
82
Rijden
Handbediende parkeerrem
Aantrekken
Trek de hefboom van de parkeerrem aan om uw auto stil te zetten.
Vrijzetten
Trek de hefboom van de parkeerrem licht omhoog, druk de ontgrendelknop in en duw de hefboom geheel omlaag.
parkeerrem nog (iets) is aangetrokken. Draai bij het parkeren van de auto op een helling de wielen vast tegen het trottoir, trek de parkeerrem aan, schakel een versnelling in en zet het contact uit.
Als tijdens het rijden dit verklikkerlampje en het verklikkerlampje STOP branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, geeft dit aan dat de

86
Rijden
Weergave op het instrumentenpaneel
Standen van de selectiehendel
N. Neutral (neutraalstand). R. Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5 . Versnellingen in de handgeschakelde stand. AUTO. Verschijnt bij de selectie van de automatische stand en verdwijnt weer als de handbediende stand wordt geselecteerd.
Selecteer de stand N .
Starten van de auto
De aanduiding N op het display knippert als u de motor probeert te starten zonder dat de selectiehendel in de stand N staat.
Trap het rempedaal in als dit pictogram knippert (bijv.: starten van de motor).
Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal. Geef bij het wegrijden op een helling geleidelijk gas ter wijl u de handrem
vrijzet.
Selecteer de eerste versnelling (stand Mof A ) of de achteruitversnelling (stand A ) of de achteruitversnelling (stand AR ). R ). R Zet de handrem vrij.
AUTO et 1 of R worden weergegeven op het instrumentenpaneel.
Stoppen - Wegrijden op een helling
Gebruik nooit het gaspedaal om de auto op een helling stil te laten staan, maar gebruik daarvoor de handrem.
Handbediende stand
AUTO verdwijnt en de ingeschakelde versnellingen verschijnen achtereenvolgend op het instrumentenpaneel.
Beweeg na het starten van de auto de selectiehendel in de stand M om de handbediende stand in te schakelen.
Het schakelen naar een andere versnelling is alleen mogelijk als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. Als de auto vrijwel geheel tot stilstand is gekomen, bijvoorbeeld voor een verkeerslicht, schakelt de versnellingsbak automatisch terug naar de eerste versnelling.
Tijdens het starten van de motor moet het rempedaal volledig worden ingetrapt.
Automatische stand
Selecteer vanuit de handbediende stand de stand A om terug te keren naar de automatische stand.
AUTO Op het instrumentenpaneel verschijnen de aanduidingen de ingeschakelde versnelling.
De versnellingsbak werkt dan automatisch, zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de volgende parameters: - optimaal brandstofverbruik, - de rijstijl, - het profiel van de weg, - de belading van de auto.
Laat het rempedaal geleidelijk los en geef gas.
Trap het rempedaal volledig in.
De aanduiding N wordt weergegeven op het instrumentenpaneel.
Start de motor.

87
4
Rijden
Auto-sequentiële stand
In de automatische stand kan de bestuurder altijd zelf ingrijpen door gebruik te maken van de flipper achter het stuur wiel. De flipper kan gebruikt worden in omstandigheden waarbij sneller terugschakelen gewenst is (naderen van een rotonde, verlaten van een parkeergarage met een steile helling, inhalen...). De versnellingsbak wordt dan in de desbetreffende versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. De aanduiding AUTO blijft op het display staan. Na enige tijd gaat de versnellingsbak weer over op de automatische stand.
Trap om krachtig te accelereren, bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre, het gaspedaal met kracht in, tot voorbij het zware punt.
Kruipfunctie * (rijden zonder
gas te geven)
Dankzij deze functionaliteit kan bij zeer lage snelheden (inparkeren, filerijden enz.) soepeler gereden worden. Als de motor stationair draait, de handrem is vrijgezet en de stand A , M of R is geselecteerd, gaat de auto langzaam rijden zodra u het rempedaal loslaat (zonder dat u het gaspedaal hoeft in te trappen). Uit veiligheidsover wegingen wordt deze functie uitsluitend geactiveerd als u het rempedaal tijdens het inschakelen van een versnelling vooruit of de achteruitversnelling intrapt. De functie wordt gedeactiveerd als het bestuurdersportier wordt geopend. Als het bestuurdersportier vervolgens wordt gesloten en het rempedaal of het gaspedaal wordt ingetrapt, wordt de functie weer geactiveerd.
Laat nooit kinderen onbewaakt in de auto achter als de motor draait.
De auto begint niet langzaam te rijden zonder het gaspedaal in te trappen als met draaiende motor de selectiehendel meer dan 2 seconden in de stand Nstaat en als het rempedaal niet wordt ingetrapt wanneer de stand A , M of Rwordt geselecteerd.
* Uitsluitend voor uitvoeringen met een benzinemotor.

88
Rijden
Zet de selectiehendel tijdens het rijden nooit in de stand N (neutraalstand). Zet de selectiehendel alleen in de stand R (achteruit) als de auto volledig stilstaat en het rempedaal is ingetrapt. Trek altijd de handrem aan om de auto volledig stil te zetten.
Storing
Als bij aangezet contact dit verklikkerlampje gaat branden en de aanduiding AUTO gaat knipperen in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display, duidt dit op een storing in de versnellingsbak. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u de selectiehendel in de stand N zetten om de neutraalstand te selecteren. Trek in dat geval altijd de handrem aan om de auto volledig stil te zetten. AUTO Op het - instrumentenpaneel verschijnen de aanduidingen en.
Selecteer de stand N .
Resetten
Nadat de accukabels los zijn geweest, moet de versnellingsbak gereset worden. Zet het contact aan.
Trap het rempedaal volledig in.
Wacht ongeveer 30 seconden tot op het instrumentenpaneel de aanduiding N of de ingeschakelde versnelling verschijnt.
Laat het rempedaal los.
De versnellingsbak werkt dan weer normaal.

90
Rijden
Bij het inschakelen van de achteruitversnelling klinkt een geluidssignaal.
De aanduiding N op het display knippert als u de motor probeert te starten zonder dat de selectiehendel in de stand N staat.
Trap om krachtig te accelereren (bijvoorbeeld voor een inhaalmanoeuvre) het gaspedaal met kracht in, tot voorbij het zware punt.
Weergave op het instrumentenpaneel Starten van de auto Automatische bediening
Standen van de selectiehendel
N. Neutral (neutraalstand). R. Reverse (achteruitversnelling). 1, 2, 3, 4, 5, 6. Versnellingen bij handmatig schakelen. AUTO. Gaat branden als u kiest voor automatische bediening en gaat uit als u kiest voor handmatige bediening.
Trap het rempedaal in als dit
verklikkerlampje knippert (bijv.: starten van de motor).
Selecteer de stand N .
Op het display van het instrumentenpaneel verschijnt de aanduiding N .
Selecteer de automatische bediening (stand A ), de handmatige bediening (stand A ), de handmatige bediening (stand AM ) of de achteruitversnelling (stand R ). R ). R Zet de handrem vrij.
Op het display van het instrumentenpaneel verschijnen de aanduidingen AUTO en 1 , 1 of R .
Start de auto en selecteer de stand A om voor de automatische bediening te kiezen.
Op het display van het instrumentenpaneel verschijnen de aanduiding AUTO en de ingeschakelde versnelling.
De versnellingsbak werkt dan automatisch, zonder dat u zelf hoeft te schakelen. De versnellingsbak kiest voortdurend de meest geschikte versnelling, afhankelijk van de volgende parameters: - de rijstijl, - het profiel van de weg. Als bij het starten het rempedaal niet (volledig) wordt ingetrapt, knippert op het instrumentenpaneel de aanduiding voet op het rempedaal in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel.
Neem uw voet van het rempedaal en geef gas.
Houd het rempedaal volledig ingetrapt. Start de motor.

91
4
Rijden
Als bij stapvoets rijden de achteruitversnelling wordt geselecteerd, wordt deze pas ingeschakeld als de auto volledig tot stilstand is gekomen. Op het display van het instrumentenpaneel wordt een pictogram weergegeven.
Handmatig schakelen Handmatig schakelen
Bij krachtig accelereren wordt de hoogste versnelling niet ingeschakeld als de bestuurders de flippers achter het stuurwiel niet bedient. Selecteer de neutraalstand N nooit tijdens het rijden. Selecteer de achteruitversnelling (stand R ) uitsluitend als de auto volledig R ) uitsluitend als de auto volledig Rstilstaat en de voet op het rempedaal
wordt gehouden.
Bij de automatische bediening blijft het altijd mogelijk om zelf te schakelen met behulp van de flippers achter het stuur wiel, bijvoorbeeld om even snel in te halen. Bedien de flippers "+" of "-" . De versnellingsbak wordt dan in de gevraagde versnelling geschakeld, als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. De
aanduiding AUTO blijft op het display staan. Als de flippers enige tijd niet meer gebruikt worden, gaat de versnellingsbak weer over op de automatische stand.
Zet na het starten de selectiehendel in de stand M om handmatig te schakelen. Beweeg de hendel in de richting van het symbool "+" om op te schakelen. Beweeg de hendel in de richting van het
symbool "-" om terug te schakelen.
De achtereenvolgend ingeschakelde versnellingen worden weergegeven op het display van het instrumentenpaneel.
Het schakelen naar een andere versnelling is alleen mogelijk als de snelheid van de auto en het motortoerental dit toestaan. Het is niet noodzakelijk om bij het schakelen het gaspedaal los te laten. Bij het remmen of het verminderen van de snelheid schakelt de versnellingsbak automatisch terug, zodat de juiste versnelling is geselecteerd op het moment dat u het gaspedaal weer intrapt.

92
Rijden
Stilzetten van de auto
Houd bij het starten van de motor altijd het rempedaal volledig ingetrapt. Trek bij het parkeren de handrem stevig aan om de auto volledig te blokkeren.
Voordat u de motor afzet, kunt u: - de selectiehendel in de stand N bewegen om de neutraalstand te selecteren, - een versnelling ingeschakeld laten. In dat geval kan de auto niet worden verplaatst. Trek in beide gevallen altijd de handrem aan om de auto volledig stil te zetten.
Selecteer wanneer u de auto met draaiende motor stilzet altijd de
neutraalstand N . Controleer voordat u werkzaamheden onder de motorkap uitvoert altijd of de selectiehendel in de neutraalstand Nstaat en de handrem is aangetrokken.
Storing
Als dit verklikkerlampje en AUTO bij het aanzetten van het contact gaan knipperen, in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display van het instrumentenpaneel, duidt dit op een storing in de versnellingsbak. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Kruipfunctie (rijden zonder
gas te geven)
Dankzij deze functionaliteit kan bij zeer lage snelheden (inparkeren, filerijden enz.) soepeler gereden worden. Als de motor stationair draait, de handrem is vrijgezet en de stand A , M of R is geselecteerd, gaat de auto langzaam rijden zodra u het rempedaal loslaat (zonder dat u het gaspedaal hoeft in te trappen). Uit veiligheidsover wegingen wordt deze functie uitsluitend geactiveerd als u het rempedaal tijdens het inschakelen van een versnelling vooruit of de achteruitversnelling intrapt. De functie wordt gedeactiveerd als het bestuurdersportier wordt geopend. Als het bestuurdersportier vervolgens wordt gesloten en het rempedaal of het gaspedaal wordt ingetrapt, wordt de functie weer geactiveerd.
De auto begint niet langzaam te rijden zonder het gaspedaal in te trappen als met draaiende motor de selectiehendel meer dan 2 seconden in de stand Nstaat en als het rempedaal niet wordt ingetrapt wanneer de stand A , M of Rwordt geselecteerd.
Laat nooit kinderen onbewaakt in de auto achter als de motor draait.

95
4
Rijden
Handmatig schakelen
Selecteer de stand M om sequentieel te schakelen tussen de vier versnellingen. Duw de selectiehendel naar het symbool +om één versnelling op te schakelen. Trek de selectiehendel naar het symbool - om - om -
één versnelling terug te schakelen. Het schakelen naar een andere versnelling kan alleen als de snelheid van de auto en het toerental van de motor dit toestaan, anders wordt er tijdelijk overgegaan op de automatische bediening.
Op het instrumentenpaneel verdwijnt de aanduiding D en verschijnen achtereenvolgens de ingeschakelde versnellingen.
Onjuiste waarde bij handmatige bediening
Dit symbool verschijnt als een versnelling niet goed is ingeschakeld (de selectiehendel bevindt zich tussen twee standen in).
Parkeren van de auto
Voordat u de motor afzet, kunt u de selectiehendel in de stand P of N bewegen om de neutraalstand te selecteren. Trek in beide gevallen de handrem aan om de auto stil te zetten.
Storing
Als bij aangezet contact dit verklikkerlampje gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een waarschuwingsmelding op het display, duidt dit op een storing in de versnellingsbak. In dit geval werkt de versnellingsbak met een noodprogramma en blijft de 3e versnelling ingeschakeld. U kunt dan een hevige schok voelen bij het selecteren van R vanuit de stand P , of P , of PR vanuit de stand N . Dit beschadigt de versnellingsbak niet. Rijd niet harder dan 100 km/h (afhankelijk van de geldende snelheidslimiet). Raadpleeg zo snel mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als het motortoerental te laag of te hoog is, knippert de geselecteerde versnelling enkele
seconden en vervolgens wordt de werkelijk ingeschakelde versnelling weergegeven. Er kan elk moment van de stand D (rijden in de automatische stand) naar de stand M (rijden in de handbediende stand) worden geschakeld. Als de auto stopt of langzaam rijdt, kiest de versnellingsbak automatisch de stand M1 . De programma's Sport en Sneeuw kunnen niet worden ingeschakeld in de handbediende stand.
De automatische versnellingsbak kan beschadigd raken: - als u gelijktijdig het gas- en het
rempedaal intrapt, - als u, wanneer de accu geen stroom levert, de selectiehendel geforceerd in de stand P of een andere stand zet. Als u langere tijd stilstaat met draaiende motor (files...), kunt u, om brandstof te besparen, de selectiehendel in de stand N zetten en de handrem aantrekken.
Als de selectiehendel niet in de stand P staat, verschijnt bij het openen van het bestuurdersportier of na ongeveer 45 seconden een waarschuwingsmelding op het display. Zet de selectiehendel in de stand P ; de melding verdwijnt.