airbagsysteem .............64
Zijmarkeringslichten.................... 138
Zijrichtingaanwijzers ..................239