Page 166 of 307

DPF (ROETFILTER) WORDT
SCHOONGEMAAKT
(alleen dieselmotoren met DPF) (geel)
Door de contactsleutel in de stand MAR-ON te
draaien, gaat het lampje op het
instrumentenpaneel branden. Enkele seconden na
het starten van de motor moet dit lampje doven.
Het lampje gaat continu branden (bij sommige
versies verschijnen ook een melding en een
symbool op de display) om de bestuurder te
waarschuwen dat het DPF-systeem bezig is met
het verwijderen van de opgehoopte vervuilende
deeltjes (roet) middels regeneratie.
Het lampje zal niet bij elk DPF-regeneratieproces
branden, maar alleen als de rijomstandigheden
van die aard zijn dat de bestuurder hiervan op de
hoogte zou moeten zijn. De auto moet tot aan
het einde van het regeneratieproces in beweging
blijven opdat het lampje dooft.
Een regeneratieproces duurt gemiddeld 15
minuten. De optimale condities voor afronding
van het regeneratieproces worden bereikt door een
rijsnelheid van 60 km/u aan te houden met een
toerental boven 2000/min.Als dit lampje gaat branden, wijst dit niet op een
storing in de auto en moet de auto niet naar een
werkplaatsen worden gebracht. Wanneer het
lampje gaat branden, verschijnt er een specifieke
melding op de display (voor bepaalde versies/
markten, indien van toepassing).
BELANGRIJK
Pas de rijsnelheid aan de
verkeerscondities en
weersomstandigheden aan en neem de
wegenverkeerswetgeving in acht. De motor
afzetten terwijl het DPF lampje brandt is
toegestaan, maar het meermaals
onderbreken van het regeneratieproces kan
leiden tot voortijdig kwaliteitsverlies van
de motorolie. Daarom wordt steeds
aanbevolen te wachten tot het lampje is
gedoofd alvorens de motor af te zetten, zoals
voorheen beschreven. Het wordt sterk
afgeraden de DPF-generatie bij stilstaande
auto te voltooien.
164WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 169 of 307

LINKER RICHTINGAANWIJZER
(groen) (knipperend)
Het lampje gaat branden wanneer de
richtingaanwijzer-hendel omlaag of omhoog wordt
verplaatst of wanneer de drukknop voor de
alarmknipperlichten wordt ingedrukt.RECHTER RICHTINGAANWIJZER
(groen) (knipperend)
Het lampje gaat branden wanneer de
richtingaanwijzer-hendel omhoog wordt verplaatst
of, samen met de linker richtingaanwijzer,
wanneer de drukknop voor de
alarmknipperlichten wordt ingedrukt.ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING
“DUALDRIVE” AAN (groen)
Het opschrift CITY verschijnt (bij sommige versies
verschijnt een pictogram op de display) als de
elektrische stuurbekrachtiging “dualdrive” wordt
ingeschakeld. Druk hiervoor op de betreffende
knop A (zie paragraaf “elektrische
stuurbekrachtiging Dualdrive” in het hoofdstuk
"Kennismaking met de auto"). Druk nogmaals op
de knop om het CITY opschrift (of het pictogram
op de display) uit te schakelen.
PORTIEREN/MOTORKAP/
BAGAGERUIMTE OPEN
Het lampje gaat branden (bij sommige versies
verschijnen ook een melding en een pictogram op
de display) wanneer één of meerdere portieren,
de motorkap of de achterklep niet goed gesloten
zijn. Bij geopende portieren en als de auto rijdt
wordt een geluidssignaal voortgebracht.
START&STOP SYSTEEM INSCHAKELEN/
UITSCHAKELEN
STORING START&STOP SYSTEEM
Start&Stop systeem inschakelen
Er verschijnt een melding wanneer het Start&Stop
systeem wordt ingeschakeld. In deze
omstandigheid is de led op de
knop op het
instrumentenpaneel gedoofd (zie “Start&Stop” in
het hoofdstuk "Kennismaking met de auto").
Start&Stop systeem uitschakelen
❒Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel
display:wanneer het Start&Stop systeem wordt
uitgeschakeld, verschijnt een melding op de
display.
❒Versies met herconfigureerbaar multifunctioneel
display:wanneer het Start&Stop systeem wordt
uitgeschakeld, verschijnt het symbool
op de
display.
167WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
De led op de
knop brandt wanneer het systeem
is uitgeschakeld.
Page 173 of 307

BELANGRIJK Verbind de minklemmen van de
twee accu’s niet rechtstreeks met elkaar: eventuele
vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat
uit de accu kan ontsnappen. Als de hulpaccu
in een andere auto is geïnstalleerd, moet
accidenteel contact tussen de metalen delen van
beide auto's vermeden worden.
Gebruik nooit een accusnellader om de
motor te starten, aangezien deze de
elektronische systemen kan
beschadigen, met name de regeleenheden van
de ontsteking en de inspuiting.
BELANGRIJK
Deze procedure moet door ervaren
personeel verricht worden, aangezien
verkeerde handeldingen elektrische
ontladingen van aanzienlijke kracht kunnen
veroorzaken. Bovendien is accuvloeistof
giftig en corrosief: vermijd contact met huid
en ogen. Houd open vuur en brandende
sigaretten uit de buurt van de accu en
veroorzaak geen vonken.ROLLEND STARTEN
Probeer de motor nooit te starten door de auto te
duwen, te slepen of van een helling af te laten
rijden.
BELANGRIJK Onthoud dat de rembekrachtiging
en de elektrische stuurbekrachtiging niet werken
zolang de motor niet is gestart. Om die reden is
meer kracht benodigd voor de bediening van het
rempedaal en het stuur.
171WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 180 of 307

"Fix&Go Automatic" kitDeze bandenreparatiekit bevindt zich in een
speciale houder in de bagageruimtefig. 121. In
deze houder zitten ook een schroevendraaier
en het trekoog.
De kit fig. 122 bevat:
❒busje A fig. 122 met afdichtmiddel, voorzien
van:
❒vulleiding B;
❒sticker C met het opschrift "max. 80 km/h”, na
de reparatie van de band aan te brengen op een
voor de bestuurder zichtbare plaats (op het
dashboard);
❒compressor D met drukmeter en
aansluitnippels, te vinden in de bagageruimte;❒informatiefolder (zie fig. 123), voor een correct
gebruik van de snelle bandenreparatiekit, die
vervolgens overhandigd moet worden aan het
personeel dat de band behandeld met FIX&GO
moet repareren;
❒een paar beschermende handschoenen in het
zijvak van de compressor;
❒adapters voor het oppompen van verschillende
elementen.
BELANGRIJK
Overhandig de informatiefolder aan
het personeel dat de band zal
repareren die behandeld is met de
bandenreparatiekit.
fig. 121
L0F0093
fig. 122
L0F0006
178WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 183 of 307

bandenspanning, vermeld in de paragraaf
"Bandenspanning" in het hoofdstuk
"Technische gegevens", is bereikt. Controleer de
bandenspanning op de drukmeter B fig. 125;
doe dit bij uitgeschakelde compressor om een
preciezere aflezing te verkrijgen;❒als het na 5 minuten nog steeds niet mogelijk is
om minstens 1,8 bar te krijgen, koppel dan de
compressor van het ventiel en het stopcontact af
en verplaats vervolgens de auto ongeveer 10
meter naar voren of naar achteren, zodat de
afdichtvloeistof zich gelijkmatig in de band kan
verdelen; pomp de band vervolgens weer op.
❒als na deze handeling nog steeds geen 1,8 bar
wordt verkregen binnen 5 minuten na
inschakeling van de compressor, rij dan niet
verder maar neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk;
BELANGRIJK
Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats aan,
om eraan te herinneren dat de band
behandeld is met de snelle
bandenreparatiekit. Rijd voorzichtig, met
name in bochten. Rijd niet harder dan 80
km/h. Vermijd bruusk accelereren en
remmen.
❒stop na ongeveer 10 minuten en controleer
opnieuw de bandenspanning;trek de handrem
aan;Volg voor de veiligheid van de geparkeerde
auto de aanwijzingen in de paragraaf
"Parkeren" in het hoofdstuk "Starten en
rijden".
fig. 125
L0F0181
fig. 126
L0F0178
181WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 188 of 307
MISTLICHT
(voor bepaalde versies/markten)
Ga voor het vervangen van de lamp als volgt te
werk:
❒draai het stuur tot tegen de aanslag;
❒maak de borglippen A fig. 135 los en verwijder
de klep B;
❒druk op de veer C fig. 136 en koppel de stekker
los D;
❒draai het deksel E rechtsom en verwijder het
(zie aanduiding OFF en de pijl op het deksel);
❒haak de veren F fig. 137 los en trek ze naar
buiten om ze te verwijderen;
❒koppel de stekker G fig. 138 los en vervang de
lamp H;
❒monteer de nieuwe lamp en voor de voornoemde
procedure in omgekeerde volgorde uit.ACHTERLICHTUNITS
De achterlichtunits omvatten de gloeilampen voor
de parkeerverlichting, het remlicht en de
richtingaanwijzers. De achteruitrijlichten en de
mistachterlichten zijn in de achterbumper
opgenomen.
fig. 135
L0F0205
fig. 136
L0F0206
fig. 137
L0F0207
186WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 195 of 307

Voor een overzicht van de zekeringen wordt
verwezen naar de zekeringentabel in de volgende
pagina’s.
BELANGRIJK
Als de zekering opnieuw doorbrandt,
neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
Vervang een doorgrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
BELANGRIJK
Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een hogere
stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE,
MIDIFUSE, MAXI-FUSE) doorbrandt,
neem dan contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
Alvorens een zekering te vervangen,
moet men controleren of de
contactsleutel uit het slot is genomen en of
alle stroomverbruikers uit staan en/of zijn
uitgeschakeld.
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering voor
veiligheidsinrichtingen
(airbagsysteem, remsysteem), motorsystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of
stuurinrichting doorbrandt, neem dan
contact op met het Lancia Servicenetwerk.
193WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 198 of 307
196WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Zekeringenkast op het dashboard
De regeleenheid bevindt zich aan de linkerkant van
de stuurkolom en de zekeringen zijn makkelijk
bereikbaar via het onderste deel van het dashboard.
De zekeringen bevinden zich in de zekeringenkast die
is afgebeeld in fig. 156.