Page 575 of 670

Veiligheidssysteem van uw auto
8
3
Geheugen bestuurdersstoel
(indien van toepassing, elektrisch
verstelbare stoel) De bestuurdersstoel heeft een
geheugen, waarin de stand van de stoel
en van de buitenspiegel met een druk op
de knop kunnen worden opgeslagen of
opgeroepen. Verschillende personen
kunnen zodoende elk hun eigen
voorkeursinstelling bewaren. Als de
accukabels worden losgenomen, wordt
het geheugen van de bestuurdersstoel
gewist. De voorkeursposities dienen in
dat geval opnieuw te wordenopgeslagen.Opslaan van stoelposities met
toetsen in het portier
Opslaan van posities bestuurdersstoel
1. Zet de selectiehendel in stand P of N (bij een automatische transmissie) of
de versnellingspook in de vrijstand (bij
een handgeschakelde transmissie)
terwijl de toets ENGINE START/STOPAAN is of het contact in stand ONstaat.
2. Verstel de bestuurdersstoel en de buitenspiegel naar de voor de
bestuurder meest comfortabele
positie.
3. Druk op toets SET op het bedienings- paneel. Het systeem geeft één piepje.
4. Druk binnen 5 seconden na het indrukken van toets SET op één van
de geheugentoetsen (1 of 2). Het
systeem geeft met twee piepjes aandat de instellingen met succes zijnopgeslagen.
ODM042335
WAARSCHUWING
Bedien het geheugen van de
bestuurdersstoel nooit tijdens hetrijden.
Hierdoor kunt u de controle
verliezen waardoor een ongeluk
met ernstig letsel of schade het
gevolg kan zijn.
Page 576 of 670

39
Veiligheidssysteem van uw auto
Posities instellen vanuit geheugen
1. Zet de selectiehendel in stand P of N(bij een automatische transmissie) of
de versnellingspook in de vrijstand (bij
een handgeschakelde transmissie)
terwijl de toets ENGINE START/STOPAAN is of het contact in stand ONstaat.
2. Druk op de gewenste geheugentoets (1 of 2) om de instellingen op te
roepen. Het systeem geeft één piepje
en de bestuurdersstoel wordt automa
-tisch in de opgeslagen positie gezet.
Als tijdens het uitvoeren van de instellingen uit het geheugen de
schakelaar voor het verstellen van de
bestuurdersstoel wordt bediend, wordt
het instellen vanuit het geheugen
afgebroken en wordt de stoel in de
richting waarin de schakelaar wordt
bediend, bewogen.
Instapfunctie (indien van toepassing)
Het systeem beweegt de bestuurders-stoel als volgt automatisch:
Zonder Smart Key-systeem - De bestuurdersstoel beweegt naarachteren als de contactsleutel uit het
contactslot wordt verwijderd en het
bestuurdersportier wordt geopend.
- De bestuurdersstoel beweegt naar voren als de contactsleutel in het
contactslot gestoken wordt.
Met Smart Key-systeem - De bestuurdersstoel beweegt naarachteren als de toets ENGINE
START/STOP UIT wordt gezet en het
bestuurdersportier wordt geopend.
- De bestuurdersstoel beweegt naar voren als de toets ENGINE
START/STOP in stand ACC of
START wordt gezet.
U kunt deze functie activeren of
deactiveren. Zie "Gebruikersinstell" in dithoofdstuk 4.WAARSCHUWING
Ga voorzichtig te werk als u
posities instelt vanuit het geheugen
als u in de auto zit. Duw de
schakelaar voor het verstellen van
de stoel onmiddellijk in de
gewenste richting als de stoel te
ver in een bepaalde richting
beweegt.
Page 650 of 670

Uw auto in één oogopslag
6
2
DASHBOARD, OVERSICHT
1. Bedieningshendel verlichting ..........4-125
2. Toetsen afstandsbediening
audiosysteem ..................................4-193
3. Toetsen Bluetooth handsfree- systeem ..........................................4-244
4. Toets Cruise Control ........................5-60
5. Toetsen bediening LCD-display ........4-58
6. Claxon ..............................................4-45
7. Bestuurdersairbag ............................3-59
8. Bedieningshendel ruitenwissers en - sproeier ..........................................4-135
9. Contactslot of toets Engine start/stop ..................................5-6, 5-10
10. Audiosysteem ..............................4-192
11. Alarmknipperlichten ......................4-124
12. Verwarmings- en ventilatiesysteem ............................................4-146, 4-157
13. Voorpassagiersairbag ....................3-60
14. Dashboardkastje ..........................4-175
ODM012004
❈De werkelijke vorm kan verschillen van de afbeelding.
Page 669 of 670

Index
4
I
Panoramadak ................................................................4-38
Parkeerhulp achter ......................................................4-101
Parkeerhulp ................................................................4-104
Parkeerrem ....................................................................7-34
Portiersloten ..................................................................4-20
Portiervergrendeling met afstandsbediening ..................4-8
Rem-/koppelingsvloeistof ............................................7-31
Remsysteem ..................................................................5-34
Rijden in de winter ......................................................5-81
Rijden met een aanhanger ............................................5-86
Rijden onder speciale rijomstandigheden ....................5-75
Ruiten............................................................................4-28
Ruitensproeiervloeistof ................................................7-33
Ruitenwisserbladen ......................................................7-40
Ruitenwissers en ruitensproeiers ................................4-135
Schone lucht ..............................................................4-174
Slepen ..........................................................................6-30
Sleutels............................................................................4-5
Smart key ......................................................................4-13
Smart parking assist system (SPAS) ..........................4-109 Snelheidslimietregelsysteem ........................................5-65
Spiegels ........................................................................4-49
Standen contactslot ........................................................5-6
Starten met hulpaccu ......................................................6-5
Stoelen ............................................................................3-2
Stuurbekrachtigingsvloeistof ........................................7-32
Stuurwiel ......................................................................4-43
Tankdopklep ................................................................4-35
Toets engine start/stop ..................................................5-10
Tripcomputer ................................................................4-82
Uitleg bij onderhoudsschema ......................................7-22
Veiligheidsgordels ........................................................3-26
Vereiste brandstof ..........................................................1-2
Verlichting ..................................................................4-125
Vierwielaandrijving (4WD) ..........................................5-26
Voertuigcertificatielabel ..................................................8-9
Voertuig-identificatienummer (VIN) ..............................8-9
Vóór het rijden................................................................5-4
R
S
T
U
V
P