
Welkom
Symbolen
Waarschuwing:
dit symbool geeft waarschuwingen
weer die u absoluut dient te respecteren
omwille van uw veiligheid en die van
anderen en om schade aan uw auto te
voorkomen.
Informatie:
dit symbool vestigt uw aandacht op
aanvullende informatie die u helpt de
gebruiksmogelijkheden van uw auto
optimaal te benutten.
Bescherming van het
milieu:
dit symbool verschijnt bij adviezen met
betrekking tot de bescherming van het
milieu.
Ver wijz ing:
dit symbool ver wijst naar de bladzijde
waar meer informatie over de
desbetreffende functie is te vinden.
Wij danken u voor uw keuze voor de 4008.
Dit instructieboekje is ontwikkeld om u
in de gelegenheid te stellen onder alle
omstandigheden optimaal gebruik te maken
van de mogelijkheden van uw auto.
In het eerste deel van het boekje is de belangrijkste
informatie samengevat om u in korte tijd vertrouwd
te maken met de bediening van uw auto.
Ver volgens komen alle details van uw auto
op het gebied van comfort, veiligheid en
praktische informatie uitgebreid aan bod, zodat
u en uw passagiers maximaal van de auto
kunnen genieten.
Uw auto kan, afhankelijk van het
uitrustingsniveau en de specifieke kenmerken
voor het land waarvoor uw auto bestemd
is, slechts van een deel van de in dit boekje
vermelde uitrustingen zijn voorzien.

14
In één oogopslag
Comfortabel zitten
Buitenspiegels
A.
Selecteren van de te verstellen
buitenspiegel.
B.
Verstellen van de spiegel in vier richtingen.
C.
Inklappen/uitklappen.
Binnenspiegel
Handmatig verstellen
1.
Selecteren van de dagstand van de spiegel.
2.
Verstellen van de binnenspiegel.
Automatische binnenspiegel
A.
Lichtsterktesensor van de automatische
"dag-/nachtstand".
B.
Verstellen van de binnenspiegel.
1.
Vastmaken van de gesp.
2.
In hoogte verstellen.
Veiligheidsgordels vóór
87- 88
89
152

1
27
Controle tijdens het rijden
Controlelampje
brandt
Oorzaak
Acties / Opmerkingen
Laadstroom
accu
*
permanent. Er is een storing in het laadstroomcircuit
van de accu (vervuilde of losgeraakte
accuklemmen, aandrijfriem dynamo niet
correct gespannen of gebroken...). Het lampje moet bij het starten van de motor uitgaan.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats als dit niet het geval is.
Antiblokkeersysteem
(ABS)
permanent. Er is een storing in het
antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.
Rijd voorzichtig met lage snelheid en raadpleeg
zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Veiligheidsgordel
vóór losgemaakt/
niet vastgemaakt
permanent, en knippert
vervolgens in combinatie
met een geluidssignaal. De bestuurder heeft zijn
veiligheidsgordel losgemaakt of niet
vastgemaakt. Doe de gordel om en steek de gesp in de
gordelsluiting.
*
Volgens land van bestemming.
Airbags en
gordelspanners
tijdelijk. Als u het contact aanzet, gaat dit
lampje een paar seconden branden
en gaat ver volgens uit. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats als het lampje blijft
branden.
permanent. Er is een storing in een van de
airbags of de pyrotechnische
gordelspanners. Laat dit controleren door het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.

1
51
Controle tijdens het rijden
Als u de parameter "- - -" selecteert,
worden er in het geval van een melding
geen schermteksten weergegeven.
Als de accukabels worden losgenomen,
wordt het geheugen van de parameter
gewist en wordt automatisch de
standaardtaal ingesteld (ENGLISH).
)
druk op de knop INFO
om de talen elkaar
te laten opvolgen (Japans, English,
Deutsch, Français, Espanol, Italiano,
Russisch, "- - -" en RETURN),
)
druk op de knop INFO
en houd deze
gedurende enkele seconden ingedrukt om
uw selectie te bevestigen.
Ta a l k e u z e
(LANGUAGE)
In het menuscherm:
)
druk op de knop INFO
om "LANGUAGE"
te selecteren:
)
druk op de knop INFO
en houd deze
gedurende enkele seconden ingedrukt om
het scherm "LANGUAGE"
weer te geven:

58
Controle tijdens het rijden
Scherm van het Audio-/telematicasysteem met touchscreen
Algemene werking
Gebruik de toetsen links en rechts van het
scherm of raak met uw vingers de op het
scherm weergegeven knoppen aan om het
systeem te bedienen.
1.
PWR/VOL
: inschakelen/uitschakelen
van het audiosysteem, instellen van het
geluidsvolume.
2.
AUDIO
: weergeven van de laatst gebruikte
audiobron.
3.
SEEK TRACK
: veranderen van
geluidsbron, snel vooruit of achteruit
spoelen, automatisch zoeken van
radiofrequenties.
4.
MODE
: selecteren van een audiobron.
5.
OPEN
: toegang tot de CD-/DVD-speler.
6.
SETTINGS
: toegang tot de
systeeminstellingen.
7.
INFO
: toegang tot de informatie (kalender,
gesproken commando's enz.).
8.
NAVI MENU
: toegang tot de instellingen
van het navigatiesysteem.
9.
FOLDER / TUNE SOUND
: selecteren van
een map of zoeken van een radiozender.
10.
MAP
: op de kaart weergeven van de
huidige locatie van de auto.
11.
ZOOM
: in- of uitzoomen op de kaart.
12 .
Toegang tot de navigatieparameters en de
keuze voor de bestemming.
13.
Dag-/nachtstand. Dit scherm is verbonden met het Audio-/
telematicasysteem met touchscreen en kan de
volgende informatie weergeven:
- de tijd,
- de informatie met betrekking tot de
autoradio en het navigatiesysteem.
(Zie de rubriek "Audio en telematica").

152
Veiligheid
Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór
De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
spankrachtbegrenzer.
Deze systemen zorgen voor extra
bescherming van de bestuurder en passagier
bij frontale en zijdelingse aanrijdingen.
Bij een krachtige aanrijding zorgen de
pyrotechnische gordelspanners er voor dat de
veiligheidsgordels stevig tegen de lichamen
van de inzittenden worden getrokken.
De pyrotechnische gordelspanners zijn actief
zodra het contact wordt aangezet.
De spankrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt en bevordert
daarmee de veiligheid.
Omdoen
)
Trek aan de gordel en steek de gesp in de
gordelsluiting A
.
)
Controleer of de gordel goed is
vastgemaakt door even aan de riem te
trekken.
Losmaken
)
Druk op de rode knop van de gordelsluiting A
.
Hoogteverstelling
)
Druk op de knop B
en schuif de
gordelbevestiging C
naar beneden om het
bevestigingspunt lager te plaatsen.
)
Druk op de knop B
en schuif de
gordelbevestiging C
naar boven om het
bevestigingspunt hoger te plaatsen.

154
Veiligheid
Veiligheidsgordel middelste
zitplaats achter
De veiligheidsgordel van de middelste zitplaats
achter is in de hemelbekleding geïntegreerd.
Het is een driepuntsgordel met oprolautomaat.
Vast maken
)
Trek de gordel naar buiten en voer hem
door de gordelgeleider A
.
)
Trek aan de gordel en steek de gesp B
in
de gordelsluiting.
)
Steek de gesp C
in de rechter
gordelsluiting.
)
Controleer of elke gesp correct is
vergrendeld door aan de riem te trekken.
Losmaken en opbergen
)
Druk op de rode knop van de
gordelsluiting C
en ver volgens op die van
gordelsluiting B
.
)
Houd de gordel vast ter wijl deze zich oprolt
en voer de gordel door de gordelgeleider A
.
)
Berg de gesp C
op in de bovenste
opening D
en de gesp B
in de onderste
opening E
.
Veiligheidsgordels links- en
rechtsachter
De buitenste zitplaatsen achter zijn voorzien
van driepuntsgordels met oprolautomaat.
Gordel vastmaken
)
Trek aan de gordel en steek ver volgens de
gesp in de gordelsluiting.
)
Controleer of de gesp goed vergrendeld is
door even aan de riem te trekken.
Gordel losmaken
)
Druk op de rode knop van de
gordelsluiting.

155
6
Veiligheid
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder
te controleren of alle passagiers hun
veiligheidsgordel goed hebben omgedaan
en vastgemaakt.
Zorg er voor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al
betreft het een korte rit.
Draai de gespen van de veiligheidsgordels
niet om; de gordels zijn dan niet voldoende
effectief.
De veiligheidsgordels zijn voorzien van een
oprolautomaat die er voor zorgt dat de lengte
van de gordel automatisch wordt aangepast
aan de lichaamsbouw van de gebruiker. De
gordel wordt automatisch opgerold als deze
niet wordt gebruikt.
Controleer zowel voor en na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
De heupgordel moet zo laag mogelijk op het
bekken worden geplaatst.
De schoudergordel moet langs het holle
gedeelte van de schouder worden geplaatst.
De oprolautomaten zijn voorzien van
een automatische blokkeerinrichting die
in werking treedt bij een aanrijding, een
noodstop of het over de kop slaan van
de auto. U kunt de blokkeerinrichting
deblokkeren door stevig aan de riem te
trekken en deze weer los te laten, zodat de
riem weer een stukje wordt opgerold.
Voorschriften voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner
dan 1,50 m gebruik van een geschikt
kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer dan
één persoon gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens
het rijden. Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
- dient deze strak om het lichaam te worden
gedragen,
- moet deze in een vloeiende beweging naar
voren worden getrokken, zonder dat de
gordel gedraaid raakt,
- mag deze door niet meer dan één persoon
worden gedragen,
- mag deze geen beschadigingen of rafels
ver tonen,
- mag er om te voorkomen dat de gordel niet
goed werkt, niets aan worden gewijzigd.
Bij aanrijdingen
De gordelspanners kunnen, afhankelijk van
de aard en de kracht van de aanrijding
,
vóór en onafhankelijk van de airbags afgaan.
Het activeren van de gordelspanners gaat
gepaard met wat onschadelijke rook en een
knal, als gevolg van de activering van de
pyrotechnische lading die in het systeem is
geïntegreerd.
In alle gevallen gaat het verklikkerlampje van
de airbag branden.
Laat het systeem na een aanrijding
controleren en eventueel ver vangen door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Vanwege de wettelijke
veiligheidsvoorschriften moeten
werkzaamheden en controles aan de
veiligheidsgordels worden uitgevoerd
door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats, die tevens voor
de garantie zorgt en de werkzaamheden
volgens de voorschriften uitvoert.
Laat de veiligheidsgordels van uw auto
regelmatig controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats, vooral als de gordels
beschadigingen vertonen.
Reinig de veiligheidsgordels met zeepsop
of een reinigingsmiddel voor textiel,
verkrijgbaar bij het PEUGEOT-netwerk.
Controleer na het neerklappen of verstellen
van een stoel of de achterbank of de gordel
zich op de juiste plaats bevindt en goed is
opgerold.