Page 6 of 313
9
COCKPIT
1. Schakelaar snelheidsregelaar/-
begrenzer.
2. Hendel stuurwielverstelling.
3. Schakelaar verlichting en
richtingaanwijzers.
4. Instrumentenpaneel.
5. Airbag bestuurder.
Claxon.
6. Versnellingshendel.
7. Elektrische parkeerrem.
8. Middenarmsteun vóór - Peugeot
Connect USB en/of
J A C K - a a n s l u i t i n g .
9. Hendel motorkapontgrendeling.
10. Opbergvak bestuurderszijde
(Instructieboekje).
11. Schakelaar alarm.
Schakelaar parkeerhulp.
S c h a k e l a a r d y n a m i s c h e stabiliteitscontrole (ESP/ASR).
12. Handmatig verstellen van de
koplampen
Navigatietoets van het instrumentenpaneel verbonden met
de Peugeot Connect 3D Nav.
13. Schakelaars buitenspiegels.
Schakelaars ruitbediening.
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen.
14. Zijruitontwaseming.
15. Voorruitontwaseming.
Page 10 of 313
13
COMFORT
Buitenspiegels
Verstellen
A. Selecteren van de te verstellen bui-
tenspiegel.
B. Verstellen van de buitenspiegel in
vier richtingen.
68
Binnenspiegel
Handmatig verstellen
1. Selecteren van de dagstand van de
spiegel.
2. Verstellen van de binnenspiegel.
69
Automatische binnenspiegel
1. Verstellen van de binnenspiegel.
69
Veiligheidsgordels vóór
1. Vastmaken van de gesp.
124
2. In hoogte verstellen.
En verder...
C. Inklappen/uitklappen.
Page 13 of 313

CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN
Instrumentenpaneel
A. Als het contact wordt aangezet,
moet de wijzer van de brandstof-
meter de resterende hoeveelheid
brandstof aangeven.
B.
Bij draaiende motor moet het verklikker-
lampje laag brandstofniveau uitgaan.
C. Als het contact wordt aangezet,
moet de motorolieniveaumeter en-
kele seconden de melding "OIL
OK" weergeven.
Ga indien nodig tanken of vul olie bij.
24
V e r k l i k k e r l a m p j e s
1. Als het contact wordt aangezet,
gaan de oranje en rode verklikker-
lampjes branden.
2. Bij draaiende motor moeten deze
lampjes weer uitgaan.
Raadpleeg de desbetreffende bladzijde
als er lampjes blijven branden.
26
R i j e n d r u k s c h a k e l a a r s
Het branden van een lampje geeft de
staat van de desbetreffende functie aan.
A. Inbraakalarm.
76
155
120
79, 117
139
118
141
72
B. Parkeerhulp met
g r a fi s c h e w e e r g a v e
en geluidssignalen.
C. ESP OFF (zonder
"Grip control").
D. K i n d e r b e v e i l i g i n g .
E. H e a d - u p d i s p l a y .
F. Alarmknipperlichten.
G. "Distance alert".
H. Centrale
vergrendeling.
Onder
Midden
Page 18 of 313