Page 130 of 244
2- 6 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
C050A01E
C050A01A-AXT HET STARTEN VAN DE MOTOR
Met benzine-injectie
WAARSCHUWING:
Laat de motor nooit in een gesloten of slecht geventileerde ruimte draaien. Koolmonoxide is reukloosen kan fataal zijn. C051A01O-GXT HET STARTEN VAN DE DIESELMOTOR MOTOR KOUDE
o Zet het contact aan en wacht tot de controlelamp van het voorgloeisysteem dooft.
o Bedien de startmotor tot de motor
aanslaat.
MOTOR WARM
o Bedien de startmotor. Als de motor niet bij de eerste poging aanslaat,wacht dan enkele seconden en laat het contact aan zodat het voorgloeisysteem werkt.
Geef geen gas. Bedien de startmotor
tot de motor aanslaat.C070C01E
LOCK
ACC
ON
START
ZC090D2-FX Het verwijderen van de contactsleutel
1. Plaats de contactsleutel in de stand
"ACC".
2. Druk de contactsleutel in en draai deze tegelijkertijd tegen de klok in van stand "ACC" naar stand "LOCK".
3. De sleutel kan in de stand "LOCK"
verwijderd worden.
Page 131 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 7
C050B01S-GXT NORMALE STARTPROCEDURE
1. Breng de contactsleutel aan en gesp de veiligheidsgordel om.
2. Zet de versnellingshandel in neutraal
(handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehandel in stand P (automatische transmissie).
3. Controleer of de controlelampen en de instrumenten goed werken nadatde contactsleutel in de stand "ON"is gedraaid.
4. Draai, bij voertuigen met een controlelamp voor het voorgloeien, de contactsleutel in de stand "ON". Eerst zal de controlelamp oplichtenen daarna doven, hetgeen betekent dat het voorgloeien heeft plaatsgevonden en de motor kanworden gestart.
Gele lamp "OFF"
Gele lamp "ON"
C050B01HP
N.B.: De groene verlichting zal na een
bepaalde tijd vanzelf doven. Het voorgloeien wordt dan beëindigdom de accu niet onnodig te belasten.
Om de motor te kunnen starten
wanneer de groene verlichting reeds is gedoofd, moet de sleuteleerst weer in de stand "LOCK" worden gedraaid en daarna opnieuw in de stand "ON" zodat degloeibougies op temperatuur worden gebracht. WAARSCHUWING:
Verzeker u ervan dat de koppeling volledig is ingetrapt als de motor bij een handgeschakelde auto gestart wordt.Anders bestaat de mogelijkheid dater in of buiten de auto iemandschade oploopt ten gevolge van de voor-of achteruitbeweging van de auto als de koppeling niet geheelis ingetrapt tijdens het starten.
5. Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.
!
Page 145 of 244

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 21
C360A01O-GAT 4WD INSCHAKELEN (met elektronisch geregelde
vierwielaandrijving)
(Indien gemonteerd) De vierwielaandrijving verdeelt onder
normale rijomstandigheden de aandrijfkrachten automatisch.
Om tijdens het rijden in het terrein of
andere situaties met weinig grip de aandrijfkrachten 50:50 te verdelentussen de achterwielen en de voorwielen, kunt u de "4WD lock"- toets bedienen. Het "4WD lock"-controlelampje in het instrumentenpaneel gaat branden. C360A01ODe instelling wordt geleidelijkopgeheven wanneer de rijsnelheid boven de 30 km/h komt, en is volledigopgeheven vanaf een snelheid van 40 km/h. Omgekeerd wordt de instelling weer geactiveerd wanneer de snelheidweer daalt onder 40 km/h, en is deze weer volledig werkzaam wanneer de snelheid onder 30 km/h daalt.Om de 4WD-lock functie weer uit teschakelen nogmaals de "4WD-lock"toets indrukken.Het "4WD-lock" controlelampje in hetinstrumentenpaneel dooft.
2) 4WD-lock blijft actief onder een
snelheid van 40 km/h. Schakel de "4WD lock"-functie uit onder normale rijomstandigheden.
C360A02O
1)
2)
1) Door de 4WD-lock toets te bedienen in zwaar terrein, worden de aandrijfkrachten gelijkmatigverdeeld tussen de voor- en achterwielen. D190A01HP-GXT SPERDIFFERENTIEEL (Indien gemonteerd) Een sperdifferentieel, indien gemonteerd, bevindt zich alleen in deachteras. Het kenmerk van een sperdifferentieel wordt hierna beschreven:Evenals bij een conventioneeldifferentieel kan in een bocht het wielaan de ene zijde sneller draaien dan aan de andere zijde. Het voordeel van een sperdifferentieel t.o.v. eenconventioneel differentieel is: als bij een sperdifferentieel het wiel aan de ene zijde grip verliest, wordt op hetwiel met grip aan de andere zijde een groter gedeelte van het aandrijfkoppel overgebracht om de aandrijving teverbeteren.
Page 167 of 244

3- 12 IN GEVAL VAN PECH
!
!
o Sleep de auto niet met een takelwagen: dit kan schade aan de bumper of de bodem van de auto veroorzaken.
1) Als de auto met de achterwielen op de grond wordt gesleept, zorg dan dat de parkeerrem vrij staat. HSM4029
o Automatische transmissie:
Gebruik een wielplatform onder devoorwielen.
LET OP:
Niet slepen met verwijderde
contactsleutel of met het contactslot in de "LOCK"-stand wanneer de auto aan de achterkant wordtgesleept zonder wielplatform. LET OP:
Een auto met automatischetransmissie mag nooit aan deachterkant worden gesleept met de voorwielen op de grond. Dit kan ernstige schade aan deautomatische transmissie veroorzaken.
3) Het wordt aanbevolen om de auto met alle vier de wielen van de grond te vervoeren.
N.B.: Controleer het vloeistofpeil van de
automatische transmissie voordat de auto wordt gesleept. Als hetvloeistofpeil onder de "HOT"- markering op de peilstok staat, vul dan vloeistof bij. Als geen vloeistofkan worden toegevoegd moeten wielplatformen worden gebruikt.
2) Als één van de wielen of delen van
de wielophanging zijn beschadigd, of als de auto wordt gesleept met de voorwielen op de grond, gebruik dan wielplatformen onder devoorwielen.
o Handgeschakelde versnellingsbak: Als geen wielplatform wordtgebruikt, zet dan het contact in de stand "ACC", en schakel de versnellingsbak in deneutraalstand.".
HSM4028
! LET OP:
o Beschadig de bumper of de bodem van de auto niet tijdens het slepen.