Page 65 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
53
B990B02TG-AXT Zij-airbag (Indien gemonteerd) Uw Hyundai is uitgerust met zijairbags voor of zijairbags achter. Deze airbagheeft tot taak om de bestuurder en/of voorpassagiers extra bescherming te geven naast de werking van alleen deveiligheidsgordel. De zij-airbags zijn ontworpen om in werking te treden bij een aanrijding van opzij, afhankelijkvan de ernst van de aanrijding, de hoek, de snelheid en het aanrijdingspunt. De airbags zijn nietontworpen om bij alle aanrijdingen van opzij in werking te treden. B990B02LZ
B990B01TG
Zij-airbag sensor
Belangrijke veiligheidsmaatre- gelen betreffende het zij-airbagsysteem Onderstaande opmerkingen over de veiligheid van het systeem moeten altijdin acht worden genomen om de kans op verwondingen tijdens een ongeval zo klein mogelijk te maken
WAARSCHUWING:
o De zij-airbags vormen een aanvulling op de driepunts veiligheidsgordels van de bestuurder en de voorpassagier, maar vervangt deze niet. Daarommoet de veiligheidsgordel altijd worden gedragen als u in de auto zit. De zij-airbags wordenalleen geactiveerd bij bepaalde botsingen aan de zijkant die ernstig genoeg zijn om letsel teveroorzaken.
o Voor de beste bescherming van het zij-airbagsysteem en omverwondingen bij het in werkingtreden van de zij-airbag te voorkomen, moeten de beide inzittenden van de voorstoelenrechtop zitten met de veiligheidsgordel correct vastgegespt. De handen van debestuurder moeten in de standen 9:00 en 3:00 uur op het stuurwiel worden gehouden. De armen enhanden van de voorpassagiers moeten in de schoot worden gehouden.!
Page 71 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
59
1. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
2. Controlelamp oliedruk
3. Controlelamp laadstroom
4. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
5. Airbag systeem
6. Toerenteller
7. Controlelamp richtingaanwijzers
8. Controlelamp grootlicht
9. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP) (Indien gemonteerd)
10. Verlichting schakelkwadrant van automatische transmissie
11. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
12. Controlelamp mistlampen, voor
13. Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd) 14. Snelheidsmeter
15. Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
16. Controlelamp niet goed gesloten achterklep
17. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
18. Controlelamp startbeveiliging
19. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter
(Dieselmotor)
20. Koelvloeistoftemperatuurmeter
21. Controlelamp ABS systeem
22. Controlelamp niet goed gesloten portieren
23. Gordel-waarschuwingslamp (Bestuurder)
24. Controlelamp remsysteem/aangetrokken parkeerrem
25. Kilometerteller / Boordcomputer
26. Controlelamp benzinereserve
27. Benzinemeter
Page 73 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
61
1. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
2. Controlelamp laadstroom
3. Controlelamp oliedruk
4. Controlelamp remsysteem/aangetrokken parkeerrem
5. Toerenteller
6. Controlelamp niet goed gesloten portieren
7. Controlelamp richtingaanwijzers
8. Kilometerteller / Boordcomputer / Waarschuwing
9. Snelheidsmeter
10. Controlelamp niet goed gesloten achterklep
11. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
12. Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd)
13. Controlelamp startbeveiliging
14. Koelvloeistoftemperatuurmeter 15. Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
16. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
17. Airbag systeem
18. Controlelamp ABS systeem
19. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP)
(Indien gemonteerd)
20. Gordel-waarschuwingslamp (Bestuurder)
21. Controlelamp grootlicht
22.Verlichting schakelkwadrant van automatische
transmissie
23. Controlelamp mistlampen, voor24. Controlelampje lichten aan (Indien gemonteerd)
25. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
26. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter (Dieselmotor)
27. Controlelamp benzinereserve
28. Benzinemeter
Page 75 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
63
!
B260H02A-GXP
Controlelamp parkeerrem/remvloeistofpeil WAARSCHUWING:
Bij storingen aan het remsysteem moet de oorzaak direct door eenHyundai dealer worden opgespoord. Het rijden met een defect remsysteem (in het elektrische of hydraulischegedeelte) is uiterst gevaarlijk.Werking van de controlelamp Deze lamp moet gaan branden als het contact wordt aangezet, de motor wordtgestart en als de parkeerrem wordt aangetrokken. Na het starten van de motor moet de lamp doven zodra deparkeerrem wordt vrijgezet. Als de parkeerrem niet is aangetrokken moet de lamp gaan branden bij het aanzettenvan het contact of bij het starten van de motor. Als deze lamp tijdens het rijden gaatbranden mag niet meer met de wagen worden gereden. Het remvloeistofpeil in het reservoir is dan beneden hetminimum niveau gedaald. Vul remvloeistof bij die voldoet aan de DOT 3 of DOT 4 specificatie. Na hetbijvullen kan voorzichtig naar een dealer worden gereden voor nadere controle. Bij een ernstig defect moet de wagendoor een sleepbedrijf naar een dealer worden gesleept. Uw Hyundai is voorzien van een diagonaal gescheiden remsysteem. Alséén van beide circuits defect is, wordt de wagen nog op de andere wielen afgeremd. Is dit het geval dan is meerkracht voor het remmen vereist en is de remweg langer dan normaal. Bij een defect aan het remsysteem moetworden teruggeschakeld zodat gebruik wordt gemaakt van het remvermogen van de motor.
Page 81 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
69
!WAARSCHUWING:
Als de waarschuwingslampen voor ABS SRI en handrem/ remvloeistofpeil beide blijvenbranden met het contactslot in de stand "ON", of tijdens het rijden gaan branden, betekent dit dat er mogelijkeen storing is in het EBDSysteem (elektronische remkrachtverdeling). Indien dit het geval is moet sterkafremmen worden voorkomen en moet de auto zo snel mogelijk door uw Hyundai dealer worden gecontroleerd.
B260P02TG
Als uw auto is uitgerust met een regeleenheid/instrumentenpaneel, dan wordt de waarschuwing op het displayherhaald. De waarschuwing blijft gedurende ongeveer 20 seconden aanwezig. Als de RESET-knop achterhet stuurwiel wordt ingedrukt, dan verdwijnt de waarschuwing.
B265C01NF-AXT Controlelampen elektronischstabiliteitsprogramma(Indien gemonteerd)
De controlelampen van het elektronisch stabiliteitsprogramma treden in werking afhankelijk van de stand van decontactsleutel en of het systeem is ingeschakeld of niet. Ze gaan branden als het contact wordtaangezet, maar moeten na drie seconden doven. Indien de controlelampen van het ESP of ESP-OFF blijven branden, ga dan naar een geautoriseerde Hyundai dealer en laat het systeem controleren. Zie hoofdstuk2 voor meer informatie over het ESP.
Page 91 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
79
OTG040709L
Conventioneel type
Type met regeleenheid
MULTISCHAKELAAR
B340A01A-AXT (RICHTINGAANWIJZERS, GROOT EN DIMLICHT)Richtingaanwijzers Door de schakelaar naar beneden te bewegen werken de richtingaanwijzers aan de linkerzijde van de wagen. Doorde schakelaar naar boven te drukken werken de richtingaanwijzers aan de rechterzijde. Nadat het stuurwiel in derechtuit stand terug komt, keert de schakelaar automatisch in de middenstand terug waardoortegelijkertijd de richtingaanwijzers worden uitgeschakeld. Als de controlelamp sneller dan normaalknippert, blijft branden of niet brandt, geeft dit een storing in de richtingaanwijzerinstallatie aan.Controleer de zekering, de gloeilampen of raadpleeg uw Hyundai dealer.
6. Actueel brandstofverbruik
(Indien gemonteerd)
In deze stand wordt iedere 2 seconden(Supervision-type: iedere 0,2 seconden) het actuele brandstofverbruik berekendop basis van de afgelegde afstand en de hoeveelheid ingespoten brandstof. One-touch passeerknipperlicht (Indien gemonteerd) Als u het one-touch passeerknipperlicht wilt activeren, beweegt u decombischakelaar gedurende minder dan 1,8 seconden enigszins en laat deze dan meteen weer los. Derichtingaanwijzer knippert dan driemaal.
Page 92 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
80
OTG040801
B340C05L-AXT Verlichting Voor het inschakelen van de verlichting moet het uiteinde van de multischakelaar worden gedraaid. In de eerste stand worden de stadslichten,de achterverlichting en de instrumentenverlichting ingeschakeld. In de tweede stand branden ook dekoplampen. N.B: Het contact moet zijn aangezet (ON- stand) om de hoofdverlichting te kunnen inschakelen.
OTG040800
B340B01A-AXT Richtingaanwijzers voor kleine richtingveranderingen
Voor het veranderen van rijbaan e.d. is het voldoende de schakelaar zover tebewegen tot de richtingaanwijzers in werking treden. Na het loslaten keert de schakelaar automatisch in de ruststandterug. Energiebesparingsfunctie
o Deze functie voorkomt dat de accu
ontladen raakt. Het systeem schakelt automatisch de parkeerlichten uit wanneer de contactsleutel verwijderd wordt of wanneer het portier aanbestuurderszijde wordt geopend.
o De parkeerlichten worden
automatisch uitgeschakeld als deauto in het donker langs de kant van de weg geparkeerd wordt. Volg onderstaande procedure als deparkeerlichten moeten blijven branden wanneer de contactsleutel is verwijderd:
1) Open het portier aanbestuurderszijde.
2) Schakel de parkeerlichten UIT en AAN met de lichtschakelaar op de stuurkolom.
Page 98 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
86KOPLAMPSPROEIER
B345G01TG-GAT (Indien gemonteerd) De koplampsproeier wordt bediend met de ruitensproeierhendel. Trek de hendel voor de ruitenwissers/-sproeiers gedurende ongeveer 1 seconde naarhet stuurwiel om de koplampsproeiers in te schakelen. De koplampsproeiers werken als de lichtschakelaar in detweede stand en het contactslot in de stand "ON" staat. De ruitensproeiervloeistof wordtvervolgens ongeveer 1 seconde op de koplampen gespoten. N.B.: Controleer regelmatig of de koplampsproeiers de vloeistof op de juiste wijze op de koplampen spuiten.
B350C01TG-AXT Regelbare intervalschakeling van de ruitenwissers Voor het gebruik van de intervalschakeling plaatst u de ruitenwisserschakelaar in de "---" stand. Met de schakelaar in deze stand kan deintervaltijd worden ingesteld van 1 tot 18 seconden. Dit varieert automatisch afhankelijk van de voertuigsnelheid.
B350B05TG
B350C02TG
KOPLAMPAFSTELLING
B340G01Y-GXT (Handmatig) De hoogte van de lichtbundel kan worden aangepast, afhankelijk van het aantal passagiers en de lading in debagageruimte, door aan de schakelaar voor de koplampafstelling te draaien. Hoe hoger de stand van de schakelaar,hoe lager de lichtbundel schijnt. Zorg steeds dat de lichtbundel op de juiste hoogte staat, omdat anders andereweggebruikers kunnen worden verblind.
B340G01TG-1