![Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch) 134
4
Kenmerken van uw auto
8. Toets TUNE/FILE
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om
het volgende muziekstuk te selecteren
en druk op de toets [ENTER] om het afte spelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch) 134
4
Kenmerken van uw auto
8. Toets TUNE/FILE
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om
het volgende muziekstuk te selecteren
en druk op de toets [ENTER] om het afte spelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ]](/manual-img/35/14700/w960_14700-208.png)
134
4
Kenmerken van uw auto
8. Toets TUNE/FILE
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om
het volgende muziekstuk te selecteren
en druk op de toets [ENTER] om het afte spelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
9. Toets INFO
Geeft de informatie van het huidige
afgespeelde bestand weer in de volgordeFILE NAME (bestandsnaam) ➟TITLE
(titel) ➟ARTIST (artiest) ➟ALBUM
(album) ➟FOLDER (map) ➟TOTAL
FILE (totaal aantal bestanden) ➟
NORMAL DISPLAY (normale weergave)➟ FILE NAME (bestandsnaam)... (Geeft
geen informatie weer als het bestand niet
over deze gegevens beschikt.)OPMERKING BIJ
GEBRUIK USB-APPARAAT
Zorg, om een USB-apparaat te
gebruiken, dat het apparaat niet isaangesloten wanneer de motor
wordt gestart. Sluit het apparaataan nadat de motor is gestart.
Als u de motor start terwijl het USB-apparaat is aangesloten, kanhet apparaat beschadigd raken.
(USB-flashdrives zijn zeergevoelig voor statische
elektriciteit.)
Als de motor wordt gestart of afgezet terwijl het externe USB-apparaat is aangesloten, werkt
het apparaat mogelijk niet.
Niet-originele MP3- of WMA- bestanden worden mogelijk nietafgespeeld.
1) Er kunnen alleen MP3- bestanden met eencompressiesnelheid tussen 8
Kbps en 320 Kbps wordenafgespeeld.
2) Er kunnen alleen WMA- muziekbestanden met een
compressiesnelheid tussen 8Kbps en 320 Kbps worden
afgespeeld.
(Vervolg)
(Vervolg) Voorkom statische elektriciteit bij het aansluiten of losnemen vanhet externe USB-apparaat.
Een gecodeerde MP3-speler wordt niet herkend.
Afhankelijk van het type extern USB-apparaat, wordt het apparaatmogelijk niet herkend.
Wanneer de geformatteerde byte/sector-instelling van het
externe USB-apparaat niet 512byte of 2048 byte is, zal het apparaat niet worden herkend.
Het USB-apparaat mag uitsluitend geformatteerd zijn
volgens FAT 12/16/32.
USB-apparaten zonder USB I/F autorisatie worden mogelijk nietherkend.
Steek geen lichaamsdelen of externe voorwerpen in de USB-aansluiting.
Als u het USB-apparaat in korte tijd herhaaldelijk aansluit en weerlosneemt, kan het apparaat defect
raken.
U hoort mogelijk een vreemd geluid bij het aansluiten oflosnemen van het USB-apparaat.
(Vervolg)

4137
Kenmerken van uw auto
Gebruik van een iPod
Gebruik een iPod met het aparte kabeltje
dat wordt aangesloten op de multimedia-
aansluiting in de console rechts van debestuurdersstoel.
1. Toets RANDOM
Druk de toets maximaal 0,8 seconden in
om het afspelen in willekeurige volgorde
van de muziekstukken in de actuele
categorie in of uit te schakelen. Druk detoets ten minste 0,8 seconden in om alle
muziekstukken in een album op de iPod
in willekeurige volgorde af te spelen.
Druk opnieuw op de toets om de functie
uit te schakelen.
2. Toets REPEAT
Druk op de toets om het muziekstuk dat
op dat moment wordt afgespeeld teherhalen.3. Toets SEEK/TRACK
• Druk maximaal 0,8 seconden op de
toets [SEEK/TRACK ] om het
actuele muziekstuk vanaf het begin af
te spelen. Druk maximaal 0,8
seconden op de toets en druk
vervolgens binnen 1 seconde opnieuw
op de toets om het vorige muziekstukaf te spelen.
Druk gedurende ten minste 0,8 seconden op de toets om het
muziekstuk versneld terug te spoelen.
Druk maximaal 0,8 seconden op de toets [SEEK/TRACK ] om naar het
volgende muziekstuk te gaan. Drukgedurende ten minste 0,8 seconden
op de toets om het muziekstuk
versneld vooruit te spoelen.
4. Toets iPod
Als er een iPod is aangesloten, wordt
hiermee naar de weergave van de
muziekbestanden op de iPod
overgeschakeld. 5. Toets AST (AUTO STORE)
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van elk muziekstuk op het USB-apparaat
afgespeeld. Druk opnieuw op de toets
om de scanfunctie te annuleren.
6. Display Geeft de actuele tijd, de stand, het
nummer van het muziekstuk dat wordtafgespeeld, de afspeeltijd en de status
van RDM, RPT en AST weer.
7. Toets FOLDER
Druk op de toets [FOLDER ] om
naar de categorie te gaan en het
eerste muziekstuk in de categorie
weer te geven. Druk op de toets
[ENTER] om naar de weergegeven
categorie te gaan. Het eerste
muziekstuk in de map zal wordenafgespeeld.
Druk op de toets [FOLDER ] om naar de categorie te gaan en het
eerste muziekstuk in de categorie
weer te geven. Druk op de toets
[ENTER] om naar de weergegeven
categorie te gaan. (PLAYLISTS(afspeellijsten) ➟ARTISTS (artiesten)
➟ ALBUMS (albums) ➟GENRES
(genres) ➟SONGS (muziekstukken)
➟ COMPOSERS (auteurs) ➟
PLAYLIST (afspeellijst)...)
![Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch) 138
4 8. Toets TUNE/FILE
• Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het
volgende muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muzie Hyundai Genesis Coupe 2011 Handleiding (in Dutch) 138
4 8. Toets TUNE/FILE
• Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het
volgende muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muzie](/manual-img/35/14700/w960_14700-212.png)
138
4 8. Toets TUNE/FILE
• Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het
volgende muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
Druk op de toets [TUNE/FILE ] om het vorige muziekstuk te selecteren en
druk op de toets [ENTER] om het af tespelen.
9. Toets INFO
Geeft de informatie van het bestand dat
op dat moment wordt afgespeeld weer in
de volgorde TITLE (titel) ➟ARTIST
(artiest) ➟ALBUM (album) ➟NORMAL
DISPLAY (normale weergave ➟TITLE
(titel)... (Geeft geen informatie weer als
het bestand niet over deze gegevensbeschikt.)
✽✽ AANWIJZING VOOR
GEBRUIK VAN iPod

5
Vóór het rijden / 5-3
Standen contactslot / 5-5
Toets ENGINE START/STOP / 5-8Handgeschakelde transmissie / 5-13Automatische transmissie / 5-17Remsysteem / 5-24
Cruise control-systeem / 5-35Brandstofbesparing / 5-39
Rijden onder speciale rijomstandigheden / 5-41
Rijden in de winter / 5-45 Massa van de auto / 5-50
Rijden met een aanhanger / 5-51
Rijden met uw auto

527
Rijden met uw auto
Controleer of het waarschuwingslampje
van het remsysteem werkt door het
contact in stand ON te zetten (start de
motor niet). Dit lampje gaat branden
wanneer het contact in stand START of
ON wordt gezet en de parkeerrem is
geactiveerd.
Zorg ervoor dat de parkeerrem voor het
wegrijden vrij is en controleer of het
waarschuwingslampje van het
remsysteem niet brandt.
Als het waarschuwingslampje van het
remsysteem blijft branden nadat de
parkeerrem vrij is en de motor draait, kan
er een storing in het remsysteem zijn.Laat dit direct controleren. Breng de auto indien mogelijk direct tot
stilstand. Als dat niet mogelijk is, rijdt dan
erg voorzichtig door naar een plaats
waar u wel kunt stoppen.E070300AEN-EE
Antiblokkeersysteem (ABS)
W-75
WAARSCHUWING
ABS (of ESP) kan geen ongelukken
voorkomen die het gevolg zijn van
gevaarlijk rijgedrag. Hoewel de autobij een noodstop beter onder
controle gehouden kan worden, is
het toch noodzakelijk voldoende
afstand tot uw voorligger te
bewaren. U moet uw rijsnelheidaltijd aanpassen aan deomstandigheden en zo nodig uw
snelheid verlagen.
De remweg van auto’s met ABS (of
ESP) kan in de volgende situaties
langer zijn dan van auto’s zonder
een dergelijk systeem.
Rijd in dergelijke situaties met een
gereduceerde snelheid:
Op slechte wegen, wegen met steenslag of wegen die met sneeuw bedekt zijn.
(Vervolg)
(Vervolg)
Als er sneeuwkettingengemonteerd zijn.
Op wegen met kuilen of met hoogteverschillen.
Probeer de werking van het ABS (of
ESP) van uw auto niet uit bij hoge
snelheden of tijdens het nemen van
een bocht. Hiermee kunt u zichzelf
en anderen in gevaar brengen.

Rijden met uw auto
30
5
Het ESP-systeem (Electronic Stability
Program) is een elektronisch systeem
dat ontworpen is om de auto onderongunstige omstandigheden beter onder
controle te kunnen houden. Het systeem
is geen vervanging voor een veilig
rijgedrag. Zaken als snelheid, conditie
van de weg en stuurcommando’s van de
bestuurder hebben invloed op de mate
waarin het ESP verlies van controle over
de auto kan voorkomen. Het blijft te allen
tijde de verantwoordelijkheid van debestuurder de snelheid aan te passen
aan de omstandigheden en te zorgen
voor een juiste veiligheidsmarge.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ESP in werking isgetreden.
✽✽
AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ESP op de
juiste manier werkt.
E070501AUN-EE
Werking voertuigstabiliteitsregeling
Voertuigstabiliteitsregeling ingeschakeld wordt gezet, gaan de controlelampjes ESP en ESP
OFF gedurende ongeveer 3
seconden branden, waarna
de voertuigstabiliteitsregeling
wordt ingeschakeld.
Houd, om de
voertuigstabiliteitsregeling uit
te schakelen, de schakelaar
ESP OFF ten minste 0,5
seconden ingedrukt nadat het
contact in stand ON is gezet.(Het controlelampje ESP
OFF gaat branden.) Druk
op de schakelaar ESP OFF
om de
voertuigstabiliteitsregeling in
te schakelen (hetcontrolelampje ESP OFFdooft).
motor is mogelijk een zacht
tikkend geluid hoorbaar. Dit isde automatische
zelfdiagnosefunctie van de
voertuigstabiliteitsregeling en
duidt niet op een storing. In werking
Als de voertuigstabiliteitsregeling
in werking treedt, gaat hetcontrolelampje ESP knipperen.
Als de voertuig
-stabiliteitsregeling werkt,
voelt u mogelijk lichte
trillingen in de auto. Dit wordt
veroorzaakt door het
aansturen van de remmen en
is normaal.
gladde weg neemt het
motortoerental mogelijk niet
toe, ondanks dat u het
gaspedaal intrapt.
-

531
Rijden met uw auto
E070502ABH
Voertuigstabiliteitsregelinguitschakelen
Voertuigstabiliteitsregeling uitgeschakeld
Houd de toets ESP OFF gedurende ten minste 0,5 seconden
ingedrukt om de
voertuigstabiliteitsregeling uit te
schakelen. (Het controlelampje ESP
OFF brandt).
Als de motor wordt stilgezet wanneer de voertuigstabiliteitsregeling is
uitgeschakeld, blijft de
voertuigstabiliteitsregeling
uitgeschakeld. Pas wanneer de motor
opnieuw wordt gestart, zal de
voertuigstabiliteitsregeling
automatisch weer worden
ingeschakeld. D150323ABK-EE
Controlelampje ESP
(voertuigstabiliteitsregeling)
Het controlelampje EPS gaat branden op het moment dat het contact in stand
ON wordt gezet en moet na ongeveer 3
seconden weer doven. Als de
voertuigstabiliteitsregeling is
ingeschakeld, registreert dit systeem de
rijomstandigheden. Zolang deze normaal
zijn, blijft het controlelampje ESP uit.
Zodra het systeem registreert dat de
wielen door willen gaan slippen, wordt de
voertuigstabiliteitsregeling geactiveerden gaat het controlelampje ESP knipperen.
Maar als het ESP-systeem defect is, gaat
het controlelampje branden en blijft aan. Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer. D150324ABK-EE
Controlelampje ESP OFF
Het controlelampje EPS OFF gaat
branden op het moment dat het contact
in stand ON wordt gezet en moet na
ongeveer 3 seconden weer doven. Druk
op de schakelaar ESP OFF om de
voertuigstabiliteitsregeling uit te
schakelen. Het controlelampje ESP OFF
gaat branden om aan te geven dat het
systeem is uitgeschakeld.
Als u de parkeerrem gebruikt om de auto tot stilstand te brengen met het ESP-
systeem in de stand-bystand terwijl de
remmen niet goed werken, wordt het
ESP-systeem uitgeschakeld en gaat hetcontrolelampje ESP OFF mogelijk
gedurende ongeveer 5 minuten branden.
OPMERKING
Gebruik de parkeerrem niet om de
auto tot stilstand te brengen. Doe
dit alleen in een noodgeval.

Rijden met uw auto
32
5
E070504ABH-EE
Voertuigstabiliteitsregeling
uitschakelen
Tijdens het rijden
Het verdient aanbeveling om de voertuigstabiliteitsregeling waar
mogelijk ingeschakeld te houden. Als
de voertuigstabiliteitsregeling is
uitgeschakeld, gaat het maken van
een bocht of bergopwaarts rijdenmoeilijk.
Schakel de voertuigstabiliteitsregeling tijdens het rijden alleen uit als u op een
vlakke weg rijdt.
Druk nooit op de toets ESP OFF als
de voertuigstabiliteitsregeling in werking
is (controlelampje ESP knippert).
Het kan gevaarlijk zijn om de
voertuigstabiliteitsregeling uit te
schakelen terwijl deze in werking is,
omdat de auto onverwachts in een slip
kan raken.
✽✽ AANWIJZING