Page 117 of 145

Cd-speler117Cd-spelerAlgemene aanwijzingen.............117
Gebruik ...................................... 118Algemene aanwijzingen
De cd-speler van het infotainment‐
systeem kan audio-cd's en mp3/
wma-cd's afspelen.
Belangrijke informatie over
audio- en mp3/wma-cd'sVoorzichtig
Plaats in geen geval dvd's, single- cd's met een diameter van 8 cm of
speciaal vormgegeven cd's in de
audiospeler.
Plak nooit stickers op uw cd's. De
cd's kunnen in de speler vast blij‐
ven zitten en deze ernstig bescha‐
digen. Een vervanging van uw toe‐ stel is dan noodzakelijk.
■ De volgende CD-formaten kunnen worden gebruikt:
CD-ROM Mode 1 en Mode 2
CD-ROM XA Mode 2, Form 1 en
Form 2
■ De volgende bestandsformaten kunnen worden gebruikt:
ISO9660 niveau 1, niveau 2 (Ro‐meo, Joliet)
Het is mogelijk dat MP3- en WMA-
bestanden die in een ander formaat
zijn geschreven dan hierboven ver‐ meld niet correct worden afge‐
speeld en dat hun bestands- en
mapnamen niet correct worden
weergegeven.
Let op
ISO 13346 wordt niet ondersteund.
Wellicht moet u bij het branden van
een audio-cd als voorbeeld met Win‐
dows 7 handmatig ISO 9660 selec‐
teren.
■ Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de audio-cd-
standaard, worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afge‐
speeld.
■ Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde
cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt vooral
voor zelfgebrande cd-r's en
cd-rw's. Zie hieronder.
Page 118 of 145

118Cd-speler
■Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's wor‐
den mogelijk niet correct of zelfs
helemaal niet afgespeeld. In derge‐
lijke gevallen is er dus niets mis met de apparatuur.
■ Bij Mixed-Mode-CD’s (waarop au‐ diotracks en gecomprimeerde be‐
standen, bijv. MP3 zijn opgeslagen)
kunnen audiotrackgedeelte en de
gecomprimeerde bestanden sepa‐
raat worden afgespeeld.
■ Zorg dat er bij het wisselen van cd's
geen vingerafdrukken op de cd's
komen.
■ Berg cd's onmiddellijk veilig op na het uitnemen uit de cd-speler om zetegen beschadiging en vuil te be‐
schermen.
■ Vuil en vloeistof op de cd's kunnen de lens van de cd-speler binnen in
het apparaat vies maken en storin‐
gen veroorzaken.
■ Bescherm cd's tegen warmte en di‐
rect zonlicht.
■ De volgende beperkingen zijn van toepassing op gegevens die op een
mp3/wma-cd zijn opgeslagen:Aantal tracks: max. 999
Aantal mappen: max. 255
Diepte mapstructuur: max.
64 niveaus (aanbevolen: max.
8 niveaus)
Aantal afspeellijsten: max. 15
Aantal songs per afspeellijst: max.
255
Toepasbare afspeellijstexten‐
sies: .m3u, .pls, .asx, .wpl
■ In dit hoofdstuk wordt alleen het af‐
spelen van mp3-bestanden behan‐ deld, omdat de werking voor mp3-
en wma-bestanden hetzelfde is.
Wanneer een cd met wma-bestan‐
den wordt geplaatst, worden mp3-
gerelateerde menu's weergege‐
ven.Gebruik
Afspelen van een cd starten
Druk op CD om het cd- of mp3-menu
te openen.
Als er zich een cd in de cd-speler be‐
vindt, wordt deze automatisch afge‐
speeld.
Afhankelijk van de data die op de au‐
dio- of mp3-cd is opgeslagen, ver‐
schijnt er op het display dienovereen‐ komstig informatie over de cd en de
actuele track.
Page 119 of 145

Cd-speler119
Cd plaatsenPlaats de CD met de bedrukte kant
naar boven in de CD-sleuf totdat de CD naar binnen wordt getrokken.
Let op
Bij het aanbrengen van een cd ver‐
schijnt er een cd-symbool op de bo‐
venste regel van het display.
Standaard paginaoverzicht
wijzigen
(alleen bij CD 300)
Tijdens het afspelen van een audio-
of mp3-cd: druk op de multifunctio‐
nele knop en selecteer Standaard‐
weergave cd-pagina of Standaard‐
weergave pagina mp3 .
Selecteer de gewenste optie.
Mapniveau wijzigen Druk op g of e om naar een hoger
of lager mapniveau te gaan.
Naar de volgende of vorige track
gaan Druk kort op s of u .Snel vooruit of achteruit
Houd s of u ingedrukt voor snel
vooruit of achteruit van de huidige
track.
Nummers selecteren met
behulp van het audio-cd- of
mp3-menu
Tijdens het afspelen van een
audio-cd
Druk op de multifunctionele knop om
het audio-cd-gerelateerde menu te
openen.
Alle nummers willekeurig afspelen:
stel Tracks shuffelen in op Aan.
Een nummer op een audio-cd selec‐
teren: selecteer Trackslijst en selec‐
teer vervolgens het gewenste num‐
mer.
Tijdens het afspelen van een mp3-cd
Druk op de multifunctionele knop om
het mp3-gerelateerde menu te ope‐ nen.
Alle nummers willekeurig afspelen:
stel Tracks shuffelen in op Aan.
Page 120 of 145
120Cd-speler
Een track uit een map of afspeellijst
selecteren: selecteer Playlists/
Mappen .
Selecteer een map of afspeellijst en selecteer vervolgens het gewenste
nummer.
Let op
Als een cd zowel audio- als
mp3-data bevat, kan de audiodata
worden geselecteerd via Playlists/
Mappen .
Voor het openen van een menu met
de extra opties voor het zoeken en
selecteren van tracks: selecteer
Zoeken . Welke opties beschikbaar
zijn, is afhankelijk van de op de MP3- CD opgeslagen gegevens.
Het doorzoeken van de mp3-cd kan
enkele minuten duren. Ondertussen
wordt de laatst ten gehore gebrachte
zender weergegeven.
Een cd verwijderen
Druk op d.
De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen.Als de cd na het uitwerpen niet wordt
verwijderd, wordt hij na enkele secon‐ den automatisch weer naar binnen
getrokken.
Page 121 of 145
AUX-ingang121AUX-ingangAlgemene aanwijzingen.............121
Gebruik ...................................... 121Algemene aanwijzingen
In de middenconsole bevindt zich een AUX-poort voor het aansluiten van
externe audiobronnen.
Het is mogelijk om bijvoorbeeld een
draagbare cd-speler met een 3,5mm-
stekker aan te sluiten op de AUX-
ingang.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden.
Gebruik
Druk één of meerdere malen op
AUX om de modus AUX te activeren.Een op de AUX-ingang aangesloten
audiobron kan alleen via de bedie‐
ningselementen van de desbetref‐
fende audiobron worden bediend.
Page 122 of 145

122USB-poortUSB-poortAlgemene aanwijzingen.............122
Opgeslagen audiobestanden
afspelen ..................................... 122Algemene aanwijzingen
In de middenconsole bevindt zich een USB-poort voor het aansluiten van
externe audiodatabronnen.
Apparaten die op de USB-poort zijn aangesloten, worden bediend via debedieningselementen en menu's van
het infotainmentsysteem.
Let op
Deze poort moet u altijd schoon- en
drooghouden.
Opmerkingen
De volgende apparaten kunnen op de USB-poort worden aangesloten:
■ iPod
■ Zune
■ PlaysForSure-apparaat (PFD)
■ USB-opslagapparaat
Let op
Niet alle modellen iPod, Zune, PFD
of USB-drive worden door het info‐
tainment-systeem ondersteund.Opgeslagen
audiobestanden afspelen
Druk één of meerdere malen op
AUX om de modus USB te activeren.
Het afspelen van audiogegevens die
op het USB-opslagapparaat zijn op‐
geslagen, is gestart.
De bediening van de via USB aange‐
sloten gegevensbronnen is in het al‐
gemeen hetzelfde als bij een audio
MP3 CD 3 118.
Op de volgende pagina's worden al‐
leen de afwijkende/aanvullende be‐
dieningsaspecten beschreven.
Page 125 of 145

Spraakherkenning125Telefoonregeling
Spraakherkenning activeren
Druk op w op het stuurwiel om de
spraakherkenning van de telefoon‐ portal in te schakelen. Voor de duur
van de dialoog wordt het geluid van
alle actieve audiobronnen onderdrukt en worden er geen verkeersmeldin‐
gen weergegeven.
Het volume van de stemoutput
instellen Draai aan de volumeknop van het In‐
fotainmentsysteem of druk op + of ―
op het stuurwiel.
Een dialoog annuleren
Er zijn diverse manieren om de
spraakherkenning uit te schakelen en de dialoog te annuleren:
■ Druk op het stuurwiel op x.
■ Zeg " Annuleren ".
■ Gedurende een bepaalde tijd geen commando's invoeren (zeggen).
■ Na het derde niet herkende com‐ mando.Bediening
Met behulp van de spraakherkenning
kunt u de mobiele telefoon handig
met uw stem bedienen. Het is vol‐
doende om de spraakherkenning te
activeren en het gewenste com‐
mando in te voeren (te zeggen). Na
het geven van het commando leidt het Infotainmentsysteem u door de
dialoog door de voor het uitvoeren
van de gewenste handeling beno‐
digde vragen te stellen en feedback
te geven.
Hoofdcommando'sNa het inschakelen van de spraak‐
herkenning geeft een korte toon aan
dat de spraakherkenning een com‐
mando verwacht.
Beschikbare hoofdcommando's: ■ " Kiezen "
■ " Bellen "
■ " Opnieuw kiezen "
■ " Opslaan "
■ " Verwijderen "
■ " Lijst "
■ " Koppelen "■ "Selecteer apparaat "
■ " Gesproken feedback "
Veelal beschikbare commando's ■ " Help ": de dialoog wordt afgesloten
en alle in de actuele functie be‐
schikbare commando's worden op‐
gesomd.
■ " Annuleren ": de spraakherkenning
is uitgeschakeld.
■ " Ja": afhankelijk van de context
wordt een geschikte actie onderno‐ men.
■ " Nee ": afhankelijk van de context
wordt een geschikte actie onderno‐ men.
Een telefoonnummer invoeren
Na het commando " Kiezen" vraagt de
spraakherkenning om het invoeren
van een nummer.
Het telefoonnummer moet met nor‐
male stem worden gesproken, zonder
kunstmatige pauzes tussen de afzon‐
derlijke cijfers.
De spraakherkenning werkt het best
als er tussen elke drie tot vijf cijfers
een pauze van minimaal een halve
Page 142 of 145

142TrefwoordenlijstAAfspelen van een cd starten .......118
Algemene aanwijzingen ............
.................. 90, 117, 121, 122, 130
Algemene informatie................... 124
Antidiefstalfunctie ........................91
Autostore-lijsten .......................... 108
B BACK-toets ................................... 99
Basisbediening ............................. 99
Bediening.................................... 136
Bluetooth .................................... 130
Bluetooth-verbinding ..................131
C
CD-speler activeren.................................. 118
belangrijke informatie ..............117
gebruik .................................... 118
CD-speler activeren ....................118
CD-speler gebruiken................... 118
D DAB ............................................ 114
DAB configureren .......................114
De AUX-ingang gebruiken ..........121
De radio gebruiken .....................107
De radio inschakelen ..................107De USB-poort gebruiken ............122
Digital Audio Broadcasting .........114
E
Enhanced Other Networks .........112
EON ............................................ 112
F
Favorietenlijst ............................. 108
Frequentiebereikmenu's .............109
Frequentiebereik selecteren .......107
G
Gebruik ................. 98, 107, 118, 121
Geluidsinstellingen .....................103
H Handsfree-modus .......................131
Het infotainmentsysteem gebruiken .................................. 98
Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen .............................. 98
I
Infotainmentsysteem automatische aanpassing vanhet volume............................... 105
maximaal opstartvolume .........105
tooninstellingen .......................103
volume voor verkeersberichten 105
volume: instellingen ................105