
Kenmerken van uw auto
132
4
7. Knop SEARCH/ENTER
Draai deze knop rechtsom om de
muziekstukken na het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven.
Draai deze knop linksom om de
muziekstukken vóór het muziekstuk dat
wordt afgespeeld weer te geven. Druk op
de knop om een muziekstuk over te
slaan en het gekozen muziekstuk af tespelen.
8. Keuzetoets SCAN
Hiermee worden de eerste 10 seconden
van ieder muziekstuk in het USB-
apparaat afgespeeld. Druk opnieuw op
de toets om de scanfunctie te annuleren.

Kenmerken van uw auto
134
4
Als een iPod met het aparte kabeltje
wordt aangesloten op de multimedia-
aansluiting in de console rechts van de
bestuurdersstoel. Wanneer de iPod wordt
aangesloten, zal het iPod-icoon in de
linker bovenhoek van het scherm worden
weergegeven.
1. Keuzetoets INFO
Geeft de informatie weer van het bestand
dat op dat moment wordt afgespeeld in
de volgorde TITLE ➟ARTIST ➟ALBUM
➟ NORMAL DISPLAY ➟TITLE ➟...
(Geeft geen informatie weer als het
bestand niet over deze gegevensbeschikt.) 2.Toets
vooruitspoelen/achteruitspoelen
met of zonder geluid,
volgend/vorig muziekstuk
Druk gedurende maximaal 0,8 seconden op de toets [TRACK ] om
vanaf het begin van het huidige
muziekstuk af te spelen. Druk de toets
maximaal 0,8 seconden in en druk detoets binnen 1 seconde opnieuw in om
het vorige muziekstuk af te spelen.
Druk de toets ten minste 0,8 seconden
in om het muziekstuk versneld in
achterwaartse richting af te spelen.
Druk de toets [SEEK ] maximaal 0,8 seconden in om naar het volgende
muziekstuk te gaan.
Druk de toets ten minste 0,8 seconden
in om het muziekstuk versneld in
voorwaartse richting af te spelen.
3. Toets RANDOM
Druk de toets maximaal 0,8 seconden in
om het afspelen in willekeurige volgorde
van de muziekstukken in de huidige
categorie in of uit te schakelen. Druk detoets ten minste 0,8 seconden in om alle
muziekstukken in een album op de iPod
in willekeurige volgorde af te spelen.
Druk opnieuw op de toets om de functie
te annuleren. 4. Toets REPEAT
Hiermee wordt het muziekstuk opnieuw afgespeeld.
5. Keuzetoets iPod
Als er een iPod is aangesloten, wordt
hiermee van de CD-weergave naar de
weergave van de muziekbestanden op
de iPod overgeschakeld. Als er geen CD
geplaatst is of geen extern apparaat is
aangesloten, wordt gedurende 3
seconden "NO Media" weergegeven en
keert het systeem terug naar de vorige
modus.
6. Keuzetoets categorie
Hiermee gaat het systeem naar de
categorie boven de categorie die wordt
afgespeeld op de iPod. Druk op de knop
MENU (voorkeuzetoets 6) om naar de
weergegeven categorie te gaan (het
muziekstuk af te spelen). U kunt een
categorie lager dan de gekozen
categorie doorzoeken. De volgorde van
de iPod-categorie is SONG
(muziekstuk), ALBUMS (albums),
ARTISTS (artiesten), GENRES (genres)
en iPod.

4135
Kenmerken van uw auto
7. Knop SEARCH/ENTER
Wanneer u de knop rechtsom draait,
worden de muziekstukken (categorieën)
na het muziekstuk dat wordt afgespeeld
(categorie op hetzelfde niveau)
weergegeven. Wanneer u de knop
linksom draait, worden de
muziekstukken (categorieën) vóór het
muziekstuk dat wordt afgespeeld
(categorie op hetzelfde niveau)
weergegeven.
Druk op de toets om naar het
weergegeven muziekstuk in de categorieSONG te luisteren.✽✽AANWIJZING VOOR
GEBRUIK VAN iPod
Sommige iPod-modellen
ondersteunen het
communicatieprotocol mogelijk niet
waardoor de bestanden niet
afgespeeld kunnen worden.
(Ondersteunde iPod-modellen: mini,
4G, photo, nano, 5G.)
De zoekvolgorde of de afspeelvolgorde
van muziekstukken kan bij de iPod
verschillen van die van het
audiosysteem.
Reset de iPod als deze tijdens het
gebruik vastloopt. (Resetten:
Raadpleeg de handleiding van de
iPod.)
Wanneer de batterijen zwak zijn,
werkt de iPod mogelijk niet goed.
OPMERKING BIJ
GEBRUIK VAN iPod
U hebt een apart voedingskabeltje
nodig voor de iPod om de iPod via
de toetsen van het audiosysteemte bedienen. Aansluiting via een standaard iPod USB-kabel wordtniet ondersteund, dus gebruik
deze niet met het audiosysteemvan de auto.
Wanneer u het apparaat via een iPod-kabeltje aansluit, moet u de
plug volledig insteken omstoringen in de communicatie te voorkomen.
Wanneer u de geluidseffecten van de iPod en het audiosysteem
aanpast, zullen de effecten vanbeide apparaten elkaar overlappen en kan degeluidskwaliteit afnemen of
verstoord raken.
Schakel de equalizerfunctie van de iPod uit wanneer u degeluidssterkte van het audiosysteem aanpast en zet de
equalizer van het audiosysteem uit wanneer u die van de iPodgebruikt.
(Vervolg)

5
Vóór het rijden / 5-3
Standen contactslot / 5-4
Toets engine start/stop / 5-8
Handgeschakelde transmissie / 5-14
Automatische transmissie / 5-17
Vierwielaandrijving (4WD) / 5-24
Remsysteem / 5-31
Cruise control-systeem / 5-42
Brandstofbesparing / 5-47
Rijden onder speciale rijomstandigheden / 5-49
Rijden in de winter / 5-54
Rijden met een aanhanger / 5-58
Massa van de auto / 5-68
Rijden met uw auto

Rijden met uw auto
20
5
Stand D (drive)
Dit is de normale stand voor het rijden in
voorwaartse richting. De transmissie
schakelt automatisch tussen de 6
versnellingen vooruit voor een zo laag
mogelijk brandstofverbruik bij optimale
prestaties.
Druk voor extra vermogen tijdens
inhaalmanoeuvres of het beklimmen van
een steile helling het gaspedaal volledig
in. Hierdoor zal de automatische
transmissie automatisch een lagere
versnelling kiezen.
✽✽
AANWIJZING
Laat de auto helemaal tot stilstand
komen alvorens de selectiehendel in of
stand D te zetten.
Sportstand
De sportstand kan vanuit stilstand of
tijdens het rijden worden ingeschakeld
door de selectiehendel vanuit stand D
(Drive) naar rechts te bewegen. Druk de
selectiehendel terug naar links om stand
D (Drive) weer in te schakelen.
In de sportstand verloopt het
overschakelen tussen de versnellingen
eenvoudig en snel door de
selectiehendel naar voren en naar
achteren te bewegen. In tegenstelling tot
een handgeschakelde transmissie, kan
in de sportstand geschakeld worden
terwijl het gaspedaal ingetrapt is. Opschakelen (+) :
Druk de selectiehendel één keer naarvoren om één versnelling op te
schakelen.
Terugschakelen (-): Trek de selectiehendel één keer naar
achteren om één versnelling terug te
schakelen.
✽✽ AANWIJZING
In de sportstand moet de bestuurder zelf opschakelen overeenkomstig de
rijomstandigheden en ervoor zorgen
dat het motortoerental beneden het
rode gebied blijft.
In de sportstand kunnen alleen de zes (6) versnellingen vooruit gekozen
worden. Zet de selectiehendel in stand
R of P om de auto respectievelijk
achteruit te rijden of te blokkeren bij
het parkeren.
In de sportstand wordt automatisch teruggeschakeld wanneer de auto
snelheid mindert. Als de auto tot
stilstand komt, wordt automatisch de
eerste versnelling ingeschakeld. (Vervolg)
OCM050012
SporSportt--standstand

Rijden met uw auto
34
5
Laat de auto controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer als de
parkeerrem niet of niet helemaal in de
vrijstand terugkeert.
Controleer of het waarschuwingslampje
van het remsysteem werkt door het
contact in stand ON te zetten (start de
motor niet). Dit lampje gaat branden
wanneer het contact in stand START of
ON wordt gezet en de parkeerrem is
geactiveerd.
Zorg ervoor dat de parkeerrem voor het
wegrijden vrij is en controleer of het
waarschuwingslampje van het
remsysteem niet brandt.
Als het waarschuwingslampje van het
remsysteem blijft branden nadat de
parkeerrem vrij is en de motor draait, kan
er een storing in het remsysteem zijn. Laatdit direct controleren. Breng de auto indien mogelijk direct tot
stilstand. Als dat niet mogelijk is, rijdt dan
erg voorzichtig door naar een plaats waar
u wel kunt stoppen.E070300AFD
Antiblokkeersysteem (ABS)
WAARSCHUWING
Gebruik stand P niet in plaats van de parkeerrem om de auto op zijn
plaats te houden. Activeer de
parkeerrem EN zet de
versnellingspook in de 1e
versnelling of de
achteruitversnelling
(handgeschakelde transmissie)
of zet de selectiehendel in stand
P (automatische transmissie).
Laat kinderen en personen die niet bekend zijn met de auto niet
aan de parkeerrem komen. Als de
parkeerrem per ongeluk wordt
gedeactiveerd, kan er ernstigletsel ontstaan.
Bij het parkeren van de auto moet altijd de parkeerrem worden
geactiveerd om te voorkomen dat
de auto zich onbedoeld in
beweging zet, waardoor de
inzittenden of voetgangers letselop zouden kunnen lopen.
W-75
WAARSCHUWING
ABS (of ESP) kan geen ongelukken
voorkomen die het gevolg zijn van
gevaarlijk rijgedrag. Hoewel de autobij een noodstop beter onder
controle gehouden kan worden, is
het toch noodzakelijk voldoende
afstand tot uw voorligger te
bewaren. U moet uw rijsnelheidaltijd aanpassen aan deomstandigheden en zo nodig uw
snelheid verlagen.
De remweg van auto’s met ABS (of
ESP) kan in de volgende situaties
langer zijn dan van auto’s zonder
een dergelijk systeem.
Rijd in dergelijke situaties met een
gereduceerde snelheid:
Op slechte wegen, wegen met steenslag of wegen die met sneeuw bedekt zijn.
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn.
(Vervolg)

535
Rijden met uw auto
Het ABS registreert continu de snelheid
van de wielen. Zodra de wielen dreigen
te blokkeren, vermindert het ABS de
hydraulische remdruk op de wielen.
In dat geval is een tikkend geluid hoorbaar in het remsysteem en kan het
rempedaal gaan trillen. Dit is normaal.
Het betekent dat het ABS in werking isgetreden. Om in een noodsituatie het maximale rendement uit het ABS te halen, dient u
niet zelf “pompend” te gaan remmen.
Trap het rempedaal zo hard mogelijk in
en laat het ABS verder het werk doen.
✽✽AANWIJZING
Na het starten van de motor en het
wegrijden kan er in de motorruimte een
klikkend geluid hoorbaar zijn. Dat is
normaal en geeft aan dat het ABS op de
juiste manier werkt.
Zelfs met het antiblokkeersysteem heeft uw auto nog steeds voldoende
remweg nodig. Bewaar altijd een
veilige afstand tot de auto voor u.
Rem altijd af voor een bocht. Het antiblokkeersysteem kan geen
ongevallen voorkomen die het gevolg
zijn van te snel rijden.
Op wegen met los grind of wegen die niet vlak zijn kan het
antiblokkeersysteem voor een langere
remweg zorgen dan bij auto’s zonder
antiblokkeersysteem.(Vervolg)
Op wegen met kuilen of methoogteverschillen.
Probeer de werking van het ABS
(of ESP) van uw auto niet uit bij
hoge snelheden of tijdens het
nemen van een bocht. Hiermee
kunt u zichzelf en anderen in
gevaar brengen.

Rijden met uw auto
36
5
✽✽
AANWIJZING
Als u de auto met een hulpaccu moet
starten doordat de accu is leeggeraakt,
draait de motor mogelijk niet soepel
rond en kan bovendien het
waarschuwingslampje ABS gaan
branden. Dit komt door de lage
accuspanning. Het betekent niet dat er
een storing in het ABS is.
Rem niet “pompend”!
Laat de accu bijladen voordat u wegrijdt.
E070500AUN-EE
Voertuigstabiliteitsregeling
(ESP - Electronic stability
program) (indien van toepassing)
Het ESP-systeem is ontworpen om de
stabiliteit van de auto in bochten te
verbeteren. Het ESP controleert in welke
richting u stuurt en in welke richting de
auto daadwerkelijk beweegt. Het ESP
remt de wielen gericht af en grijpt indiennodig in in het
motormanagementsysteem om de autote stabiliseren.
OPMERKING
Wanneer het waarschuwingslampje ABS brandt en blijft branden, is ermogelijk een probleem aanwezig inhet ABS. In dat geval werken de remmen echter wel normaal.
Het waarschuwingslampje ABS gaat nadat het contact om stand ONis gezet ongeveer 3 secondenbranden. Het ABS voert dan een zelfdiagnose uit en het lampje zaldoven wanneer alles in orde is. Wanneer het lampje blijft branden,is er mogelijk een probleemaanwezig in het ABS. Laat de auto zo snel mogelijk controleren dooreen officiële HYUNDAI Erkend Reparateur.
OPMERKING
Als u op een weg rijdt waar erg
weinig grip is, bijvoorbeeld bij
vorst, en voortdurend de remmenbedient, is het ABS voortdurendin werking en kan het waarschuwingslampje ABS gaan
branden. Zet de auto stil op eenveilige plaats en zet de motor uit.
Start de motor opnieuw. Als het waarschuwingslampje ABS dooft,
is het ABS in orde. Anders is ermogelijk een storing in het ABS. Laat de auto zo snel mogelijkcontroleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
W-78OCM050008