
Onderhoud
52
7
Band compact reservewiel vervangen (indien van toepassing)
De levensduur van de band van een
compact reservewiel is korter dan
die van een conventionele band.
Vervang de band van het compacte
reservewiel als de slijtage-
indicatoren zichtbaar zijn. De nieuwe
band voor het compacte reservewiel
moet dezelfde maat hebben en van
hetzelfde type zijn als de
oorspronkelijke band, en dient op de
velg van het originele compacte
reservewiel te worden geplaatst. De
band voor het compacte reservewiel
is niet ontworpen voor normale
velgen, en de velg van het compacte
reservewiel is niet ontworpen voor
normale banden. Velgen vervangen Als u om de een of andere reden de
velgen wilt vervangen, dient u erop
te letten dat de nieuwe velgen
gelijkwaardig zijn aan de originele
velgen voor wat betreft diameter,
velgbreedte en offset (wielbolling).
WAARSCHUWING
Een velg van de verkeerde maat
heeft een negatieve invloed op
de levensduur van de velg en
van het wiellager, de remweg,
de rijeigenschappen, de
grondspeling, de ruimte tussen
de band en de carrosserie, de
ruimte bij het gebruik van
sneeuwkettingen, de kalibratie
van de snelheidsmeter of
kilometerteller, de
koplampafstelling en de
bumperhoogte.
(Vervolg)
Het is het beste om alle vier de banden gelijktijdig te
vervangen. Vervang als dit niet
mogelijk of nodig is alleen de
twee voor- of achterbanden.
De rijeigenschappen van de
auto kunnen ernstig beïnvloed
worden wanneer slechts één
band wordt vervangen.
Het ABS vergelijkt de snelheidvan de wielen. De bandenmaat
heeft invloed op de snelheid
van de wielen. Zorg er bij het
vervangen van de banden
voor dat ze dezelfde maathebben als de originele
banden. Wanneer banden van
een ander formaat worden
gebruikt, werken het ABS
(antiblokkeersysteem) en het
ESC (voertuigstabiliteitsregeling)
(indien van toepassing)
mogelijk niet goed meer.

769
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterktezekeringBeveiligd onderdeel
MULTI-
ZEKERING
MDPS80AMDPS-unit
B+260AIntelligent verbindingsblok (IPS 1 (4CH), IPS 2 (1CH), IPS 5 (1CH),
zekering - F31/F36/F41/F45)
BLOWER40ARelais 4 (aanjagerrelais)
RR HTD40ARelais 12 (relais achterruitverwarming)
ABS140AABS-module, ESP-module, multifunctionele servicestekker
ABS240AABS-module, ESP-module
C/FAN60ABehalve Europa - relais 6 (relais koelventilator (lage snelheid)),
relais 10 (relais koelventilator (hoge snelheid))
B+360AIntelligent verbindingsblok
(zekering - F4/F5/F10/F21/F26, automatische lekstroomonderbreking)
ZEKERING
B+450AIntelligent verbindingsblok
(IPS 3 (4CH), IPS 4 (2CH), IPS 6 (2CH), zekering - F35/F38/F40/F44)
EMS40AEMS-kast
C/FAN50ABehalve Europa - relais 6 (relais koelventilator (lage snelheid)),
relais 10 (relais koelventilator (hoge snelheid))
IG140AContactslot (zonder Smart Key), relais 7/8 (relais ACC/IG1, met Smart Key)
IG240AContactslot (zonder Smart Key), relais 2 (startrelais)/relais 9 (relais IG2)
TRAILER30AAanhangerverlichting & 12V-aansluiting

771
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterktezekeringBeveiligd onderdeel
ZEKERING
TRAILER 115AAanhangerverlichting & 12V-aansluiting
WIPER10ABCM, PCM/motor-ECU
WIPER FRT25ARelais 5 (relais ruitenwissers voor (lage snelheid)),
ruitenwissermotor voor
B/UP LAMP10A
MT - schakelaar achteruitrijlicht,
AT - achterlichtunit (binnenzijde) links/rechts, elektrochromatische
binnenspiegel, aanhangerverlichting & 12V-aansluiting,
hoofdunit A/V- en navigatiesysteem
ABS37.5AABS-module, ESP-module
SENSOR57.5APCM/motor-ECU, MAF-sensor
TCU15ATransmissie-ECU (diesel), transmissiestandschakelaar
F/PUMP15ABrandstofpomprelais
ECU115AG4KE/G4KJ/G6DF: PCM
D4HA/D4HB (VGT Regular Engine-pakket): transmissie-ECU (AT)
ECU210AD4HA/D4HB : Elektronische VGT-servo
SENSOR310A
G4KE: Injector #1/#2/#3/#4
G6DF: PCM, Injector #1/#2/#3/#4/#5/#6, brandstofpomprelais
D4HA/D4HB (VGT Regular Engine-pakket): Lambdasensor,
remlichtschakelaar
D4HA (VGT Low Power Engine-pakket): Lambdasensor

Onderhoud
100
7
Reservoir
De brandstofdampen die vrijkomen in de
brandstoftank worden geabsorbeerd en
opgeslagen in een reservoir. Als de
motor draait worden de opgeslagen
brandstofdampen via de magneetklep
dampafvoer naar het inlaatsysteem
gevoerd.
Magneetklep dampafvoer
(PCSV - Purge Control Solenoid valve)
De magneetklep dampafvoer wordt
aangestuurd door de motor-ECU; als de
koelvloeistoftemperatuur laag is bij
stationair draaien, is de PCSV gesloten
en wordt de verdampte brandstof niet
naar de motor toegevoerd. Als de motor
op bedrijfstemperatuur is, wordt tijdens
normaal rijden de verdampte brandstofvia de geopende PCSV naar de motor
gevoerd. 3. Emissieregelsysteem Het emissieregelsysteem is een uiterst
effectief systeem dat de uitstoot van
schadelijke stoffen tot een minimum
beperkt zonder dat dit ten koste gaat van
de prestaties.
Aanpassingen aan de auto
Er mogen geen aanpassingen aan deze
auto worden gedaan. Door
aanpassingen kunnen de prestaties, de
veiligheid of de levensduur van uw auto
beïnvloed worden. Aanpassingen
kunnen zelfs in strijd zijn met
overheidsbepalingen en
milieuvoorschriften.
Daarnaast kunnen schade of problemen
met de prestaties als gevolg vanaanpassingen mogelijk niet onder de
garantie vallen.
Als u niet-toegestane elektronische
apparaten gebruikt, kan de auto zich
abnormaal gedragen, kan schade aan
de bedrading ontstaan, raakt de accumogelijk ontladen of is er kans op
brand. Gebruik voor uw eigen
veiligheid geen niet-toegestane
elektronische apparaten.
Voorzorgsmaatregelen met
betrekking tot uitlaatgassen (koolmonoxide)
Koolmonoxide kan samen met andere uitlaatgassen aanwezig zijn. Laat het
uitlaatsysteem van uw auto directcontroleren en indien nodig repareren
indien u in het interieur uitlaatgas ruikt.Rijd niet met de auto als u in het
interieur uitlaatgassen ruikt, maar als
het niet anders kan, rijd dan met alle
ruiten volledig geopend. Laat uw autoonmiddellijk controleren en repareren.
WAARSCHUWING -
Uitlaatgas
Uitlaatgassen bevatten onder
andere het reukloze en kleurloze
gas koolmonoxide (CO) dat bijinademing dodelijk kan zijn.
Hoewel het kleurloos en reukloos
is, is het gevaarlijk en kan het bij
inademing dodelijk zijn. Neem de
volgende aanwijzingen in acht ter
voorkoming van
koolmonoxidevergiftiging.

Rijden met uw auto
48
5
Antiblokkeersysteem (ABS)(Vervolg)
Probeer de werking van het ABS (of
ESC) van uw auto niet uit bij hoge
snelheden of tijdens het nemen van
een bocht. Hiermee kunt u zichzelf
en anderen in gevaar brengen.OPMERKING
Als er een probleem aanwezig is
met het systeem dat signaleert of
het bestuurdersportier, demotorkap of de achterklepopenstaat, werkt het Auto Hold- systeem wellicht niet goed. We
adviseren u contact op te nemenmet een officiële HYUNDAI-dealer.WAARSCHUWING
ABS (of ESC) kan geen ongelukken
voorkomen die het gevolg zijn van
gevaarlijk rijgedrag. Hoewel de autobij een noodstop beter onder
controle gehouden kan worden, is
het toch noodzakelijk voldoende
afstand tot uw voorligger te
bewaren. U moet uw rijsnelheidaltijd aanpassen aan deomstandigheden en zo nodig uw
snelheid verlagen.
De remweg van auto’s met ABS (of
ESC) kan in de volgende situaties
langer zijn dan van auto’s zonder
een dergelijk systeem.
Rijd in dergelijke situaties met een
gereduceerde snelheid:
Op slechte wegen, wegen met steenslag of wegen die met sneeuw bedekt zijn.
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn.
Op wegen met kuilen of met hoogteverschillen.
(Vervolg)

549
Rijden met uw auto
Het ABS registreert continu de snelheid
van de wielen. Zodra de wielen dreigen
te blokkeren, vermindert het ABS de
hydraulische remdruk op de wielen.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ABS in werking is
getreden. Om in een noodsituatie hetmaximale rendement uit het ABS te
halen, dient u niet zelf "pompend" te
gaan remmen. Trap het rempedaal zo
hard mogelijk in en laat het ABS verder
het werk doen.
✽✽AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ABS op de
juiste manier werkt.
Zelfs met het antiblokkeersysteem heeft uw auto nog steeds voldoende
remweg nodig. Bewaar altijd een
veilige afstand tot de auto voor u.
Rem altijd af voor een bocht. Het antiblokkeersysteem kan geen
ongevallen voorkomen die het gevolg
zijn van te snel rijden.
Op wegen met los grind of wegen die niet vlak zijn kan het
antiblokkeersysteem voor een langere
remweg zorgen dan bij auto’s zonder
antiblokkeersysteem.
OPMERKING
Wanneer het
waarschuwingslampje ABSbrandt en blijft branden, is er
mogelijk een probleem aanwezigin het ABS. In dat geval werken de remmen echter wel normaal.
Het waarschuwingslampje ABS gaat nadat het contact om standON is gezet ongeveer 3 seconden branden. Het ABS voert dan eenzelfdiagnose uit en het lampje zal
doven wanneer alles in orde is.Wanneer het lampje blijft branden, is er mogelijk een probleemaanwezig in het ABS. We
adviseren u contact op te nemenmet een officiële HYUNDAI-dealer.
W-78

Rijden met uw auto
50
5
✽✽
AANWIJZING
Als u de auto met een hulpaccu moet starten doordat de accu is leeggeraakt,
draait de motor mogelijk niet soepel
rond en kan bovendien het
waarschuwingslampje ABS gaan
branden. Dit komt door de lageaccuspanning. Het betekent niet dat er
een storing in het ABS is.

Rijden met uw auto
56
5
Noodstopsignaal (ESS)
(indien van toepassing) Het Emergency Stop Signal-systeem
waarschuwt achteropkomendebestuurders door het remlicht te laten
knipperen wanneer de auto plotseling
sterk afremt. Het systeem wordt
geactiveerd als:
De auto plotseling afremt (rijsnelheid is
hoger dan 55 km/h en de deceleratie
van de auto is groter dan 7 m/s 2
)
Het ABS in werking treedt Het lampje stopt met knipperen
wanneer de rijsnelheid lager is dan 40
km/h en het ABS wordt gedeactiveerd
of de auto niet meer sterk afremt. In
plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden. In plaats daarvan gaan de
alarmknipperlichten automatisch
branden.
De alarmknipperlichten doven
wanneer de rijsnelheid hoger is dan 10
km/h zodra de auto weer begint te
rijden. De alarmknipperlichten doven
ook wanneer de auto langere tijd met
een lage snelheid rijdt. U kunt de
lichten uitschakelen door de
schakelaar van de alarmknipperlichten
in te drukken. Downhill Brake Control (DBC)
(indien van toepassing) ❈
Dit onderdeel wijkt mogelijk af van de afbeelding.
De Downhill Brake Control (DBC)
ondersteunt de bestuurder bij het afrijden
van een steile helling, zonder dat debestuurder het rempedaal hoeft in te
trappen. De DBC vertraagt de auto tot
minder dan 10 km/h, zodat de bestuurderalleen maar de auto hoeft te besturen.
De DBC is standaard uitgeschakeld
wanneer het contact ingeschakeld wordt.
U kunt DBC in- of uitschakelen met de toetsOPMERKING
Het ESS-systeem werkt niet wanneer de alarmknipperlichten al
zijn ingeschakeld.
ODM052047