
74Instrumenten en bedieningsorganenRemsysteem
R brandt rood.
Licht op als de handrem wordt gelost
en het remvloeistofpeil te laag is
3 129.9 Waarschuwing
Stoppen. De auto meteen stilzet‐
ten. De hulp van een werkplaats
inroepen.
Brandt bij een storing in de vacuüm‐ rembekrachtiger, bij het intrappen
voelt het rempedaal hard aan. Het
remsysteem blijft werken, maar de
bekrachtiging neemt af. Ook hebt u bij
het sturen wellicht aanzienlijk meer
kracht nodig.
Brandt nadat de ontsteking is inge‐
schakeld en de handrem is aange‐
trokken 3 111.
Slijtage van remblokken
F brandt geel.
De reblokken voor zijn versleten, on‐
middellijk hulp van een werkplaats in‐
roepen.
Antiblokkeersysteem
(ABS)
u brandt geel.
Brandt na het inschakelen van de ont‐ steking enkele seconden. Het sys‐
teem is na het doven van het contro‐
lelampje klaar voor gebruik.
Als de controlelamp na enkele secon‐ den niet dooft of als tijdens de rit gaat
branden, dan zit er een storing in het
ABS-systeem. Het remsysteem blijft
normaal werken, maar zonder ABS-
regeling.
Antiblokkeersysteem 3 111.
Opschakelen
[ of Ò brandt op het Driver Informa‐
tion Center 3 78 wanneer met het
oog op een zuiniger verbruik schake‐
len wordt aanbevolen.Hellingrem
Z brandt geel.
Brandt na het inschakelen van de ont‐
steking en dooft vlak na het starten
van de motor.
Als de controlelamp niet na een paar
seconden dooft of gaat branden tij‐
dens het rijden, is er een storing in de hellingrem. De hulp van een werk‐
plaats inroepen om de storing te laten verhelpen.
De controlelamp elektronisch stabili‐
teitsprogramma (ESP) x kan ook op‐
lichten 3 75 in combinatie met Z.
Afhankelijk van de modelvariant licht 9 als alternatief op als controlelampje
Z niet aanwezig is. Ook kan er een
waarschuwingsbericht op het Driver Information Center verschijnen
3 78.
Generieke waarschuwing 9 3 72.
Hellingrem 3 112.
Ultrasoonparkeerhulp
r brandt geel.

Rijden en bediening111Remmen
Het remsysteem omvat twee onaf‐
hankelijke remcircuits.
Wanneer een remcircuit uitvalt, kan
de auto nog met het andere circuit
worden afgeremd. De remvertraging
wordt echter alleen bereikt wanneer u het rempedaal stevig intrapt. Hiervoor
is aanzienlijk meer kracht nodig. De
remweg wordt langer. Alvorens de
reis te vervolgen, de hulp van een
werkplaats inroepen.
Bij uitgeschakelde motor verdwijnt de rembekrachtiging na het een- tot
tweemaal intrappen van het rempe‐
daal. De remwerking wordt hierdoor
niet verminderd, maar er is aanzienlijk
meer kracht nodig om het rempedaal
te bedienen. Vooral bij het slepen
hiermee rekening houden.
Controlelamp R 3 74.
Antiblokkeersysteem Het antiblokkeersysteem (ABS) voor‐
komt dat de wielen blokkeren.Zodra een wiel dreigt te blokkeren,
regelt het ABS de remdruk af op het
desbetreffende wiel. De auto blijft ook bij een noodstop bestuurbaar.
De ABS-regeling is merkbaar door
het tikken van het rempedaal en door regelgeluiden.
Voor optimale remwerking het rem‐
pedaal tijdens het hele remproces
volledig intrappen, ongeacht het tik‐
ken van het pedaal. De druk op het
rempedaal niet verminderen.
Voordat u wegrijdt, voert het systeem een zelftest uit die u misschien kunt
horen.
Controlelamp u 3 74.
Storing9 Waarschuwing
Bij een defect aan het ABS kunnen
de wielen bij krachtig remmen deneiging hebben te blokkeren. De
voordelen van het ABS vallen dan
weg. De auto is bij een noodstop mogelijk niet meer bestuurbaar en kan uitbreken.
Oorzaak van de storing onmiddellijk
door een werkplaats laten verhelpen.
Handrem Handbediende handrem
Handrem altijd zonder indrukken van
de ontgrendelingsknop stevig aan‐
trekken, op op- of aflopende hellingen
altijd zo stevig mogelijk.

Service en onderhoud159
Het systeem is af-fabriek afgevuld
met koelvloeistof voor optimale cor‐
rosiebescherming en vorstbescher‐
ming tot een temperatuur van ca.
-28 °C. In noordelijke landen met ex‐
treem lage temperaturen biedt de af- fabriek bijgevulde koelvloeistof vor‐
stbescherming tot ca. -37 °C. Deze
concentratie dient het gehele jaar in
stand te worden gehouden.
Extra koelvloeistofadditieven die be‐
doeld zijn om extra corrosiebesten‐
digheid te bieden of om kleine lekken te dichten kunnen functiestoringen
veroorzaken. Aansprakelijkheid voor
eventuele gevolgen van het gebruik
van extra koelvloeistofadditieven wordt niet aanvaard.
Rem- en koppelingsvloeistof Alleen goedgekeurde heavy duty-
remvloeistof DOT 4+ voor de auto ge‐ bruiken. De hulp van een werkplaats
inroepen.
Remvloeistof absorbeert na verloop
van tijd vocht waardoor de remmen
minder efficiënt werken. De remvloei‐
stof moet daarom na het aangegeven interval worden ververst.Remvloeistof moet worden opgesla‐
gen in een afgesloten verpakking om
absorptie van vocht tegen te gaan.
Verontreiniging van de remvloeistof
voorkomen.

178TrefwoordenlijstAAanbevolen vloeistoffen en smeermiddelen ..............158, 161
Aanduidingen op banden ..........142
Aanhangerkoppeling ..................122
Aanhanger trekken ....................122
Aansteker .................................... 66
Accessoires en modificaties van auto ........................................ 124
Accu ........................................... 129
Achterdeuren ............................... 23
Achterklep..................................... 24
Achterlichten .............................. 133
Achterruitverwarming ................... 31
Achterste zijruiten ........................30
Achteruitrijlichten .........................91
Afmetingen auto ........................170
Afstand tot volgende onderhoudsbeurt .......................78
Airbag activeren............................ 78 Airbag deactiveren ................46, 78
Airbag-deactivering ...................... 73
Airbag en gordelspanners ...........73
Airbagsysteem ............................. 41
Airconditioning ............................. 95
Airconditioning regelmatig aanzetten ................................. 99
Akoestische geluidssignalen ........84
Alarmknipperlichten .....................89Algemene informatie .................. 122
Algemene richtlijnen voor het rijden ....................................... 100
Andere auto slepen ...................153
Antiblokkeersysteem .................111
Antiblokkeersysteem (ABS) .........74
Anti-slipregelaar (ASR) ...............112
Armsteun ...................................... 35
Asbakken ..................................... 67
ASR (anti-slipregelaar) ...............112
Autoclose ...................................... 78
Autogegevens ............................ 161
Autokrik....................................... 141 Automatisch blokkering brandstof ........................... 85, 102
Automatisch vergrendelen ............78
Auto ontgrendelen .........................6
Auto slepen ................................ 152
Auto stallen ................................. 124
B Bagageruimte ........................ 24, 55
Bagageruimte-afdekking .............56
Bagageruimteverlichting ...............93
Bandenreparatieset ...................144
Bandenspanning .......................142
Bandenspanningswaarden ........172
Bedieningsorganen ......................61
Bekerhouders .............................. 54
Bekleding .................................... 155