Page 556 of 585

611
Wat te doen in een noodgeval
Controlelampje storing
TPMS (controlesysteem
lage bandenspanning)
Het controlelampje storing TPMS
gaat branden nadat het ongeveer 1
minuut heeft geknipperd wanneer er
een probleem is met het controle
-
systeem lage bandenspanning (TPMS).
We raden u aan het systeem door
een officiële HYUNDAI-dealer na te
laten kijken om het probleem te laten
vaststellen.
✽✽ AANWIJZING
In het geval van een storing in het TPMS is het mogelijk dat hetwaarschuwingslampje positie lagebandenspanning niet gaat branden,ook al is de spanning van een bandte laag.
Een wiel wisselen met TPMS
Bij een lekke band gaan de
waarschuwingslampjes lagebandenspanning en positie lage
bandenspanning branden. We radenu aan het systeem door een officiële
HYUNDAI-dealer na te laten kijken.
Ieder wiel is uitgerust met een bandenspanningssensor achter het
ventiel in het wiel. Gebruik wielen die
speciaal geschikt zijn voor TPMS. Wij
raden u aan uw banden door een
officiële HYUNDAI-dealer te laten
nakijken.
WAARSCHUWING - Schade
door lage bandenspanning
Een te lage bandenspanning
zorgt ervoor dat de auto
instabiel wordt en kan ervoor
zorgen dat u de controle overde auto verliest en dat de
remweg wordt verlengd. Doorrijden op banden met een
te lage spanning heeft
oververhitte en defecte banden
tot gevolg.
OPMERKING
We raden u aan door HYUNDAI goedgekeurd bandenreparatie
-
middel te gebruiken.
Het bandenreparatiemiddel opde bandenspanningsensor enhet wiel moet grondig wordenverwijderd wanneer u de band door een nieuw exemplaarvervangt.
Page 557 of 585

Wat te doen in een noodgeval
12
6
Wanneer u ongeveer 10 minuten rijdt met een snelheid hoger dan 25 km/h
na het vervangen van de lekke band
door het reservewiel, doet zich het
volgende voor:
Het controlelampje storing TPMS
knippert gedurende ca. 1 minuut
en blijft daarna branden omdat deTPMS-sensor niet op het
reservewiel is gemonteerd.
(reservewiel met sensor niet inauto)
Het controlelampje storing TPMS blijft continu branden tijdens het
rijden omdat de TPMS-sensor niet
op het reservewiel is gemonteerd.
(reservewiel met sensor in auto) Mogelijk kunt u de bandenspanningniet beoordelen door alleen naar de
banden te kijken. Gebruik altijd een
bandenspanningsmeter van een
goede kwaliteit om de banden
-
spanning te meten. Een band die
warm is (door het rijden), heeft eenhogere bandenspanning dan een
band die koud is (doordat dezegedurende ten minste 3 uur heeftstilgestaan of niet meer dan 1,6 km
heeft gereden gedurende deze
periode).
Laat de band afkoelen alvorens de
bandenspanning te meten. Zorg er
altijd voor dat de band koud is
alvorens deze op de aanbevolen
spanning te brengen. Een koudeband houdt in dat de auto gedurende3 uur heeft stilgestaan of niet meerdan 1,6 km heeft gereden gedurende
deze periode.
OPMERKING
We raden u aan door HYUNDAI
goedgekeurd bandenreparatie
-
middel te gebruiken indien uwauto is uitgerust met hetcontrolesysteem voor lage bandenspanning (TPMS). Hetvloeibare bandenreparatie
-
middel kan de bandenspanning-
sensoren beschadigen.
WAARSCHUWING- TPMS
Het TPMS waarschuwt niet
voor ernstige en plotselinge
schade aan de banden
veroorzaakt door externe
factoren, zoals spijkers en
dergelijke.
Als de auto instabiel aanvoelt, haal dan onmiddellijk uw voet
van het gaspedaal, trap het
rempedaal licht in en breng
uw auto op een veilige plaatstot stilstand.
Page 572 of 585

627
Wat te doen in een noodgeval
9.Schakel de compressor uit.
10. Verwijder de vulslang van de flesdichtmiddel en het ventiel van de band.
Plaats het TMK terug in het
opbergvak in de auto. Het dichtmiddel verdelen
11. Rijd onmiddellijk ongeveer 7 - 10
km (of ongeveer 10 minuten) met
de auto, zodat hetafdichtingsmiddel gelijkmatig in
de band wordt verdeeld.
OPMERKING -
Bandenspanning
Rijd niet met de auto wanneer
de bandenspanning lager is dan29 PSI (200 kpa). Hierdoor kan de bandenspanning plotselingwegvallen, waardoor eenongeval zou kunnen ontstaan.
WAARSCHUWING -
Koolmonoxide
Koolmonoxidevergiftiging en
verstikking kunnen het gevolgzijn als de motor draait in een
niet- of onvoldoende
geventileerde ruimte.
OPMERKING
Rijd niet harder dan 60 km/h. Rijd indien mogelijk nietlangzamer dan 20 km/h.
Als u tijdens het rijdenongewone trillingen opmerkt, een abnormaal rijgedrag ervaartof bijgeluiden hoort, verlaagdan uw snelheid en rijdvoorzichtig verder totdat u de auto op een veilige plaats totstilstand kunt brengen. Roep indat geval hulp in. Wanneer u de bandenreparatieset gebruiktkunnen debandenspanningssensoren en velgen door hetafdichtingsmiddel beschadigdraken. Verwijder afdichtingsmiddel van debandenspanningssensoren envan de velg. Wij raden u aan de band te laten controleren dooreen officiële HYUNDAI-dealer.
Page 575 of 585

Wat te doen in een noodgeval
30
6
Wat te doen in een noodgeval
Wat te doen in een noodgeval
SLEPEN
Slepen
Laat de auto bij voorkeur wegslepen door
een officiële HYUNDAI Erkend
Reparateur of een erkend
bergingsbedrijf. De juiste procedures
voor het slepen zijn noodzakelijk ombeschadigingen aan uw auto te
voorkomen. Wij bevelen het gebruik vandollies aan.
Zie hoofdstuk 5 "Trekken van een aanhanger" voor meer informatie overhet rijden met een aanhanger.
Auto's met vierwielaandrijving moeten
gesleept of vervoerd worden met alle vier
wielen van de grond. Dit kan met behulp
van een bril en dollies of met behulp van
een auto-ambulance. Auto's met tweewielaandrijving mogen
gesleept worden met de achterwielen op
de grond (zonder dollies) en de
voorwielen van de grond.
Als een van de aangedreven wielen of de
wielophanging voor beschadigd is of als
de auto wordt gesleept met de
voorwielen van de grond, plaats dan een
dolly onder de voorwielen.
Als er geen dollies worden gebruikt,
moet de auto worden gesleept met de
voorwielen van de grond.
OXM069028
wielplatform
wielplatform
OPMERKING
4WD-auto's mogen niet worden
gesleept met de wielen op degrond. Dit kan de transmissie en het4WD-systeem ernstig beschadigen.
WAARSCHUWING -
indien uitgerust met
koprolsensor
Zet het contact in de stand OFF
of ACC wanneer de auto gesleept
wordt als de auto voorzien is van
zij- en gordijnairbags.
De zij- en gordijnairbags kunnen
worden geactiveerd wanneer hetcontact in de stand ON staat en
de koprolsensor de situatie
interpreteert als over de kopslaan.