Page 190 of 288

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
19RIJDEN ONDER WINTERSE OMSTANDIGHEDEN
ZC170A1-AX Strenge, winterse omstandigheden hebben een grotere slijtage en andere problemen tot gevolg. Volg de onderstaande richtlijnen op om de win-ter probleemloos door te komen.BOCHTEN
ZC160A1-AX Vermijd remmen of schakelen in bochten, vooral op natte wegen. Dit voorkomt overmatige bandenslijtage.
o Het is niet nodig de motor langdurig
warm te laten draaien. Zodra de motor gelijkmatig draait kunt u wegrijden. Bij zeer koud weer is het aan te bevelen de motor een ietslangere periode te laten warm draaien.
o Rijd niet met een te laag of een te hoog motortoerental. Rijdt u telangzaam in een hoge versnelling, dan heeft dit tot gevolg dat de motorte zwaar wordt belast. Schakel tijdig een lagere versnelling in. Vermijd een te hoog toerental door deaanbevolen schakelsnelheden aan te houden.
o Gebruik de airconditioning niet onnodig. De airconditioning wordtbediend door de motor waardoor bij gebruik van de airconditioning hetbrandstofverbruik toeneemt.
Page 198 of 288

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
27
14. Schakel bij het afdalen van een helling naar een lagere versnelling om gebruik te maken van de remmende werking van de motor. Bij langdurig heuvelopwaarts rijdenmoet worden teruggeschakeld naar een lagere versnelling en met gematigde snelheid wordengereden om de kans op overbelasting en oververhitting van de motor te verkleinen.
15.Houd de wagen tijdens een stop bij heuvelopwaarts rijden niet op zijnplaats door gas te geven. Hierdoorkan de automatische transmissie oververhit raken. Gebruik de voetrem of de parkeerrem.
N.B.: Controleer bij het rijden met aanhanger de olie in de transmissie vaker.
! LET OP:
Als bij het rijden met aanhanger oververhitting plaatsvindt (tempera- tuurmeter gaat naar het rodegebied), kunnen de volgende maatregelen de oververhitting verminderen of opheffen:
1. Zet de airconditioning uit.
2. Matig de snelheid.
3. Schakel bij het heuvelopwaartsrijden een lagereversnelling in.
4. Laat de motor bij fileverkeer tijdens stilstaan versneldstationair draaien met detransmissie in neutraal of de parkeerstand.
Page 202 of 288

3IN GEVAL VAN PECH
4
!
!
ALS DE MOTOR TE HEET WORDT
D030A02TG-GXT Staat de koelvloeistof- temperatuurmeter te hoog, levert de motor weinig vermogen of "pingelt" de motor, dan is de motor waarschijnlijkte heet. Ga dan als volgt te werk:
1. Breng de wagen zo snel mogelijk op
een veilige plaats tot stilstand.
2. Zet de keuzehandel in stand "P" en
trek de handrem aan. Schakel, eventueel, de airconditioning uit.
3. Bij koelvloeistoflekkage of
stoomvorming onder de motorkap;zet de motor dan af. Wacht met het openen van de motorkap tot geen koelvloeistof meer weglekt en geenstoom zichtbaar is. Is er geen merkbaar verlies van koelvloeistof en geen stoom, laat demotor dan draaien en controleer of de ventilator werkt. Is dit niet het geval zet dan de motor af. 4. Controleer of de V-riem van de
waterpomp ontbreekt. Is dit niet hetgeval controleer dan of deze strak zit. Is de V-riem in orde, controleer dan de radiateur, de slangen en onderde wagen op koelvloeistoflekkage. (Is de airconditioning ingeschakeld geweest, dan is het gebruikelijk dater koud water uitstroomt).
WAARSCHUWING:
Houd uw handen uit de buurt vanbewegende delen zoals de ventila-tor en V-riemen terwijl de motor draait. WAARSCHUWING (Alleen Diesel):
Geen werkzaamheden verrichten aan het injectiesysteem wanneer de mo- tor draait of binnen 30 seconden nadat deze is afgezet.Hogedrukpomp, rail, verstuivers en verstuiverleidingen staan onder hoge druk, zelfs nadat de motor is afgezet.De brandstofstraal die ontstaat door brandstoflekkage kan ernstige verwondingen veroorzaken wanneerdeze met het lichaam in aanraking komt. Mensen met een pacemaker mogen niet binnen 30 cm van deECU of de bedrading in de motorruimte komen als de motor draait, aangezien de hoge stroomwaarmee het common-rail-systeem werkt een groot magnetisch veld veroorzaakt.
5. Is de V-riem van de waterpomp gebroken of is er sprake van koelvloeistoflekkage, zet de motor dan direct af en neem contact op metde dichtstbijzijnde Hyundai dealer.
Page 224 of 288

5ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN
6
BESCHRIJVING
ALGEMEEN ONDERHOUD KOELSYSTEEM KOELVLOEISTOF *1 VLOEISTOF AUTOMATISCHE TRANSMISSIE REMSLANGEN EN REMLEIDINGEN REMVLOEISTOF REMSCHIJF ACHTER/ BLOKKEN, PARKEERREM REMBLOKKEN, REMKLAUWEN EN REMSCHIJVEN UITLAATPIJP EN UITLAATDEMPER BEVESTIGINGSBOUTEN WIELOPHANGING STUURHUIS, VERBINDINGEN EN MANCHETTEN/ONDERSTE FUSEEKOGELS STUURBEKRACHTIGINGSPOMP, AANDRIJFRIEM EN SLANGEN AANDRIJFASSEN EN HOEZEN KOELMIDDEL AIRCONDITIONING INTERIEURLUCHTFILTER
F030C03TG-GXT V : Vervangen C : Controleren en reinigen, afstellen, repareren of zonodig vervangen
*1: VUL HET KOELSYSTEEM ALLEEN BIJ MET GOEDGEKEURDE KOELVLOEISTOF EN VUL HET KOELSYSTEEM NIET BIJ MET WATER.
EEN ONJUIST KOELVLOEISTOFMENGSEL KAN STORINGEN EN SCHADE AAN DE MOTOR VEROORZAKEN.
*2: EERSTE KEER VERVANGEN NA 100.000 KM OF 60 MAANDEN: VERVOLGENS ELKE 40.000 KM OF 24 MAANDEN VERVANGEN. HIJ KAN OOK EERDER VERVANGEN WORDEN ALS U TOCH ONDERHOUD UITVOERT AAN ANDERE ONDERDELEN.
60 48
C C C C
C
CC C C C C C V 75 60
C C C C C C C C C CV 105
84
C C C C C C C C C CV
9072
CV
CCC C C C C C C C V 120
96
C C C CC C C C C C C CV
15 12
C C C C C C C C C CV
NR.
1 2 3 4 5 6 7 8 9
1011 12 13 14 30 24
C C C C
C
CC C C C C C V 45 36
C C C C C C C C C CV
Kilometers x 1000Maanden
*2
Page 226 of 288

Motorruimte.............................................................................. 6-2
Algemene controles ................................................................. 6-4
Voorzorgsmaatregelen bij het onderhoud .............................. 6-5
Oliepeil controleren .................................................................. 6-6
Koelvloeistof controleren en verversen .................................. 6-9 Luchtfilter vervangen ............................................................ 6-11
Ruitenwissers ruitenwisserbladen ........................................6-12
Ruitensproeierreservoir bijvullen ..........................................6-15
Vloeistofpeil automatische transmissie controleren ............ 6-16
Het remsysteem controleren ................................................ 6-18
Onderhoud airconditioning ................................................... 6-19
Vervangen van het interieurluchtfilter .................................. 6-20
Zekeringen controleren en vervangen ................................ 6-22
Accu control eren ................................................................... 6-25
Vloeistofpeil stuurbekrachtiging ............................................6-27
Aftappen van water in het brandstoffilter ............................ 6-28
Koplampafstelling controleren ..............................................6-28
Gloeilamp vervangen ............................................................ 6-30
Vermogen .............................................................................. 6-39
Beschrijving zekeringhouder .................. ..............................6-40
EENVOUDIG ONDERHOUD
6
6
Page 229 of 288

6EENVOUDIG ONDERHOUD
4
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitenwissers
o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (enairconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de
stuurinrichting
o Werking en toestand van de
spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de
handrem
o Werking van de automatische transmissie, incl. het parkeer-mechanisme
o Toestand en werking van de
stoelverstelling
o Toestand en werking van de veiligheidsgordels
o Bediening van de zonnekleppen
Als bij deze controles onregelmatigheden/onjuistheden worden aangetroffen, moet de hulpvan een Hyundai dealer worden ingeroepen.
G020B01A-AXT
Buitenzijde
onderstaande punten moeten maandelijks worden gecontroleerd:
o Carrosserie van de wagen
o Toestand van de velgen en bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitenwissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie van de banden (incl. reservewiel)
G020C01TG-AXT
Interieur
De volgende punten moeten worden
gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:ALGEMENE CONTROLES
G020A01NF-AXT Motorruimte onderstaande punten moeten regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en conditie
o Transmissie oliepeil en conditie
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage (op of onder componenten)
o Peil en conditie van stuurbekrach- tigingsvloeistof
o Laat onmiddellijk repareren als motortrillingen optreden
o Beperk het aantal startpogingen tot 3 als de motor niet aanslaat
Page 244 of 288

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
19
SG120E1-FX
Remvloeistof bijvullen
WAARSCHUWING:
Ga voorzichtig te werk met remvloeistof. Vermijd contact metde ogen aangezien dit ernstige gevolgen kan hebben. Gebruik uitsluitend remvloeistofovereenkomstig de DOT 3 of DOT 4 specificatie uit een gesloten blik. Laat het blik of het reservoir nietlanger dan nodig onafgesloten. Hierdoor wordt voorkomen dat vuil of vocht door de remvloeistofwordt opgenomen, hetgeen een nadelige invloed op de werking heeft.
!
Als remvloeistof wordt bijgevuld, moet
het vuil rond de dop worden weggeveegd. Draai de dop los en vul het reservoir langzaam met remvloeistof. Vul niet te veel bij. Brengde dop hierna weer aan.
HTG5015
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
SG140A1-FX Condensor schoonhouden De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dode insecten, bladeren enz. Dit kan dekoelcapaciteit nadelig beïnvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bij het verwijderen van vuil voorzichtig tewerk om schade aan de ventilator te voorkomen.
Page 245 of 288

6EENVOUDIG ONDERHOUD
20
SG140D1-FX
Smering
Voor de smering van de compressor en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke week tenminste 10 minuten draaien. Dit isvooral van belang bij koude weersomstandigheden als het airconditioningsysteem niet wordtgebruikt.VERVANGEN VAN HET INTERIEURLUCHTFILTER
B145A02TG-GXT
(Voor verdamper en aanjagerunit)
Het interieurluchtfilter bevindt zich aan de bovenzijde van de aanjager. Het vermindert de hoeveelheid luchtverontreiniging die het interieur binnenkomt.
1. Open het dashboardkastje.
2. Trek aan de cilinder van het dashboardkastje om de borging los te maken.
HTG2167
SG140C1-FX Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele
minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moetde installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden.
LET OP:
Als het airconditioning systeem gedurende langere tijd werkt met een te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!