
1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
94BEHANDELING VAN DE CD'S
B850A01F-AXT Juiste behandeling Behandel de CD zoals aangegeven.
Laat de CD niet vallen. Houd de CD zodanig vast dat geen vinger- afdrukken op het oppervlak komen.Als de CD bekrast is kan de CD overslaan bij het afspelen. Plak geen stickers, papier of plakband op deCD. Schrijf niet op de CD. Beschadigde CD Speel geen beschadigde, vervormde
of gebroken CD's af. Hierdoor kan ernstige beschadiging van hetafspeelmechanisme optreden. Opslaan Berg de CD's, als ze niet gebruikt
worden, op in hun originele doosjes en leg ze op een koele, stofvrije plaats uit de zon.
Pak de CD niet met de hand vast
terwijl de lade in het apparaat wordtgetrokken.
Trek de speler niet uit het dashboard
vlak nadat een CD is aangebracht of de uitwerptoets is ingedrukt. Als despeler wordt verwijder voordat een handeling volledig is uitgevoerd kan de CD beschadigd raken.
Probeer geen CD aan te brengen als
de speler uit het dashboard isverwijderd of de voedingsspanning isuitgeschakeld.
WAARSCHUWING:
Gebruik geen autotelefoon tijdenshet rijden; parkeer de auto op eenveilige plaats bij gebruik van een autotelefoon.
!
B850A01L

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
95ONDERHOUD VAN DE CASSETTETAPES
B860A01L
o Het label op de cassette mag nietlos zitten, omdat dit het uitwerpen van de cassette bemoeilijkt.
o Raak de tape niet aan en let er
tevens op dat de tape niet vochtigwordt.
o Houd alle magnetische voorwerpen
zoals elektromotoren, luidsprekersof transformators uit de buurt van uw cassettetapes en cassett- espeler.
Houd uw CD's schoon
SR040B1-FX Een juiste behandeling van de
cassettetapes verlengt de levensduur en verhoogt uw luisterplezier. Stel uw tapes niet bloot aan direct zonlicht, extreme koude of stoffige omstand-igheden. Bewaar de cassettes altijd in hun doosjes.
Onder extreem hoge of lage
temperaturen moet worden gewacht tot het interieur tot een normalewaarde is opgewarmd resp. Afgekoeld voordat u een tape afspeelt. Neem de cassette uit het toestel als hij nietwordt gebruikt.
Dit voorkomt beschadigingen aan de
cassettespeler en de cassettetape.
Vingerafdrukken, stof en vuil op het oppervlak van de CD's kunnen overslaan tijdens het afspelenveroorzaken. Veeg het oppervlak schoon met een schone zachte doek. Als het oppervlak ernstig vervuild is,kan het worden schoongemaakt met een schone zachte doek die is bevochtigd met een mild, neutraaloplosmiddel. Zie de afbeelding. Wij adviseren dringend het gebruikvan C-60 cassettes (60 minutenspeelduur). De C-120 of C-180 cassettetape is extreem dun waardoor deze in het mechanisme kanvastlopen.B850A02L
HLC216
HLC216

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
96
o Voorkom het herhaald snelterugspoelen voor het opnieuw weergeven van een bepaald muziekgedeelte. Dit kan op denduur het slecht opspoelen van de cassette tot gevolg hebben en ook van invloed zijn op de geluid-sweergave. Soms kan dit worden gecorrigeerd door de tape enkele malen geheel op- en af te spoelen.Als dit niet het gewenste resultaatoplevert, mag de cassette niet meerworden gebruikt. o Na verloop van tijd zet zich op de
weergavekop, de capstan en degeleidingen vuil af hetgeen van invloed is op de geluidskwaliteit. Hierdoor kan bijvoorbeeld een"zwevend" geluid ontstaan. Maak daarom éénmaal per maand gebruik van een reinigingscassetteof van speciaal daarvoor verkrijgbare producten. Volg hierbij de gebruiksaanwijzing van defabrikant strikt op. De onderdelen van de cassettespeler mogen niet worden gesmeerd.
o Controleer altijd of de tape strak ligt voordat hij in de cassettespelerwordt aangebracht. Is dit niet hetgeval steek dan een potlood in de spoelopening en draai de cassettetape strak.
o Bewaar de cassettes op een koele
en droge plaats met de open zijdenaar beneden gekeerd zodat wordt voorkomen dat stof binnendringt.
N.B.:Controleer alvorens de cassette
aan te brengen of de band strak op de spoelen zit.
Als dit niet zo is, trek hem dan
strak door een van de spoelen met een potlood of een vinger te verdraaien. Breng de cassette nietaan als het label loszit, omdat het mogelijk is dat dit het aandrij- fmechanisme blokkeert als wordtgeprobeerd de cassette te verwijderen.
Zorg ervoor dat cassettes niet
worden blootgesteld aan hogetemperaturen of een hoge vochtigheid, bijv. bovenop hetdashboard of in het toestel.
Weergavekop
Wattenstaafje
B860A02L
B860A03L

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
3DE MOTOR STARTENALVORENS DE MOTOR TE STARTEN
C020A01O-GXT Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistofle- kkage of andere tekenen van mogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de
achteruitkijkspiegel en de buitens- piegels en controleer of ze schoon zijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge-gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires
uit die niet benodigd zijn. C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnelling- shandel in neutraal en druk het koppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische transmissie de keuzehandel in destand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand
"START" en laat hem los zodra demotor aanslaat.Bedien de startmotor niet langerdan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als de keuzehandel in de stand "P" of "N"staat (automatische transmissie).
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffendecontrolelampen branden en of er voldoende brandstof in de tank aanwezig is.
WAARSCHUWING (Alleen Dieselmotor):
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
!

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
6
WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling
volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.
Anders bestaat de mogelijkheid dat
er in of buiten de auto iemand schade oploopt ten gevolge vande voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheel is ingetrapt tijdens hetstarten.
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en
gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal (handgeschakelde vers- nellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische trans-missie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadat de contactsleutel in de stand "ON" is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien,de contactsleutel in de stand "ON".Eerst zal de controlelamp oplichten en daarna doven, hetgeen betekent dat het voor-gloeien heeftplaatsgevonden en de motor kan worden gestart. N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigd om de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichtingreeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodatde gloeibougies op temperatuur worden gebracht. 5. Draai de contactsleutel in de stand
"START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.!
C050B01HP
Gele lamp "ON" Gele lamp "OFF"

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
14
o Een aangetrokken handrem kanvastvriezen. Deze kans is aanwezig wanneer zich sneeuw of ijs om of bij de achterremmen heeft opgehoopt of als de remmen natzijn. Als u denkt dat deze kans aanwezig is, zet de wagen dan tijdelijk op de handrem en zet deversnellingshandel in neutraal resp. Bij automatische transmissie in stand "P". Blokkeer de achterwielenzodat de wagen niet kan wegrollen. Zet daarna de handrem vrij.
o Een voertuig met een automatische versnellingsbak mag nooit met devoet op het gaspedaal tot stilstand gehouden worden op een helling.Gebruik daar altijd de rem of handrem voor.
o Als u een lekke band krijgt, druk
dan licht op het rempedaal. Zodra u voldoende snelheid heeft verminderd en het zonder gevaar mogelijk is, rijd de wagen dan vande weg af en breng hem tot stilstand. Als uw wagen is uitgerust met een automatische transmissielaat hem dan niet "kruipen". Vermijd dit door uw voet op het rempedaal te houden wanneer de wagen totstilstand is gekomen.
o Wees voorzichtig bij het parkeren op een helling. Trek de handremaan en plaats de keuzehandel in stand "P" (automatische trans- missie) of in de eerste of achteruitversnelling (handgeschakelde versnellingsbak). Als u de wagen op een helling parkeert, draai dande voorwielen in een zodanige stand dat de wagen niet kan wegrollen. Leg zonodig blokkenvoor of achter de wielen.
Wanneer de wagen niet normaalremt, zijn de remmen waarschijnlijknat en zal er meer druk op het rempedaal moeten worden uitgeoefend of trekt de wagen bijhet remmen naar één kant. Druk, om de remmen te drogen, licht op het rempedaal totdat de wagenweer normaal remt. Heeft dit geen resultaat, zet de wagen dan zo snel mogelijk stil en bel uwHyundai dealer voor assistentie.
o Plaats de versnellingshandel niet
in neutraal als u bergafwaarts rijdt.Dit kan gevaarlijk zijn. Houd altijd een versnelling ingeschakeld, rem de wagen af en schakel vervolgensnaar een lagere versnelling zodat op de motor kan worden afgeremd.
o Laat uw voet niet op het rempedaal rusten. Dit kan gevaarlijk zijn doordat de remmen hierdoor teheet kunnen worden en niet meer optimaal functioneren.

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
18
SC170D1-FX Accu en accukabels controleren Controleer visueel de accu en de
accukabels zoals beschreven in hoofdstuk 6. De staat van de accukan worden gecontroleerd door uw Hyundai dealer.
SC170E1-FXGebruik zonodig "winterolie" Voor sommige klimaten is het aan te
bevelen bij koud weer een "winterolie" met lagere viscositeit te gebruiken. Zie hoofdstuk 9 voor de aanbevolenoliesoorten. Raadpleeg in geval van twijfel uw Hyundai dealer.
SC170F1-FXBougies en ontstekingssysteem
controleren
Controleer de bougies zoals
beschreven in hoofdstuk 6 en vervangze zonodig. Controleer tevens de bedrading en de componenten vanhet ontstekingssysteem. Vervang beschadigde onderdelen. SC170G1-FXSloten tegen bevriezing
beschermen
Om het bevriezen van de sloten te
voorkomen zijn speciale producten bijuw dealer verkrijgbaar. Ook als een slot bevroren is, kan dit metdoeltreffende middelen worden ontdooid. Soms is het mogelijk een bevroren slot te ontdooien door desleutel te verwarmen.
N.B.: Het temperatuurgebied waarin de
sleutel voor de startblokkering kan worden gebruikt, bedraagt –40 °Ctot 80 °C. Als de sleutel van de startblokkering tot boven 80 °C wordt verwarmd om een bevrorenslot te openen, kan de transpon- der in de sleutelkop worden beschadigd.
SC170C1-FX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruikgeen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van het koelsysteem tegengaat, uw water-pomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet worden bijgevuld overeenkomstig het onderhoud-soverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistof controleren m.b.t. het vriespunt.
ten opzichte van uw voorliggers. Drukhet rempedaal gelijkmatig in. N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd wettelijk toegestaan. Raadpleeg de geldende wettelijke bepalingen voor het monteren vansneeuwkettingen.
!
LET OP:
Gebruik geen kettingen op 185/55
R15 banden om schade aan de carrosserie te voorkomen.

4CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
2CORROSIE VOORKOMEN
SE020A1-FX Door toepassing van de meest geavanceerde technologie bij het ontwerp en construeren ter bestrijdingvan corrosie, produceert Hyundai wagens van hoogstaande kwaliteit. Bij de bescherming tegen corrosie opden lange duur is het echter van belang dat de eigenaar hier aan meewerkt. SE020B1-FX Oorzaken van corrosie De meest voorkomende oorzaken van corrosie zijn:
o Pekel, modder en vocht dat zich aan de onderzijde van de wagen verzamelt.
o Beschadigingen aan de lak of coat- ing door steenslag, grind, krassenof deuken die het onbeschermde metaal blootstellen aan corrosie. SE020C1-FXRisicogebieden Bescherming tegen corrosie is vooral
belangrijk wanneer u in een gebied woont waar uw wagen regelmatigwordt blootgesteld aan corrosieve invloeden. De meest voorkomende oorzaken van versnelde corrosie zijnpekel, chemische stoffen, zeelucht en industriële vervuiling. Ook hoge temperaturen kunnen de
oorzaak van corrosie zijn als de desbetreffende delen van de carrosserie niet goed worden geventileerd, waardoor het vocht zichtkan verzamelen. Om genoemde redenen is het van groot belang dat uw wagen schoon is en vrij vanmodder of ander vuil. Dit geldt niet alleen voor het zichtbare gedeelte, maar vooral voor de onderzijde vande wagen.
SE020D1-FX Vocht Bij vocht bestaat de grootste kans op
corrosie.
Bijvoorbeeld, in een omgeving met
een hoge vochtigheidsgraad. Vooral bij temperaturen vlak onder het vriespunt, is de kans op corrosiegroot. Onder deze omstandigheden blijven de corrosieve materialen over een langere periode aanwezig,doordat het vocht slechts langzaam verdampt. Ook modder is vaak de oorzaak van corrosie, doordat hetslechts langzaam droogt, waardoor vocht lang met de carrosserie in aanraking blijft.